Zuivere en onzuivere motieven
De combisynode - een nalezing
Enorme papiermassa's zijn nodig geweest ter voorbereiding van de combisynode, waarin de staat van hereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland werd uitgesproken. Er is ook uitermate veel papier besteed aan nabeschouwingen her en der. We hebben zelf overigens aan één en ander ijverig meegedaan.
Intussen heeft de positie van de hervormd gereformeerden in het geheel van het proces, zoals het zich nu ontwikkelt, brede aandacht gekregen. We zijn afgebeeld als 'beren op de weg', 'blaffende honden', 'horzels in de pels' of gewoon als dwarsliggers.
Op de laatstgehouden synode van de Gereformeerde Kerken, waar enkele dagen na de combisynode de besluiten van de combisynode werden bekrachtigd, is irritatie over het standpunt van de Gereformeerde Bond duidelijk uitgesproken. Ds. H. Hasper (Almere) sprak er zijn verbazing en verontwaardiging over uit dat liefst twaalf hervormde synodeleden (allen G.B-ers) neen hadden gezegd tegen de staat van hereniging, terwijl er van gereformeerde zijde niet één tegenstemmer was. Toen ik het las moest ik meteen lichte glimlach denken dat ds. Hasper kort is van kerkelijke memorie. Het is nog niet zo lang geleden dat vrijwel alle leden van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken neen zeiden tegen een (staat van) hereniging van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Men zie er de stukken van het hervormd-gereformeerd gesprek in de vijftiger jaren nog maar eens op na. De Hervormde Kerk als geheel zat in de beklaagdenbank van de Gereformeerde Kerken, omdat de Hervormde Kerk niet en de Gereformeerde Kerken wél trouw waren aan de belijdenis.
Intussen heeft dr. H. J. Kouwenhoven, de praeses van de gereformeerde synode, ds. Hasper c.s. enigszins getroost met de opmerking dat de Gereformeerde Bond niet altijd serieus genomen kan en mag worden en ook niet altijd liefde verdient. Met zo'n opmerking schrijf je wel geschiedenis. Die blijft haken in de gedachten, bij alle verdere gesprekken en bij de verdere voortgang van het proces. Het is overigens een gemakkelijke manier om je van een probleem af te maken. Gewoon zeggen dat de ander niet (altijd) serieus genomen behoeft te worden. Dan heb je je eigen visie tot norm verheven. Daartegenover valt overigens te stellen een tot nadenken stemmende commentaar op de recente ontwikkelingen in Centraal Weekblad van de hand van (de scheidende) prof. dr. G. P. Hartveld, hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken te Kampen. Hij maande tot voorzichtigheid in het proces omdat historische wortels diep zitten. Hij vond weliswaar de opvattingen aangaande de vaderlandse kerk, zoals die in de Hervormde Kerk leven, griezelig. Hij waarschuwt tegen een 'naadloze verbinding' van kerk, land, volk en nationale geschiedenis. Maar de teneur van zijn artikel was dat snelle voortgang van het proces, met voorbijzien van wat historisch gegroeid is, tot brokken aanleiding zou geven. En zijn eigen gereformeerde broeders hield hij voor dat het onder gereformeerden gebruikelijk is dat ze 'de ander' willen 'pressen tot de precieze gestalte van onze eigen laatste bekering'. Misschien hebben deze opmerkingen bij prof. Hartveld, die zelf afkomstig is — naar hij me ooit eens toevertrouwde — uit hervormde bevindelijke kringen, ook een diepe historische achtergrond.
Maar al met al is er in de Gereformeerde Kerken weinig begrip voor wat hervormd gereformeerden, naar hun diepste bedoelingen en hun beste verwoordingen ervan, beweegt. Is het echt angst voor gereformeerden, die ons doet spreken zoals we nogal eens spreken? Nee, het is geen angst. Zórg is iets anders dan angst. En zorg hebben we wel. Zorg dat er een ander kerktype aan het groeien is dan in die kerk die we ook in haar gebreken en zonden liefhadden en hebben.
De andere kant
Er zijn ook andere vertroosters. Ik bedoel nu diegenen, die terzijde van de weg hun commentaar hebben. Ze doen denken aan de vrienden van Job. Nu weet ik best dat Job een heel bizonder lijden over zich kreeg en toen van zijn vrienden zei dat ze moeilijke vertroosters waren. Toch is er ook een 'lijden aan de kerk'. Dat moeten we ook niet onderschatten. Er wordt heel concreet geleden aan afval, verdeeldheid, dwalingen, kerkelijke twisten. En dan te bedenken dat prof. dr. J. Douma voorzegd heeft dat het zal blijven kraken en scheuren tot de jongste dag. Wie zijn dan in de kerkelijke moeiten vandaag je vrienden? We zouden mogen verwachten dat allen, die vandaag in afkalvend kerkelijk Nederland, ziende op de nood der tijden, de grote waarde van de gereformeerde religie naar de gereformeerde belijdenis honoreren willen, elkaars vrienden zijn. Zodat er iets mag doorstralen van een elkaar versterken op de plaats waar we zijn gesteld. Maar dan moeten we toch constateren dat er vandaag vele vrienden van Job zijn, moeilijke vertroosters. Job zelf durft zijn vrienden overigens de vraag voor te leggen: 'zou ik ook, als gij spreken indien uw ziel ware in de plaats van mijn ziel?' Zijn vraag is een antwoord. Hij wil zoveel zeggen als: ik hoop er voor bewaard te blijven om jullie ook zo tegemoet te treden als je in omstandigheden verkeert als ik.
Laat ik ook hier concreet worden. In het Nederlands Dagblad werd het oude liedje gezongen 'Gereformeerde Bond voor de keus', was de titel van een artikel van H. Hoksbergen. De keus namelijk 'van Harskamp en St. Annaland', die bij de raadpleging inzake Samen op weg hebben laten weten dat ze zich af zullen scheiden. Het R. D. van afgelopen zaterdag liet ons intussen weten dat Harskamp bedoelt hervormd blijven onder de hervormde kerkorde van 1951. Welnu, wat hebben wij de laatste tijd anders bepleit! Maar terzake, de vrijgemaakten stellen ons weer eens voor de keus: afscheiding! Alsof wij opeens op een beginsel zullen en kunnen overgaan dat we altijd hebben afgewezen.
En warempel, daarbij voegt zich nu ook een stem uit de kring van de Ledeboerianen en Kruisgezinden, uit de kring van hen die altijd nog het 'heimwee' kenden naar de kerk der vaderen, maar nu dit heimwee kennelijk hebben ingeruild voor hetzelfde 'beginsel van afscheiding' als waartoe de vrijgemaakt gereformeerden de belijdenis aangaande de kerk hebben versmald. Ik bedoel dat ds. C. J. Meeuse de hervormden, die nog altijd ijveren voor (het herstel van) de vaderlandse kerk, in zijn kerkblad aansprak om, op grond van de artikelen 27-29 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis, over te gaan op het beginsel van Afscheiding. We zouden dat niet geweten hebben als het Reformatorisch Dagblad ons het stuk van ds. Meeuse niet had doorgegeven. Zo konden we er als hervormden ook kennis van nemen. Zo konden we er intussen ook kennis van nemen hoe geïrriteerd op deze visie werd gereageerd door lezers van het R.D. in de rubriek 'Opgemerkt'. De Vrijgemaakt Gereformeerden en de Gereformeerde Gemeenten komen kennelijk op één lijn.
Moeilijke vertroosters. Ik moest denken aan de tijd van het Getuigenis (1971). Allerwegen, ook buiten de Hervormde Kerk, werd met instemming gereageerd op de krachtdadige wijze, waarop de nieuwe theologie tegemoet getreden werd. Maar intussen werd vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken (ja, ook die toen), de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten in allerlei toonaarden geroepen dat dat er nu van kwam als je in een kerk bleef waarin waarheid en leugen konden samengaan. De klok der afscheiding werd allerwegen geluid.
We vinden nu opnieuw deze tendens in commentaren, die ons vanuit de Gereformeerde Gezindte tegemoet klinken. Alleen in de Christelijke Gereformeerde Kerken wordt vandaag een milde(re), begrijpender toon aangeslagen. Maar ook vandaag moeten we intussen vragen: welke weg wijst u zelf? Het is de vraag, die minister Van Dijk aan de Kamer voorlegde toen deze niet mee kon gaan met het standpunt van de minister, dat het pensioen van de weduwe Rost van Tonningen gehandhaafd moest blijven. Welke weg ziet u zelf dan? Toen kwamen de problemen.
Och, ook deze vraag bergt in feite het antwoord in zich. Men wijst slechts déze weg: voeg een nieuw gereformeerd kerkgenootschap toe aan de vele bestaande. De vraag 'kom over tot ons' kan niet klinken. We zouden de kerkelijke censuur ook niet halen, noch bij de Vrijgemaakt Gereformeerden, noch bij de Gereformeerde Gemeenten. Voor de één zouden we te bevindelijk zijn en ook het ferment van de afscheiding niet met ons omdragen als beginsel en voor de ander zouden we ook niet beantwoorden aan hun gestalte van de gereformeerde religie.
Zinloze vragen
We zouden echter moeten ophouden zinloze oproepen aan elkaar te doen. Het zou voor ons ook een kleine moeite zijn om een artikel te schrijven onder de titel 'Gereformeerde Gemeenten en Vrijgemaakt Gereformeerden voor de keus.' Hun kennelijk gezamenlijk beginsel van Afscheiding en hun kennelijk gezamenlijk trouw willen zijn aan de artikelen 27 t/m 29 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis dwingt tot vereniging (hereniging) van deze kerken. Maar niemand gelooft daar toch in? Nog voor men bij elkaar gekomen zou zijn om te praten zouden de brokstukken van nieuwe scheidingen al her en der rondvliegen.
Zo is het ook zinloos om vandaag hervormd gereformeerden op te roepen of te dwingen tot een zelf gekozen afscheiding. Beseft men overigens wel hoeveel leed er in de 'kleine kerkgeschiedenis' van alleen al ons land is aangericht in telkens herhaalde afscheidingen? Families zijn er door uit elkaar gerukt. Huwelijken zijn erop gestrand. Verbitteringen zijn er het gevolg van. Men leze de Wachter Sions — orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland — om te zien welk een bitterheden de scheuring van 1953 heeft opgeleverd. Het Reformatorisch Dagblad onthoudt ons wat daarin met de regelmaat van de klok aan het adres van de Gereformeerde Gemeenten wordt gezegd. De functie van het Reformatorisch Dagblad als 'forum' — de betiteling is van redacteur G. Roos — is er ook niet mee gediend. Het kwetsbare van het R.D. in deze is in het algemeen echter, dat men die onverkwikkelijkheden, die lezers om hun hart te sparen liever niet meer lezen en die ze maar liever opgeborgen laten in daartoe geëigende bladen of blaadjes, van tijd tot tijd voor het voetlicht móet brengen. Intussen wil ik echter maar zeggen dat afscheidingen geen toonbeeld vormen van broederschap en gezamenlijke dienst aan het Evangelie.
Hoe verder
Hoe dienen we gezamenlijk verder te gaan? Laten we het goede met en voor en bij elkaar zoeken maar elkaar niet pressen tot de laatste of eerste gestalte van onze eigen inzichten, om het met een variant van prof. Hartveld te zeggen. Hartveld zei ook: 'wij zijn verbijsterd door de kerkverlatingen en hebben nog geen schijn van oplossingen voor de vraag hoe wij het evangelie voor de moderne mens kunnen verduidelijken, zó dat mensen weer gaan ophoren.' Dat is juist. Jawel, vanuit de geborgenheid van 'onze' kerken en gemeenten, waar nog gemeentelijke trouw is, weten we de oplossingen wel. Als er maar de rechte prediking is! Maar hebben en weten we die oplossing ook voor 'donker Noord-Holland' of voor de grote steden waar de secularisatie toeslaat? Alsof daar de rechte prediking opeens het volk weer te hoop zou roepen.
Laten we intussen zuinig zijn op gemeenten die nog functioneren, waar het volk nog bijeen vergaderd wordt rondom Woord en sacrament, in groten of kleinen getale, maar waar nog iets merkbaar is van de hefdeband die bindt. Onverantwoorde samenvoegingen van gemeenten zullen evenals nieuwe scheidingen ravages aan de gemeenten opleveren.
Elke kerk heeft vandaag heel concrete problemen, ook de meest rechtzinnige, de meest Schrift- en belijdenisgetrouwe. Wat is het in de kerkelijke malaise van vandaag dan een voorrecht als er echte vrienden zijn, andere dan die van Job. Geen moeilijke vertroosters maar mensen, die iets weten van het troostambt van de Heilige Geest, van die Geest die ook vandaag nog dwarsverbindingen schept door kerkmuren en over kerkisme heen.
In de troost van de vrienden van Job zit iets van leedvermaak. Hun motieven zijn niet zuiver. Welnu, gaat het ons vandaag nog om de kerk van Nederland, een kerk die opgericht moet worden uit haar diep verval van waarheidsontrouw en scheidingsgezindheid om weer te worden stad op een berg, licht op de kandelaar? Wanneer we zuivere motieven naar elkaar toe hebben zal de liefde Gods openbaar komen, tot een getuigenis naar een van God en Zijn Woord afgevallen volk. Dan zullen we ook gezamenlijk weten wat schuld is voor Gods Aangezicht. Misschien zou het volk er nog eens van ophoren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's