‘Ik heb Jezus aangenomen’ (4 slot)
Met het oog op de jongeren
Ter overdenking
Het wil nogal eens voorkomen, dat wij armoede en leegheid in ons leven verhullen door nadrukkelijk de vinger naar anderen uit te steken en dat wij zo onze verlegenheid met onszelf verbergen onder het uiten van kritiek. Gaat het in het kerkelijk leven ook vaak niet zo? Hebben we hier in verband met ons onderwerp ook niet mee te maken? Het is daarom goed, dat wij — ter overdenking — ons een paar dingen afvragen:
- tegenover het arminianisme benadrukken wij de verkiezing. Doen wij dat omdat wij weten van de vreugde van de verkiezing? Stralen wij dat ook uit? En brengt dit ons — net als bijv. Paulus — tot de lofprijzing van de Naam des Heeren?
- waar een arminiaanse geest wordt waargenomen, is vaak sprake van een sprekende bewogenheid met hen die Christus niet kennen en van Zijn Evangelie niet weten. Hoe zit dat bij ons? Waaruit blijkt ónze bewogenheid? Weten wij wel wat dat is? Moeten wij niet erkennen, dat wij met de vrijmoedigheid van anderen in dit verband vaak geen raad weten? En is het niet zo, dat wij heimelijk misschien wel jaloers op hen zijn wat dit betreft? En dat we denken: 'k Wou dat ik dat durfde... 'k wou dat ik over de Heere Jezus durfde te praten met m'n buurman, met..., maar ik voel het hart al in de keel kloppen, als ik eraan denk...'
Zolang wij zelf niet weten van de vreugde van de verkiezing en in contacten met buren, op het werk, langs de deuren nooit één goed woord van Jezus hebben gesproken, kunnen wij maar beter zwijgen over allerlei verschillen die wij menen waar te nemen. Als wij in deze zin werkelijk 'recht' van spreken hebben, dan zullen we ons hoeden voor oppervlakkige uitspraken, die het hout van het Evangelie niet snijden, en oog hebben voor het feit dat niet alleen evangelische christenen veel van ons kunnen leren, maar dat wij ook veel van hen kunnen leren. Wij moeten niet de illusie hebben, dat dit laatste niet mogelijk is!
Fronten
De vragen die in deze artikelen aan de orde zijn gekomen, zijn al langere tijd actueel in verband met allerlei plaatsen waar reformatorische en evangelische christenen elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken, zoals: de Evangelische Omroep, de Evangelische Hogeschool, de Evangelische Alliantie... Het gaat bij dergelijke ontmoetingen en vormen van samenwerking vooral ook om het bewaren van het Woord dat ons is toevertrouwd en om de gezamenlijke confrontatie met de 'eeuw dezer wereld en de overste van de macht der lucht en de geest die werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid' (Ef. 2:2). De fronten liggen niet tussen 'reformatorisch' en 'evangelisch' (dat probeert de duivel ons wijs te maken), maar daar waar het gezag en de invloed van het Woord, van de Heere Christus wordt ondermijnd en ondergraven, en dat is ook daar waar binnen de kerk uit een leeg geloof geleefd en een leeg geloof wordt overgedragen.
Mission '87
Zeer actueel zijn deze vragen in verband met het congres dat onder de naam van 'Mission '87' tussen kerst en nieuwjaar voor Europese christenjongeren wordt georganiseerd in de Utrechtse Jaarbeurshallen. Het doel van dit congres is om met name bij de jongeren de missionaire roeping aan de orde te stellen en hen bij het missionaire werk te betrekken door middel van gebed, financiële ondersteuning en getuigenis van het Evangelie van Jezus Christus in eigen omgeving of in dienst van kerk en zending elders. De deelnemers aan dit congres — allen bijelkaar een veelkleurig internationaal gezelschap — komen vanuit allerlei verschillende tradities. Het is iets bijzonders dat bij alle verschillen die geconstateerd kunnen worden er toch van gemeenschap kan worden gesproken. Deze gemeenschap moeten we niet zoeken in uiterlijke dingen (ook in cultureel opzicht zal er sprake zijn van veelkleurigheid), ook niet in taal, taalgebruik of overeenstemming ten aanzien van accenten, maar in de overeenstemming en de herkenning wat betreft het fundament van de kerk en van het christelijk geloof en wat betreft de visie op het Woord waarin ons dit fundament wordt onthuld en waardoor de Heilige Geest jongeren en ouderen als levende stenen invoegt in het geestelijk huis dat de Heere bouwt.
Dat ook wij bij deze gemeenschap betrokken zijn, krijgt gestalte in sprekers als Festo Kivengere, hoofd van de African Evangelisch Enterprise waar de GZB een samenwerkingsverband mee is aangegaan (enkele jaren geleden sprak hij op een zendingsdag van de GZB), en Gottfried Osei-Mensah, die op onze jongerenzendingsdag hoopt te spreken.
Nu zijn wij geneigd om allerlei secundaire verschillen makkelijker te accepteren buiten de grenzen van ons eigen land dan daarbinnen (ervaren we dit ook niet, als we met vakantie in het buitenland zijn?). Bij interdenominationale ontmoetingen in het buitenland zijn allerlei muren veel lager dan in het binnenland (ik spreek nu ook vanuit eigen zendingservaring).
Wie een hart heeft voor de zending (wie dat niet heeft, heeft 'ie wel een hart?), en wie met de zending meeleeft, zal hier ook enig zicht op hebben en vaak 'in de geest' op het zendingsveld verkeren. Juist in zendingsverband zien we, dat de grenzen van het werk van de Heilige Geest veel ruimer zijn dan de grenzen van onze traditie en de grenzen van onze meningen en gevoelens. Zelf heb ik in mijn leven — tot mijn vreugde! — ook iets van die ruimte ontdekt. Vandaar dat ik bij allerlei verschillen steeds probeer te ontdekken wat er aan gemeenschappelijks aanwezig is. En heel vaak ontdek ik dat gemeenschappelijke. Dat geldt ook voor Mission '87.
Tenslotte
Dit wil echter niet zeggen, dat ik daardoor het gereformeerde erfgoed minder ben gaan waarderen. Ik zou zeggen: integendeel! Dit is voor mij juist veel meer gaan leven. Maar ik ben onder de indruk gekomen van de eigen wegen die de Heilige Geest gaat en van de veelkleurigheid van Zijn werk. En ik weet mij tegenover Hem verplicht om dat ook uit te spreken. U en ik wij moeten kunnen zeggen, zonder het verkeerde van elkaar te denken, dat ons gereformeerde hart zich verheugt over het werk van de Heilige Geest, waar wij daar ook iets van zien, — en dat er blijdschap bij ons is over iedere zondaar die zich bekeert, ook al is het door een prediking waarvan niet alle klanken ons even vertrouwd in de oren klinken. Bevinden wij ons zo niet tenminste in het gezelschap van de engelen? (Luk. 15 : 10).
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's