Té wonderlijk?!
'En de vrouw werd zwanger en baarde een zoon...' 2 Koningen 4 : 17a
Een mooi getuigenis lezen we van de Sunamietische vrouw hier in 2 Koningen 4. Eerst biedt ze de profeet Elisa af en toe eens een maaltijd aan (vers 8). Daarna, als ze merkt dat deze man Gods 'heilig' is, stelt ze voor aan haar man om een apart kamertje te bouwen op het platte dak van hun huis. Dan heeft Elisa wat meer privacy, wat meer gelegenheid tot meditatie en gebed; en tegelijk blijft de afstand bewaard tussen hen 'gewone' mensen en deze man die zozeer aan God geheiligd was. Een mooi getuigenis: de vrouw toont de vruchten van het geloof in het herbergen van Elisa. U weet dat we de oproep tot herbergzaamheid steeds in de Schrift tegenkomen. Denkt u aan Romeinen 12: ''Deelt mede tot de behoeften der heiligen; tracht naar herbergzaamheid'. En Hebreen 13 vermaant ons eveneens: Vergeet de herbergzaamheid niet'. Het is zelfs een vereiste om ambtsdrager te zijn: gaarne herbergende (1 Tim. 3 : 2). Het staat zelfs in verband met het laatste oordeel: Christus zal zeggen: 'Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd'. Dan zullen de rechtvaardigen zeggen: 'Wanneer hebben we dat dan gedaan?' En dan zal de Koning antwoorden: 'Voor zover u dit aan één van Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt u dat aan Mij gedaan' (Mattheus 25 : 35-40). Ik denk dat wij hier al wat leren kunnen — ook al zijn in Nederland weinig mensen dakloos en zwervend. Belangrijk is ons huis en hart open te stellen voor de velen die geen houvast hebben, die 'zoekende' zijn, die gespannen leven, die slachtoffers zijn in onze harde maatschappij. Dat ook onze gemeente open sta en bereid zij hen te ontvangen die nog 'buiten zijn'!
Intussen wordt deze vrouw rijk gezegend. Want Elisa was de drager van Gods Openbaring in Israël. Elisa stond in direkt contact met God Zelf. En wat een zegen deze man in huis te hebben. Ongetwijfeld heeft deze vrouw onderricht, huiscatechese, ontvangen. Ze is ingeleid in de verborgen zaken van het geloof. Deze Sunamietische had wat van Maria die ook alsmaar aan de voeten van Christus zat om Zijn onderwijs te ontvangen. Wat is dat ook vandaag heerlijk als Hij Die meer is dan Elisa in ons huis is, wanneer Christus onze Gast is. Dat Hij met Zijn Woord en Geest present is. Christus' aanwezigheid stempelt dan de sfeer in huis; dan is er liefde, dan is er ook besef van Gods heiligheid, zoals deze vrouw voelde dat Elisa heilig was. God in ons huis — wat een zegen. We zijn niet waard dat Hij onder ons dak inkomt, — en tóch doet Hij het! Nog persoonlijker zelfs: Hij komt in ons hart: Christus verdrijft de demonische machten die er huishielden, en Hij treedt binnen. 'Opdat wij niet meer in onze zonden, maar Hij in ons en wij in Hem zouden leven', zegt ons Avondmaalsformulier. Dat is de inwoning van de Heilige Geest. Dat is een wonder. 'Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken', zei Christus. Paulus wist het ook: 'Niet meer ik, maar Christus leeft in mij'. Ik hoop dat u die dit leest ook dit 'mysterie' verstaat — het is het geheim van de omgang met God dat aan eenvoudigen wordt geopenbaard, knielt u voor Hem neer — en u zult het verstaan!
Zegen en genade ontvangt deze vrouw als Elisa er is, maar ook eer. God geeft genade en éér van Zijn kinderen, zegt de psalmist. De vrouw krijgt een soort 'genade-loon'. Want denkt u dan aan wat Christus zei: 'Wie een profeet ontvangt in de naam van een profeet, zal het loon van een profeet ontvangen' (Mattheus 10 : 41). Dat gebeurt ook hier. Want als Elisa dat bovenkamertje heeft betrokken, dan denkt hij: Wat kan ik nu eens voor deze vrouw terug doen? En dan heeft hij het daarover met Gehazi, zijn assistent, en deze roept de vrouw. En Elisa biedt zijn diensten aan (vers 13), hij wil haar voorspreker, haar advocaat zijn (blijkbaar had Elisa nogal invloed in de hogere kringen). Maar de vrouw hoort niet bij de rechtelozen en ze wijst dit aanbod van Elisa af. Maar in tweede instantie ligt dit anders, want dan zegt Gehazi tot Elisa: 'Zij heeft geen zoon, en haar man is oud' (vers 14). 'Geen zoon', daar zit een stuk verdriet in; 'geen zoon' betekende in Israël: geen erfgenaam, en dan ook: geen participatie in de vreugde op de dag van de Messias. Want elke Israëliet hoopte dat zijn zoon of kleinzoon of verdere geslachten er bij zouden zijn als de Messias zou komen — in de kinderen voelde hij dan zichzelf vertegenwoordigd. Geen zoon. Maar dan maakt Gód Elisa duidelijk dat hij op dit kardinale punt een blijde boodschap mag brengen, een boodschap van totale omkeer. De vrouw wordt dan weer geroepen (vers 15 — in haar bescheidenheid had ze zich al weer beneden teruggetrokken). En Elisa zegt haar: volgend jaar op deze zelfde tijd zul je een zoon omhelzen' (vers 16). Exact hetzelfde bericht als wat Sara kreeg: vergelijk Genesis 17 : 21 en 18 : 14. En ook de moeder van Simson, van Samuel, en de vader van Johannes de Doper: zij kregen eenzelfde boodschap. En vooral Maria: de engel kondigde haar de komst aan van Dè Zoon: de Heere Jezus Christus.
De reactie van de vrouw lijkt ook op die van Sara: ze kan het haast niet geloven (vers 17). Maar tóch gebeurt het. Al is het 'ongelooflijk', al gaat het door het onmogelijke, het tegen-natuurlijke, heen, tóch gebeurt het. God zei tegen Sara: 'Zou voor Mij iets té wonderlijk zijn?' De Sunamietische krijgt precies een jaar later een zoon. God vervulde Zijn Woord. Al wat Hij ooit beloofd heeft, zal bestaan. En de vrouw werd zwanger en baarde een zoon. We denken aan de volheid van de tijd: Maria baarde haar eerstgeboren Zoon (Lukas 2). Dat was nog veel wonderlijker: na eeuwen wachten en zonder tussenkomst van de man, is Christus geboren: ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.
De Sunamietische vrouw omhelst haar zoon. Wij die geloven, omhelzen De Zoon. 'Wie in De Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.' In de Johannes-brieven leest u steeds van Deze Zoon. 'Wie beleden zal hebben dat Jezus de Zoon van God is. God blijft in hem, en hij in God.'
Deze Zoon komt tot u, door middel van de Bijbel, door de prediking, en ook door deze regels in 'de Waarheidsvriend'. Waarom elke week de meditatie? Het doel is: 'Dat gij gelooft in de Naam van de Zoon van God'. Dat u behoud, zekerheid vindt in Hem. De vader zegt: 'Deze is Mijn Zoon, hoort Hem!' En de Heilige Geest wil u helpen. Die wil het ongeloof wegnemen. De Sunamietische was vol twijfel: 'Hoe kon dat gebeuren?' Maar tóch volvoert God Zijn plan. Haar man was oud. Maar tóch: 'Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God'. Dat geeft ons houvast. Dat geeft ook vreugde. Want de zoon betekende voor de Sunamietische: participatie aan de komst van de Messias. Een nageslacht om Zijn grootheid te bezingen. En haar oude echtenoot doet me denken aan Simeon, die De Zoon in zijn armen had en Gods lof bezong. Dan is er vreugde en uitzicht, hoop voor leven en sterven.
Ik bid U een gezegend Advent en Kerst toe, met het oog op deze Zoon.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's