Het is dichterbij dan je denkt.. (1)
(Over sexueel misbruik van kinderen.)
Onlangs verscheen in het blad Woord en Dienst (in de nummers 15, 16 en 17 van de lopende jaargang) een drietal artikelen over het verschijnsel incest ofwel het sexueel misbruik van kinderen door familieleden. Vanwege het belang van de zaak is het gewenst dat ook de Waarheidsvriend aandacht aan dit schrijnende probleem besteedt. Vandaar dat met ruime gebruikmaking van het in Woord en Dienst aangedragen materiaal dit artikel verschijnt. Sexueel misbruik van kinderen is dichterbij dan je denkt... Incest komt ook in godsdienstige kringen voor, ook in gezinnen waar de Waarheidsvriend gelezen wordt!
De schrijvers van boven vermelde artikelenserie zijn allen lid van een in juli 1985 door de Raad voor de zaken van Kerk en Gezin in het leven geroepen 'werkgroep incest'. Het moderamen van de hervormde synode had het nodig geoordeeld dat zo'n werkgroep gevormd werd vanwege het feit dat sexuele kindermishandeling (ook) in christelijke gezinnen blijkt voor te komen. Mevr. A. M. E. Faber, stafmedewerkster van de Protestantse Stichting Verantwoorde Gezinsvorming en de arts-sexuoloog P. J. F. Dupuis behandelen de vraag wat onder incest dient te worden verstaan. De volgende definitie wordt gegeven (in navolging van N. Draijer): 'Het kind onder dwang, fysiek geweld, bedreiging of emotionele druk zetten of met beloningen verleiden, dat het het gevoel heeft dat het niet kan weigeren om deze handelingen te verrichten of te ondergaan'.
Er is dus sprake van dwang, maar dit behoeft lang niet altijd lichamelijke dwang of geweld te zijn. Er kan heel subtiel en geleidelijk overreding plaatsvinden. Incest kan plaats vinden gedurende een lange periode vanaf heel jonge leeftijd tot de volwassenheid toe. Het heeft dikwijls desastreuze, levens verwoestende gevolgen voor de slachtoffers. Gevreesd moet worden dat het veel vaker voorkomt dan over het algemeen wordt aangenomen. Geschat wordt dat één op de tien vrouwen, afkomstig uit de meest uiteenlopende lagen van de bevolking en ook uit op het oog volkomen normale gezinnen, slachtoffer is geworden van een vorm van incest. De daders zijn bijna altijd (stief)vaders of oudere broers, de slachtoffers vrijwel steeds dochters of jongere zusters. Misbruik van mannelijke macht speelt hierbij een grote rol. De autoritaire vader die als huistyran optreedt roept bij een dochter eën onderworpen houding op, waardoor deze schijnbaar vrijwillig tegemoet komt aan vaders eisen op sexueel gebied. Bijzonder stuitend is het dat zulke huistyrannen misbruik kunnen maken van bepaalde bijbelteksten, zoals 'eert uw vader en uw moeder' en opwekkingen tot vergevingsgezindheid. Er zijn bepaalde aanwijzingen dat slachtoffers van incest uit godsdienstige, kerkelijk-meelevende milieus langer zwijgen over wat hen overkomen is dan anderen. Dit hangt er mee samen dat alles wat met sexualiteit te maken heeft in godsdienstige kringen nogal eens extra beladen is. Helaas wordt sexualiteit nog vaak met schuld en zondebesef in verband gebracht op een manier die geen recht doet aan het positieve van sexualiteit als gave van God, de Schepper. Uiteraard vormt een dergelijke negatieve grondhouding ten aanzien van de sexualiteit een extra drempel om voor de dag te komen met ervaringen van sexueel misbruik zoals incest.
Wij zullen de vraag onder ogen moeten zien hoe onder het mom van godsdienstige overwegingen, onder de dekmantel van uit hun verband gerukte bijbelteksten, sexueel misbruik van kinderen plaats vindt. En voorts hoe de verwerking van zulke ervaringen bij slachtoffers wordt gehinderd door gedachten en visies die hen in het kader van hun godsdienstige opvoeding ten onrechte als bijbels zijn bijgebracht en voorgehouden. Alleen door een bijbels-evenwichtige benadering van sexualiteit kan er in de problematiek rond incest iets ten goede gedaan worden.
Faber en Dupuis besluiten hun artikel met de opmerking dat men moet oppassen met boude beweringen als zou incest in strengorthodoxe milieus meer dan gemiddeld voorkomen of dat godsdienst zelf een incest-bevorderende factor zou zijn. Dergelijke beweringen zijn nog nooit door feitelijke gegevens en aanwijzigingen gestaafd. Anderzijds stellen zij dat de aandacht voor de invloed van godsdienstige factoren op het vóórkomen van psychische problemen, vooral bij vrouwen, sterk wordt verwaarloosd. Het serieus oppakken van het sexueel misbruik zou wat dat aangaat als blikopener kunnen werken.
Signalen opvangen
Mevr. J. Duyvendak-Wigéri van Edema, maatschappelijk werkster, en de kinderarts mevr. A. H. C. Melles-de Haas schrijven over de vraag hoe hulpverleners (werkers in de gezondheidszorg en het maatschappelijk werk, leerkrachten, jeugdleiders, pastores enz.) een antenne kunnen ontwikkelen, waardoor men voelt dat er met een bepaald kind iets niet goed zit, ook al worden er door dat kind slechts zwakke signalen uitgezonden.
Hierover merken ze op:
'Deze antenne, deze gevoeligheid krijgt men niet vanzelf: er is ook kennis nodig om te weten van welke aard de eventueel door een kind uitgezonden signalen kunnen zijn. Om te beginnen: het is bekend, dat incest door de (stief)vader vooral voorkomt in gezinnen met een autoritaire structuur. (Uiteraard in veel van zulke gezinnen niet.) De moeder heeft in de regel een ondergeschikte rol: ze kiest ofwel zonder meer partij voor de vader en gelooft de dochter niet, ofwel ze vergoelijkt het gedrag van haar man of sluit de ogen ervoor. Het kan ook zijn, dat de moeder langdurig afwezig is. Incestgezinnen zijn vaak "gesloten", dat wil zeggen de gezinsleden onderhouden weinig sociale contacten: de ouders hebben niet veel vrienden en kennissen en houden weinig of geen contact met hun familie. De kinderen worden niet aangemoedigd om leeftijdgenoten mee naar huis te nemen.
De signalen kunnen we enigszins onderscheiden naar de leeftijd van het kind: hoe jonger het kind is, des te minder zal het begrijpen wat er eigenlijk gebeurt.
Een kind tot ongeveer acht jaar zal misschien de situatie naspelen, die beangstigend is (ziekenhuiservaringen worden immers ook vaak eindeloos nagespeeld). Een kind dat bepaald sexueel gericht gedrag speelt verzint dat niet zelf: het moet iets hebben gezien of meegemaakt.
Gedrag en spel hebben waarheidsgehalte: het is voor het jonge kind de uitdrukkingsvorm bij uitstek, veel meer dan de taal. Dit geldt ook voor het kind, dat al goed kan praten.
Ook kinderen van acht tot twaalf jaar (de leeftijdsgrenzen zijn natuurlijk niet scherp) kunnen sexuele ervaringen vaak nog moeilijk benoemen. In deze leeftijdsgroep ziet men nog al eens psychosomatische klachten, die als signaal zouden kunnen worden herkend: bijvoorbeeld hoofdpijn, buikpijn of een andere lichamelijke klacht waarvoor bij lichamelijk onderzoek geen oorzaak is te vinden. Maar, natuurlijk zijn er ook veel lichamelijke klachten van psychische oorsprong die niets met incest te maken hebben: buikpijn voor een examen, misselijkheidsgevoel voor een bezoek aan de tandarts en dergelijke!
Meisjes tussen de tien en de veertien jaar, geen klein kind meer, maar ook nog lang niet volwassen kunnen in geval van incest een aantal opvallende gedragingen vertonen, waarvoor ook weer geldt dat geen daarvan specifiek is: bij medisch onderzoek kunnen ze afwerend doen, het hoofd omdraaien, een gêne vertonen die niet bij de leeftijd past. Soms zijn zij bang voor alle lichamelijke aanraking. In de groep leeftijdgenoten zijn ze dikwijls wat alleen, omdat ze zich anders voelen dan hun meer onbevangen klasgenoten — ze zijn angstig, ze hebben immers een geheim. Soms vertalen ze dat door die klasgenoten kinderachtig te noemen. Ze kunnen concentratiestoornissen en langdurige of plotselinge opkomende leerproblemen vertonen.
Opvallend vaak blijven deze meisjes na school of catechisatie treuzelend en weifelend achter: ze zoeken contact maar durven uiteindelijk niet.
Deze meisjes kunnen nogal eens van huis weglopen op een leeftijd die daarvoor vrij vroeg is, bijvoorbeeld vóór het veertiende jaar. Het is van belang altijd serieus na te gaan waaróm een kind wegloopgedrag vertoont en het niet bij voorbaat al te straffen voor het "ongehoorzame" gedrag. Aan de andere kant tonen meisjes met incestervaring juist niet zelden een te groot, bijna volwassen verantwoordelijkheidsgevoel voor het gezin, niet alleen voor jongere broertjes en zusjes maar ook voor de ouders.
Een ander signaal is, dat de dochter met name door de vader extreem wordt bewaakt: ze mag zelden alleen uit, haar post wordt geopend, haar agenda bekeken. Wanneer ze een vriendje krijgt, wordt de vader jaloers en verbiedt de omgang. Uit angst dat het gezinsgeheim uitkomt gaat de vader met zijn dochter mee, als deze bijvoorbeeld naar een arts moet.
Voor een goed begrip: ook vaders die nooit incest hebben bedreven willen soms hun kinderen overmatig beschermen en controleren.
Ten aanzien van hulpverleners zoals artsen zijn deze vaders meestal heel vriendelijk en meegaand, zoals past bij een gezagsgetrouwe instelling. Daardoor wordt dan de gezinsproblematiek vaak niet onderkend.'
Hulpverlening
Wanneer een buitenstaander een signaal opvangt, zal deze moeten trachten via een neutrale, zogenaamde open vraag te weten te komen of er inderdaad iets aan de hand is. Wanneer een kind in een gegroeide vertrouwensrelatie bepaalde mededelingen doet, dienen deze in elk geval serieus te worden genomen. Het is zeer kwetsend voor slachtoffers wanneer zij niet worden geloofd wanneer eindelijk 'het hoge woord' er uitgekomen is. Het gaat er om dat de situatie die de nood en de angst van het kind in stand houdt, wordt opgeheven, met liefst voor het kind zo min mogelijk belastende gebeurtenissen.
Wie zich niet deskundig weet tot hulpverlening, kan kontakt opnemen met een Buro Vertrouwensarts inzake Kindermishandeling, een RIAGG, de Vereniging tegen sexuele Kindermishandeling binnen het Gezin of de afdeling Jeugdzaken van de politie. Wanneer een kind bescherming nodig heeft door middel van etn kinderbeschermingsmaatregel wende men zich tot de Raad voor de Kinderbescherming.
Degene die de incest pleegt kan in principe alleen dan bij de politie worden aangegeven als het kind dat goed vindt. Als het om een ouder kind gaat, wordt er niets buiten de toestemming van dat kind gedaan. Een volgende keer aandacht voor pastorale aspecten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's