De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenzaamheid (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenzaamheid (3)

(Overwegingen bij een toenemend tijdverschijnsel.)

10 minuten leestijd

Dieper graven

Vorige keer stelden we vast dat de gewilde of ongewilde eenzaamheid, óók een teken is van de eindtijd. Paulus schrijft daarover in 2 Tim. 3, dat de mensen zullen worden 'liefhebbers van zichzelf. In een gerenommeerd damesblad met een vijftiental interviews over het alleen zijn vond ik dat ook duidelijk geïllustreerd. Mensen zoeken soms heel bewust de eenzaamheid (ook in de echtscheiding), om voortaan 'niet meer met anderen te hoeven rekenen'. Om je 'vrij' te voelen. Te midden van deze interviews stond er één, die mij wel zeer trof. Die geef ik onverkort aan u door.

Marte (43): 'Op één punt voel ik me erg alleen, in mijn geloof. Mijn man en mijn kinderen zijn niet gelovig. Dat kan en dat mag. We verketteren elkaar niet, we respecteren elkaar. En dat gaat allemaal heel goed. Ik weet, dat dat in gezinnen soms heel anders kan uitpakken. Wij laten elkaar daarin helemaal vrij. Dat is niet van de ene dag op de andere gelukt, hoor. Daar hebben we heel veel over moeten praten en hard aan moeten werken met z'n allen. Toch voel ik me alleen, een paar keer per dag. Ik bid voor het eten, de rest van mijn gezin niet. En juist dan voel ik me een eenling, want de maaltijd is voor mij hét samenzijn met elkaar.'

Er komt hierin iets aan de orde, dat in steeds meer gezinnen en families speelt en daarom staan we hier uitgebreider bij stil.

Babel en Bethesda

De torenbouw van Babel, waarover we in het eerste bijbelboek lezen, heeft indertijd ook plaats gevonden om de eenzaamheid te verdrijven. Door de zondeval waren niet alleen God en mens uit elkaar geslagen, maar ook de mensen onderling. Babel, de stad, moest de mensen weer bij elkaar brengen. Maar als mensen denken de breuk onderling te kunnen herstellen, zonder dat de breuk met God hersteld wordt, dan wordt dat een grote mislukking. Babel — de stad — brengt wel mensen ruimtelijk en lichamelijk dicht bij elkaar, maar de geestelijk afstand blijft. Een spraakverwarring maakt mensen onverstaanbaar voor elkaar. Nu woonden ze dicht bij elkaar, maar ze verstonden elkaar niet.

Zie je precies hetzelfde ook niet in de grote steden nu? Nergens is de eenzaamheid zo groot als juist daar, waar mensen dicht op elkaar wonen. Er staat in Joh. 5 een bijbelgedeelte, dat ons op dit punt veel te zeggen moet hebben.

Als Jezus in een feestweek naar de tempel gaat, dan slaat hij een bezoek aan Bethesda niet over. Wat een tegenstelling overigens. Vlak bij het vrolijke zingen op het tempelplein deze plaats van ellende. Bethesda, het betekent dan wel 'huis der barmhartigheid', maar hoe komt zo'n plaats met zóveel ellende aan zo'n naam? Kwam dat misschien, omdat er af en toe een wonder gebeurde, en er daarom te midden van alle ellende altijd nog hoop was? Want hoe ernstig en langdurig sommige ziekten ook waren, echt ongeneeslijk was daar niemand. Vanwege het wonder, dat af en toe gebeurde. Alleen... je moest wel iemand hebben, die je naar het wonder toebracht. En als je daar naar kijkt, was er toch één ongeneeslijk zieke. De man, die moest zeggen 'ik heb geen mens'. Zo staat het letterlijk in de bijbel. En het is duidelijk, wat hij daarmee bedoelt te zeggen. Geen mens om mij naar het wonder toe te brengen. Die blindgeborene uit Joh. 9 had nog ouders. Die verlamde in Kapernaüm had nog vier vrienden. Maar hij had geen mens.

En uitgerekend tegen déze man heeft Jezus gezegd: er is iets, dat is nóg erger (vers 14). Er staat niet bij wat dat is. Maar dat lijkt mij toch uit het verband wel duidelijk. Nóg erger is, wanneer je moet zeggen 'ik heb geen God'. De zegenrijke aanraking van Christus had deze man niet onmiddellijk vrienden gegeven. Toch werd het voor hem onverwacht feest door het Hoge Bezoek, dat Christus hem bracht.

Wat onze samenleving nodig heeft, dat is dat we bij de toenemende vereenzaming van de mens weer leren de grondoorzaak op het spoor te komen.

Luther worstelde met de vraag om een 'genadige God'. Die worsteling gaat dieper én geeft ook antwoord op de vraag naar een 'genadige medemens'.

Jezus heeft waarschijnlijk maar eenmaal langs de Bethesda-route het tempelplein betreden. Maar deze ene keer is toch voldoende om ons te wijzen op een aantal specifieke taken van de gemeente van vandaag.

Mensen hebben mensen nodig

De klacht van de man uit Bethesda 'ik heb geen mens' werd voorafgegaan door een vraag van Jezus aan hem. 'Wilt gij gezond worden'. Eigenlijk een heel opmerkelijke vraag. Wie wil dat niet, gezond worden? Toch stelt de Heere nooit overbodige vragen aan mensen. Blijkbaar zijn er mensen, die van hun kwalen (ook die van vereenzaming) niet willen worden afgeholpen.

En ik denk weleens: dat speelt óók in de euthanasie-problematiek een rol. Op de vraag 'wilt gij gezond worden, beter worden, nog verder leven' wordt door anderen een antwoord gegeven dan de meest belanghebbende. Trouwens in die vraag 'wilt gij gezond worden' hoor ik ook een dringende vraag aan onze huidige verziekte samenleving. Abortus, euthanasie, zelfmoord, vereenzaming, het zijn alle tekenen van één en hetzelfde verschijnsel: onze samenleving is door en door ziek. En een wetgeving, die zich bij dat ziektebeeld neerlegt, is in het licht van de bijbel mens-onwaardig. Als die vraag niet meer gesteld mag worden 'wilt gij gezond worden', dan betekent dat, dat er in onze samenleving geen plaats meer is voor een Bethesda. Maar in Spreuken 12 : 10 werden we daarvoor al gewaarschuwd 'de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed'.

In Joh. 5 vinden we ook heel duidelijk de diakonale taak van de gemeente voor de tachtiger jaren aangewezen. Mensen hebben mensen nodig. Op eigen kracht kon de langdurig zieke niet bij het wonder komen. Daar had hij een mens voor nodig. Iemand, die hem bij het water bracht, als het geneeskrachtig was. Voor hem ontbraken mensen; daarom doet Jezus het. Als de grote Ambtsdrager. Mensen brengen waar ze op eigen kracht niet kunnen komen. Een prachtige opdracht juist voor onze tijd.

Geloven in het wonder

Bij de nieuwe visies op 'de mens als object voor de hulpverlening' komt steeds luider en duidelijker naar voren, dat 'de mens recht heeft op zijn eigen keuzen'. Dat kan ook een keuze zijn voor eenzaamheid. Of een keuze voor euthanasie of zelfmoord. Ook in de psychiatrie speelt dat. De autonome mens, die vrij is in zijn of haar keuzen. Daarbij wordt vergeten, dat die keuze mede wordt bepaald door de samenleving, waarvan we deel uit maken. En dat ook je direkte omgeving daarop een grote invloed heeft. Als we daarbij overwegen, wat de catechismus zegt in zondag 2 over de mens, die van nature geneigd is om God en zijn naaste te haten, dan komen deze 'keuzen' wel heel indringend op ons af. Soms moet de mens tegen zichzelf en tegen zijn zondige samenleving in bescherming worden genomen.

Het pessimisme, de neerslachtigheid, de sombere ondertoon van het zogenaamde moderne levensgevoel hoorde ik onlangs in een liedje, dat op het ogenblik zijn duizenden schijnt te verslaan:

Ik houd van alle ogen, ik kijk er zo graag in, hoe meer ik word bedrogen, hoe meer ik ze bemin.

In dit liedje wordt ook nog met andere woorden over 'groot verdriet' gesproken, omdat de dichter zegt geboren te zijn met een hart, dat te groot is voor één vrouw, en daarom 'trouwt hij niet'.

Als christelijke gemeente in de eindtijd, lijkt mij allereerst onze opdracht dat we ons niet neerleggen bij de toenemende liefdeloosheid en vereenzaming. Dat we blijven geloven in het wonder. God de Heere is machtig om ook 'hopeloze tendenzen' of 'hopeloze gevallen' door de kracht van Zijn woord weer uitzicht te geven. Niet alleen uitzicht na dit leven, maar ook tijdens dit leven. Voor Hem ligt Bethesda nog even ver van Jeruzalem als eertijds, dat wil zeggen: er vlak bij.

En Hij is machtig om door Zijn Woord en Geest ook in onze tijd wonderen te doen, ook als het gaat om herstel van gemeenschap. In Markus 10 vinden we daarvoor een rijke belofte. Daar gaat het over mensen, die door Zijn genade nog geloven in de kracht van Zijn Woord.

Dat geloof maaktt soms ook eenzaam. Dat tast ook familie en vroegere vriendschapsrelaties aan. Maar in vers 30 staat, dat daarvoor óók reeds hier op aarde veel in de plaats komt. Hij geeft nieuwe contacten ook in het intermenselijk verkeer. Geestelijke banden, die intenser zijn dan natuurlijke banden. Aan dat geloof zullen we ook in het diakonaat handen en voeten hebben te geven. En dat begint met 'geloven in het wonder dat God doet'. En voorts: 'wie naar de tempel (zeg: naar de kerk) gaat, die moet weten, dat Bethesda er vlak bij ligt.' Dat we er niet zomaar aan voorbij mogen lopen. Dat we vanuit het Woord van God een hoopvol bericht hebben voor mensen in onze tijd, die 'geen mens' hebben.

De witte-pomphouders

Als één van de aantrekkelijke kanten van de evangelische groepen en kringen hoor je vaak aanhalen: daar is het nog klein en overzichtelijk en daar hebben ze binnen de gemeente ook nog oog voor elkaar. En als een van de nadelen van de kerken hoor je dan zeggen: dat is vaak zo'n 'log' lichaam en zo door tradities gebonden, dat er eigenlijk niet kan worden ingespeeld op de vragen en behoeften van de eigen tijd. Grote kerkgebouwen hebben ook iets onpersoonlijks en vervreemdends.

Het bevordert de afstandelijkheid.

Evangelische-en Pinkstergroepen hebben daarom zo'n aantrekkingskracht. Daar kennen ze elkaar nog persoonlijk en daar vind je meer warmte.

Misschien zou je die evangelie-gemeenten (die her en der ontstaan en zich verder splitsen) de witte-pomphouders van het kerkelij­ke leven kunnen noemen. Net als de grote oliemaatschappijen betrekken zij hun olie uit hetzelfde evangelie (Zach. 4 : 2 en 3), maar om verschillende redenen zijn hun aanbiedingen 'cliënt-vriendelijker'. Net als de witte pompen zitten ook zij niet langs de hoofdwegen van het openbare leven met de al uit de verte zichtbare 'verkooppunten' in de vorm van monumentale kerkgebouwen, maar ze hebben wel hun 'marktaandeel', en ik moet u eerlijk zeggen: ik tank er zelf ook weleens graag.

Nu moeten we het gemeenteleven in zulke kleine, overzichtelijke groepen niet al te paradijselijk voorstellen. Ook daar is vereenzaming en zelfmoord. Toch kunnen we er als kerken wel het een en ander van leren. Wat zijn diakonale taken in het licht van dit onderwerp? Waar moeten we als gemeenten bij de keuze van onze diakenen vooral op letten? Wat is het diakonale deel in het 'ambt' van alle gelovigen? ' Wat betekent voor ons, dat 'de diaken wel voor de gemeente mag uitlopen, maar er niet met de opdracht vandoor mag gaan' (A. Noordegraaf)? Kortom vragen genoeg voor een volgend artikel. Nu alvast ter overweging dit gebed:

Geef, dat mijn leven zij, o Heer', een blij vertroostend lied dat anderen helpt om sterk te zijn waardoor ik zelf geniet.

Geef dat mijn leven zij, o Heer', een staf, der zwakken steun. En dat ik niet op eigen kracht verstand of voorspoed leun.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eenzaamheid (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's