De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus de Christus (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus de Christus (2)

10 minuten leestijd

Wie zegt gij, dat Ik ben?

Wie zegt gij, dat Ik ben?

De schare was teleurgesteld, dat Jezus Zich niet aan het hoofd wilde stellen van de Zeloten. Waarom kwam Hij aan hun - verlangens niet tegemoet? Waarom bevrijdde Hij hen niet van hun onderdrukkers? Waarom herstelde Hij niet het koninkrijk van David? Hebben ook de discipelen dit niet moeten verwerken? Na de vermenigvuldiging van de broden stuurt Jezus hen de zee van Tiberias op. Daar breekt de storm los en zij dreigen te vergaan. Maar Jezus wandelt over de golven van de dood. Hij gebiedt over de wind en de zee en ze zijn Hem gehoorzaam. Hij heeft een machtt die zij nog niet kennen. Zijn majesteit is van een andere orde. Ze is niet van de aarde maar uit de hemel. Ze is niet uit de mensen, maar uit God. Daarop belijden zij: 'Waarlijk Gij zijt Gods Zoon' (Matth. 14 : 32). Ondertussen wordt er onder het volk druk gepraat over de vraag wie Jezus nu eigenlijk is. Hij doet tekenen en wonderen. Maar Hij vindt geen aansluiting bij de Schriftgeleerden en Farizeën. 'Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden' (Matth. 15 : 14). Aan een heidense vrouw deelt Hij het brood, dat voor de kinderen bestemd was, uit. Dit brood is de genezing van haar dochter. Haar aanhouden bij Jezus houdt Hij voor geloof. 'O vrouw, groot is uw geloof; u geschiede gelijk gij wilt' (Matth. 15 : 28).

En dan ineens stelt Jezus aan Zijn discipelen de vraag: 'Wie zeggen de mensen, dat Ik de Zoon des mensen ben?' Sommigen zeggen: Johannes de Doper, de voorloper van de Messias. Anderen: Elia. Weer anderen: Jeremia of één van de profeten.

'Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordende zeide: Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God'. In de spraakverwarring van dat moment is dat heel opmerkelijk. Deze belijdenis is niet ontsproten aan de verlichte rede. Noch de consequentie van de politieke aspiratie. Noch het signaal van de geestelijke overheid. Noch de plechtige proclamatie van de Romeinse stadhouder.

Nee dit is de belijdenis van een eenvoudig visser, die door het machtwoord van Jezus gevangen is. Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God. Jezus de Christus. De Christus, van Wie Mozes en de profeten gesproken hebben.

Hoe komt Petrus aan deze belijdenis? Het is niet de openbaring van vlees en bloed. Ze komt uit de hemel. Ze is van de Vader. Mijn Vader, die in de hemelen is, heeft u dat geopenbaard. En op deze petra, op deze belijdenis bouwt Jezus Zijn Gemeente.

Verstaat Petrus wat hij zegt? Even later blijkt al van niet. Wat Jezus zegt over Zijn aanstaande lijden en sterven past niet in zijn verstaan van deze belijdenis. In Petrus' resolute afwijzing van de kruisweg blijkt hoezeer zijn Messiasverwachting politiek-militant is gekleurd. Hij meent zich zelfs te kunnen veroorloven om Jezus te bestraffen. Hij zal het zwaard wel ter hand nemen om de zaak van Jezus de Christus te redden.

Verstaat de kerk van vandaag nog wat dat zeggen wil: Gij zijt de Christus de Zoon van levende God? Is niet de hoogmoed ten top gestegen als wij denken het Koninkrijk Gods met geweld op aarde te kunnen vestigen? Met het zwaard van de revolutie? Het ergste daarbij is niet, dat het zwaard ter hand genomen wordt. Het ergste daarbij is dat daarmee het kruis van Christus geweld wordt aangedaan.

Opstand en onderdrukking

Wat al te gemakkelijk wordt uit Jezus' radicale opstelling tegenover de Farizeën en Schriftgeleerden geconcludeerd, dat Hij Zich daarmee revolutionair tegen de gevestigde orde gekeerd zou hebben. Maar wie dat beweert, gaat voorbij aan Jezus' even radicale afwijzing van het revolutionaire verzet tegen de Romeinse onderdrukking. Dat laatste wordt ons pas goed duidelijk als we niet alleen maar kennis nemen van het conflict tussen de Heere Jezus en het Sanhedrin, maar ook van de revolutionaire woelingen van die tijd en van de uitspraken, die Jezus met betrekking tot de revolutie gedaan heeft.

Als Jezus bij Zijn onrechtmatige en verraderlijke gevangenneming in de hof van Gethsemané tot Petrus zegt: 'Keer uw zwaard weer in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen zullen door het zwaard vergaan', moet dit bevel gezien worden tegen de achtergrond van die tijd. Hij buigt onder het zwaard van de overheid, maar wijst het zwaard van de revolutie af (Matth. 26 : 52).

Om wat meer inzicht te krijgen in de omstandigheden van die tijd, moeten wij weten, dat ongeveer een half jaar voor het paasfeest, waarop Jezus gevangen genomen is, er tijdens het loofhuttenfeest een door de Zeloten beraamde opstand door Pilatus met harde hand is neergeslagen (Des Josephus Flavius jüdischer Krieg). Op drie plaatsen tegelijk zou de opstand losbarsten. Bij het rechthuis van Pilatus, bij het brandofferaltaar in de tempel en in Siloam (Joseph Pickl, Messiaskönig Jesus, p. 45). Tijdens de grote feesten was in Jeruzalem een grote schare op de been. Dat was voor de Zeloten de beste gelegenheid om een opstand te beginnen. Als de eerste aanslag zou slagen, zou het volk weldra met de Zeloten tesamen een volledige omverwerping van het Romeinse gezag kunnen bewerken. Zoals evenwel wel meer gebeurd is, zo gebeurde ook bij deze op het loofhuttenfeest beraamde opstand, de opstand werd verraden en Pilatus was daardoor in de gelegenheid om tijdig maatregelen te nemen om de opstand in de kiem te smoren. Op de plaatsen waar de opstand zou beginnen waren diverse Romeinse soldaten vermomd aanwezig om de opstandelingen neer te kunnen slaan. En zo is het ook gebeurd. De Zeloten hadden nog maar net het sein tot opstand gegeven of ze werden door de Romeinse soldaten met knuppels doodgeslagen. Die nog niet direct dood waren werden in de paniek, die onder de schare uitbrak onder de voet gelopen. Het is niet uitgesloten, dat het bericht in Lukas 13 over de Galileërs, wier bloed Pilatus gemengd heeft met hun offeranden met dit neerslaan van de opstand te maken heeft.

Opmerkelijk is nu we weten van deze beraamde opstand, dat Jezus juist niet naar dit loofhuttenfeest is gegaan. Toen Zijn broeders Hem uitnodigden om toch ook naar dit feest te gaan, antwoordde Jezus: 'Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld' (Johannes 7 : 8). Jezus laat Zich op geen enkele manier met het Joodse verzet vereenzelvigen. Hij is niet gekomen om Israël te bevrijden van de Romeinen. Nee, Hij bevrijdt van een veel verschrikkelijker macht. Dat is de macht van de zonde en van de duivel. Hiertoe is Hij in de wereld gekomen om de werken des duivels te verbreken (1 Joh. 3:8). Hij heeft door Zijn sterven teniet gedaan, die het geweld van de dood had, dat is de duivel (Hebreen 2 : 14).

Jezus tegenover Barabbas

Als Pilatus merkt, dat hij het Joodse Sanhedrin tegen zich krijgt in zijn poging om Jezus vrij te laten, neemt hij de toevlucht tot zijn gewoonte om op het paasfeest iemand los te laten, die het volk begeerde. Ze hadden toen een welbekende gevangene Barabbas. Pilatus vraagt dan de schare wie van de twee hij zal loslaten, Barabbas of Jezus.

Wie is deze Barabbas? Markus en Lukas vertellen van hem, dat hij in een oproer een moord gepleegd heeft (Markus 15 : 7 en Lukas 23 : 19). Barabbas is dus niet maar één of andere zware crimineel. Neen hij is een politieke gevangene, die met behulp van geweld zijn politieke doeleinden heeft trachten te verwezenlijken. En wat kan dat in deze tijd anders zijn dan een poging om Israël te bevrijden van de onderdrukkers. Matthëus duidt hem aan met de titel 'welbekende gevangene' (Matth. 27 : 16). Dat is de titel voor de bendeleider van de Zeloten (Kittel, Theological dictionary of the New Testament).

Flavius Josephus vertelt ons dat het de gewoonte was van de Romeinen om de bendeleider van een verzetsbeweging levend gevangen te nemen en hem in het openbaar terecht te stellen. Dem Volke zur Lehre, Roma zur Ehre. Het volk tot lering, en Rome tot ering.

Wie is deze Barabbas anders dan de rebellenleider, die bij de hardhandig neergeslagen opstand tijdens het laatst gehouden loofhuttenfeest door de Romeinen is gevangen genomen? (Josef Pickl, Messiaskönig Jezus).

Ondertussen hebben de overpriesters en de Farizeën bij hun overlevering van Jezus geïnsinueerd, dat Hij het volk aanzet tot opstand tegen de Romeinse overheid. 'Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt de keizer schattingen te geven, zeggende dat Hijzelf Christus de Koning is.' De titel 'Koning der Joden' wordt door de overpriesters dus politiek-militant gekleurd. Daarop volgt de ondervraging door Pilatus: Zijt Gij de Koning der Joden? Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelf of hebben het u anderen van Mij gezegd? Pilatus antwoordde ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? Jezus antwoordde: 'Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier' (Johannes 18 : 33-36). Jezus ontkent op geen enkele wijze dat Hij de Christus is.

Evenmin, dat Hij Christus de Koning is. Alleen maakt Hij Pilatus duidelijk, dat er niets revolutionairs steekt in Zijn Christus-zijn. Zijn Koninkrijk is niet naar wereldse maatstaven af te meten. Het is niet van aardse makelij. Het is hemels. Dat wil zeggen: niet revolutionair. Anders zouden Zijn dienaren voor Hem gestreden hebben. Daarop wil Pilatus weten, wat dan Zijn Christus-zijn nog inhoudt? 'Zijt Gij dan een Koning?' Je zus antwoordde: 'Gij zegt dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een ieder die uit de waarheid is hoort Mijn stem' (Johannes 18 : 37). Hij is het vleesgeworden Woord, die gekomen is om van Gods waarheid getuigenis te geven. Anders dan de overpriesters hebben geïnsinueerd.

Anders dan Barabbas. Hij wordt door Pilatus wel met Barabbas op een tweetal gezet, maar niet omdat Hij hoe dan ook Zich met de verzetsbeweging van Israël heeft ingelaten.

Barabbas is de man van het zwaard. Jezus is de Man van Zijn Woord. Is dat dan alleen maar een woord? Nee het is daadkrachtig. Het roept dode zondaren uit de dood tot het leven. Het zet aan tot een geestelijke strijd, want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed. Barabbas zoekt door middel van geweld het vrederijk op aarde te vestigen. Jezus kwam om de straf te dragen, die ons de Vrede aanbrengt. Niet door geweld, maar door als een misdadiger te lijden en te sterven. Zo is Jezus de Christus.

Heeft Hij dan geen kritiek op de Romeinse overheid? Is Hij dan de handhaver van de gevestigde orde? Ja en nee. Ja, want Hij heeft gezegd, dat we aan de keizer moeten geven wat van de keizer is. Zelfs de weigering om belasting te betalen is Hem vreemd. Nee, want door Zijn lijden en sterven brengt Hij de Romeinse hoofdman met Zijn soldaten tot belijdenis: Waarlijk deze Mens was Gods Zoon. Deze belijdenis doet het Romeinse rijk op zijn grondvesten schudden. Het is zoals een Roemeense predikant antwoordde aan een man van de communistische partij, toen deze hem na zijn gevangenneming vroeg: wie heeft er nu overwonnen? Christus of de partij?

Deze dienaar van Christus gaf van de waarheid getuigenis: de partij zal overwinnen. En als de partij zal overwonnen hebben, dan zal Christus overwinnen.

De volgende keer zullen we zien, waarom het volk uiteindelijk partij koos voor Barabbas tegen Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jezus de Christus (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's