'Ik heb Jezus aangenomen' (1)
Met het oog op de jongeren
Ons gereformeerde hart
'Ik heb Jezus aangenomen.' 'Kies nu voor Jezus!' 'Geef je hart aan Jezus!' 'Ik heb Jezus in mijn hart toegelaten.'
Ons gereformeerde hart begint altijd wat onrustig te kloppen, als we dergelijke uitspraken horen. En misschien dat we direkt , denken of zeggen: dat is arminiaans, of: dat is remonstrants. En dat is voor ons hetzelfde als: dat is gevaarlijk.
Mensen die dit soort uitspraken doen, zitten op een totaal verkeerd spoor, vinden we. Daar moeten we ons van distantiëren. We moeten onze jongeren ook waarschuwen voor allerlei groepen die ervan uitgaan, dat wij mensen Jezus kunnen aannemen.
Jammer, zeggen we dan, dat veel van onze jongeren zich daar toch toe aangetrokken voelen. Wat worden ze zo misleid! Alsof het allemaal óns werk is... Alsof het allemaal zo makkelijk gaat!
Ja, in die groepen zijn ze allemaal erg overtuigd. Dat is waar. Wat ze zeggen, klinkt allemaal erg zeker. Maar, vragen we ons dan af, is het niet allemaal puur oppervlakkigheid? Moeten we niet vrezen, dat zij zich maar wat inbeelden?
Zo zitten we met allerlei meningen en vragen. Steeds stuiten we op allerlei invloeden die wij als ongereformeerd afwijzen. Maar het is niet altijd even gemakkelijk om wijs te handelen in onze omgang met de jongeren en om wijze woorden tot hen te spreken, als zij zich in de buurt van de grens reformatorisch-evangelisch ophouden en vanuit allerlei ontdekkingen en nieuwe ontmoetingen hun vragen aan ons stellen.
Verkiezing
Met name de verkiezing en de soevereiniteit van Gods genade zijn hier volgens ons in het geding. We weten dat Arminius de grond van de uitverkiezing in de gelovige mens legde door te zeggen: a) dat God diegenen uitverkoren had, die door Zijn genade zouden geloven en die door Hem als gelovigen zijn aangezien, en b) dat de mensen Gods genade uit vrije wil kunnen weerstaan. De Schrift spreekt naar onze overtuiging anders, en daarom ook onze gereformeerde belijdenis. Wij zeggen: als genade afhankelijk wordt van de wil van de mens, dan is genade geen genade meer. Het wezen van genade is juist, dat zij vrij, onafhankelijk en soeverein is.
Wij zijn niet vrij om voor God te kiezen. Wij hebben geen vrije wil, althans, onze wil is slechts vrij binnen bepaalde grenzen, binnen de grenzen van onze zondige natuur. Onze wil is ten diepste op onszelf gericht. Wij kunnen uit onszelf — uit vrije wil — nooit los van onszelf en los van de zonde komen. Daarmee is de gebrokenheid en verdorvenheid van ons leven onderstreept. Onze zaligheid hangt dan ook niet van onze wil af, van onze keuze van God, maar van Zijn keuze (verkiezing) van ons. Onze zekerheid ligt in Gods genadige verkiezing. En Zijn verkiezing is onvoorwaardelijk! Alles ligt helemaal in Hem. Er liggen geen redenen van Gods werk in ons. Vandaar de lofprijzing waarin de verkiezing, met name bij Paulus, haar plaats heeft, bijvoorbeeld: Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus, gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem voor de grondlegging der wereld...' (Ef. 1 : 3 en 4a). Vóór de schepping dus. En ook vóór wij geboren waren.
Op mij heeft een uitspraak van Spurgeon in dit verband indruk gemaakt: 'Het is volmaakt duidelijk, dat God mij heeft gekozen (uitverkoren), omdat ik Hem nooit gekozen zou hebben. En het is evenzo volmaakt duidelijk, dat Hij mij gekozen moet hebben voordat ik ben geboren, want ik ben er zeker van dat Hij het na mijn geboorte niet meer zou hebben gedaan'. 'Amen', zeg ik dan.
Appèl
Intussen zitten wij wel met het feit dat het Evangelie een appellerende boodschap is en dat de oproep tot geloof en bekering tot ons komt. In de Bijbel worden zelfs woorden en uitdrukkingen gebruikt, die ontzettend veel lijken op de uitspraken aan het begin van dit artikel. Enkele voorbeelden: 'Kiest u heden, wie gij dienen zult' (Joz. 24':15)
— 'Bekeert u...' (o.a. Matth. 3 : 2)
— 'Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt...' (Matth. 11 : 28)
— 'Zovelen Hem aangenomen hebben...' (Joh. 1 : 12)
— 'Gelijk gij dan Christus Jezus de Heere hebt aangenomen...' (Kol. 2:6)
Niemand van ons zal eraan denken (het is al te onzinnig om zoiets te veronderstellen) om van deze teksten te zeggen, dat ze arminiaans zijn. Als we niet zouden weten, dat het bijbelteksten zijn, dan zouden we dat misschien wél zeggen...
Wellicht dat we op deze teksten (die hier overigens los van het verband geciteerd zijn) wel reageren met: het staat er wel, maar we kunnen het niet. We kunnen niet voor de Heere kiezen. We kunnen ons niet tot Hem bekeren. We kunnen niet tot Hem komen. We kunnen Hem niet aannemen. Er staat in de Bijbel immers ook: 'Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij' (Joh. 3 : 27).
Zo kunnen wij ons echter niet afmaken van het appèl vanuit Gods Woord dat in veelvoud tot ons komt.
Wat moeten we hiermee aan?
Verstand, hart en wil
Ter verheldering kan het ons helpen om onderscheid te maken tussen verstand, hart en wil in verband met dit appèl.
Wat doet nu iemand die vanuit een arminiaanse achtergrond het Evangelie verkondigt? Die gaat er dus vanuit, dat de mens uit vrije wil een beslissing kan nemen voor God, voor Jezus Christus. Zo iemand doet daarom een appèl op de wil. Hij benadrukt de noodzaak van het nemen van een beslissing, de noodzaak om voor Jezus te kiezen, om daarbij eventueel naar voren te komen. Hij spreekt dus direkt de wil van de mens aan. Het moment waarop de wilsbeslissing genomen wordt, is het moment waarop het nieuwe leven begint.
Wij zullen daarentegen de wil niet direkt aanspreken. Wij zeggen immers, dat de wil niet vrij maar gebonden is. Daarom heeft het ook geen zin om de wil direkt aan te spreken, om een appèl te doen op de wil. Een concentratie op de wil brengt mensen tot een onheilig activisme, tot een onvruchtbare werkheiligheid, tot een wettisch leven. Wij geloven wel in verandering en vernieuwing van de menselijke wil. En dat is niet een kwestie van de wil zelf. Dat is het werk van de Heilige Geest, die eerst ons verstand verlicht en ons overtuigt van de Waarheid, aangaande Christus en aangaande onszelf. Verstand en hart hangen in de Bijbel ten nauwste met elkaar samen. Het hart is de zetel van het verstand. Als de Heilige Geest ons verstand verlicht, dan raakt Hij ons tegelijkertijd in het hart. Hij verandert de gezindheid van ons hart. De vrucht daarvan is, dat óók onze wil verandert. Die wordt omgebogen. Zo maakt de Geest ons gewillig. Daarbij grijpt Hij ons in het hart aan. Zo is het waar, dat er nooit iemand onwillig tot Christus komt. Zo is het ook waar, dat wij tot Christus kunnen komen, dat wij voor Hem kunnen kiezen, dat wij Hem kunnen aannemen, en al Zijn weldaden daarbij (dit alles door het geloof — zie ook H.C. zondag 7, waar ook het woord 'aannemen' gebruikt wordt). Wij kunnen toch alles aannemen, als het ons uit de hemel gegeven wordt? ! (om nog eens naar Joh. 3 : 27 te verwijzen). Wij beginnen dus niet bij de wil, maar bij het verstand, bij het hart. Daar zet de Geest in met Zijn vernieuwend werk. En Hij gebruikt daarin het Woord van de waarheid (Jak. 1 : 18). Met het Woord overtuigt hij ons door ons verstand te verlichten. Het geloof heeft met ons verstand te maken, met horen en overwegen, met nadenken en mediteren, met instemmen en beamen, met volgen en gehoorzamen.
Wij spreken niet van een wilsbeslissing, maar wel van een geloofsbeslissing, die heel ons leven — ook de wil — omvat. Deze geloofsbeslissing is echter ingebed in het werk van de Heilige Geest, wanneer Hij ons door het geloof in Christus inlijft. Wij worden door Hem, door het Woord, tot deze beslissing gebracht.
De volgende keer wil ik iets zeggen over appellerende woorden en het werk van de Heilige Geest, terwijl ik ook wil ingaan op onze houding in verband met allerlei verschillen die er zijn.
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's