De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Bekende staatslieden blijven in bepaalde landen soms lang in ere. Zo wordt in Israël in de Negevwoestijn de kibboetswoning van de grote David Ben Goerion nog bewaard in de staat, waarin dit huis verkeerde toen Ben Goerion er nog vertoefde. Zijn pantoffels staan nog voor het bed. En zijn bureau is nog ingericht zoals het was, inclusief de glasplaat, waaronder permanent twee bijbelteksten lagen, waarin tot uitdrukking komt dat 'de woestijn zal bloeien als een roos'.

Zo trof ik dezer dagen in het blad van de ANWB de volgende afbeelding van het buitenhuis van Winston Churchill, mèt onderschrift.

Kent. Het geliefde buitenhuis van Winston Churchill in het plaatsje Chartwell. Binnen in het huis is niets veranderd sinds zijn dood. Op het bureau van Churchill liggen enorme sigaren en in de huiskamer worden nog elke dag de laatste edities van de dagbladen neergelegd.

We naderen weer het einde van het jaar.

De dames H. S. S. Kuyper en J. H. Kuyper — aldus berichtte ons een lezer — schreven in 1920 een boekwerkje onder de titel 'De levensavond van dr. A. Kuyper'. Uit de 'tweede vermeerderde druk' (Kok - 1921 - Kampen) is het volgende citaat genomen. Mej. H. S. S. Kuyper vertelt op welke wijze elk jaar weer in huize Kuyper 'oud en nieuw' werd gevierd.

'Mijn Vader, hechtte veel aan een gewijde viering Van den Oudejaarsavond.

Wij bleven dan op tot het Nieuwejaar was ingeluid. Tegen dat de laatste ure van het Oudejaar was ingegaan, begon de plechtige viering met kinderen en kleinkinderen en huispersoneel. Precies op tijd — het grote gouden horloge lag dan vóór hem op tafel — begon mijn Vader met ons het Oudejaarsavondstuk uit De Heraut voor te lezen. Precies op tijd, want mijn Vader wilde altijd biddend met ons van 't Oude in 't Nieuwe Jaar overgaan. Dat gebed moest dus op bepaalden tijd worden aangevangen. Niet te vroeg en niet te laat Dat zou stoornis geven. En geenerlei stoornis werd geduld, om door niets de gewijde stemming en den plechtigen gang van lezen en zingen en bidden te verstoren.

Er kwam dan een groote, vaste rust over mijn Vader. Hij was op Oudejaarsavond anders dan op andere avonden. Er trilde een andere klank in zijn aan klanken zoo rijke stem. De "groote klokkenist", zooals Elout hem genoemd heeft, had ook een kleine Oude-' Jaarsavond-klok, die hij alleen dan luidde; voor ons, zijn gezin. Dan klonk er door de stille kamer zacht een sobere, sonore toon, die daalde diep in onze zielen, en ons stelde voor God, wiens Hand door de Jaarwisseling immers ingreep ook in ons persoonlijk leven...

Als het Oudejaarsavond-stuk uit De Heraut was voorgelezen, dan zongen wij bij ons huisorgel eenige verzen uit Ps. 102. Vooral altijd:

Als een kleed zal 't al verouden; Niets kan hier zijn stand behouden; Wat uit stof is neemt een end Door den tijd, die alles schendt. Maar Gij hebt, o Opperwezen, Nooit verandering te vreezen; Gij, die d' eeuwen acht als uren. Zult all' eeuwigheid verduren.

En daarna las mijn Vader ons Ps. 90 voor, het gebed van Mozes, den man Gods. Langzaam, plechtig, sober, en met een stem, diep en warm van ontroering. De Oudejaarsavond-stemming had hem aangegre­pen. Het middernachtelijk uur naderde. Het Oude Jaar zou gaan, het Nieuwe Jaar zou komen.

En ieder Oudejaar schikten wij ons in gewijde afwachting om de groote tafel, om Vader, op zijn ontroerend-schoone, onnavolgbare wijze, de grootsche zinnen van Mozes' gebed te hooren voorlezen.

En onmiddellijk na dit lezen knielde Vader met ons neder, om dankend en biddend met ons het Nieuwe Jaar in te gaan.

Dan herdacht hij voor Gods aangezicht wat het Oude Jaar gebracht had aan zorgen en zegen, — voor de wereld, voor ons volk, voor ons gezin, voor ieder onzer persoonlijk.

Dan deed hij belijdenis van zonde — een gansch Jaar is zóó vol zonden — voor ons aller leven, arbeid, verhouding onderling en verhouding tot God. Ook altijd van zijn eigen zonden in al deze opzichten. En dan smeekte hij in Christus Gods genadige vergeving af over dit alles. En ten slotte riep hij Gods hulpe in voor 't Nieuwe Jaar'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's