De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Ik heb Jezus aangenomen' (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Ik heb Jezus aangenomen' (2)

Met het oog op de jongeren

7 minuten leestijd

Bevel

De belijdenis van de verkiezing sluit het appèl niet uit. De Dordtse Leerregels, waarin deze belijdenis een centraal gegeven is, spreken zelfs van een bevel. In hst. 2, V wordt gezegd, dat het Evangelie zonder onderscheid moet worden verkondigd en voorgesteld, met bevel van bekering en geloof.

Het is overigens de moeite waard om dit belijdenisgeschrift met het oog op ons onderwerp eens geheel door te nemen. Ik stip enkele gedeelten aan. In hst. 3/4, XI lezen we — waar ik de vorige keer al over schreef — dat de Heilige Geest door de prediking van het Evangelie het verstand verlicht, het hart opent en nieuwe hoedanigheden in de wil stort en 'maakt dat die wil, die dood was, levend wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspannig was, gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt dien wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen'.

Zo wordt in de wedergeboorte de wil vernieuwd. En dan lezen we in hst. 3/4, XII: 'En alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar, van God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf. Waarom ook terecht gezegd wordt, dat de mens door de genade, die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert'.

Dus: het is waar, dat God het geloof gééft (dat is — om zo te zeggen — Gods kant) en het is ook waar, dat de mens zelf gelooft (dat is onze kant). En van dat laatste geldt: door de genade die hij ontvangen heeft. In zijn totaliteit is het dus geheel Gods werk. Dit wordt in hst. 3/4, XIV nader verwoord. Daar lezen we: 'Zo is dan het geloof een gave Gods' en even verder lezen we, dat 'Hij die daar werkt het willen en het werken, ja, alles werkt in allen, in de mens teweegbrengt beide, de wil om te geloven en het geloof zelf'.

Het is duidelijk, dat de Heilige Geest niet in de mens werkt als in 'stokken en blokken' (hst. 3/4, XVI)!

Onderscheid taal en theologie

Het is dus voluit gereformeerd om niet alleen oog te hebben voor Gods kant maar ook voor onze kant in het geheel van Gods werk. Bij dit laatste hebben we het dan over datgene wat de Heilige Geest in ons doet en waartoe Hij ons beweegt en wat wij kunnen door de genade die wij ontvangen: geloven, ons bekeren, kiezen, tot Christus komen. Hem aannemen... Dit zijn zuiver bijbelse woorden en uitdrukkingen, hoewel ze ons wellicht arminiaans in de oren klinken. Daarom is het goed om onderscheid te maken tussen taal en theologie. Wat taalkundig gezien arminiaans klinkt, hoeft theologisch gezien nog niet arminiaans te zijn. Aan de taal op zich is dus niet direct af te leiden of iemand arminiaans is of niet.

Het zijn met name evangelische christenen wie nogal eens arminianisme wordt verweten. Nu ontbreekt bij evangelische christenen veelal een duidelijke theologie. De meesten van hen missen ook het bewustzijn van allerlei theologische geschillen waar in de geschiedenis van de kerk over gestreden is en waardoor ook allerlei dogma's zijn geformuleerd en belijdenissen zijn ontstaan. Zij 'zitten' daarom niet zo op de leer als wij. Zo kennen zij ook niet de binding met de drie formulieren van enigheid zoals wij die kennen, hoewel zij een niet te betwijfelen getuigenis afleggen van hun bijbelgetrouwheid.

Bewogenheid

Wat wij hij evangelische christenen wel veel aantreffen, is een sterk missionair roepingsbesef en ook een grote bewogenheid met hen die Christus niet kennen en daarom een verloren leven leiden en — als daar niets in verandert — een verloren toekomst gaan. Dit besef en deze bewogenheid uiten zich vaak in de vorm van een appèl. Door deze vorm en de bewoording die dan gebruikt wordt, wordt de aandrang die op mensen uitgeoefend wordt verstrekt. Ik hoor daar iets in van wat we ook bij Paulus vinden — enerzijds: 'Indien ik het Evangelie verkondig, het is mij geen roem, want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig! (1 Kor. 9 : 16) en — anderzijds: Wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen' (2 Kor. 5 : 20).

In het algemeen kan gezegd worden, dat een ieder die een sterk missionair roepingsbesef heeft de kans loopt van arminianisme beschuldigd te worden (wie het Evangelie niet uitdraagt, loopt die kans in ieder geval niet). En wat dan opvalt is, dat zo'n beschuldiging veelal met name komt vanuit een hoek waar dat besef en die bewogenheid omtrent het 'lot' van de verloren naaste niet of nauwelijks aanwezig zijn...

Allergisch

Het probleem is, dat wij in de gereformeerde traditie door het geschil tussen Gomarus en Arminius allergisch geworden zijn voor woorden die door het gebruik in de arminiaanse theologie een bepaalde klank hebben gekregen. Ze zijn voor ons als het ware besmet geworden. Als wij deze woorden in de Bijbel tegenkomen, dan lukt het ons haast niet om ze onbevooroordeeld te lezen. En uit vrees van arminianisme beschuldigd te worden (een vrees die op zich overigens zeer gegrond is) hebben velen in de gereformeerde traditie deze woorden uit hun vocabulair geschrapt. Waarmee de vraag kan worden gesteld of daarmee niet tegelijk een stukje van de gereformeerde theologie is weggeschrapt en of zo ook niet veel lijdelijkheid en passief afwachten op het terrein van het geloof te verklaren is.

Wij moeten ons echter de woorden die hier in het geding zijn niet laten ontvreemden en laten annexeren door de arminiaanse theologie! Wij moeten ons uit reactie op het arminianisme er niet toe laten verleiden de ogen te sluiten voor de daad-kant van het geloof, voor datgene waartoe de Heilige Geest ons beweegt als Hij ons leven binnenkomt, nl. om Christus en al zijn weldaden aan te nemen!

Geloof en verwachting

De gereformeerde theologie leert geen lijdelijkheid. En waarlijk gereformeerde prediking kweekt geen passiviteit. In het raam van de belijdenis van de volstrekte souvereiniteit van God is er ruimte voor het appèl, omdat de Heere een appellerend God is en omdat Zijn Woord een appellerend Woord is.

Wij mogen het Evangelie heel appellerend bij de deur van mensenharten neerleggen. Wij mogen hen die van Christus niet weten heel dringend nodigen om tot Hem te komen. Het is voluit bijbels om dit zo onder woorden te brengen. We nemen hierin de woorden van Jezus Zelf over.

De arminiaan zal hierbij uitgaan van een wilsbeslissing die genomen moet worden. Het is gereformeerd om hierbij uit te gaan van de soevereiniteit van de Heilige Geest, die zondaars tot een geloofsbeslissing brengt. De Geest kan een appèl dat wij op iemand doen in de Naam van Christus gebruiken. In de praktijk van Zijn werk gebruikt Hij ook daadwerkelijk appèls. Of ze door ons nu taalkundig als zodanig worden geformuleerd of niet!

Wij geloven in de Heilige Geest. Wij geloven, dat de Heilige Geest een zondaar van het ene moment op het andere van dood levend kan maken. Wij geloven, dat dat moment het moment kan zijn waarop wij een appèl laten uitgaan.

Welnu, dat geloven evangehsche christenen, die misschien nog nooit van Arminius hebben gehoord en die er geen duidelijke theologie op nahouden en daarom allerlei verschillen niet zo op een rijtje hebben staan, ook. Misschien dat gezegd moet worden, dat er bij evangelische christenen meer geloof is in en verwachting van het soevereine werk van de Heilige Geest is dan bij degenen die hen zo lichtvaardig van arminianisme beschuldigen.

Misschien zijn veel evangelische christenen op het punt van het werk van de Heilige Geest veel gereformeerder dan wij denken. Misschien zijn veel evangelische christenen op dit punt veel gereformeerder dan veel gereformeerden.

C. G. Geluk (HGJB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Ik heb Jezus aangenomen' (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's