De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

In IJsselmuiden beginnen confessionelen eenmaal per twee weken met 'eigen kerkdiensten'. In het Kamper Nieuwsblad kreeg dit aandacht, waarbij een speciaal kader stond afgedrukt onder de titel 'Diensten buiten de Geref. Bond uniek gebeuren'. Het 'unieke' van dit stukje is dat we de Gereformeerde Bond al in 1582 kunnen localiseren. Hier volgt het kolderieke verhaal:

'Wanneer op 12 oktober a.s. de eerste Hervormde kerkdienst gehouden wordt van de confessionele vereniging is dit een uniek gebeuren in Hervormd IJsselmuiden. Sinds de hervorming in 1582, nu iets meer dan 400 jaar geleden, heeft IJsselmuiden uitsluitend gereformeerde bondsprediking in de Hervormde kerk kunnen beluisteren. Dit in tegenstelling tot alle Hervormde kerken uit de gehele omgeving. In de vorige eeuw was er geen enkele Hervormde kerk, die tot de gereformeerde bond gerekend kon worden. Alleen Hervormd IJsselmuiden bleef steeds bij de Gereformeerde Bondsleer Geleidelijk aan kwamen alle Hervormde kerken rond en in Kampen bij de Gereformeerde bond. Kampen telt naast de Gereformeerde bondskerk ook andere modaliteiten en ook Hasselt heeft een confessionele afdeling van de Hervormde kerk.

De Hervormde gemeente in IJsselmuiden telt rond de 4500 leden en verreweg het grootste deel van de IJsselmuider bevolking behoort tot de Hervormde kerk.

Het is typerend voor de snelle bevolkingsgroei van IJsselmuiden — waardoor ook veel personen van buiten de gemeente naar IJsselmuiden kwamen — zich nu een vrij grote confessionele groep heeft gevormd binnen de Hervormde kerk en dat juist in het bolwerk van de Gereformeerde bond.'

***

Op de laatstgehouden Combi Synode heeft drs. R. H. Kieskamp te Leerdam een toespraak gehouden, die we letterlijk op schrift van hem kregen. Hier volgt de tekst van zijn toespraak.

'Ooit heeft eens iemand gezegd ta.v. de kerk der reformatie in Nederland: samen ziek, samen gezond. Inzake de stukken van S.o.W. zoals die nu voorhanden zijn en zoals er meegespeeld hebben in de raadpleging, kan ik bepaald niet zeggen dat we al samen gezond zijn. Integendeel: het samen ziek zijn is nog volop aanwezig, en het komt op, mij over als een oordeel van God over alle kerkelijke ontrouw jegens God en zijn hoge woord, een ontrouw waarin ik mezelf mede schuldig weet. Dit oordeel dienen wij ons aan te trekken zodat het ons tot inkeer en bekering brengt. Doch daarmee is het samen ziek-zijn nog niet goedgepraat. Ook in diverse reakties bij de raadpleging is dit samen ziek-zijn gesignaleerd. Naar mijn overtuiging is dit samen ziek-zijn ten diepste te vinden in de wijze waarop de belijdenisgeschriften een plaats innemen en functioneren.

De praktijk van het kerkelijk gebeuren in beide kerken geeft mij een handelswijze te zien waarin het weren van wat het belijden weerspreekt zo goed als een papieren kwestie geworden is. Er is alle reden om grote zorgen te hebben inzake de doonverking van het gereformeerd belijden à la Calvijn en onze Drie Formulieren van Enigheid.

Kortom: ook als de aanscherping die de gereformeerde synode voorstelt aanvaard wordt — wat ik van harte hoop — blijven mijn bezwaren tegen S.o.W. bestaan en wel met als kern de vaagheid, de onduidelijkheid t. o. v. de plaats en functie van de belijdenisgeschriften. Mede daarom is het toverwoord van S.o.W., nl. pluraliteit ook niet krachtig begrensd. Vandaar ook dat menselijk gesproken niet te verwachten is dat de gemeenschappelijke vragen waar de consensus over spreekt op een confessioneel bevredigende wijze opgelost zullen worden. S.o.W. zal vooral krachtiger dienen uit te spreken dat het wil bestrijden en weren al wat het belijden weerspreekt. Mijn hoofdbezwaren tegen S.o.W. liggen dus niet allereerst bij bezwaren die ik al of niet heb tegen gereformeerden — al ben ik uitermate verontrust over de wijze waarop zij de laatste tientallen jaren in confessioneel opzicht op hol geslagen zijn—mijn hoofdbezwaren liggen bij de plaats en functie van de belijdenisgeschriften — een plaats, en functie die niet veel verschilt van die in de Herv. Kerk nu — zodat mijn

bezwaren tegen S.o.W. vooreen deel samenvallen met bezwaren die ik tegen de Herv. Kerk zelf heb. Bezwaren die hout snijden daar de ontwikkeling van de Herv. Kerk na de oorlog te zien heeft gegeven dat zij die in 1951 noodsignalen uitzonden helaas gelijk hebben gekregen.

Daarom, hoe moeilijk ook, er zal een beleid moeten komen waarin weliswaar voorzichtig en met grote wijsheid, maar toch tegelijk ook duidelijk en krachtig de belijdenisgeschriften als staande op de grondslag van de Heilige Schrift gehandhaafd en uitgedragen worden. Zolang dat niet gebeurt blijft S.o.W. in confessioneel opzicht een hinken op twee gedachten en blijven mijn bezwaren bestaan. Bezwaren, die na het lezen van het stuk "schets T.V. 1986" alleen, nog maar uitermate verhevigd en geïntensiveerd zijn. Ze accentueren voor mij dat S.o.W. zo niet kan. En ook de resultaten van de herv. raadpleging onderstrepen dit. Zorgvuldige weging van deze raadpleging doet toch immers de vraag boven komen of "in staat van hereniging" nu en zo wel mogelijk is.

Naar mijn gevoelen, geachte vergadering, moet er dan ook neen tegen S.o.W. in haar huidige gestalte en daarin tegen "in staat van hereniging" gezegd worden. Mocht dat onverhoopt niet gebeuren dan zijn grote problemen te vrezen, hoewel dat voor mij op dit moment niet betekent dat ik er uit wil stappen en de koinonia wil verbreken. De belijdenisgeschriften hebben in de S.o.W. stukken — hoe bezwarend ook mijnerzijds — toch een dergelijke plaats dat S.o.W. aanspreekbaar blijft op het gereformeerde belijden, en daarin op haar gereformeerd zijn in theologisch opzicht. Daarom wil ik er op dit moment inblijven in kritische solidariteit, opdat — onder zegen van God — het zover moge komen dat onze belijdenisgeschriften hun museum-functie gaan verliezen en weer voluit gaan functioneren. Het is dan ook mijn vaste overtuiging dat allen in beide kerken die momenteel een duidelijke strijd voeren voor de handhaving der belijdenis en haar ondubbelzinnig functioneren, in de toekomst meer dan ooit tot die strijd geroepen zullen worden. Doch ook zij die nu nog lauw zijn en traag dienen in de benen te komen - en met de volle wapenrusting van het geloof te strijden. Geen strijden in zeldhandhaving waarin wij elkaar vanuit bunkers beschieten, doch strijden in zelfverloochening waarin wij in open solidariteit vanuit het eeuwige woord van God, ons onverschrokken opstellen, gestaald door de kracht en mogendheid des Heeren, waarvan geldt dat die in onze zwakheid volbracht wordt. Dan zullen we mogen werken aan een kerk waarin de om niet verleende genade helder als kristal fonkelt en schittert, zodat wij mensen worden vernederd in erkenning van onze zonde en verdoemelijkheid voor God en Jezus alleen wordt geprezen en verhoogd als Diegene die in onze plaats de vloek op Zich nam en alles volbracht wat tot ons behoud nodig is. Wat wij vanuit de reformatie altijd al gekend hebben, doch wat nauwelijks gefunctioneerd heeft, nl. ecclesia reformata, semper reformanda... dat dient weer volop uit de verf te komen... en geheel in ere hersteld. En wat zou het geweldig zijn wanneer op deze wijze ook andere kerken van gereformeerde confessie mee zouden doen, zodat we mochten komen tot herstel van onze nationaal gereformeerde kerk. Dan ook zouden we het oer-anliegen van de reformatie, nl. het reformeren van de Romana, weer ter hand kunnen nemen.

Er is dus nog onvoorstelbaar en onnoemelijk veel werk te doen: allereerst het gezond maken van de kerk der reformatie in Nederland... en vervolgens, gelijk daarmee verbonden: het winnen van de ziel van het Nederlandse volk voor het evangelie van Jezus Christus, zodat Nederland Jezus als Heere zal erkennen. Dit zijn de twee geboden — in de zin van: Gebote der Stunde — waarbij het tweede aan het eerste gelijk is, terwijl het eerste helgrote gebod blijft. Overigens, geachte vergadering, hoop ik van harte dat mijn grote zorg en vrees rond S.o.W. beschaamd zullen worden, want ik gun S.o.W. van ganser hart het allerbeste. Een moment heb ik op de combi-synodevan 1 984 gedacht: Is er ieen wolkje als eens mans hand? Het zou grandioos zijn... maar dan hebben we ook Elia's nodig die blijven worstelen en bidden en smeken. Elia's die weten dat het niet gaat door kracht noch door geweld, maar dat het geschieden zal door het zachte suizen van de wind van de Geest des Heeren.

In het verleden — met name rond Afscheiding en Doleantie — is er veel gebeden om, veelgeleden en gestreden voor het opgericht worden uit haar verval van de kerk der reformatie in deze lage landen aan de zee. Het wordt nog gedaan. En voor de toekomst zal het meer dan ooit nodig blijken te zijn. De Heere wil horen op het gebed, ook vandaag, Hij wil voor ons strijden wanneer wijde strijd voeren in het "stille" zijn. Dat wil Hij ook vandaag net zo goed als eeuwen geleden toen Israël voor de Rode Zee stond (Exodus 14 : 14). Graag wil ik eindigen met de woorden uit psalm 74: Moge de Heere gedenken de trouw aan ons voorheen betoond, moge Hij beschouwen en herdenken zijn vastgestaafd verbond, moge dat zijn hart tot ons in liefde doen ontvonken, moge Hij oprijzen... zijn gezag tonen... zijn zaak betwisten, opdat allen die Hem verwachten... zijn naam zullen verheffen in gezang.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's