De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Grond en grens van het geweten (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grond en grens van het geweten (1)

6 minuten leestijd

Normerend?

Wat is dat toch voor een geheimzinnige instantie: het geweten? Het is enerzijds ongetwijfeld een groot goed, waar een mens zuinig op heeft te zijn. Hoe gevaarlijk en catastrofaal kunnen gewetenlozen optreden. Wie gewetenloos toeslaat kent geen genade... Stellig, het geweten is een kostbare registrator van innerlijke gevoelens en motieven: het signaleert, selecteert, beoordeelt en corrigeert. Het is wel eens vergeleken met een soort 'zeef' (F. J. Pop): wat geoorloofd is valt er 'onschuldig' door, wat verboden is blijft er 'beschuldigend' op liggen.

Jawel, maar er is ook die andere kant. Zodra immers het geweten gaat beoordelen, komt terstond de vraag op, waar dit oordeelsvermogen dan zijn norm, zijn criterium aan ontleent. Of laat zich deze vraag onderdrukken, door te stellen dat het geweten zélf de hoogste norm is bij het menselijk kiezen en handelen? Is het menselijk geweten de belissende gezags- en rechtsinstantie en laatste maatstaf van ons doen en laten?

Voorbeelden

Om de vraag met een bekend kerkhistorisch voorbeeld te illustreren: is de Luther van de Rijksdag te Worms in 1521 — die zich voor het forum van kerk en keizer beroept op zijn geweten! — het lichtend voorbeeld van de mondige, geëmancipeerde mens die maar één ideaal heeft: zichzelf te zijn? Staat hij model voor het mensentype van zeg maar Renaissance en Verlichting: de vrije mens die de onmondigheid van zich afschudt en uiteindelijk géén gezag erkent behalve dat van eigen rede, eigen ik, eigen geweten? Een voorloper van Immanuel Kant: 'Onmondigheid is de (schuldige) onmacht zich van zijn verstand te bedienen zonder leiding van een ander'?

Een ander voorbeeld. Wanneer Calvijn er zo met nadruk en bij herhaling blijk van geeft, een goed geweten te waarderen als een schat 'die meer valt na te streven dan de bijval van alle mensen', bedoelt hij dan dat het subjectieve gevoelen van de enkele mens het laatste woord heeft? Valt de beslissing in de waarheidsvraag derhalve als het erop aankomt in het geweten als bron en norm van handel en wandel?

Nog een voorbeeld, — en dit is krachtens zijn herkomst van doorslaggevende aard — wanneer Paulus in Romeinen 9 : 1 schrijft, de waarheid te spreken en niet te liegen, en zich daartoe schijnt te beroepen op zijn geweten dat hem 'mede getuigenis geeft', is dan zijn geweten de instantie waarbij hij niet alleen te rade gaat, maar ook in het hoogste beroep gaat?

Actualiteit

Het is duidelijk dat wij hiermee een actuele problematiek aansnijden. Hoe vaak hoort men vandaagdedag niet verzekeren, dat subjectieve authenticiteit en integriteit be­slissend zijn voor het waarheidsgehalte van een bepaalde mening, keuze of handeling! De veel gebezigde aanhef 'Ik denk' is niet maar alleen een modieuze bescheidenheidsformule. Daar zit bij-tijd en wijle een addertje onder dat vriendelijke gras! Dat wat 'ik' denk, is vaak niet zo bescheiden als de milde aanhef doet vermoeden. Er kan wel degelijk een behoorlijke dosis zelf-bewustzijn alsook zelf-verzekerdheid achter schuil gaan! En al zal men het zwaargeladen en enigszins plechtstatige woord 'geweten' niet zo spoedig uit de mond laten vallen, uiteindelijk bedoelt men toch niet veel minder dan een beroep daarop, wanneer men zijn mening kracht bijzet (beslissende kracht!) door de 'afrondende' verzekering: 'Ik voel het (nu eenmaal) zo!' Dat moet dan het eind inluiden van alle tegenspraak. Daarna valt er niet meer te praten, althans niet meer na te vragen en te overwegen. Wat ik denk en voel, is mijn steunpunt en startpunt. En zo moeten we elkaar als vrije, mondige mensen ook 'vrij' laten, de ander 'respecteren' in zijn onaantastbare gevoelens, vooral niet storen in zijn privé-mening en 'heilige' overtuiging... Én zo gunnen wij, verdraagzame democraten, maar eigendunkelijke individualisten die wij zijn, ieder het zijne. Een normloze 'norm' in politiek, pers, kunst en kerk...

Bedoeling

Nu is het niet mijn bedoeling om deze hele kwestie uit te diepen en van commentaar te voorzien. Wat ik beoog is slechts een handreiking te doen, door een (beknopt) overzicht te geven van Calvijn's gedachten over het geweten.

Wat Paulus betreft nu alleen dit: dat hij zich zou beroepen op het geweten is schijn, althans wanneer 'geweten' opgevat wordt als vrije, autonome instantie. Dat zou in compleet contrast met heel zijn mensbeeld en genadeverkondiging zijn. De apostel verlegt zijn laatste gronden nooit en nergens van God naar de mens! Hij zégt dan ook in Romeinen 9: 'Mijn geweten geeft mij mede getuigenis door (of: in) de Heilige Geest'! Zijn geweten is genormeerd door een maatstaf die hem van buitenaf wordt aangereikt. Vanaf de weg naar Damaskus was zijn lijfspreuk: 'Wat wilt Gij dat ik doen zal?' God in Christus beslist, door de Heilige Geest. En het is deze Heilige Geest die de diepe kern van Paulus' leven doortrekt en beheerst, tot in zijn geweten.

En wat Luther aangaat: zoveel is zeker, dat ook deze zich in Worms geenszins beroept op zijn geweten-zonder-meer, maar op zijn 'conscientia capta in verbis Dei', zijn 'in de woorden Gods gebonden geweten'! Dat is zijn schutse en zijn tegenweer, zijn bron en norm. Wel het volstrekte tegendeel van iedere eigenmachtigheid! Luther zegt niet: 'Ik voel het zo. Punt!', maar: 'Het "gevoelen" Gods heeft mijn gevoelen overmocht, en daarom kan ik niet anders'!

Hoe ligt deze kwestie nu bij Calvijn? Ons realiserend dat hij op de meest(e) wezenlijke punten een leerling van Luther mag heten, valt bij voorbaat te verwachten dat hij ook in dit opzicht in diens voetspoor treedt. Maar laten we zien...

Terzijde: als leidraad diende mij het overvloedig-informatieve boek van W. Kolfhaus, Vom Christlichen Leben nach Johannes Calvin, Neukirchen 1949. Deze wijdt een aparte paragraaf aan ons thema, een onderdeel dat wordt voorafgegaan door een onderzoek naar Calvijn's oordeel over de (gevallen) mens; een reliëf dat ook ons onmisbaar is, willen wij enig zicht ontvangen op het onderhavige onderwerp. In verband met dit reliëf heb ik nog gebruik gemaakt van T. F. Torrance, Calvin's Lehre vom Menschen, Zurich 1951, (origineel: Calvins doctrine of man, London, 1948), die overigens in zijn hele boek merkwaardigerwijze niet of nauwelijks rept van het geweten.

In (nog) 4 artikelen willen wij onze aandacht richten op Calvijns' visie op het geweten. Om die zienswijze op het spoor te komen zullen we eerst dienen na te gaan hoe hij denkt over kwaliteit en capaciteit van de mens als zodanig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Grond en grens van het geweten (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's