De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Een lezer stuurde ons een stukje uit een kerkblad ergens in het land, een kleine twintig jaar geleden daarin geplaatst. De lezer weet zich bij een en ander op bizondere wijze betrokken. Hier volgt het stuk, dat voor zichzelf spreekt, en stof tot bezinning biedt. Het heeft als titel 'Een nozem in de kerk?'

"t Gebeurde onlangs in een kerk "ergens in Nederland", de morgendienst liep erg vol, stoelen rukten aan, je moest een plaatsje zoeken. Zodoende kwam een jongeman helemaal naar voren gelopen. Hij was blijkbaar niet bepaald gekleed naar de norm van het burgerlijk-zondags fatsoen. Ook had hij z'n haar wat langer laten groeien, dan de gemiddelde kerkganger. Gevolg: hij trok de aandacht, er kwam beweging onder de reeds gezeten broeders en zusters, er werd gefluisterd en met hoofden gedraaid...

"En er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen" Lucas 3:12. "En het geschiedde, toen Hij in het huis aanlag, zie, vele tollenaars en zondaars kwamen, en lagen mede aan met Jezus en zijn discipelen. Toen de farizeeën dit zagen, zeiden zij tot de discipelen: waarom eet uw meester met de tollenaren en zondaren? " Matth. 9:10-11.

Ik wil hiermee niet graag gezegd hebben, dat iemand die er een beetje nozemachtig uitziet, nu ook zo iets als een tollenaar is. Maar, al was dat zo, en hij komt naar de kerk, hij stapt over de drempel naar binnen, dan is er tweeërlei reaktie. De engelen in de hemel verheugen zich, en alle farizeeën op aarde ergeren zich.

Zelfs echte discipelen van de Meester begrijpen er soms nog niets van. Als Jezus zo maar aan de weg in gesprek is met de Samaritaanse vrouw, zijn de discipelen verbaasd, dat Hij met een vrouw sprak (Joh. 4 : 27). Je kunt er waarschijnlijk ook wel in lezen: dat hij met zo 'n vrouw in gesprek was. 'k Denk, dat het wel een opvallend type geweest zal zijn: ze heeft kans gezien al vijf mannen te verslijten. De Oosterse vrouwen wisten ook het nodige van opmaak en raffinement in haar kleding. En toch leefde daar achter dat uitdagende masker een diepe nood om het levende water, en ze vraagt met haar geverfde lippen naar de plaats van de aanbidding. En als nu zo'n vrouw bij ons de kerk binnenloopt? Haar ogen zijn zo zorgvuldig overdreven bijgewerkt, omdat ze anders gaat huilen. Ze is zo uitdagend gekleed, omdat ze zich innerlijk zo onzeker voelt. Er was een vreemde drang naar de kerk, naar de blijde boodschap van Jezus...

Gaat er dan ook een afkeurend gefluister door de rijen? Of bijft u rustig voor u uitkijken? Groet u haar heel gewoon en schuift u even voor haar in? Wat een vreselijke gedachte: als nu eens een zoekend mens door ons gedrag was afgeschrikt en de kerk en het Evangelie voor altijd de rug had toegekeerd!

Is het wel zo 'n gunstig teken voor de gemeente van vandaag, dat er zo weinig tollenaars en Samaritanen, zo weinig nozems en lichte meisjes bij ons binnen lopen?'

***

Onlangs heeft de stichting 'Evangelie en Moslims' in samenwerking met boekhandel 'Echo' een werkboek uitgegeven getiteld 'de Islam'. Het boek is bedoeld voor leerlingen van christelijke scholen voor het voortgezet ondenwijs. Het materiaal is afgestemd op 14-a 15-jarigen. Ook kan er mee gewerkt worden door catechisanten van die leeftijd. De jongeren maken op deze wijze kennis met de Islam, een wereldgodsdienst met meer dan 900 miljoen aanhangers, waarvan er nu ook in Nederland vele wonen. Zoals het woord werkboek al aanduidt kunnen de jongeren er zelf mee werken door vragen te beantwoorden en aan opdrachten te werken. Op 29 pagina's komt het volgende aan de orde: 1. een stukje geschiedenis van de Islam; 2. de Islam inhoudelijk (o.a. de vijf plichten. Koran en Bijbel, Jezus in de Islam; 3. iets van de problematiek van Turken en Marokkanen in Nederland en hun cultuur. Het werkboek besluit met Ideeën en aanwijzingen om een rechtszitting te spelen (Kort Geding), waarin bepaalde meningen t.a.v. buitenlanders ter sprake komen. Prijs ƒ 5, 50 per ex. Bij 10 of meer ƒ 3, 50 per ex. Te bestellen bij Echo/ Evangelie en Moslims, Joh. van Oldenbarneveltlaan 10, 3818 HB Amersfoort (tel. 030-11949).

Uit dit boekje het volgende:

'In de Islam is de emigratie (hidjrah) van Mohammed naar Medina zo belangrijk geworden, dat al gauw besloten werd daar de islamitische jaartelling te laten beginnen. Het jaar 622 na Christus (A.D., Anno Domini = in het jaar des Heren) is dus het jaar O voor Moslims (A.H., Anno Hidjrah). Het Turkse kalenderblaadje dat hierbij afgedrukt is, heeft als datum:10 mei(mayis) 1986. Nu zou je kunnen denken dat 1986 A.D. het jaar 1364 A.H. is (1986-622), maarzo eenvoudig gaat dat niet. Een jaar op de islamitische kalender is namelijk ongeveer 11 dagen korter dan een jaar op de christelijke kalender! Dat komt omdat het islamitische jaar uit twaalf maanmaanden bestaat, terwijl het christelijke jaar wordt berekend naar de omloop van de aarde om de zon. Vandaar dat het jaar van het kalenderblaadje 1406 Anno Hidjrah is. Er staat rechtsbovenaan: icri:1406 1 Ramazan. De maand Ramadan (Ramazan) is de vastenmaand voor Moslims. Dertig dagen lang eten en drinken zij niets van 's morgens vroeg tot de avond invalt. In 1986 begon de vastenmaand feitelijk op 9 mei, omdat de maansikkel al eerder was waargenomen dan men berekend had. De getallenreeksen op de kalender, met uitzondering van de eerste rij, geven aan op welke tijden er in genoemde plaatsen gebeden moet worden.'

In de koran staat veel dat ons doet denken aan wat er in de Bijbel staat. Er wordt geschreven over ge­beurtenissen en personen die ook in de Bijbel voorkomen, bijvoorbeeld verhalen over Adam en Eva, Abraham, Mozes, David en Jezus. Vaak echter verschillen de verhalen van die In de Bijbel.

'Soera 2:249-251.

249. Toen Taloet (volgens sommigen Gideon, volgens anderen Saul) met zijn troepen uitgetrokken was zei hij: Stellig zal God u beproeven met een rivier; wie er van drinkt hoort niet bij mij, behalve wie met zijn hand drinkt. En wie er niet van proeft hoort zeker bij mij. Toen dronken zij ervan met uitzondering van enkelen. Toen hij en zijn medegelovigen de rivier overgestoken waren zeiden zij: Wij hebben geen macht vandaag over Goliat (er staat Djaloet) en zijn troepen. Zij die meenden dat zij God zouden ontmoeten (d.w.z. sneuvelden) zeiden: Hoeveel kleine groepen zegevierden niet over grote groepen met Gods goedkeuring.

250. Toen zij optrokken tegen Goliat en zijn troepen zeiden zij: Onze Heer, geef ons volharding en maak onze voeten stevig. Help ons tegen het ongelovige volk.

251. Zij versloegen het met Gods goedkeuring. David doodde Goliat. God gaf hem het koningschap en de wijsheid en onderwees hem wat hij wilde. Ware het niet dat God sommige mensen had laten terugdrijven door anderen, dan zou de aarde verdorven zijn...'

***

In januari van dit jaar overleed ds. C. van Rossem, vroeger beroepsmilitair, laatstelijk legerpredikant nadat hij predikant in Daarle was geweest. Dezer dagen verscheen een boekje ter herinnering aan deze pastor, onder de titel Militia Christi. Het boekje bevat stukjes van verschillende personen ter zijner nagedachtenis en onder andere ook de preek in de rouwdienst te Den Ham van dr. W. Balke. Het kan besteld worden bij mw. I. van Rossem-Griffioen, Kosterskamp 54, 7683 VV Den Ham Ov., tel. 05495-2028. De prijs is ƒ 10, — en het kan ook besteld worden door overschrijving van ƒ 12, 60 (ƒ 10, — +, ƒ 2, 60 portokosten) op giro rekening 1241792 t.n.v. mw. Van Rossem-Griffioen te Den Ham. Hier volgen twee passages uit dit mooi uitgevoerde aansprekende boekje.

'Terug in het leger werd hij in 1980 uitgezonden naar de Libanon, naar het Nederlandse Unifil-detachement. Deze periode heeft een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. Te vertoeven in een land ver van huis, omringd door gevaren die kunnen opdoemen op de meest onverwachte en onvoorspelbare ogenblikken tezamen met alle anderen verkerend in een existentiële situatie vergt de gehele persoonlijkheid en inzet van een geestelijk verzorger. Hier werd een mens gekend, kan hij zich niet verbergen en daardoor uitten de emoties zich in verhevigde mate. Als predikant kan hij zich hier ten volle geven zowel in prediking als pastoraat, wetend dat de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd veel verwachtten en nog meer nodig hadden. Of, zoals later in een artikel zal komen te staan.

"Over de geestelijke verzorging in Libanon merkt ds. C. van Rossem op, dat je in de Libanon anders werkt dan in Nederland op de kazerne. Je bent daar echt één van hen die er moeten verblijven. Je deelt in de spanningen... De problemen waar hij mee te maken kreeg, waren vooral heimwee en verbroken relaties". En het interview eindigt dan met een herinnering die zich diep in zijn ziel had gegrift: "Een kleine post van twaalf man, in de nacht van vrijdag op zaterdag. Die nacht begon er een beschieting van de Palestijnen, de Israëli's schoten terug en wij zaten er in een bunker precies tussen. Toen moesten de jongens eruit om de Palestijnen te stoppen. Om drie uur 's nachts kwamen ze terug. Hierna een gesprek tussen twee jongens: 'Jan, als ze jou gedood hadden, dan hadden ze mij ook dood moeten schieten'. De andere man liep huilend weg. De volgende dag heb ik gepreekt over de liefde tussen David en Jonathan".

(Drs. T. Nieuwenhuis)

Heel helder is voor mij het beeld van Cees op de meest donkere dag van mijn Libanon-periode toen op 4 dec. 1980 door een zeer ernstig ongeval één van onze mensen, te weten Gerrit Jan van Barneveld, overleed. Het was Cees, die met meer dan voortreffelijke inspanning, inzet en met overwinning van grote praktische moeilijkheden die jongen heeft teruggebracht naar Nederland en zijn familie. Ik kan niet anders stellen, dan dat hij dit deed op een wijze alsof hij de vader van die jongen was en voor mij was hij toen goud waard.'

***

In aansluiting op mijn artikel in het nummer van vorige week, onder de titel 'Zuivere en onzuivere motieven', waarin ik o. a.inging op de oproep tot afscheiding aan het adres van de Gereformeerde Bond door ds. C. J. Meeuse, predikant van de Gereformeerde Gemeenten te Rotterdam, lijkt het mij voor de beeldvorming correct om ook door te geven wat G. Roos, redacteur van het R.D., n.a.v. de onderhavige kwestie schreef in het R.D.

'Recent nog klonk de oproep — zoals die al jaren geklonken heeft — aan het adres van "ieder in de Ned. Hervormde Kerk die de belijdenis nog lief heeft", openlijk te breken met een kerkbegrip, dat zich bindt aan de naam hervormd. Deze oproep riep scherpe reactie op.

Nu kan niemand van een dagblad dat al bijna zestien jaar samen op weg gaat, bijval verwachten ten aanzien van de vragen: "Delen of helen" en: "Scheiden of blijven". Een krant als de onze is in deze zaak geen partij: niet hervormd en niet afgescheiden. Ze is hooguit een forum. Een forum echter wel waarin men — vanuit die veelgeprezen belijdenis verplicht —elkaar noch mag weglachen, noch mag wegkijven. Het ging de afscheiding om de waarheid. Het gaat ook in de statuten van de Geref. Bond om de waarheid. Waar vinden zij elkaar?

Ik denk nog steeds... dat wij elkaar alleen kunnen vinden in de waarheid van de verootmoediging en het schuldenaar worden voor God vanwege onze eigen "bouwwerken" en "fundamenten". Wederzijds. '

Waarvan acte, met dankbaarheid!

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's