Eenzaamheid (5, slot)
(OVERWEGINGEN BIJ EEN TIJDSVERSCHIJNSEL)
Een hulpverlener
Ook een hulpverlener is weleens eenzaam. Dat was de laatste opmerking in het vorige artikel. Wie voor een ander weleens als 'praatpaal' fungeert, zal dat herkennen. Soms kom je dingen aan de weet — ongewild — die als een last met je meegaan. 'Het lijkt wel, alsof ze al hun problemen bij mij op de stoep komen leggen', hoorde ik eens een meelevend lid zeggen, die zich de problemen van anderen bijna persoonlijk aantrok en onder het gewicht er van zwaar gebukt ging.
Hoe vaak kom je ook als ouderling, diaken, predikant, of als bezoeker of bezoekster namens de kerk thuis met een lading verdriet, die je bij het bezoekwerk opdeed. Achter een mooie voorgevel bevindt zich in bepaalde huwelijken en gezinnen, maar ook in het leven van alleenstaanden een bijzonder grote bouwval. Wat een vreemde verhoudingen zijn er in de loop van de jaren soms gegroeid. Wat een vergroeiingen en frustraties lopen mensen (ook binnen de gemeente!) soms op. Wat is de draagwijdte van bepaalde, ondoordachte opmerkingen of alleen maar liefdeloze gebaren, soms groot. En wat is de satan machtig om het negatieve altijd weer naar boven te halen en liefdeloze vermoedens het te laten winnen van een liefdevolle benadering.
Hoe is het mogelijk, dat mensen in één gezin, of in het éne gezin van de gemeente zondag aan zondag onder hetzelfde Woord kunnen zitten, maar met een gesloten hart voor ekaar.
Wie als ambtsdrager of zomaar als meelevend gemeentelid op zulke zere plekken (die waarschijnlijk eerst óók al tere plekken waren) stuit, weet er soms geen raad mee. Wat vallen mensen soms tegen. Wat voel je je soms machteloos om aan allerlei scheefgegroeide verhouding ook maar iets te doen.
Bij de begrafenis van een maatschappelijk werker werd ik getroffen door de prachtige woorden uit psalm 10: 'Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw Hand geve.'
Er zijn mensen, die met hun moeite en verdriet heel openlijk rondlopen, en het aan iedereen laten zien. Soms word je dan als dominee uitgespeeld tegen de maatschappelijk werker, als éne ouderling tegen de andere, als gemeenteleden onderling tegen elkaar. Voor hen zou deze tekst uit psalm 10 heel ontdekkend kunnen zijn. Zij zouden zich eens meer moeten afvragen: wat betekent deze tekst eigenlijk voor mij persoonlijk? En verwacht ik misschien teveel van mensenhanden en te weinig van Gods Handen?
En voor mensen, die in hun meeleven met anderen er soms zelf onderdoor dreigen te gaan, mag dit ook een ontdekkend woord zijn.
Natuurlijk zijn wij geroepen om onze naaste lief te hebben als onszelf. Maar dat betekent niet, dat we alle moeite en verdriet van anderen zó moeten meedragen, dat we zelf onder die last zouden bezwijken. De Heere aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat wij het in Zijn Handen leggen.
Hoe vaak kom je tijd te kort, wijsheid te kort, handen te kort om te doen, wat je eigenlijk zou willen doen voor anderen. En soms komt onze hulp te laat. Als je na een zelfmoord soms pas echt gaat zien hoe eenzaam mensen waren.
Soms voelen mensen zich al of niet terecht schuldig aan wat anderen in verstikkende eenzaamheid meenden te moeten doen. Hadden we niet méér attent moeten zijn? Hadden we niet méér de signalen moeten opvangen?
Hadden we niet dichter bij elkaar moeten staan, - zeker als gemeente?
Maar je hebt toch ook een eerste verantwoordelijkheid voor mensen, die nóg dichter op je weg zijn gebracht?
Vragen genoeg. Wie met open ogen en een bewogen hart in dit leven staat, ziet heel wat moeite en verdriet.
Zouden we het niet veel nadrukkelijker in onze kerkdiensten, tijdens onze kerkelijke vergaderingen, op de verenigingsavonden, bij de bijbelkringen in onze gebeden in Gods Handen moeten leggen?
Zorgen als beroep
In een boekje onder deze titel heeft de r.k. geestelijke Marinus van den Berg aandacht gegeven aan de speciale vragen en problemen van mensen, die dagelijks, beroepsmatig, omgaan met zieken, bejaarden en eenzamen.
Hij wijst er op, dat mensen vanuit een stuk idealisme kiezen voor zo'n beroep, maar zich niet voldoende realiseren, dat er ook schaduwkanten aan zitten. Je ziet mensen sterven, maar je wil aan je collega's je tranen niet laten zien. Andere mensen helpen is dankbaar werk, maar sommigen laten zich moeilijk helpen. Soms zie je mensen vooruit gaan, maar vaker zullen mensen achteruit gaan.
Wat is eigenlijk het specifiek christelijke van een instelling? Ja, misschien een duidelijke opvatting over euthanasie en dat er 's zondags kerkdiensten zijn, maar verder... ? Er staan in dit boekje dingen, die we vanuit een bijbelse levensvisie anders zien of beoordelen, maar ik vond in dit boekje toch heel wat stof tot nadenken, ook voor mensen, die als vrijwillig(st)ers zich met hulpverlening bezig houden. Het is goed om ook op dit terrein met elkaar ervaringen uit te wisselen en jezelf en je eigen gevoelens niet voorbij te lopen, opdat de 'stroom van naastenliefde' niet snel weer verzandt. Een mens is tenslotte ook, niet van steen. En ook een hulpverlener heeft van tijd tot tijd hulp nodig.
Die nare laatste maand
We zijn inmiddels begonnen aan de laatste maand van het jaar. Voor mensen, die samen of nog met meerderen zijn, vaak de gezelligste maand van het jaar. Voor mensen, die alleen zijn (misschien voor het eerst dit jaar), zoals ik eens iemand hoorde zeggen 'de naarste maand van het jaar'. Soms onderstrepen de aparte advents- en kerstbijeenkomsten, de maaltijden of de reizen, de conferenties of gezellige avonden speciaal voor alleenstaanden nog eens extra hun eenzaamheid. Want je komt tenslotte altijd weer alleen thuis, en dan is het soms nog moeilijker dan voordien. Hoeveel mensen voelen zich vooral in die laatste maand van het jaar nog meer dan anders een wegwerpmensl Soms zitten we naast elkaar in de kerk, en weten het van elkaar, en toch zwijgen we er over.
Na het plotseling overlijden van haar man schreef Ingrid Trobisch een mooi boekje 'Je moet alleen verder', waarin zij vertelt hoe Gods Handen haar ook door middel van mensenhanden, door die eerste moeilijke periode hebben heen geholpen. Het is een boekje, dat jezelf en ook anderen kan verrijken, omdat er ook zoveel heel gewoon praktische dingen in aan de orde komen.
Graag vermeld ik ook de weken voor alleenstaanden, die (óók in deze maand) door onze bond van vrouwenverenigingen worden georganiseerd. Ook al gaan er soms niet die mensen naar toe, die je nu juist zo graag daar zou zien, toch is het goed, dat we ook op deze wijze een levende, gemeente zijn.
Ook in zo'n laatste maand kunnen kleine dingen soms zoveel voor mensen betekenen. Zomaar een telefoontje, als een teken dat ze je naam en je nummer nog kennen. Zomaar een briefje, een bezoekje, als een teken dat we elkaar niet vergeten. Niet, om op die manier van onze 'zorg voor anderen' in deze laatste maand af te komen. Want hoeveel kerst- en nieuwjaarskaarten een alleenstaande ook ontvangt, daarmeee wordt het niet minder stil in huis. Als het waar is, dat gedeelde vreugde dubbele vreugde is, en gedeelde smart halve smart, dan is er in deze laatste maand méér te bedenken dan alleen een telefoontje, een kaartje, of een kleine attentie. Waarom zouden we ons huis niet open zetten, als we echt menen, dat ons hart open staat? En waarom zou het huis van de eenzame eens niet open staan voor ons? ! Wat zouden we elkaar in die laatste maand van het jaar kunnen verrijken als hart én huis voor elkaar opengaan!
Eenzaam, maar niet alleen
Er zitten aan het alleen zijn ook positieve kanten. Onze oude koningin Wilhelmina heeft dat in haar boek over de laatste periode van haar leven heel duidelijk verwoord. Er zijn ook mensen, die het moeilijk hebben met hun teveel aan contacten. Nel Benschop verzucht in één van haar gedichten:
'Mijn God, nooit kan ik U alléén ontmoeten, zelfs als ik bid trekken er stoeten van mensen aan mijn oog voorbij'
In Gen. 32 : 24 kunnen we lezen, dat het ook goed is om van tijd tot tijd heel bewust de eenzaamheid te zoeken. Heeft Jezus dat ook Zelf niet méér dan eens gedaan? Verschillende keren lezen we in de 4 evangeliën dat Hij alléén was. Alléén op de berg, alléén op het land, alléén in de hof.
Het viel mij op, dat van de evangelisten Johannes dit het vaakst vermeldt. Zou dat zijn, omdat ook Johannes zelf in zijn leven zo vaak alleen is geweest?
Petrus was getrouwd, Johannes waarschijnlijk niet.
Petrus is niet oud geworden, Johannes hoogbejaard.
Petrus heeft zich - getuige zijn brieven - altijd door mensen omringd geweten, maar Johannes is vooral de laatste jaren heel eenzaam geweest. Het eilandje Patmos was voor hem 15 vierkante kilometer eenzaamheid. Daar was geen mensenhand, die hem bemoedigde, steunde, troostte. En hoe kun je daar soms naar verlangen.
Toch heeft Johannes stand gehouden. Ook in die moeilijke, eenzame jaren van zijn leven. Zelfs toen hij de meest verschrikkelijke dingen moest horen, zien en opschrijven. Maar, daarnaast waren er ook de meest heerlijke dingen. Ook die heeft hij in het laatste bijbelboek mogen vermelden.
En, al was er dan geen mensenhand, die hem bemoedigde, hij heeft stand kunnen houden door Gods Hand (Openb. 1 : 17).
Die Hand is er altijd. Die Hand is er door middel van het Woord naar ons uitgestrekt. Over die Hand mogen we in de laatste maand meer horen en zingen dan in alle andere maanden van het jaar. Over dat Woord wordt in deze maand meer gezegd en gezongen dan in de rest van het jaar. Dat Woord is ook ontdekkend. Het laat ons zien, dat je eenzaamheid ook op een verkeerde manier kunt uitleggen, of zelfs ontvluchten. Want ten diepste is ieder mens zonder God eenzaam, hoeveel mensen je ook om je heen hebt.
Jelly Verwaal heeft dat in één van haar gedichten heel duidelijk aan de orde gesteld. Het draagt tot titel 'Zinloze vlucht':
Denk je nu werkelijk, dat je kunt vluchten ver weg,
uit de eenzaamheid van je bestaan?
Weet je dan niet, dat al je zuchten de weg
van de minste weerstand gaan?
Denk je nu werkelijk, dat je kunt vluchten
ver hier vandaan, op zoek naar geluk?
Vind je soms elders zoetere vruchten?
Is daar een wonderboom, waar je van plukt?
Denk je nu werkelijk, dat je kunt vluchten
voor heimwee of leed, dat leeft in je hart?
Denk je dat vluchten je op zal luchten,
of... raak je méér nog in raadsels verward?
Denk je nu werkelijk dat je kunt vluchten,
ver van Gods stem. Die je dwingt op Zijn weg?
Luister naar Hem, geen gevaar zal je duchten
als je je hand in Zijn Handen legt.
Zo worden eenzame en stille dagen tot gezegende dagen.
Soms zijn er dingen, en dagen, waar je tegen opziet als een berg, maar er zijn ook bergen met een prachtig uitzicht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's