Globaal bekeken
Een lezer van ons blad reikte me dezer dagen een intussen vergeeld nummer van Kerknieuws aan van oktober 1971 (toen nog 'Kerknieuws' van Scheps), waarin in de rubriek Uit de Pers een artikeltje voorkwam onder de titel 'Geen herdenking van de Doleantie in de Hervormde Kerk'. Het betrof een herinnering, die ds. G. Visee, emeritus predikant van de Geref. Kerken Vrijgemaakt (toen nog) buiten verband, schreef over de verhouding van hervormden en gereformeerden in zijn regionale kerkblad (hij werd in 1934 predikant bij de Gereformeerde Kerk te Nes en Wierum). Hier volgt het betreffende stuk:
'De verhouding tussen hervormden en gereformeerden was in mijn eerste gemeente gekenmerkt door een stille spanning. Openlijke conflicten waren er niet, maar een hartelijk verstaan van elkander was er ook niet. Het was: elkaar in de gaten houden bij enigheid des geloofs en kerkverschil. De hervormde gemeente van Nes en Wierum was anders dan bij ons één enkele gemeente met één kerkeraad en één predikantsplaats. Kort na mijn komst naar N. en W., was er ook in de hervormde gemeente een nieuwe dominee gekomen, die daar net als ik, z'n eerste gemeente vond. We hebben met elkaar kennis gemaakt, elkander van tijd tot tijd bezocht, maar tot collegiale vriendschap is het nooit gekomen. Lag het aan hem? Lag het aan mij?
Ik weet het niet. We droegen allebei de lasten van het verleden. De gemeente was orthodox, de predikant confessioneel. Je zou zo zeggen: de voorwaarden voor wederzijds begrip waren er. In het Nederlands Bijbelgenootschap werkten we hartelijk samen. Met ds. A. van Veldhuyzen, de hervormde dominee van Hantum, zat ik in het bestuur van de afdeling West Dongeradeel. Dat ging prachtig. Op een van de door de afdeling te Ternaard belegde samenkomsten ontmoette ik zijn vader, de bekende Groningse hoogleraar dr. A. van Veldhuyzen, die er een lezing me dia 's hield over het literair ontstaan van de Bijbel. Het was schitterend. Die (etische) professor was een man naar m 'n hart. Een bijbels theoloog. Zijn boeken, o.a. "Lukas de Medicijnmeester" en "Markus, de neef van Barnabas", reken ik tot de mooiste in m'n boekenkast. Ik heb die boeken meer dan eenmaal gelezen. Heerlijk zó over de Bijbel te kunnen schrijven.
Nu hadden we voor dat Genootschap ook eens een Bijbelavond in Nes. In de hervormde kerk. Ds. Douwe van Dijk uit Groningen zou er spreken over: "De Bijbel Gods Woord". Het werd een anti-barthiaanse toespraak. Ik zou het samenzijn openen; stond met de hervormde collega onder de preekstoel; wees naar de kansel en vroeg: "Daar ligt toch een Bijbel?" Nou was het duidelijk, de oude Statenbijbel lag er. Mijn bedoeling was ook duidelijk: Ligt er een kleine handbijbel in nieuwe druk? Maar het antwoord was kenmerkend voor de sfeer. De collega zei: "Ja hoor! Dat had jij wel niet gedacht, maar er ligt op onze preekstoel écht een Bijbel!" Een schijnbare kleinigheid. Maar zo'n opmerking verried de sfeer En nu moet ik er aan toevoegen dat wij, gereformeerden aan het ontstaan van die sfeer het onze hebben bijgedragen. Over de hervormde kerk en de hervormden werd vaak zo zonder enige onderscheiding gesproken. Zwart-wit. Hervormd was zwart en gereformeerd was wit. Hervormd was zo al niet de valse kerk dan toch "een huis dat tegen zichzelf verdeeld was". De Gereformeerde kerken waren, let wel: waren, van Maastricht tot Den Helder en van Axel tot Roodeschool, zo niet de (enige) ware kerk dan toch de meest zuivere openbaring van het lichaam van Christus. Eén keer in de vier jaar waren ze broeders. Als ze antirevolutionair stemden, voor de a.r.-lijst spraken of de a.r.-candidaten aanbevalen. Maar anders...
Dat zat er diep in. Ik herinnerde mij dat ik als kleine jongen eens met m'n vader op het kerkhof stond. Een buurman zou begraven worden. En terwijl we wachtten op de stoet stonden wij bij een groepje mensen te luisteren. Ze hadden het over de preek die ze 's zondags gehoord hadden over de Kamerling uit Moorenland. Ik herinnerde me nog goed dat zij het hadden over "vrije genade", al begreep ik toen nog niet wat dat was. Maar het boeide me wel. Zo hartelijk als die mensen over de Heere Jezus spraken. Nog ken ik ze. Ik heb hen later leren kennen als Godvrezende mensen. Maar tóén dacht ik: "die mensen zijn toch hervormd" Kijk, zo zat dat er bij ons, gereformeerden in. Bij zo 'n kiein joch al. En dat terwijl m 'n vader wel van harte gereformeerd, maar helemaal niet kerkistisch was. Wij leden aan een gereformeerd meerderwaardigheidscomplex. Wisten alles beter. Deden alles beter. Waren de christenen-van-de-grote-keur. En hebben trouwe gelovige hervormde broeders en zuters door onze hautaine houding vaak tot in de nieren geprikkeld...
Omgekeerd: de hervoormden gaven dikwijls niets toe. Waren hervormd kerkistisch, zoals wij het in het gereformeerde waren. Bij hen zat veel oud zeer om wat onze eer en heerlijkheid was: de afscheiding en de doleantie. Jammer!
We hadden met de trouwe christenen in de hervormde kerk optrekkende, zoveel kunnen doen. Nou zat er vaak heimelijk spanning en wantrouwen. Tot schade van allen. Jammer was ook dat er in beide dorpen ook afzonderlijke scholen waren. De gereformeerde in Nes. En daarnaast een openbare school waarheen de hervormden hun kinderen stuurden. In Wierum was ook van ouds een met grote offers opgerichte en in stand gehouden Gereformeerde school en daarnaast een Hervormde, die na 1920, toen het geen geld meer kostte, uit de openbare school was ontstaan.
Pastoraal en geestelijk hadden gereformeerden en hervormden dezelfde problemen t.a.v. de doop, het belijdenis doen en de deelname aan het avondmaal. Ik schreef daar vroeger reeds over.
Toch vonden we elkaar ergens. Onze kerk in Wierum zou worden gerestaureerd en uitgebreid met een nieuwe consistoriekamer en catechisatielokaal. We konden toen de kerk niet gebruiken. Catechiseren — dat ging in de school. Maar 's zondags. Toen zei ik: Broeders, laten we de hervormde kerk vragen. Nog zie ik de verbaasde gezichten van de broeders: in de hervormde kerk? Maar het ging er door. Toen kwamen de bezwaren uit de gemeente. Sommigen dreigden niet in de hervormde kerk te komen als daar dienst gehouden werd. Maar ik zette door. En de hervormde kerkeraad bewilligde. Ze vonden het, geloof ik, leuk dat ze ons helpen konden. En zo hielden we daar dienst Op 9 februari 1936 hadden we in beide plaatsen herdenken van... de doleantie. Het was — men lette op het jaar! — van mij geen gloriavictoriapreek. Maar ik hoefde haar gelukkig niet in... de hervormde kerk te houden. Het kon nèt nog in onze eigen kerk. Pas een week later, op 16 februari, hadden we voor het eerst daar dienst Ze waren er allemaal. Ook die gedreigd hadden niet te zullen komen. Er wordt altijd kouder gegeten dan gekookt'
***
In De Stem (in de woestijn) troffen we de volgende aansprekende gedachten.
'• De hoogste beloning voor een mens z'n zwoegen is niet wat hij er voor krijgt, maar wat hij er door wordt
• Of iemand de gemeentelijke samenkomsten regelmatig bezoekt of niet, hangt niet af van de vraag hoe ver zijn huis verwijderd is van de kerk, maar veeleer van de vraag hoe ver zijn hart verwijderd is van God.
• Eén van de verzoekingen van de duivel is onze gedachten in beslag te nemen met het verleden en de toekomst ten einde ons af te leiden van het heden.
• 'Toenemen in de genade' betekent niet preken te horen en nieuwe bijbelse inzichten te verzamelen. Daardoor kan een mens trager en hard worden. Het wordt met de week moeilijker veranderingen van hem te verwachten als er niet regelmatig bekering van zonde is en bepaalde taken worden aanvaard.
• Er zijn twee dingen die de gemeenschap van de ziel met God kunnen storen, namelijk zonde en bezorgdheid. Willen wij in Zijn licht wandelen, dan moeten wij onze Verlosser even onvoorwaardelijk onze zorgen in handen geven als dat wij Hem onze zonden hebben uitgeleverd. Een kleine zorg die wij niet aan Hem afgegeven hebben, kan onze gemeenschap met de Heere evenzeer storen als een zonde die wij Hem niet hebben beleden.
***
Op de laatstgehouden vergadering van de hervormde synode diende een synodelid een motie in, bij de bespreking over Zuid Afrika. De praeses las de motie (voor) en fronste om zo te zeggen de wenkbrauwen. Wat nu voorgesteld werd kon niet — zo hoorde men hem denken en ook zeggen — want dat ging in tegen eerdere besluitvorming van de synode (over Zuid Afrika). Dat nu gaf (mij) te denken. Het tekent wel een realiteit. Op besluiten van vorige synoden — denk ook aan Samen op Weg — komt men nu eenmaal niet terug. Maar is dat niet een roomse gedachte? Wat de paus ooit een keer ex cathedra sprak is onherroepelijk, want onherroepbaar. Heeft zo onze synode, en hebben synoden in het algemeen zich ook een soort onfeilbaarheid aangemeten, zodat elk volgend geslacht met de feilen van het voorgeslacht verder moet leven? Tot hoe lang dan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's