De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ruimte voor de vrouw ook binnen het ambt?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ruimte voor de vrouw ook binnen het ambt?

Man en vrouw in bijbels perspectief (4)

7 minuten leestijd

Over de diaken in het Nieuwe Testament (en met name ook over Fébé van Rom. 16 : 1v en de in 1 Tim. 3 genoemde vrouwen) is in de Beraadsgroep die het boek 'Man en vrouw...' heeft voorbereid, langdurig gesproken. Het resultaat van de besprekingen die wij aan dit thema hebben gewijd, vindt de lezer in paragraaf 5 van hoofdstuk V over: Het geheimenis van Christus en Zijn gemeente. Ik kan niet overwegen om dat wat hier is neergeschreven, in het bestek van een artikel in de Waarheidsvriend te herhalen. Nu wij bezig zijn de recensies van het boek in een aantal beschouwingen de revue te laten passeren, moeten me echter wel een paar dingen van het hart.

De vrouwelijke diaken?

In de eerste plaats, dat wij het in de Beraadsgroep best heel moeilijk hebben gevonden om zo te schrijven over de diaken in het Nieuwe Testament, dat wij daarin konden blijven binnen het spreken van de Schrift zelf. Met andere woorden: om niet meer, maar ook niet minder te zeggen dan wat er in de Schrift over gezegd wordt. Wij hebben ons — zoveel als in ons was — gewacht voor al te vlotte conclusies. Ook de conclusie die prof. Versteeg in het één en andermaal genoemde artikel van Wapenveld trekt uit wat in 1 Tim. 3:11 over de vrouwen wordt gezegd, zou ik toch eigenlijk een te vlotte conclusie willen noemen. Hij zegt nl., dat het feit, dat aan de hier genoemde vrouwen dezelfde voorwaarden worden gesteld als aan de mannelijke diakenen, zich slechts op een manier laat verklaren: hun taken waren dezelfde als die van de mannelijke diakenen. Maar deze conclusie is toch allerminst vanzelfsprekend. Zijn de dingen die in 1 Tim. 3 : 11 worden genoemd niet — als men dit woord gebruiken wil tenminste — randvoorwaarden die in hun algemeenheid voor elk bezig zijn in de gemeente gelden? En is de apostel in 1 Tim. niet steeds bezig om in allerlei vorm voorschriften te geven voor een recht funktioneren van en in de gemeente (vergelijk 1 Tim. 5). De conclusie, dat de apostel in 1 Tim. 3 : 11 aan de vrouwen soortgelijke randvoorwaarden stelt als aan mannelijke diakenen en dat deze vrouwen daarom hetzelfde deden als de mannelijke diakenen, gaat verder dan het onmiddellijke tekstgegeven van 1 Tim. 3 ons toestaat. Wij zijn in ons boek dan ook niet verder gegaan dan de gedachte, dat de hier genoemde vrouwen (juist omdat ze hier genoemd worden) in nauwe samenwerking met de mannelijke diakenen diakonaal bezig zijn geweest. En als zodanig mocht Paulus nog best eens zeggen, dat zij binnen dezelfde randvoorwaarden als die mannen bezig behoorden te zijn.

Aangehaakt aan wat we meenden te moeten schrijven over de participatie van vrouwen in het diakonaat in het Nieuwe Testament, hebben we toen in een historische excurs over 'Calvijn en de Dordtse Synode en de diakenen' geschreven. De lezer kan hier en voorts ook in het slot van de studie lezen, dat differentiatie inzake diakonale bezigheden binnen een de kerkeraad assisterend college van diakenen zoals bij Cal­vijn van wat we in de Schrift gevonden hebben een treffende weergave zou zijn geweest. Men moet echter niet vergeten, dat wij differentiatie binnen het ambt (wanneer we dit verbinden met noties van representatief leren-regeren-besturen) vanuit de Schrift niet verdedigbaar achten (zie blz. 183v).

Prof. Van 't Spijker heeft bij onze opmerkingen over de assisterende en complementerende plaats van de vrouw in het college van diakenen bij Calvijn een vraagteken gezet (zie zijn recensie van het boek in het R.D.). Wij zullen hierop in de commissie 'Gereformeerde ambtsleer' die de bezinning zal voortzetten, dus moeten doorpraten.

De vrouwelijke ambtsdrager?

(een gedifferentieerde ambtsopvatting)
Maar wat betreft de kwestie van de differentiatie binnen het ambt zelf, zoals gezegd, het boek wijst deze weg af. Prof. Runia heeft dat in zijn bespreking van het boek in het Centraal Weekblad gesignaleerd en hij voegt er dan aan toe: 'Ik vermoed dat daar achter ligt dat men bang is dat op deze wijze alle differentiatie (het uiteenlopen) tussen man en vrouw, die in de schepping zelf gegrond is, verloren zal gaan'. Dat vermoeden van prof. Runia is juist, al is het niet zozeer de vrees die hij aanwijst, die ons ertoe gebracht heeft om geen pleidooien te voeren voor een gedifferentieerde ambtsopvatting, zoals indertijd H. Ridderbos dat deed, toen de kwestie van de vrouw in het ambt ter synode van de Gereformeerde Kerken speelde. Vanuit de Schriftgegevens die we in ons boek verzameld hebben is die gedifferentieerde ambtsopvatting (waarbij mannen en vrouwen elk op eigen wijze binnen elk ambt zouden kunnen funktioneren), gelet op de historisch gegroeide ambtspatronen, niet alleen niet aanbevelenswaardig, maar ook verwerpelijk. Bovendien kan ik niet inzien, dat prof. Runia gelijk heeft, wanneer hij zegt, dat de differentiatie wel vanzelf naar voren zal komen, als men vrouwen tot het ambt toelaat en dat de praktijk in de Gereformeerde Kerken geleerd heeft, dat mannen en vrouwen in het ambt wel dezelfde dingen doen, maar dat ze ze ieder op eigen wijze doen'. M.a.w. het komt vanzelf goed. Ik zie dat evenwel niet. Ik zie niet in, dat een kerk die mannen en vrouwen zonder onderscheid in alle ambten zonder onderscheid laat dienen, zich bevindt in de weg van het getuigenis van Gods Woord. Als de apostel Paulus in 1 Tim. 2 de vrouw verbiedt te leren, zal hij toch zeker, ook als hij hier slechts jonge vrouwen op het oog zou hebben gehad, wel grenzen hebben willen trekken die ook tot uitdrukking moesten komen in de ordeningen van het gemeenteleven? En als de vrouw in het ambt dient volgens kerkordelijke bepalingen vandaag, zijn die grenzen in elk geval weg. Prof. Runia moet zoiets niet een formele redenering noemen. De ordening van het gemeenteleven en het kerkrecht zijn toch zeker gericht op het welzijn van de gemeente zelf?

Dr. Bout die in Theologia Reformata (september 1986) een bespreking van het boek 'Man en vrouw...' geeft, begint aldus: 'De 23e april 1958 werd in de Jacobikerk te Utrecht een bidstond gehouden voor de Herv. Kerk. Het was de vooravond van de bijeenkomst waarin de Gen. Synode van de Kerk beslissen moest over de wel- of niettoelating van de vrouw tot het ambt. Nog hoor ik ds. W. L. Tukker zeggen: 'Wij zullen u, Synode, in deze zaak niet gehoorzamen'. Het boek 'Man en vrouw...' moge de kerk en niet in het minst ook de Hervormd-Gereformeerde gemeenten binnen de Nederlandse Hervormde Kerk eraan herinneren, welk een dure roeping wij allen hebben om in een goed en schriftuurlijk geordend kerkelijk samengaan van ambt en gemeente, ook de vrouw een waardige plaats te geven. Het boek 'Man en vrouw...' snijdt op dit punt welbewust ook in eigen vlees. Het moet niet kunnen voorkomen, dat onder ons nog pleidooien gevoerd worden om aan vrouwen het actief kiesrecht in de gemeente te ontzeggen. Het wordt hoog tijd, dat wij ons niet slechts bezinnen op de vraag wat God wil, dat vrouwen niet mógen, maar ook en vooral op wat zij zullen doen in het midden van de gemeente.

Tevens echter wil het boek 'Man en vrouw...' de grenzen van het Schriftgetuigenis bewaken. Daarom mag het ook gelezen worden als vrucht van een hernieuwd zich bezinnen, dat inzake de vrouw in het ambt tot geen andere conclusie is gekomen dan die, welke in de woorden van ds. Tukker, zojuist geciteerd, tot uitdrukking komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ruimte voor de vrouw ook binnen het ambt?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's