De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een solidaire discussie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een solidaire discussie

Antwoord aan prof. dr. H. W. de Knijff

11 minuten leestijd

Antwoord aan prof. dr. H. W de Knijff

Als ik in deze bijdrage kort inga op het antwoord, dat prof. De Knijff geeft op de vragen, die ik in mijn artikel over de combisynode opwierp, dan wil ik beginnen met waardering uit te spreken voor de wijze waarop hij zijn opmerkingen op de combisynode over 'het bastion' toelicht. In het slot van zijn bijdrage roept hij de Gereformeerde Bond op tot een 'solidaire discussie'. Welnu de inhoud van de toespraak van prof. De Knijff op de combisynode was van dien aard dat hij zelf tot zo'n discussie nodigde.

Zijn bijdrage nu, in het door hem opgestelde antwoord, is eveneens van dien aard dat er het verlangen in doorklinkt om echt met elkaar in gesprek te zijn. Wanneer ik nu reageer op wat hij schrijft is het niet de bedoeling een soort laatste woord te hebben. In het kader van één enkel artikel kan niet meer worden bereikt dan een stukje duidelijkheid scheppen ten aanzien van wat over en weer werd en wordt bedoeld. Opdat zo de voorwaarden geschapen worden tot breder bezinning.

Ik zal mij beperken tot wat mijns inziens het wezenlijke is. Er zou veel te zeggen zijn over een paar meer formele punten. Bijvoorbeeld over de vraag waarom op de combisynode zo weinig werd ingegaan op 'wat er inhoudelijk in Samen op Weg aan de orde is en wat daar op tafel is gelegd'. Mijn antwoord daarop is dat het kader van deze combisynode dat niet toeliet. Het ging nu om het al dan niet aanvaarden van de 'staat van hereniging'. Wat inhoudelijk ter tafel was gelegd in Samen op Weg, namelijk de 'Verklaring van Overeenstemming' inzake het Samen-kerk-zijn in de nabije toekomst, lag niet ter tafel op de synode. De gemeenten waren hierover geraadpleegd maar er was geen duidelijke lijn uitgezet over de verdere verwerking van de reacties van de geeenten in de betreffende Verklaring. Nogmaals, er was geen mogelijkheid om nu inhoudelijk op stukken in te gaan. Het ging nu, om zo te zeggen om het vóór of tégen de staat van hereniging. En — gegeven de massaliteit van zo'n vergadering — en de beperking, die ieder zich dan moet opleggen, is er weinig kans om fundamentele dingen aan de orde te stellen.

Waar echter heel duidelijk fundamenteel inhoudelijk werd gesproken, juist ook met het oog op 'medeverantwoordelijkheid voor de Gereformeerde Kerken', waartoe prof. De Knijff oproept, daar werd massaal afwijzend gereageerd. Ik bedoel de fundamentele toespraak van dr. Meyers, waarin hij opriep tot gemeenschappelijke schuldbelijdenis en uitsprak dat hij (daarmee) de Gereformeerde Kerken hun eigen verleden wilde hergeven. Achter dat alles zit toch, ook bij de Gereformeerde Kerken waar de binding aan de belijdenis in het verleden zo sterk (juridisch) geprofileerd werd, een zekere aversie wanneer we elkaar oproepen om terug te gaan tot de bronnen van de Reformatie.

De kern van de zaak

Ik wil me echter liever beperken tot de kern van de zaak: de kwestie van de vastheid, de zekerheid van het geloof (belijden). Prof. De Knijff merkt terecht op dat vorm en inhoud, houding en overtuiging niet los van elkaar staan maar op elkaar inwerken. Wie zich veel verdiept in schrijvers uit het verleden en zich hun gedachtengangen, hun overtuiging ook eigen maakt krijgt ook in de vormgeving (taalgebruik, verwoording) iets van die vaderen. Wie zich bijvoorbeeld verwant weet met de Nadere Reformatoren zal hun diep bevindelijke geloofsinhoud verwoorden in een taal en misschien ook wel in een zekere 'houding', die van andere aard is dan wanneer men zich inhoudelijk verwant weet met — om maar een voorbeeld te noemen — de theologie van Schillebeeckx of Moltmann of andere moderne theologen.

De vraag is nu echter of ook de inhoud van de gereformeerde belijdenis ter discussie staat. Ik constateer met dankbaarheid dat prof. De Knijff niet ter discussie stelt dat de belijdenis 'een verwoording is van onze vaste grond', terwijl hij óók in zijn antwoord laat doorkomen dat niet zo maar een aantal losse punten, inhoudelijke zaken van de belijdenis als 'niet ter zake' zijnde kunnen worden beschouwd. Maar hij 'vertrouwt toch het beroep van menigeen op de confessie niet'. Ik denk dat we daar toch de kern heb­ ben als het gaat om de verhouding tussen houding en inhoud.

Prof. De Knijff wil wel van mij aannemen dat wij — ik probeer maar een beetje namens het geheel te spreken — even betrokken in de eigen tijd staan en leven als zij, die tot andere richtingen in de kerk behoren. Ook wij zitten vol vragen en verlegenheden. Ook wij zien de afkalving van het kerkelijke leven en de voortvretende secularisatie. Ook wij zien de Godloosheid van onze cultuur — ik refereer aan wat prof. De Knijff zei op de combisynode — en ook wij hebben onze vertwijfelde vragen als het gaat om de moderne ontwikkelingen ten aanzien van techniek en ethiek van de arbeid, om communicatie met wereldwijde dimensies, om moderne vernietigingsmogelijkheden, kortom ten aanzien van de vraag hoe vandaag te leven en te overleven.

Ik besef intussen ook best dat we vragen en verlegenheden ten aanzien van de moderne tijd verbergen kunnen achter een masker van schijnzekerheid. Ik ga zelfs een stap verder. Ik meen dat het uitermate heilzaam is — hier val ik prof. De Knijff bij — om verlegenheden ook te uiten en niet direct oplossingen bij de hand te hebben die geen oplossingen zijn.

Nu meent prof. De Knijff echter dat, als het om antwoorden gaat, men er met een beroep op de oude belijdenis niet komt. Men kan zich dan —zo zegt hij — met een beroep op de oude belijdenis ontslagen achten 'van een nieuw, soms echt anders geaard geloofsantwoord'.

Dit laatste nu is de kern van de kwestie. We zullen toe moeten geven dat in de belijdenis allerlei immense vragen, die van déze tijd zijn, niet aan de orde zijn. Ik onderken dan ook gaarne de noodzaak van voortgaand belijdend spreken, om zo de eigentijdse machten te weerstaan. Persoonlijk acht ik zo de Barmer Thesen een geloofsantwoord op de demonie van het Nationaal Socialisme. Maar actueel belijden — want daar gaat het dan om — zal dan toch in de lijn staan van het belijden 'met de kerk der eeuwen'. Alleen zó kunnen ook vandaag geloofsantwoorden worden geformuleerd op eigentijdse vragen, met het oog op eigentijdse machten.

Het probleem is echter dat binnen de christenheid vandaag wegen fundamenteel uiteen gaan als het gaat om de vraag op welke vragen we antwoorden moeten formuleren en als het gaat om de wijze, waarop die antwoorden moeten worden geformuleerd.

Wie ook vandaag de gereformeerde confessie als spreekregel voor de kerk gehonoreerd wil zien kiest daarmee intussen wel voor een grondhouding inzake de geloofsvragen. Laat ik het zo zeggen: wanneer ik de zondagen van de Heidelbergse Catechismus lees dan resoneert de geloofsinhoud ervan in mijn hart. Dat is de adequate formulering van mijn geloof, dat zich daarin ingebed weet in het geloof van de kerk der eeuwen. En wanneer de Nederlandse Geloofs Belijdenis, artikel voor artikel, uitspreekt 'wij geloven met het hart en wij belijden met de mond' dan komt mijn geloof daarin mee. Een ook wanneer de twijfel mij be­springt of wanneer de duisternissen van de eigen tijd me bevangen dan weet ik tóch dat dat het geloof van de kerk is en dat het er om gaat dat ik van die kerk een levend lidmaat ben om het zo ook eeuwig te blijven (zondag 21 H.C.). Welnu, vanuit dit geloof, vast en zeker beleden in de confessie, hoe aangevochten ook in eigen ervaring, mogen we in de tijd met de vragen van vandaag staan.

Hét punt voor ons is derhalve of eigentijdse geloofsantwoorden de geloofsantwoorden van de confessie vervangen of daaruit opkomen. Als het vandaag om andere vragen gaat dan vroeger (terzake van de verhouding van mensen en volkeren en de daarmee samenhangende ethische vragen) dan gaat het nog niet om een andere weg der zaligheid en dus om een andere leer van zonde en genade, van schepping en verlossing, van rechtvaardiging en heiliging, van wet en evangelie, van bekering en wedergeboorte; kortom van God de Vader en onze schepping, van God de Zoon en onze verlossing en van God de Heilige Geest en onze heiligmaking. Met een levend geloof van (in) wat de Heidelberger belijdt kan ik getroost leven en sterven. Met een actueel belijdend spreken — hoe nodig en geboden ook — ten aanzien van concrete eigentijdse vragen niet, althans niet zonder méér.

Solidariteit

Prof. De Knijff roept ons op tot een 'open en solidaire discussie met anderen'. Welnu, als het gaat om openheid dan heeft dat met houding te maken. Ik zou niets liever willen dan grote openheid in de ontmoeting, van twee kanten. En als het gaat om solidariteit dan dienen we allen te beseffen dat we allen voor dezelfde vragen staan. Solidariteit mag zelfs betekenen: solidariteit in dezelfde schuld, omdat we samen geen verweer hebben tegen de doorvretende secularisatie, ook niet waar we nog volle kerken hebben. We zullen ons niet mooier (mogen) voordoen dan we zijn. We zijn samen niet in staat de ontkerstening een halt toe te roepen. Ik probeerde dat in mijn artikel van 27 november te verwoorden. Maar wel is van grote betekenis langs welke weg we herstel van kerk en samenleving verwachten.

De vraag is, wat ons betreft, of we in een open, solidaire discussie onze gemeenschappelijke solidariteit met (het geloof van) de kerk der eeuwen, verwoord in de oude confessies, nog uitspreken. In dat opzicht ben ik toch niet helemaal gerust op wat prof. De Knijff schrijft. Hij zegt enerzijds dat het niet aangaat losse punten en grondwaarheden van de confessie als nietterzake te beschouwen maar anderzijds merkt hij op dat de confessie ontstond in 'een geheel andere maatschappelijke, psychologische en culturele context'. Hoewel ik dit laatste erken aanvaard ik het niet als uitgangspunt. En de praktijk leert intussen dat wanneer dit wél als uitgangspunt gehanteerd wordt er sprake is van een andere benadering van de eigentijdse vragen dan wanneer men ook vandaag de belijdenis als spreekregel der kerk hanteert.

Laat ik concreet worden. Verdraagt het moderne zicht op de mondigheid van de mens, met alle ethische consequenties van dien, zich met de souvereiniteit Gods en met de gehoorzaamheid aan de geboden Gods, zoals de belijdenisgeschriften daaromtrent heel concreet belijden?

Verdragen Schriftkritische vragen vandaag zich met de belijdenis van het gezag van de Schrift, zoals we dat vinden in het begin van de Nederlandse Geloofs Belijdenis?

Verdragen moderne visies op de verzoening — als een intermenselijk gebeuren — zich met wat de Heidelberger ervan belijdt? En vinden we vandaag nog (uitgewerkt) in de prediking de noodzaak van wedergeboorte en bekering, van vergeving der zonden en verlossing, zoals we dat in onze belijdenis, naar de Schriften verwoord vinden?

In een solidaire, open discussie zal het ook moeten gaan om een gemeenschappelijke solidariteit.

Het is verschillende keren op een synodevergadering voorgekomen dat de vraag aan de orde was of we nog wel hetzelfde geloof bedoelen. Ik stel deze vraag bepaaldelijk niet aan prof. De Knijff. Maar het gaat me er slechts om te zeggen dat het niet aangaat er bij voorbaat van uit te gaan dat we allen binnen de kerk in dezelfde geloofstraditie staan. Vandaag gaan ook wegen fundamenteel uiteen. Men kan, met de huidige culturele context als norm, als (tweede) bron, ook geloof belijden dat niet het geloof van de belijdenis meer is. En tot onze diepe teleurstelling — en ik bedoel nu met 'onze' teleurstelling die van de hervormd gereformeerden — raakt de vervreemding van de grondwaarheden van de Schrift, zoals verwoord in onze belijdenis, vandaag ook de Gereformeerde Kerken heel diep. En dat betekent naar onze diepste overtuiging dat we de burcht van psalm 46 toch kwijt raken.

Intussen mag prof. De Knijff ervan overtuigd zijn dat we ons aangesproken weten door zijn appèl. Uit het bastion naar het vrije veld! Maar dan ook samen telkens terug om te schuilen in de burcht, waar we ook vandaag veilig zijn in de stormen; samen in de ark, als de vloedgolven van de moderne machten over ons heen slaan; samen op de vaste grond van het geloof van de kerk der eeuwen en niet in de moerasgrond van menselijke opvattingen. Daarheen leidt ook vandaag de Heilige Geest mensen, die in de raadselachtigheid van het bestaan, verlegen zijn om en naar God.

En dan ook zó, samen als kerk, de wereld nodigen: kom ga met ons en doe als wij; maar haar tevens te betuigen: alzo spreekt de Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een solidaire discussie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's