Hebben wij voldoende aandacht voor de doven? (2)
In de vorige aflevering bent u steeds tegengekomen, dat doof zijn een geweldige barrière is om als mens met de ander om te gaan. Dit zo te stellen lijkt wat op het intrappen van een open deur. Ieder zal hiervan ten stelligste overtuigd zijn. Toch nemen wij bewust hier de draad van onze uiteenzetting op, in de hoop u enigszins duidelijk te maken hoe groot en ingrijpend de gevolgen van de hoorstoornis zijn. Vooral als het vermogen tot horen is weggevallen of is weggebleven in het begin van het leven van een kind. Ook al is er heel vaak nog een restje van het gehoor aanwezig, dan wordt er toch van doofgeborenen gesproken. Al heel gauw blijkt dat de totale ontwikkeling van het kind tot volwassen mens zo gans anders is en dat vooral op het psychische (= zielkundig) vlak. 't Beste is daar enig inzicht in te krijgen, als wij letten op de ontwikkeling van normale, horende kinderen.
Een kind, dat goed hoort, gaat bijna direct vanaf de geboorte een ontwikkeling doormaken, waarbij het schijnbaar als vanzelf spraak en taal verwerft. Daar doet het geen moeite voor. Wat het hoort, zegt het na. Al horend en sprekend oefent het zichzelf, corrigeert zich en leert via de taal al op heel jonge leeftijd het verband zien in het ingewikkelde leven, waarvan het deel uitmaakt. De taal leert het kind denken, helpt het denken. Geen vader of moeder volgt hiervoor een opleiding. 't Gaat alles spelenderwijs. Om het betoog zo kort mogelijk te houden, gaan wij hier niet op allerlei bijzonderheden in. Wij wijzen er slechts op dat alles wat een kind vanaf de geboorte tot aan het vijfde levensjaar al leert een wonder op zichzelf is. In die tijd leert het de moedertaal vloeiend. Een kleine indruk van deze prestatie krijgt u, als u bedenkt hoeveel moeite het kost een vreemde taal werkelijk vloeiend te spreken. Waarbij aangetekend moet worden. Bijna niemand leert een vreemde taal, zoals degene, die er mee opgroeide. Om terug te komen op ons verhaal: 't Kind hoort en kan daarom meedoen. Wat eveneens heel belangrijk is, dat aan de stemklank de stemming en gemoedsgesteldheid van vader, moeder en de mensen in de omgeving worden gehoord.
Om bij dit laatste maar verder te gaan. De doof geborene neemt daar niets van mee. Heeft ook geen enkele prikkel om woorden of klanken te gaan nadoen van de ouders. Het leeft in een dood-stille wereld. Hoort geen lieve, vriendelijke of waarschuwende en alarmerende geluiden. Spraak en taal komen niet op gang. Eer men er achter is, dat er iets hapert is al gauw het eerste levensjaar voorbij. Zeker, nadat er doofheid is vastgesteld, zullen er allerlei bijzondere maatregelen genomen worden om zo goed mogelijke ontwikkeling te gaan bewerken, maar 't zal bijna altijd een grote achterstand houden op de horenden. 't Dove kind komt met weinig of geen taal op school. Terwijl horende kleuters, als zij naar school komen hun spraak zo goed als geheel klaar hebben en al een zeer brede taalbasis hebben. Het leerproces is voor een doof kind heel zwaar. Spreken leren valt niet mee. Soms moet tot aan het verlaten van de school veel aandacht aan het spreken gegeven worden en dan nog kan iemand, die de dove niet kent, hem of haar nauwelijks of helemaal niet verstaan. Moeizaam spreken bemoeilijkt het kontakt van de dove mens uit heel vaak. Maar wat hij opvangt aan taal, aan wat wordt gezegd is ook in vele gevallen niet direct begrijpbaar. Vaak levenslang worstelt men met het begrijpen. Hier moge een voorbeeld zeer veelzeggend zijn. Wie op de teevee wel eens het nieuws voor doven en slechthorenden heeft gezien, is al gauw geneigd om de daarin gebruikte taal als simpel aan te duiden. Voor zeer vele doven bleek onlangs uit een onderzoek is de gebruikte, geschreven taal te moeilijk.
Op school leert het dove kind spreken en is men er op uit om zoveel als mogelijk begrip voor taal aan te brengen. Dat brengt ons tot een derde gegeven. Wie met een doof mens in kontakt komt, is geneigd te gaan schreeuwen. Dat helpt niets. Als een apparaat niet voldoende helpt — de meesten dragen iets dergelijks en kunnen dan soms reageren op bijzonder harde geluiden — dan is schreeuwen ook geen oplossing. 't Enige voordeel zou kunnen zijn, dat men bij schreeuwen wat grotere, dus duidelijker mondbewegingen maakt en dat het tempo, waarin men spreekt bij schreeuwen ook veel lager is. Duidelijk (géén grimassen) bewegen van de mond en een rustig tempo van spreken zijn voorwaarden voor het spraakafzien, ook wel genoemd: liplezen. Dit is het hulpmiddel, waarmee doven zich zullen moeten behelpen. Dit leren en trainen neemt in het onderwijs een belangrijke plaats in. De laatste tijd is men ook begonnen met het invoeren van een vingerspelling. Dat werkt goed, maar heeft het nadeel, dat maar heel weinig mensen het kunnen gebruiken. In gesprek zijn met doven, voor hen een kerkdienst houden zal sprekend moeten gebeuren, waarbij liplezen het enige middel is om tot begrijpen te komen.
Om dit goed toe te passen noemden wij u al het duidelijke en rustige spreken. Dan nog kan het niet overkomen, omdat er maar een bepaald gedeelte van de spraakklanken zichtbaar is, worden versmolten tot een beweging én er woorden gebruikt worden, die de dove mens niet kent. Voor hen leven vele begrippen niet, anders gezegd hun woordenschat is vaak beperkt of gebrekkig. Om het nu wat samen te vatten: in gesprek gaan met een dove man of vrouw vraagt van de horende aandacht voor de eigen spraak, maar meer nog voor de woordkeus. Let vooral op de gebaren ook die door de dove mens worden gemaakt, ondersteun eigen spreken zoveel mogelijk met natuurlijke gebaren. Wie bijvoorbeeld kerkdiensten houden voor gehoorgestoorden mag bovenstaande punten niet voorbijzien, terwijl ook andere zaken moeten worden geweten. Daarover een volgende keer meer.
Sint-Annaland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's