Heilszekerheid in een tijd van onzekerheid (1)
Het is elk jaar weer de vraag over welk thema de jaarlijkse ambtsdragersvergaderingen, die door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in elf regio's worden gehouden, zullen gaan. Nadat enkele jaren een praktisch onderwerp aan de orde is geweest, gericht op het gezin en de jongeren, is dit jaar gekozen voor een thema, dat altijd weer onze aandacht, zeker ook in het pastoraat en de prediking, vraagt, namelijk de vragen rondom de heilszekerkheid, of anders gezegd de zekerheid des geloofs of het verzekerd zijn van het persoonlijk aandeel in het heil. Bewust is echter aan het thema toegevoegd 'in een tijd van onzekerheid', omdat de tijd(geest) altijd inwerkt op het geestelijk leven en de vragen daaromtrent.
Zekerheden van onze tijd
Nu is onze tijd allereerst een tijd, die gekenmerkt is door een groot aantal zekerheden. Een aantal daarvan mogen hier puntsgewijs volgen. Elke nederlandse burger geniet de bescherming van de rechtsstaat. Ons leven is in principe beschermd door wetten, rechtspraak en politie. Er is geen sprake van anarchie, van willekeur maar we hebben een rechtsbestel met rechtsregels, die bescherming voor iedere burger garanderen. Niet dat ons rechtsbestel ook vandaag niet aan bedreigingen zou bloot staan. Maar in principe leven we onder de zekerheid van een rechtsbestel.
Verder is er sprake van sociale zekerheid voor ieder. Elke nederlandse staatsburger, zegt artikel 2 van de Algemene Bijstands Wet, heeft recht op bijstand van burgemeester en wethouders ter plaatse (van 'sociale zaken') wanneer hij of zij in moeilijke omstandigheden komt te verkeren. Bij werkloosheid is toch sprake van uitkeringen. Een minimuminkomen (hoe moeilijk ook om mee rond te komen) is er voor ieder. Daarom kennen wij in onze samenleving geen verpaupering, zoals in landen van de Derde Wereld of ook van Oost-Europa. Niemand sterft in ons land van honger. Er is daardoor overigens veel minder sprake van 'afhankelijk leven' als in het begin van deze eeuw bijvoorbeeld het geval was.
We leven onder een bestel dat vrijheid van meningsuiting en van godsdienst kent. We hebben vrijheid van vergadering, vereniging, pers, omroep. En ook de kerk is vrij in haar verkondiging en in haar handelen naar volk en overheid toe. Dat is een stukje zekerheid dat in vele landen van de wereld ontbreekt.
We hebben verder de zekerheid van medische verzorging. Deze geldt van de wieg tot het graf. Niemand ontbeert welke medische verzorging of welke medicamenten dan ook. Er is, wanneer dat nodig is, de mogelijkheid van ziekenhuisopname voor ieder. Dat geeft ook bestaans'zekerheid', al weten we best dat zekerheid in deze altijd betrekkelijk is.
Er is tenslotte de zekerheid van onderwijsmogelijkheden. Kanslozen met betrekking tot onderwijs zijn er in onze samenleving niet. Ook het hoger onderwijs is niet meer alleen, zoals vroeger, weggelegd voor de 'happy few', de weinige gelukkigen. Ieder kan studeren, wanneer men daarvoor de capaciteiten heeft.
De conclusie in dit verband mag zijn dat het menselijke bestaan in deze moderne samenleving bepaald wordt door vele zekerheden
De onzekerheden van onze tijd
En toch is het bestaan van de mens vandaag ook gekenmerkt door vele onzekerheden De toekomst is dreigend. Het levensbesef is wat dit betreft door onzekerheid gekenmerkt. Waar gaat het heen met mens en wereld? Enkele jaren geleden dook het woord doemdenken op, het onbestemde gevoel dat het niet goed gaat met de wereld naar de toekomst toe. Houdt de mens de mogelijkheden, die hij zich geschapen heeft, nog wel in de hand of lopen ze hem uit de hand? We noemen enkele symptomen:
Vroeger was er weliswaar grote kindersterfte en vroeger waren er ziekten, die dank zij de medische vooruitgang, van hun levensgevaarlijke karakter zijn beroofd. Maar welke invloed hebben alle medicamenten toch ook weer op de gezondheid? En onstaan er niet nieuwe, ongeneeslijke ziekten? Vandaag eisen hartinfarcten, kanker, aids, en psychische defecten hun tol.
Verder is er sprake van telkens dreigende milieurampen. Tsjernobyl, een teken! Van uit één plaats in de wereld kon opeens de hele wereld besmet worden. Welke besmettingshaarden liggen er zo niet opgetast in onze wereld?
Verkeersrampen zijn veel grootschaliger dan vroeger, vooral door het moderne luchtverkeer.
En last but not least, de dreiging van de kernbewapening. De mensheid is in staat zichzelf meermalen te vernietigen dank zij het wapen, dat hij zich heeft geschapen.
En wat de onzekerheden verder betreft, er mag dan sprake zijn van onderwijszekerheid voor ieder, er is intussen niet voor ieder werk. Jongeren, die de scholen verlaten kijken tegen een leegte aan omdat ze geen baan kunnen krijgen. Maar ook vele ouderen zijn baanloos. Arbeid adelt, zegt het spreekwoord, maar hoe is het dan wanneer werkloosheid toeslaat in iemands leven? Het leven wordt immers onzeker als men niet meer het idee heeft dat men nog ergens nuttig voor is. Al moet er direct worden bijgezegd dat er veel arbeid is waarbij óók de vraag te stellen is: wat is het nut, wat is de zin?
Vervolgens is er onzekerheid met betrekking tot relaties. Kunnen we relaties nog aan? Er zijn burgerlijke gemeenten waar per jaar meer huwelijken worden ontbonden dan gesloten. Velen beginnen maar niet meer aan een huwelijk. Want als een mens de relatie man-vrouw niet meer aan kan hoe zit het dan met de (relatie tot) de kinderen? Hoe brengen we vandaag kinderen, onze kinderen door de wereld? Als huwelijksrelaties mislukken lukt dan de relatie tot de kinderen nog? Ongeveer een half miljoen kinderen van gescheiden ouders leven in ons land.
Vervolgens: veel onderwijs voedt de twijfel, voedt de onzekerheid. De vraag 'is het ook dat God gezegd heeft?' komt in het onderwijs' op bedekte of openlijke wijze telkens weer op tafel. Prof. dr. G. C. van Niftrik heeft eens gezegd dat het de waan van onze moderne tijd is dat alleen dat werkelijkheid is, dus 'waar' is wat de moderne wetenschap constateert. De wetenschap en in het verlengde daarvan het onderwijs stelt altijd weer kritische vragen bij de verschijnselen, die zich voordoen. Een kritisch vragen kan zo houding worden. Een houding die ook overslaat op jongeren, op christen-jongeren, die daardoor vraagtekens gaan plaatsen bij wonderen in de Bijbel en het geloof in de Schepping bijvoorbeeld inruilen voor (ook een geloof in) evolutie. Kortom, de betrouwbaarheid van het Woord Gods wordt vaak ook door het onderwijs bedreigd, althans wat de beleving van de mens van vandaag betreft.
En tenslotte, de media voeden de spot, de twijfel, doen aanvallen op instituten als huwelijk en gezin. Het abnormale wordt normaal. En het volk lééft bij de media vandaag.
Onze conclusie is derhalve dat we in een tijd vol zekerheden desalniettemin grote (geestelijke) onzekerheid constateren.
Onzekerheden in de kerk
De verschijnselen in de samenleving beroeren ons allen. Het moderne levensbesef, met zijn zekerheden en onzekerheden, dringt door de kieren en de reten van ons aller bestaan. En daarvan is het geestelijk leven niet te isoleren. We hebben te maken met ons lichamelijke, tijdelijke bestaan, hier en nu. Daar heeft het psychische alles mee te maken. En het psychische werkt ook in op het geestelijke. Het geestelijke leven vandaag doorleeft de crises van de eigen tijd. Dat geldt weliswaar in positieve zin als we vandaag het zuchten en kreunen van de schepping ver weg en dichtbij heel duidelijk vernemen en we leren méézuchten. De vragen en noden van Gods schepping komen in toenemende mate op ons af en bepalen ook ons innerlijk.
Maar er is ook een andere kant. Voor velen geldt vandaag wat Francis A. Schaeffer heeft gezegd, namelijk dat voor onze moderne tijd twijfel de grootste zekerheid is. Zoals gezegd, voedt het onderwijs de twijfel. Daar leert de (jonge) mens systematisch vragen, ook naar de zin (of de zinloosheid) van het bestaan. De twijfelvraag wordt wakker geroepen, of het Woord van God wel betrouwbaar is. De voorzienigheid Gods bijvoorbeeld wordt aangevochten. Het lijden in de wereld verdraagt zich immers niet met een God die liefde is? En daarom gaan we vraagtekens zetten achter Gods bemoeienis met de wereld als Zijn schepping of worden achter het bestaan van God als zodanig vraagtekens geplaatst.
We leven in deze tijd met zijn vragen en, onzekerheden. Het type mens in onze hoog industriële en hoog wetenschappelijke wereld is op zich al anders dan veertig jaar geleden of langer. We zijn belast niet de zekerheden en de onzekerheden, de wetenschappelijke verworvenheden en de twijfelvragen van vandaag. Zei Herman Bavinck niet eens dat hij zich bezig moest houden met vragen, waarmee een eenvoudige vrouw achter de wastobbe zich niet behoefde af te tobben? Vandaag is het leven voor ieder complexer geworden. We zijn door de welvaart, het onderwijs, de media en de hele tijdgeest meer belast.
De conclusie op dit punt moet zijn dat ons geestelijk leven niet los staat van de zekerheden en onzekerheden van onze tijd maar er mede door wordt bepaald.
De zekerheden van de kerk
De kerk is geen triumfantelijk instituut maar ze bestaat en leeft wel van zekerheden. Ik zou een drietal zekerheden willen noemen, die overigens op elkaar ingrijpen. Allereerst, de kerk heeft het profetische Woord. Dat lijkt een open deur. Dat is het ook, maar dan een geopende deur, een deur van hoop. We hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, dat schijnt als een helder licht in duistere tijden en duistere plaatsen. Zo heeft het Woord iets boventijdelijks, is bestemd voor de mens van alle tijden en alle plaatsen. Wie afdoet van de woorden van het Boek dezer profetie — zo besluit de Schrift — diens deel zal worden weggedaan uit het boek des levens. In de proloog op het Evangelie van Lucas wordt gesproken over de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben. Die zijn te boek gesteld, 'in orde verhaald'. Daarom heeft de kerk maar één kenbron, het Woord van God. Dat gaat in op de tijd(geest) maar de betrouwbaarheid komt daar niet uit op, hangt daar niet van af.
Intussen is het zo dat de zekerheid van het Woord Gods ook een ervaren zekerheid is. Artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt het onovertroffen en diep: 'al deze boeken ontvangen wij voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te regelen, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfel al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat ze de kerk aanneemt en voor zodanige houdt, maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat ze van God zijn'.
Het Woord heeft zekerheid in zichzelf. Maar het Woord wordt ook als betrouwbaar bevonden, ervaren. In Psalm 119 wordt de rijkdom van het Woord bezongen, zelfs als 'ik alles mis': 'Uw Woord kan mij ofschoon ik alles mis, én door zijn smaak én hart en zinnen strelen' (Psalm 119 : 84 ber.).
In de tweede plaats verzekert het Woord Gods ons van de vastheid en zekerheid van de heilsfeiten. Daarvan mag de prediking dan ook proclamatie zijn. De prediking staat, om de titel van een boekje nog eens aan te halen, op de hoogte van de heilsfeiten. En wel op grond van 1 Tim. 2 : 16: 'en buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid'.
Het Kruis en het Open graf zijn het centrum van de geschiedenis, en Christus is 'de zin van de geschiedenis'. Het is volbracht, heeft eenmaal, eens en voor goed, van de lippen van de Middelaar geklonken. Zo wierp het Kruis de schaduwen terug en vooruit in de geschiedenis . Van Abraham lezen we dat hij 'God geloofde' en het werd hem gerekend tot gerechtigheid. De gerechtigheid van Christus mocht ook hij reeds bezitten, in de belofte, onder de schaduwen. Omdat het Kruis de schaduwen terug wierp, terug in de geschiedenis. Maar zo werpt het Kruis ook de schaduwen vooruit. Het Kruis is voor alle tijden. Als de kerk zo de heilsfeiten, als eenmalig en eens en voorgoed geschied, niet meer verkondigt zakt ze weg in de drassige bodem van de eigentijdse ervaring of van wat de mens zelf moet bewerken. De mens krijgt dan geen bodem meer om op te staan. Van Petrus lezen we dat hij beleed: 'Gij zjjt de Christus, de Zoon van de levende God'. Op deze belijdenis wordt Petrus zalig gesproken en de gemeente van het Nieuwe Verbond gefundeerd. En daarom zegt Paulus; 'Ik wens niemand te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd'.
Het is in onze tijd weer gebruikelijk om te zeggen dat Christus vandaag gekruisigd wordt, bijvoorbeeld daar waar het bloed der verdrukten vloeit. Daar vindt het 'messiaanse lijden' plaats. Maar dat is een miskenning van het unieke van het offer van Christus. Zo verspelen we de vastheid en de zekerheid des geloofs in ieder geval. Wanneer deze niet meer gebaseerd is op (heils)feiten, door God bezegeld en bekrachtigd, is er geen grond meer om op te staan. In het Kruis zal ik eeuwig roemen! Wij kunnen niet mee-lijden met Christus, ook bevindelijk niet. De speer, die Hem wondde wondt ons niet, de nagels door Zijn handen en voeten gaan door de onze niet. Zijn zielelijden met name is het onze niet, kan het niet zijn. Christus hing alléén aan het Kruis, plaatsvervangend. Hij trad de pers alleen, niemand van de volkeren was met Hem. In de diepste nood riep Hij, Hij alleen het uit: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Christus kruislijden is niet 'van alle tijden', het is wel vóór de mens van alle tijden. En daarom niet afhankelijk van onze omstandigheden, of van de geest van de tijd.
In de derde plaats heeft de kerk de zekerheid van de betrouwbaarheid van Gods beloften. 'Ziet Ik ben met ulieden, al de dagen tot aan de voleinding van de wereld'. God is betrouwbaar, een Man die niet liegen kan.
De Schrift spreekt ons op vele plaatsen over de getrouwheid van God.
'God is getrouw, door welke gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus, onze Heere' (1 Kor. 1:9).
'Doch God is getrouw, dat ons woord hetwelk tot u geschied is, niet is geweest ja en nee.' (2 Kor. 1 : 18).
'Maar de Heere is getrouw. Die u zal versterken en bewaren van de boze' (2 Thess. 3:3).
De beloften Gods zijn in de heilsfeiten verankerd. Ze hangen in hun betrouwbaarheid niet af van onze omstandigheden, gevoelens, ervaringen. Ze gaan wel betrouwbaar in op onze omstandigheden, in alle tijden. Daarom zegt de Hebreeën brief: het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet. Door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen...' (Hebr. 11:1). Dit geloof in de vaste grond is van alle tijden. Daarom zijn de beloften Gods parels van zekerheid, ook in een tijd van onzekerheid.
'Want u komt de belofte toe en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal' (Hand. 2 : 39). Bij elke doopbediening wordt deze belofte uitgezegd, betrouwbaar en vast.
'Want zovele beloften Gods, als er zijn, die zijn in Hem ja en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid voor ons.' Daar staat een punt en geen voorwaarde.
Samengevat mogen we zeggen, dat het Woord van God betrouwbaar is omdat God de Getrouwe is, en dat het heil zeker is en dat ook de beloften vast en zeker zijn. De beloften zijn onvoorwaardelijk; ze vinden hun voorwaarde en grond in Gods handelen vooraf. Het voorwerpelijke is het onderwerpelijke om zo te zeggen altijd tweeduizend jaar vooruit. Maar wel hebben we ons te realiseren dat één en ander ook in de mens wordt uitgewerkt en dat het wat de belofte betreft ook gaat om het 'verzegeld worden met de Heilige Geest der belofte' (Ef. 1 : 13).
De conclusie mag hier echter zijn dat we de Heere nooit beter aan kunnen roepen en aan kunnen spreken dan als de Getrouwe en Waarachtige, de Getrouwe en Barmhartige, de Waarmaker van Zijn Woord.
Persoonlijke zekerheid
Intussen blijft in elk mensenleven de vraag recht overeind: hoe krijg ik, bij alle zekerheid van het heil als zodanig, deel aan het heil? Hoe krijg ik een genadig God? , vroeg Luther. Daarover de volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's