De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

Handboek voor het godsdienstonderwijs; uitgave van Boekencentrum te Den Haag, prijs ƒ 39, 50. Aanvullingen ƒ 0, 27 per pagina.

Informatie

In een keurige uitvoering is de eerste aflevering van het handboek voor godsdienstonderwijs verschenen . De breed samengestelde redaktie, vakmensen op het gebied van het godsdienstonderwijs, geven in de inleiding aan dat het handboek bedoeld is voor 'alle collega's in het godsdienstonderwijs bij het voortgezet onderwijs, ongeacht hun theologische uitgangspositie'. Het gaat erom dat de eigen vakdidaktische deskundigheid vergroot kan worden, want er is heel wat gaande op het gebied van de godsdienstpedagogiek en - didaktiek. In de zeventiger jaren is die ontwikkeling al begonnen in Duitsland en Zweden, nu komt er ook beweging in ons land. Om er voor te zorgen dat alle collega's van de noodzakelijke informatie op de hoogte komen, is gekozen voor een handboek, met een losbladig systeem zodat er steeds weer nieuwe afleveringen komen en de informatie up-to-date is en blijft. De auteurs van de bijdragen zijn uitsluitend gekozen, schrijft de redaktie, op grond van hun wetenschappelijke deskundigheid. De redaktieleden zullen in een kort kommentaar 'een brug slaan' tussen de vakdidaktische theorie en de praktijk van het onderwijzen.

De opzet van het handboek is al bijgevoegd: a. achtergronden en uitgangspunten van het godsdienstonderwijs; b. school en godsdienstonderwijs; c. de leerling; d. de godsdienstleraar; e. de relatie leraar-leerling; f. de leerstof; g. godsdienstonderwijs en taal; h. werkvormen; i. media; j. toetsing en evaluatie; k. onderwijsleerpakketten; 1. praktische informatie. En elk onderdeel is weer onderverdeeld; gezien de 'dikte van de multo-band' kunnen we nog heel wat verwachten a 27 cent per pagina.

Niet wereldvreemd, maar weerbaar

Na de informatie willen we nu wat zeggen over de bijdragen die er nu al zijn. Prof. dr. P. Roest geeft in zijn bijdrage: Waarom godsdienstonderwijs, een overzicht van de universiteit van meningen. Roest wijst erop dat de creatieve school, waarin oog is voor de opmars van de technologie en andere ingrijpende sociale en culturele veranderingen, de school van de toekomst zal zijn.

De levensbeschouwelijke/godsdienstige eensporige confessionele school zal zich voorwaardelijk openstellen voor wat er gaande is in maatschappij en cultuur en zal haar identiteit trachten te handhaven. Vernieuwingen worden, volgens Roest nog steeds, kritisch bezien, en worden slechts geconditioneerd en gemodificeerd ingevoerd, met name wat het godsdienstonderwijs betreft. Toch zal ze ook moeten kiezen en dan is het te hopen in de richting van de creatieve school. Ik hoop daarentegen dat onze christelijke scholen voor het voortgezet onderwijs, in trouw aan Schrift en belijdenis, onze leerlingen zullen helpen om in de geseculariseerde samenleving waarin ze opgroeien ze straks een bepaalde positie in zullen nemen, hun weg te vinden, ook in het praktiseren van de inhoud van de bijbelse boodschap: God lief te hebben boven alles en onze naaste, dichtbij en veraf, als onszelf. Er ligt een geweldige opdracht om in nauwe samenwerking met het gezin en de kerk(en), goed onderwijs te geven, dat kwaUtatief op zeer hoog niveau staat, met gebruikmaking van de onderwijsmiddelen uit onze tijd, zodat de leerlingen voor de maatschappij van de toekomst opgeleid worden en dat zal, gezien de ontwikkelingen op een aantal terreinen maatschappijkritisch zijn.

Jammer is dat in de literatuuropgave enkele foutjes geslopen zijn', b.v. Onstek i.p.v. Onstenk.

L. van der Burg schrijft over: 'Wat moet ik doen in het godsdienstonderwijs'; hij schrijft over: welke thematieken een docent godsdienst kan kiezen en hoe hij vervolgens tot zijn leerdoelen kan komen; over begin-en eindgedrag worden ook een aantal belangrijke zaken geschreven. Het artikel van P. Hoogeveen over: Variatie in didaktische werkvormen en van J. Winkels over: Verschillende soorten werkvormen, geven veel materiaal waar we onze winst mee kunnen doen in de lespraktijk. Dat geldt ook voor de eerste aanzet over Evalueren van F. J. Jansen.

Tenslotte worden er enkele lesvoorbeelden gegeven.

U zult begrepen hebben dat deze uitgave voor de beoogde doelgroep veel materiaal in kort bestek geeft; de aanvullingen zullen het beeld van de uitgave nog verder gaan bepalen. We spreken de hoop uit dat de auteurs, zowel in de vaktheoretische als in de praktische bijdragen, ook zuilen denken aan de groep docenten die hun werk hebben in - de christelijke en reformatorische scholengemeenschappen en daar dagelijks omgaan met jongeren die in het gezin en de kerk onderwijs ontvangen uit de Bijbel, maar ook hun vragen hebben die zeker niet minder worden, gezien de uitdagingen vanuit de wereld waarin zij opgroeien.

Dat er in de bijdragen ook plaats zal zijn voor onderwijs waar uitgegaan wordt van de onfeilbaarheid van de Schrift en de grote betekenis voor leer en leven van de inhoud van de oecumenische symbolen en de gereformeerde geloofsbelijdenissen: de drie formulieren van enigheid. Dat er in de bijdragen genoeg accent blijft liggen op de noodzaak van de kennis met hoofd en hart van de Bijbel, de geschiedenis van de kerk, de bijbelse kernwoorden e.d. én de wijzen waarop er onderwijs gegeven kan worden, ook met het oog op de hulpmiddelen, zodat het motiverend, instruerend en verwerkend element in de les zo is, dat de leerlingen uitzien naar de volgende les.

I. A. Kole

Dr. J. N. Bakhuizen van den Brink/ dr. J. van den Berg/dr. W. F. Dankbaar, Handboek der Kerkgeschiedenis, vierde deel, 4e druk. De Tille, \ Leeuwarden 1985, 360 blz., geb. ƒ 49, 50.

Een herdruk over een intussen al oud en gerenommeerd werk over de kerkgeschiedenis. De oorspronkelijke schrijver was dr. Lindeboom. Hij schreef een 'Kerkgeschiedenis' in twee delen. Het werk kwam later in andere handen en werd steeds meer aangevuld. Thans omvat het 4 delen. Het vierde deel dat wij hier bespreken gaat over 'De kerk sedert de zeventiende eeuw'. De indeling is eenvoudig, chronologisch bepaald. Het eerste gedeelte gaat over de 17e en de 18e eeuw, en het tweede gedeelte over de 19e en de 20e eeuw. Alle belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de kerk in deze eeuwen kan men hier in geordend verband bijeen vinden. Al wordt wel, naar de voorkeur van de schrijvers, bij het één wat langer stilgestaan dan bij het ander. Zo viel mij op dat William Perkins niet meer dan 4 regels kreeg, en Blaise Pascal niet minder dan 4 bladzijden. Hiernaar afgemeten zou men moeten concluderen dat Pascal voor de geschiedenis van de kerk vele tientallen malen belangrijker is geweest dan Perkins. Er wordt ook ruime aandacht gegeven aan de opvattingen der filosofen, naar mijn gevoelen een té ruime aandacht. Er is zelfs een heel hoofdstuk gewijd aan de sociale en wijsgerige stromingen in de 19e en 20e eeuw.

De auteurs nemen de 'kerkgeschiedenis' ruim; zij brengen niet alleen zending en missie erbij onder, maar ook de 'secten'. Ik betreur dat over de roomse kerk meer dan eens gewoon als over 'de Kerk' wordt gesproken en dat roomsen 'katholieken' heten, en dat terwijl de schrijvers op andere punten toch ook heus wel blijk geven van hun eigen inzichten, b.v. door te spreken van een 'dogmatisch vooroordeel', een 'tot lijdelijkheid neigende bevindelijke vroomheid' in de nadere Reformatie, van een 'onwaardige bestrijding' van de quakers van gereformeerde zijde, van het 'onmatige optreden' van Andrew Melville, van het 'puriteinse dwangsysteem'; en door Bunyan te rekenen tot de 'quietisten' en Georg Fox (stichter van de quakers) te noemen een diep-godsdienstige en profetische persoonlijkheid. Ook geven de auteurs duidelijk blijk van hun oecumenisme, met name aan het slot van het boek.

Ik weet: een absolute objectiviteit is ook in de kerkgeschiedschrijving onmogelijk en zou de boeken over de geschiedenis der kerk waarschijnlijk onleesbaar maken. Maar tegelijk houdt dat in dat over verschillende waarderingen die in dit boek voorkomen te discussiëren zou zijn. Er zijn ook andere waarderingen mogelijk en soms ook wettig. Een paar voordelen van het boek zijn dat gewerkt is met grote en kleine letters. De stukken in kleine letters, die nadere gegevens bieden, kunnen door studerenden en door geïnteresseerde lezers eventueel worden overgeslagen, zonder de draad van het hele verhaal te missen; en vervolgens, er is veel aandacht besteed aan de vermelding van de literatuur. Wie verder wil komen krijgt een handwijzer. Maar: merkwaardigerwijs wordt soms Nederlandse literatuur niet en buitenlandse literatuur wel vermeld, bovendien vaak buitenlandse die praktisch onbereikbaar is. Als studieboek dat geschikt is om zich snel te informeren omtrent de 'kerkgeschiedenis' zal dit werk zeker zijn plaats voorlopig nog wel behouden.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's