De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

M. J. C. Blok, De brief van Judas, 113 blz., Van den Berg, Kampen 1986.

De vrijgemaakte predikant van Apeldoorn geeft in dit boekje een beknopte meditatieve verklaring van de brief van Judas, geschikt voor persoonlijke meditatie en studiekringen, ten dienste waarvan na ieder hoofdstukje gespreksvragen zijn opgenomen.

De auteur geeft in kort bestek veel materiaal, waar elke bijbellezer zijn winst mee kan doen. Op verschillende plaatsen geeft hij rake typeringen, zo in het opschrift boven hoofdstuk 9 naar aanleiding van de verzen 24-25: de kerk in de krisis looft haar heerlijke God. Jammer is m.i. dat de auteur op een aantal plaatsen toepassingen maakt in de richting van de Vrijmaking in 1944. Niet-vrijgemaakten zal dat bepaald niet aanspreken. Voorts is hij nogal ongenuanceerd in bepaalde uitlatingen. Wanneer gezegd wordt ten aanzien van het syncretisme van de gnostiek: men probeerde de verschillende godsdiensten te laten samensmelten, en er tussen haakjes aan wordt toegevoegd: Vergelijk vandaag de Wereldraad van Kerken, is dat m.i. zó niet vol te houden. Dat binnen de Wereldraad dergelijke stemmen klinken, is waar, maar wie dat zegt, moet er dan wel aan toevoegen, dat rapporten van de conferenties van de Wereldraad ook andere geluiden laten horen. Wat over de gnostiek gezegd wordt is m.i. erg mager. Was het inderdaad een verschijnsel dat zijn oorsprong heeft in de griekse wereld? Hoe zit het met de joodse heterodoxie? Het artikel van Quispel waar de auteur naar verwijst, biedt meer en betere informatie! Een drietal bijlagen over de vloekpsalmen, de dienst van de engelen en de houding naar buiten toe zijn — zonder dat me het verband met deze brief helemaal duidelijk werd — aan de uitleg van deze brief toegevoegd. Lezing van deze verklaring heeft me nog weer eens laten zien hoe geladen en actueel de boodschap is van dit kleine briefje dat in de prediking weinig aandacht krijgt. Ten onrechte.

A. N.

D. Martyn Lloyd Jones, Vrees niet, geloof alleen, .., 76 blz., ƒ 12, 90, uitg. J. H. Kok, Kampen.

M. L. Jones (1899-1981, pred. Westminster Chapel, Londen, bekend o.a. door zijn leiding van een predikantenconferentie) gaat in dit door M. A. de Korte vertaalde boekje in op het pro­bleem van de geschiedenis, aan de hand van het boek Habakuk. De profeet is verbijsterd over de ongerechtigheid van het eigen volk en hij vraagt zich af: Laat God dat maar gaan? Maar evenmin verstaat hij, hoe God de Chaldeeën zendt om het land te verderven. Het gaat over het vreemde werk Gods (Jes. 28 : 21). De mensen denken: Dat zal God nooit doen; dat zal God niet toelaten. Maar Hij voltrekt de geschiedenis naar Zijn plan. Met verwijzing naar Hab. 1 : 12v wordt in dit werkje gezegd: Geeft het Hem over! En als God Zich stil houdt? (h. 1 : 1v). Er zal toch een overblijfsel zijn. Hab. wacht op antwoord, h. 2 : 1v: Wij moeten onze vragen bij Hem brengen en dan bij Hem laten. Hab. wacht op een antwoord en verwacht een antwoord. Voor de wereld als geheel en voor ieder van ons persoonlijk zal het uitkomen dat de Heere het laatste woord heeft: Hij zal triomferen. Het is de Heere der heerscharen die Zijn heerlijkheid over de aarde brengen zal, h. 2 : 14, 20.

In aansluiting op h. 3 wordt ingegaan op het gebed. Het gebed is niet alleen smeekgebed; het moet eindigen in aanbidding! Onderstreept wordt de zelfvernedering van de van nature hoogmoedige en eigenrechtige mens. Het grote pleidooi in het gebed is: Uw werk, behoud dat in het leven..., h. 3 : 2. Wij hebben geen rechten. Hab. kent het gebed om ontferming. Het gebed van Hab. h. 3 wordt door de schrijver samengevat met 'verblijding in tegenspoed'. Die blijdschap is een rijke gave. Met een getuigenis van Gods veelvuldige zorg voor Zijn vreesachtige kerk eindigt dit boekje, dat ik gaarne ter lezing aanbeveel.

H. Bout

K. H. de Groot, Dialoog rondom Advent: Verklaring van het boek Maleachi, 102 blz. (form. 13x19), ƒ 11, 90, uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1985.

Dit boek geeft een zeer bruikbare en verantwoorde uiteenzetting van de prediking van de profeet Maleachi. In een korte inleiding wordt geschreven over de tijd van het ontstaan van het boek (430-420 v C), over het thema ervan: het is een adventsboek, over de vertaling van het boek: 'Maleachi staat op de schouders van de thora en van de overige profeten.'

De tekst die in zijn geheel is opgenomen is die van de vertaling NBG. De aard van het werk maakt een motivering van een bepaalde vertaling praktisch onmogelijk. Een enkel voorbeeld van een andere vertaling dan in de St. V. voor­ komt noem ik. Bij h. 3 : 6 kiest hij voor de vertaling: Gij zijt niet opgehouden (kinderen van Jacob te zijn). Anderen vertalen hier: Gij hebt niet standgehouden. Een ander voorbeeld van verschillende opvatting en vertaling, h. 3 : 18; hier heeft NBG tot inkeer komen en het onderscheid zien. De schrijver wil hier lezen: gij zult opnieuw het verschil zien, met verwijzing naar Matth. 13 : 24vv, naar de dag van de grote oogst. Over sommige opmerkingen is een bredere discussie wel nodig: Bij 3 : 11 wordt aangetekend: zegen en vloek richten zich in het N.T. niet meer zo sterk op de materiële kant van het leven als in het O.T.

Niet minder dan de andere profeten heeft Maleachi aan Israël aangeklaagd van ontrouw tegenover Gods verbond, daarbij worden de leidslieden niet gespaard. De priesters voorop worden als verachters van Gods Naam gebrandmerkt: zij ontheiligen het verbond der Vaderen, het verbond met Levi. In grote trouweloosheid hebben zij het heilige des Heeren ontheiligd. Zij hebben God beroofd, h. 2 : 10. Zij werpen het met de wet des Heeren op een accoordje en zelf een dwaalspoor gaande, slepen zij het volk mede, h. 3 : 7v. Al dat offeren, wat worden wij er beter van? Moet ik daar warm voor lopen? Het verbond met de Heere betekent leven en vrede. Vergeten mag niet worden dat de priesters meer te doen hadden dan offers brengen. Te weinig — ik generaliseer hier, maar m.i. niet ten onrechte — wordt herinnerd aan hun opdracht om onderwijs te geven: raadgeven en wetenschap bewaren, h. 2 : 5v, zij waren de raadgevers voor het volk, boodschappers van de Heere des heerscharen. De schrijver wijst terecht op Deut. 33 : 8v. De zonde wordt bij de naam genoemd. Hoe meer de mensen zich van God afkeren hoe harder en wreder wordt men tegen de medemens: de wetsverachting neemt toe en de liefde verkilt (Matth. 24 : 12). Ook het volk is het met God niet eens, h. 2 : 17; 3 : 13. Meineed en echtbreuk komt veelvuldig voor. Ik haat de echtscheiding, zegt de Heere de God van Israël, h. 2 : 16. En de zonde moet verzoend worden! Het is niet alleen het oordeel, dat door de profeet wordt aangekondigd. Het vreselijke woord vervloekt valt wel — terecht — maar de profeet mag ook spreken van een gedenkboek voor des Heeren aangezicht voor degenen die den Heere vrezen, h. 3 : 16.

Het boek verdient ernstig te worden bestudeerd. Ik miste wel een indeling van de stof in kleine pericopen met opschrift er boven, waardoor het geheel aan overzichtelijkheid had gewonnen.

H. Bout

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's