Eenzaamheid (2)
(Overwegingen bij een toenemend tijdverschijnsel)
(Overwegingen bij een toenemend tijdverschijnsel)
De eenzame surfer
Hij wordt vaak in de literatuur aangehaald als het symbool van de tachtiger jaren. De eenzame surfer. De man, die het alleen zijn verkiest als een gevecht met zichzelf. De eenzame trimmer. De man (of vrouw) die z'n rondjes loopt in een uitdaging, die hij aan zichzelf heeft gesteld.
Sport is in, maar teamsport is out, want 'de mens van de tachtigerjaren leeft ik-gericht'. Als je dat leest, wrijf je toch wel even je ogen uit. Zit dat er achter? Als ik 's zondags op weg naar de kerk méér mensen de stad uit zie rijden met hun surfplank op het autodak, dan de stad zie in rijden, met een bijbeltje bij zich? Zijn dat de stereotypen van de eenzame mens, die zelf dat alleen zijn zoekt, of zich gedwongen voelt om het te zoeken? Als dat alles te maken heeft met het zogenaamde moderne levensgevoel (en daar lijkt het veel op), dan laten zich daarbij wel een aantal bijbelse kanttekeningen maken.
Kanttekeningen
In Pred. 4 : 11 vond ik een bijbelwoord, dat wel een heel kritische kanttekening maakt bij dit zogenaamde moderne levensgevoel. Als één van Salomo's wijsheden lezen we daar (en eigenlijk moet je al beginnen met lezen bij vers 9) 'ook, indien twee tesamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou één alleen warm worden?'.
Als één van de tekenen der tijden noemt Jezus in Matth. 24 dat 'de liefde zal gaan verkillen'. Het wordt koud. De mensen stralen geen warmte meer uit.
Een oud gezegde luidt 'wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen'. En we zien dat ook in het probleem, dat we hier aan de orde hebben.
Minister Brinkman
Onlangs heeft minister Brinkman nogal van zich doen spreken. Hij heeft een toespraak gehouden, die hem niet door ieder in dank is afgenomen. Er zijn er zelfs, die hem alle hoeken van de Tweede Kamer hebben laten zien. Sommigen noemden hem een betuttelaar, anderen zagen in hem meer een ouderwetse padvinder, met een karweitje zonder heitje. Er waren ook een aantal minder vriendelijke diskwalificaties.
Wat hij gezegd had? Hij had de mensen opgeroepen tot meer naastenliefde. Je kunt niet alles in wetten en regels vastleggen. Kinderen mogen ook best zélf iets voor hun bejaarde ouders of familieleden blijven doen. Ouders mogen ook best zélf het nodige blijven doen voor hun nog kleine kinderen. Eigenlijk deed hij een oproep om meer oog en hart te hebben voor elkaar, en daarmee de eenzaamheid als een sociaal probleem te lijf te gaan. Omdat ik zijn toespraak niet helemaal gelezen heb, weet ik niet, of hij er óók het volgende in vermeld heeft. Gods geboden (en die zijn goed voor alle mensen) zijn ons overgeleverd in twee tafels.
Er is inderdaad de oproep tot naastenliefde, zorg, aandacht voor elkaar. Maar zo'n oproep mist haar kracht, als niet ook de eerste tafel wordt genoemd. De oproep tot de liefde voor God en Zijn dienst. Een pleidooi voor een zorgzame samenleving mist haar kracht, als het niet tevens een oproep is om door geloof en bekering de Heere en Zijn dienst te leren kennen.
Een definitie
Vorige keer maakten we een onderscheid tussen alleen zijn en je eenzaam voelen. Tussen een negatieve beleving van de eenzaamheid (zoals bijvoorbeeld Paulus in 2 Tim. 4) én een positieve beleving ervan, want dat vinden we ook in de Bijbel. Eenzaamheid hoeft niet altijd een kruis te zijn. Integendeel. Jezus zelf zocht vaak de eenzaamheid. Het kan een goede start zijn voor een nieuwe twee-zaamheid of een nieuwe taak, die op je wacht. En daarom lijkt het me goed, om nu eerst eens een definitie te geven. Ik kies daarbij voor de meest gangbare.
'Eenzaamheid is een situatie die door de betrokkene wordt ervaren als één van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde relaties. Deze situatie wordt des te ernstiger beleefd naarmate de betrokkene zichzelf minder goed in staat acht alsnog bepaalde relaties binnen redelijke termijn te realiseren dan wel verstoorde relaties te verbeteren.'
Ja, het is inderdaad de moeite waard om die zin nog een paar keer over te lezen. Dat wordt in het vervolg onder eenzaamheid verstaan. De negatieve beleving ervan. De eenzaamheid, die je niet alleen aan kunt. Eenzaamheid als een kruis in je leven, of in het leven van anderen.
Als de roerdomp
Vaak wordt eenzaamheid omschreven als 'gevoelens van verlatenheid, hulpeloosheid, troosteloosheid'. Een pijnlijk verlangen naar gemeenschap, naar contact, naar erkenning. Zo vinden we dat bijvoorbeeld in Psalm 102 : 3:
'ik gelijk in 't eenzaam kwijnen
aan de roerdomp der woestijnen
aan de steenuil in de wouden
waar geen mensen zich onthouden.'
Als u weet dat de roerdomp een mensenschuwe vogel is, die zich vooral bij verlaten poelen en plassen ophoudt, dan begrijpt u wat ermee bedoeld wordt. De slechte, de negatieve, de donkere eenzaamheid.
Er is ook een goede, een lichte eenzaamheid. Ook al ben je getrouwd en heb je volop vrienden en bekenden, ieder mens is uniek. Daar is er maar één van. In een bepaalde fase van je leven ga je dat ontdekken. Er zijn mensen, vooral jongeren, die deze fase zo bewust beleven, dat ze er apart een dagboek van bijhouden. Het is de fase, waarin je jezelf ontdekt, met al je mogelijkheden en beperktheden. Om je daarin dan vervolgens niet op te sluiten (want dat is gevaarlijk), maar ermee naar buiten te treden. Gaven, die je van God ontvangen hebt. Zwakheden, waarin je de gebrokenheid van het leven ervaart. Een faalangst, waarvoor we iedere dag Zijn hulp nodig hebben. Kleine mensen, die moeten leren alles te verwachten van de grote God. In dat leerproces van dagelijkse bekering en vernieuwing heeft de goede eenzaamheid een grote plaats. Zalig eenzaam, met God gemeenzaam. In de kleine uurtjes geeft de Heere soms zulke grote dingen te beleven. Als een roerdomp mag neerstrijken op Gods til. Als Hij de gouden korrels brood voor het hart op Zijn voerplank legt.
Een slechte eenzaamheid
Maar er is ook een slechte eenzaamheid. Iemand heeft dat eens genoemd 'de eenzame eenzaamheid'. Dat is een gevolg van de 'ik-gerichte-cultuur'. Dat is al een heel oude cultuur, maar tegenwoordig wordt die meer zichtbaar, omdat allerlei remmingen weg zijn. De mens, die staat op z'n rechten, zonder daarbij oog te hebben, laat staan hart voor de rechten van de naaste. U kent ze wel, die kille mensen, die al door hun oogopslag zo'n afstand scheppen, heel bewust kilte uitstralen.
En dan zijn er natuurlijk ook de bittere ervaringen in het persoonlijke leven. Eenzaamheid, als een verborgen agressie. Pijnlijke ervaringen in het verleden, die maar niet vergeten en vergeven kunnen worden. Ik las ergens, dat dat zelfs tot in de kinderjaren kan teruggaan. Als een kind te weinig ouderliefde heeft gehad, dan kan zich dat van binnen ophopen tot boosheid en agressie. Agressie, die mensen soms tegen zichzelf gaan richten. Ik denk aan de jongen, die zelfmoord pleegde en in een laatste bericht aan zijn ouders schreef, dat 'hij zich een belemmering voelde in hun dubbele baan'. Wat spreekt zo'n briefje vooral in onze tijd.
De regering roept enerzijds het volk op om een 'zorgzame samenleving' te zijn en anderzijds rukt ze door haar wetgeving onbewust wellicht, toch huwelijken en gezinnen uiteen. En laten we vooral niet denken, dat dit moderne levensgevoel bij kerkelijke gezinnen of alleenstaanden niet voorkomt. Elke predikant en ouderiing (en diaken?) komt ze op huisbezoek tegen. De adressen, waar je eigenlijk 'vaker' naar toe zou moeten.
Méér dan een miljoen
Er zijn in onze Nederlandse samenleving meer dan een miljoen alleenstaanden. En dat aantal zal nog groeien. Daarnaast neemt ook de verscheidenheid in samenlevingsvormen toe. Gehuwden en samenwonende ongehuwden, individuele gezinnen naast woongroepen, twee-oudergezinnen naast één-oudergezinnen, oorspronkelijke gezinnen naast stiefgezinnen, eigen ouders naast gast-ouders, alleenstaanden naast meerpersoons-huishoudens. De verwachting is zelfs, dat veel mensen in de toekomst van meer dan één samenlevingsvorm deel gaan uitmaken. Voeg daar nog bij de vergrijzing van de samenleving. De geweldige toename van het aantal bejaarden.
Alles bij elkaar een vruchtbare bodem, waarop de negatieve eenzaamheid welig kan groeien. Nel Benschop heeft dat in één van haar gedichten blijkbaar voorzien. Daarom schrijft ze:
Wanneer ik eenmaal oud zal zijn
geen mens meer langs mijn wang zal strijken
geen oog vol liefde naar mij kijken
niemand zou delen in mijn pijn.
als 'k van de vrienden uit mijn kring
ook een voor een zou moeten scheiden
en niemand mij zou begeleiden
wanneer ik naar hun graven ging;
wanneer ik daar alleen zal staan
en eind'loos eenzaam mij zou voelen
niets zou verstaan van Gods bedoelen
alléén zou komen en weer gaan,
dan zou het leven zijn ontzind
het zou te zwaar zijn om te dragen
en daarom bid ik alle dagen:
'God, roep mij vóór die nacht begint...'
Toch ben ik van mening dat de Bijbel ons ook een andere weg wijst. Als mensen van de tachtiger jaren krijgen we juist nieuwe taken. De armen van vroeger zijn de contact-armen van nu. Daarin krijgen de diakonieën ook een nieuw arbeidsveld. Het pannetje soep wordt 'een uurtje aandacht'.
Of, moet je zeggen: neen het Woord van God wijst ons een breder terrein en roept ons om dieper te graven? Daarover een volgend keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's