Eenzaamheid (4)
(Overwegingen bij een toenemend tijdverschijnsel)
De diaken
In de Handelingen der Apostelen lezen we voor het eerst over het ambt van diaken. Daar wordt het duidelijk in verband gebracht met Pinksteren. Het is een direct gevolg van het rijke werk van de Heilige Geest. In hoofdstukken, waarin we lezen over de wonderen, die er geschieden door de kracht van het Woord en de Geest lezen we hoe als een gave aan de gemeente het diakenambt geschonken is. Als één van de tekenen van de rijke bediening van de Heilige Geest werd dit ambt geschonken.
Natuurlijk heeft het ambt van diaken ook nog een andere ontstaansgrond gehad. Naast het rijke werk van de Heilige Geest was er ook het gebrekkige werk van de discipelen, en de sociale en andere tegenstellingen binnen de gemeente (Hand. 6). Maar zoals zo vaak in de kerk werd onze verlegenheid Gods gelegenheid voor een nieuwe gave aan Zijn Kerk. Het ambt van diaken. En daarbij ging het dan met name om de 'bedeling', om het oog en hart hebben voor weduwen.
Jakobus noemt in zijn brief deze diakonale taak zelfs 'de zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader' (1 : 27) en heeft het dan met name over het bezoeken van weduwen en wezen. Met andere woorden het bezoekwerk is niet alleen voor de ouderlingen, maar ook voor de diakenen. En ik vind het een goede ontwikkeling dat je ook in onze gemeenten steeds meer ziet en hoort, dat diakenen zichzelf en elkaar tot dit bezoekwerk aanzetten. Toch gaat het er bij het werven van diakenen nog weleens vreemd aan toe. Hoe geestelijk er soms in kerkbladen over de verkiezing, het verkozen zijn, en de beslissing op de verkiezing wordt geschreven, het kan niet verhelen, dat het binnen kerkeraden zeker op dit punt nogal eens ongeestelijk aan toe gaat.
De criteria waarom iemand als diaken verkiesbaar wordt geacht zijn vaak negatief: 'hij is wel meelevend, maar geen prater', 'hij kent wel een andere leven, maar is (nog?) geen ouderling', 'hij heeft nog niet de leeftijd voor ouderling, maar diaken, dat zou wel kunnen', 'voor ouderling bedankt hij zeker, maar als we hem tot diaken benoemen, hebben we misschien nog kans', en zo zijn er nóg wel meer negatieve overwegingen te noemen.
Zelf maak ik nu al meer dan twintig jaar met vreugde deel uit van een kerkeraad. Inmiddels zijn dat als predikant of als consulent al wel zo'n tiental verschillende kerkeraden. Ik kan mij van die verschillende kerkeraden vergaderingen herinneren, waarin we soms tot in de kleine uurtjes bezig waren met het punt 'kerkeraadsverkiezingen'. Toch kan ik me maar een enkele keer herinneren, dat broeders werden voorgedragen als diaken 'omdat zij zulke bijzondere gaven daarvoor gekregen hebben'. Als in Hand. 6 gezocht wordt (én ze worden gevonden) naar broeders 'vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die we mogen stellen over deze nodige zaak, dan denk ik dat dat gebed zich in onze tijd wel mag vermenigvuldigen. Want zeker in onze tijd zijn ze hard nodig. Diakenen, aan wie in hun priesterlijk ambt de opdracht van de grote Koning uit bijvoorbeeld psalm 72 en 146 ter harte gaat.
't Is de Heer', Die 't recht der armen
der verdrukten gelden doet
Die, uit liefderijk erbarmen
hongerigen mild'lijk voedt;
die gevangenen vrijheid schenkt
en aan hun ellende denkt.
De armen van onze tijd, dat zijn niet in de eerste plaats, de financieel-armen (hoewel die er óók nog zijn), maar de contact-armen (de eenzamen dus).
De 'verdrukten', dat zijn in werelddiakonaal verband natuurlijk óók de mensen, die om hun politieke of geloofsovertuiging worden vervolgd, maar bij die woorden mogen we óók wel aan onze eigen omgeving denken.
De randgroep-jongeren en ouderen, de mensen, die door de grote wielen van de welvaartsstaat aan de kant gereden zijn, de verslaafden, die leven onder de verdrukking van hun 'coke', de gemeenteleden, waartegen gezwegen wordt (omdat er in het verleden iets is gebeurd), die mensen, die wij hebben afgeschreven, hoewel we altijd zeggen 'dat God nooit iemand afschrijft', enzovoorts.
Liefderijk erbarmen
We zingen de psalm graag. Wij denken bij deze psalm dan aan de Heere, Die Zich zo liefdevol over mensenkinderen ontfermt. Maar de ontferming van de Grote Ambtsdrager moet toch ook te zien zijn in het leven van de 'kleine ambtsdragers'? !
Het trof mij onlangs nog in het prachtige bijbelboekje Jona, dat de heidense(!) bemanning van zijn vluchtschip niet bereid was om de 'bootvluchteling Jona' prijs te geven aan de absolute eenzaamheid door hem overboord te werpen. Er staat duidelijk dat zij roeiden, ook al had Jona zelf al gezegd 'werp mij maar overboord'...
Moeten we vaak niet eerlijk zeggen dat 'kinderen van deze wereld' er meer moeite voor doen om mensen 'in de boot' te houden, dan 'mensen van de kerk'.
Soms ondervind je in een moeilijke periode van je leven meer steun van ongelovige buren of bekenden dan van de eigen broeders en zusters der gemeente.
Als mensen in een rouwproces zitten (zoals dat dan tegenwoordig heet), dan kon je dat vroeger aan de kleding zien (én er dus mee rekenen!), maar tegenwoordig is het aan het uiterlijke niet meer te zien.
Als mensen hun man of vrouw verloren hebben door de dood, of alleen zijn komen te staan door een echtscheiding, een kind verloren hebben (aan de dood of aan het leven), werkloos geworden zijn, of door andere grote slagen getroffen, dan is de belangstelling en het medeleven in de eerste dagen groot, maar daarna ebt het zo gauw weg.
Wie kruipt er echt in de huid van de weduwe of weduwnaar, van de gescheiden man of vrouw, van de ouders van 'probleemkinderen', wie probeert zich in te leven wat en wanneer er voor hen moeilijke momenten zijn. Wie probeert dan op zulke ogenblikken er te zijn?
In één van mijn vorige gemeenten kwam ik eens bij een weduwnaar binnen, juist toen hij bezig was de tafel te dekken. Keurig zette hij met een onwennige hand alles klaar. Ook de bijbel. Er naast zette hij het portret van zijn vrouw. Hij zag dat mij dat verwonderde. En hij zei toen: 'ja, u zult dat misschien vreemd vinden, dat ik het portret van mijn vrouw naast de bijbel op tafel zet, maar alleen eten is erg, alleen uit de bijbel lezen aan tafel is nog erger, en daarom zet ik altijd haar foto er bij. Voor haar is geloven over gegaan in aanschouwen en zo lezen we toch nog samen'.
Op een zangavond in Gouda zat ik eens naast een mevrouw uit Hilversum, die in haar eentje op die woensdagavond naar Gouda was gereisd. En op mijn vraag waarom zij daarvoor zo'n grote reis had ondernomen, gaf zij als antwoord: zoals in psalm 32 : 7 heeft de Heere deze avonden voor mij gebruikt om mij uit mijn eenzaamheid te zingen'.
Overdag-kringen
We hebben als kerk al jaren onze door de weekse avond-bijeenkomsten. Bijbellezingen, bijbelkringen, mannen- en vrouwenverenigingen, enzovoorts. Aktiviteiten om ook door de weeks met gemeenteleden samen te komen rondom het Woord van God én voor het beleven van de onderlinge band. Goede zaken, die tegenwoordig wat afkalven, omdat mensen 's avonds 'niet meer uit hun huis te branden zijn'. Daar speelt de factor van de toenemende onveiligheid in mee, maar ook radio- en t.v.-programma's, die mensen 'aan huis binden'. Vaak zijn het geen goede programma's, zodat het ook geen goede avonden worden.
Ik denk aan een bejaardenflat, waar in korte tijd drie mensen op dezelfde galerij heel plotseling overleden. Mensen — vooral degenen, die alleen woonden — werden er angstig door. Wie zal de volgende zijn? En oud-ouderling stelde voor om dan voortaan iedere avond bij één op de galerij bijeen te komen, en samen met schriftlezing en gebed de dag af te sluiten en Gods zegen te vragen voor een ontspannen nachtrust. En toen ook deze oud-ouderling plotseling stierf, gingen anderen er mee verder 'want ze konden zo'n gezamenlijke avondsluiting niet meer missen'.
Ook heb ik gemerkt dat 'overdag'-bijbelkringen en bijbellezingen een goede manier zijn om je eigen eenzaamheid samen met anderen te delen, en dan te ervaren, dat 'gedeelde smart', inderdaad 'halve smart', en 'gedeelde vreugde, dubbele vreugde' is. Ik denk ook aan de bejaarden-reizen en bijbelkring reizen. We behoeven zeker als kerk geen reisbureau te worden, en toch heb ik vaak op eendaagse of zelfs veertiendaagse (Israël-)reizen meer gesprekken gehad van hart tot hart dan bij een 'gewoon huisbezoek'.
Er is ook in ons land nog zoveel goeds en moois waarvan je samen met ahderen kunt genieten en waarmee je je leven kunt verrijken.
En hoe feestelijk is het om mensen, die anders samen of in hun eentje zitten te eten met zovelen aan één tafel te zien, waardoor een maaltijd meer wordt dan alleen maar je maag vullen.
Hoe goed is het om 's zondags na de dienst eens met mensen mee te gaan of mensen thuis te vragen, die anders alleen of samen thuis 'in de oude gesprekken vervallen'. Ik herinner me maar al te goed, dat ik op het marktplein in Veenendaal bij de Oude Kerk vóór de kerkdienst de auto parkeerde naast een mevrouw, die al jaren alleen was. En toen ik wat mopperde, omdat we met ons gezin niet zo rustig en geordend uit de auto stapten, maar het meer een 'tuimelen' was, keek die mevrouw me aan en zei alleen maar 'wat moet het een feest zijn om met zoveel tegelijk naar de kerk en straks ook weer naar huis te gaan'.
Natuurlijk, er zijn mensen die 'aan zichzelf genoeg' hebben, en die dat ook echt menen en van dat alleen zijn ook veel weten te maken. Maar hoevelen zijn er niet, die het alleen zijn ervaren als 'de ruisende kuil en het modderig slijk' uit het begin van psalm 40.
De eenzame David
Het is een heel mooie psalm, die veertigste. En ik werd vooral getroffen door de uitleg, die Spurgeon van dat derde vers geeft. Spurgeon vertelt, dat we bij 'modderig slijk' moeten denken aan vroeger, toen er nog geen verharde wegen waren. Vooral in de herfsttijd kwamen er plassen op de weg en liepen de wagens soms vast in het 'modderig slijk'. Zo heeft ieder van die perioden in zijn of haar leven, waarin het herfst is. Als de vaart er uit is, als de eenzaamheid of andere zorgen je belemmeren.
Bij 'ruisende kuil' denkt Spurgeon aan de zogenaamde 'oubliettes'. Dat waren vroeger in Frankrijk de onderaardse kerkers voor tot levenslang veroordeelden. Het was een donkere put, waarin je aan een touw werd neergelaten en nooit, meer op eigen kracht uit kon komen. Boven je hoofd hoorde je dan de voetstappen van je bewakers. 'Oublier' betekent letterlijk 'vergeten'.
Zó voelde David zich. De vaart was uit zijn leven. Vergeten en verlaten door Zijn God. Maar, door de genade van God kwam hij er uit. En wie persoonlijk deze genade van God heeft leren kennen, die zal daar niet over zwijgen. David zingt er van in deze psalm. God geeft hem een nieuw lied.
'Velen zullen het zien en vrezen en op de Heere vertrouwen'. De beste hulpverleners zijn zij, die zelf in de kuil hebben gezeten' of gekeken. Zij, die weten, dat ze er door Gods gunst weer uit gekomen zijn, ook al was het een mensenhand, die als een stukje touw in hun 'oubliette' afdaalde.
Frouwien van der Vooren-Kuyper heeft dat in één van haar gedichten mooi verwoord.
Vandaag zocht ik de groet van mensen
omdat ik eenzaam was misschien
en diep in de ogen van een ander
een vriendschapslichtje wilde zien.
Maar elk was in zichzelf verzonken
geen die voorbijging keek nog om
seconden werden tot minuten
en ook mijn eigen mond bleef stom.
Toen... was het toeval of erbarmen?
een wolk gleed weg en 't licht lag neer
in 't kleine perkje vol violen...
en gaf mij 't oud vertrouwen weer.
Dit was Uw groet aan mij vanmorgen
Uw opdracht. Heer', die 'k wil verstaan,
om dapper als Uw stille bloemen
voor and'ren op mijn plaats te staan.
Soms zijn zulke hulpverleners zélf eenzaam. Daarover gaat het laatste artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's