De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkisme en Oecumenisme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkisme en Oecumenisme

7 minuten leestijd

Ismen hebben een verdachte klank. Dat geldt zeker voor de woorden, die ik boven dit artikel plaats. Er zijn evenwel ismen, die positief te waarderen zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de aansluiting bij kerkvaders. Het Calvinisme is er een voorbeeld van. En als we dan toch tot negatieve waardering komen dan heeft het te maken met de ideeën van degene die men navolgt. Een calvinist kijkt negatief tegen het marxisme aan. Maar een marxist zal ook met het calvinisme niet zoveel op hebben. Deze gevoelens spelen echter in de woorden van dit artikel geen rol. Kerkisme is een negatief geladen begrip, oecumenisme — zoals ik het in parallel met kerkisme maar gebruik — heeft dat eveneens.

Van kerk tot kerken

Waarom toch is de geschiedenis van de kerk de eeuwen door een geschiedenis van kerkscheuringen geweest? Me dunkt omdat enisme niets dieper ingrijpt in het leven als religieuze overtuigingen. Toen Lucas zijn evangelie schreef realiseerde hij zich dat velen ter hand genomen hebben 'om in orde te stellen een verhaal van de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben'. Welnu, zo zijn er de eeuwen door duizenden en tienduizenden geweest die 'in orde' gesteld hebben wat voor hen volkomen zeker was. De christenheid heeft vertolkers van de boodschap van Christus gehad van allerlei overtuiging. En telkens weer wanneer er een kwestie, een religieuze kwestie was stelde iemand een geschrift op. En op die geschriften werden weer kerken gefundeerd. Zo gaat het tot op de dag van vandaag. Bij elke nieuwe kerkscheuring is er wel een geschrift, waarin verantwoording wordt, gedaan van wat 'onder ons' volkomen zekerheid heeft. En zo is de kerk van Christus verbrokkeld tot kerkjes. En in die kerkjes tiert het kerkisme welig.

Kerkisme heet als gezegd een negatieve gevoelswaarde. Laat ik het echter eerst positief duiden. Als men opkomt voor eigen kerk, deze beschermt tegen aanvallen van buiten dan zit daarachter dat men in die kerk — als het goed is — het levenwekkende Woord Gods heeft gehoord, op een wijze die het hart raakte. Toen ds. J. P. Paauwe begraven werd werd op zijn graf gezongen 'niet een profeet is ons tot troost gebleven'. Toen we die psalm afgelopen zondag op de lippen namen moest ik eraan denken en de prediker borduurde erop voort. Hij gaf ook een positieve invulling aan het zingen van die psalm op het graf van een onvergetelijke leraar. Op het moment dat zo'n dienaar van het Woord heengaat is een dergelijke psalm van ingrijpende betekenis. Natuurlijk zijn er nog vele andere profeten gelaten. Maar juist die éne viel weg. Zulk een expressie hoeft nog geen negatief kerkisme te zijn. Wanneer men tot in het diepst van het hart door het Woord werd geraakt door de prediking zal er liefde overblijven tot de kerk waarin dat geschiedde.

Kerkisme heeft evenwel vooral een negatieve gevoelswaarde omdat daarachter zit een min of meer fanatieke liefde tot eigen kerk met voorbijzien van het werk dat de Heere God ook in andere kerken doet. Wanneer we op de man af zouden vragen of het werk des Heeren wijder is dan de eigen kerk zal dit volmondig worden beaamd. Maar in de kerkelijke praxis blijkt het tegendeel. Het is evenwel zonneklaar dat in alle godsdiensttwisten, die zich in de loop der geschiedenis hebben voorgedaan, met als consequentie een veelheid van kerken, waarheidselementen meegingen met de kerk die zich afscheidde en waarheidselementen achter bleven in de de kerk, waarvan men afscheidde. Dit lijkt een breed oecumenische visie. Ik wil er echter slechts mee benadrukken dat elk weldenkend christen toch zal beseffen, dat de kerk van Christus wereldwijd is en niet is opgeborgen in eigen kerk of groepering. Waar het gezag van het Woord Gods wordt gehonoreerd is de kerk van Christus. En wie Christus lief heeft zal Zijn kerk liefhebben, waar die zich ook openbaart in deze wereld. Wie gelooft in Christus als het Hoofd der kerk, het Hoofd van Zijn gemeente kan niet een deel van het Lichaam als het enige ware erkennen.

De andere kant

De andere kant van dit verhaal is het oecumenisme. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom het woord oecumene gekozen is voor de beweging, die eenheid van kerken bedoelt; hoewel de praktijk van de oecumene wel is dat men de 'gehele bewoonde wereld' in het blikveld kreeg, waardoor men vaak de kerk van Christus uit het oog verloor. Maar laat ik nu ook het begrip oecumene op de meest positieve wijze beoordelen. Mensen lijden aan de verdeeldheid van de kerk. We hebben nauwe relaties, diepe vriendschappen met mensen, die tot een andere kerk behoren dan die wij lief hebben maar het is onmogelijk om samen aan te zitten aan de tafel des Heeren. Dat kan een diep schrijnende pijn geven. We beseffen dat er een moment zal komen, een eeuwigheid zelfs, dat we niet alleen met Abraham, Izak en Jacob aan de tafel zullen aanzitten maar ook met hen van wie we hier kerkelijk gescheiden leefden. Uit kerkistische overwegingen staan mensen hier tegenover elkaar maar ze zullen eenmaal, als na de dood het leven hen bereid is, ontdekken dat ze broeders en zusters waren. Wonderbare ontdekking. Daarom is het goed te begrijpen dat mensen gedreven worden door een oecumenisch verlangen. Opdat zij allen één zijn... Het is inderdaad een woord uit de Schrift. En wanneer inderdaad het godsdienstige het meest ingrijpende is in het menselijke bestaan dan zal ook de relatie met hen, die de Heere Jezus in onverderfelijkheid hebben lief gekregen, een essentiële dimensie geven aan het rehgieuze leven. Vriendschappen en relaties zijn des te dieper naarmate ze geestelijker van aard zijn.

Maar dan nu die negatieve kant, verwoord in het isme: oecumenisme. Velen willen vandaag de door de eeuwen verdeelde kerk van het ene moment op het andere omsmeden tot één kerk. Dat zal wel samenhangen met onze dynamische eeuw, waarin van het ene moment op het andere revolutionaire ontwikkelingen zich voltrekken. Maar een kerk, die al zoveel eeuwen in steeds kleinere delen werd opgedeeld, wordt niet van het ene moment op het andere weer één. Ik ga niet zover als prof. Douma, die zegt dat het zal blijven kraken en scheuren tot de jongste dag. Daarvoor ben ik teveel overtuigd dat de profetie van de tien mannen uit de heidenen, die de slip van een Joodse man zullen grijpen en zeggen zullen 'we zullen met u gaan omdat we gezien hebben dat de Heere met u is' in vervulling zal gaan. Maar anderzijds zijn er zulke grote kloven binnen de christenheid ontstaan, met diep in het hart van de mensen ingekerfde godsdienstige overtuigingen, dat een spoedige eenwording van de kerken niet te verwachten is. Daarom is oecumenisme net zo negatief te waarderen als kerkisme. Eigenlijk is het op dezelfde leest geschoeid. Oecumenisme is in feite ook kerkisme. Van de weeromstuit kiest men voor één grote wereldwijde kerk. Daar loopt men warm voor. Ook dat kan fanatieke vormen aannemen, zó zelfs dat men weigert zich bij een kerk aan te sluiten omdat men alleen gelooft in de wereldwijde broederschap. Hier raken de uitersten elkaar. De buitenkerkelijke conventikels zijn er een voorbeeld van. Maar het komt ook voor op wereldwijde oecumenische congressen, dat de congresgangers de zondagse kerkdiensten van de gemeente in de plaats waar men congresseert, niet bezoekt. De kerk van de oecumene heeft geen relatie meer met de concrete kerk van Christus, zoals die zich, in alle verdeeldheid overigens, manifesteert.

Oecumenisme kan dan intussen ook gewoon fanatiek kerkisme zijn. Wat bij de één verengd is, is bij de ander verbreed.

De gemeente

De gemeente van Christus wordt bewaard tussen kerkisme en oecumenisme.

De gemeente van Christus zal ook vandaag het Woord Gods bewaren. Die gemeente zal er zijn tussen kerkisme en oecumenisme in. Daar waar het Woord Gods gepredikt wordt is de kerk van Christus. We zullen er ons in verheugen wanneer we van zegen op de prediking van het Woord Gods horen, waar dan ook. Dat geeft de dolksteek aan elke vorm van kerkisme.

En als dan vandaag de gemeente in het gedrang komt, door oecumenistische gedachtengangen, die zich kerkelijk breed maken, dan denken we maar aan het Woord van Christus, namelijk dat waar twee of drie vergaderd zijn in Zijn naam, Hij ook in het midden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerkisme en Oecumenisme

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's