De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Handen vol vreugde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handen vol vreugde

11 minuten leestijd

'Wanneer we bereid zijn gehandicapten als vanzelfsprekend onderdeel van de gemeente te laten functioneren, — voorzover dat uiteraard mogelijk is, — op hun geheel eigen wijze, dan ontvangen we handen vol vreugde' (Liza Stilma, Wuiven naar de dominee, Nijkerk, 1979, 17).

Wat kan ik instemmen met de laatste woorden van dit citaat. Handen vol vreugde. Ja, ook handen vol werk. Maar toch vooral vreugde. Neem nu de laatste preek die ik mocht houden in Ede voor onze gehandicapte broeders en zusters. Lang te voren weet ik wat aan de orde moet komen. Dat is afgesproken. We hebben een serie van maandelijkse diensten over het verbond van God. Een dienst over Noach is geweest, en over Abraham. Nu is Mozes aan de beurt, Sinaï, de Tien Geboden, het gouden kalf. Exodus 34. Na het gebeuren met het kalf laat God zich toch door Mozes overhalen zelf met het volk mee te gaan. Dat loopt uit op de woorden die we als tekst kiezen. Zie, Ik maak een verbond. Ex. 34 : 10a.

Hoe maak je dat in een kwartier duidelijk? Je moet het vinden, de Geest in je laten werken, er toe gebracht worden. Alles moet wel op papier komen. Het mag niet te lang worden, je weet hoever je kunt schrijven. Daar staat het in klad, kunnen ze het zo mee beleven? Ik heb het wel vijf keer herschreven. Handen vol werk, de vreugde moet verworven worden. Ik hoop dat ik het begrepen heb. Het verbond. De Heere zegt: Ik ben de Heere uw God. Ik ben met u verbonden. Dat is het. Verbond, verbonden. God met ons, met ons samen. Is dat niet wat God wil? Ons ervan doordringen dat Hij naar ons omziet? De handen naar ons uitsteekt? Geef mij de hand! Geef elkaar de hand! En dat doen we dan ook in de kerk. Dat is het begin van de preek: Geef elkaar eens de hand, een goede stevige hand. Zo zijn we met elkaar verbonden, voelt u? Zo steekt God de hand naar ons uit. Zie, Ik maak een verbond. We laten ze ook zien wat het wordt in het leven als we God vergeten, het verbond en de woorden van het verbond. Dan gaan we onze handen verkeerd gebruiken. Dat zien ze in, ze herkennen het ook. Maar God wil het anders. En dat moet je tastbaar maken en daarom die handdruk. Je mag het zo doen. Dat weet je van binnen van Hem die mensen redt. En zo zijn we verder gegaan en hebben het verbond van Exodus 34 laten spreken. Dat spreekt o.a. over de sabbat, het paasfeest en het pinksterfeest. Allemaal vieringen die de Heere ons heeft gegeven om het verbond niet te vergeten. En daarmee vind ik de aansluiting om deze doelgroep duidelijk te maken wat God ons in het verbond wil geven: rust, verlossing van dood en doodsangst, volle gemeenschappelijke vreugde. In de aanpassing vullen we dit alles met de feesten zoals we ze kennen in het Nieuwe Testament. Het is een dienst geworden vol vreugde. Aan het einde drukken we elkaar weer de hand en zeggen: De Heere is onze God. Handen vol vreugde. Ik schrijf dit opzettelijk zo op, om te laten zien wat een zegenrijke dienst je kunt hebben met onze gehandicapte broeders en zusters, groot en klein, jong en oud. Het zegt meer dan een theoretisch verhaal.

Vreugde

Nu het kerstfeest gaat worden, vind ik het fijn dat ik dit mag schrijven. Het is van wezenlijk belang dat we ook deze 'achteraankomers' bij het kerstfeest betrekken. Met hen de vreugde en blijdschap delen dat Jezus is gekomen om zijn volk van zonden zalig te maken. Met opzet spreek ik over vreugde en blijdschap, woorden die emoties vertolken. Met zulke woorden moeten we werken, en niet te zeer met gedachten, begrippen. Dat laatste kunnen ze niet aan, ze blijven kinderen en dan nog bepaalde kinderen. Ze leren nooit zich uitdrukken in abstracte begrippen. Maar emoties kennen ze al te goed. Hoor ze huilen, maar zie ook hun blijde gezichten. Ze beleven het nare en het fijne, het donker en het licht. Trouwens ook 'normale' mensen kunnen wel wat ruimte voor hun emoties gebruiken. Geef er eens acht op, in de bijbel worden de emoties bij de gebeurtenissen niet verdoezeld, maar uitdrukkelijk vermeld. Van vrees en beven lezen we herhaaldelijk, van vreugde en blijdschap horen we telkens weer. En dat moet meer in onze preken en vertellingen verwerkt worden om er in te delen. Dan wordt het ook minder kil en minder afstandelijk. Het moet ons raken. Preek niet, vertel niet als de boodschap je niet raakt. En dat geldt zeker het kerstverhaal. Het is enerzijds vol vrees voor de herders, maar anderzijds vol grote blijdschap. Blijdschap die 'al den volcke' wezen zal, heel het volk zal er in delen, ook deze onze medemensenkinderen!

Pastoraat en prediking

In het pastoraat gaat het om vier dingen, om helen, bijstaan, begeleiden en verzoenen. God ziet als Herder om naar zijn volk, ook naar de 'achteraankomers'. En naar hen die op de een of andere wijze in hun leven betrokken zijn. Daar mag in onze dagen het specifieke gehandicaptenpastoraat een uitdrukking van zijn. Maar ook in de aangepaste kerkdiensten die in de gemeenten worden gehouden gaat het om de zorg van de grote Herder voor zijn schapen. En dan is de gehele dienst, vanaf het votum tot en met de groet. En waar onze Heere God zegent, heelt Hij diepe wonden, staat Hij bij in zware zorgen, begeleidt Hij op moeilijke wegen en verzoent Hij ons met Zich door het bloed van Christus. We weten vaak niet half wat deze diensten betekenen voor deze zo lang vergeten groep. En ook voor hun ouders en grootouders. Na een dienst in Huizen trof ik in de vestibule een man aan die me bewogen toevertrouwde dat hij twintig jaar de Heere gevraagd had of de kerk ook voor deze kinderen wilde ontwaken. Twintig jaar! Het gebed werd verhoord. Wonden worden geheeld, bijstand ervaren, leiding gezien, mensen worden verzoend. 

Er zijn collega's die geheel gericht zijn op het specifieke pastoraat. Wat het goede is van de aangepaste kerkdiensten is o.a. dat 'gewone' predikanten zich in eigen omgeving inzetten. Dat is een goede zaak voor de gehele gemeente. Want wie bezoeken die diensten? Niet alleen groepen uit tehuizen in de omgeving, maar vooral talrijken die bij hun ouders wonen en dus tot de gemeente behoren. Zij komen trouw met de hunnen. Zovelen. En dan gebeurt er iets dat van belang kan zijn voor de hele gemeente. We moeten ons aanpassen, niet het evangelie veranderen, maar wel de manier van brengen. In deze diensten leveren we tot vreugde van velen vele wijze betogen in en zien we af van meerdere, soms scheidingmakende gebruiken. In een star harnas kun je hier niet dienen. We keren weer tot de grootste eenvoud. Steeds weer tot de kern komen en dat ook laten zien en voelen in de gemeenschap met elkaar. Maar wie heeft dit niet nodig? Wordt een zondaar in zijn uiterste nood ooit anders geholpen dan met het eenvoudige evangeliewoord? U begrijpt dat dit geen pleidooi is voor simpelheid.

Samen voor bereiden

We hebben als predikanten wel hulp nodig. Als je niet in een team van betrokkenen wil werken, moet je er niet aan beginnen. In Ede en omgeving proberen we samen te werken. De diensten worden meestal in dezelfde kerk gehouden. Men went aan de omgeving. We hebben een rooster voor een jaar, elke maand een dienst. Ook de onderwerpen stellen we nu vast, vooral met het oog op de voorbereiding van de dienst in clubs. Elke dienst heeft een eigen werkgroep. In die groep werken mensen van verschillende kerkelijke achtergrond heel goed samen. Het zijn mensen die dagelijks met gehandicapten te maken hebben, een moeder, een groepsleider, een onderwijzeres bijzonder onderwijs en iemand die catechisatie geeft. We komen tijdig samen en stellen de liturgie op. Die heeft vaste elementen zoals de geloofsbelijdenis, het gebed om vergeving, en het gebed des Heeren. Aan de uitvoering nemen ook gehandicapten zelf actief deel. Drie brengen voor de schriftlezing de bijbel op tafel, twee dragen een brandende kaars, de middelste de bijbel. Zonder het licht van het Woord van God kunnen we niet, zeggen zij op deze wijze. Zij mogen dit aanbrengen. De laatste keer bracht een jongen die pas een zware hartoperatie achter de rug had, de bijbel binnen. Dat doet je wat! De gehandicapte jongeren gaan ook met de kollektezak rond. De liederen kunnen ze meezingen. We hebben een lijst met psalmen en liederen die ze kunnen zingen. Het heeft geen zin onbekende liederen op te geven. Een van de leden van de groep ziet er op toe dat dat niet gebeurt. En ze heeft gelijk. Wij moeten ons aanpassen. Anderzijds kan er aan verbreding van de lijst worden gewerkt, maar dat gaat ook langzaam. U begrijpt dat eenvoudige, verantwoorde liederen van onschatbare waarde zijn. Ze blijven terug komen en werken door.

Wat moet er verder gebeuren? Onderwerp van gesprek is hoe een en ander zichtbaar gemaakt kan worden. We weten dat het eigenlijke, de herschepping, niet zichtbaar gemaakt kan worden. Maar we kunnen wel recht doen aan de rijke beeldspraak van profeten en apostelen, ja van Jezus zelf, door ook te werken aan een juiste voorstelling, eenvoudig en doorzichtelijk. We doen dit vooral met behulp van een overheadprojector. Een van de leden tekent. De predikant moet daarom tijdig laten weten waarover het gaan zal. Het is fijn om ze samen te zoeken en te vinden, handen vol werk om handen vol vreugde te krijgen.

Kerst

Dit verhaal verschijnt in het kerstnummer van de Waarheidsvriend. Er zijn ongetwijfeld ook nu vele aangepaste diensten gehouden om het grote gebeuren te gedenken. Wat hier geschreven is kan dit jaar weinig meer uitwerken. Het kan echter heel goed zijn dat vele lezers nooit iets van doen hebben met zulke diensten. Ook voor hen schrijf ik, opdat hun blijdschap groter wordt. Zullen we ons niet verblijden met deze 'armen van geest'?

Lucas vertelt dat de Engel des Heeren tot de herders zegt: Zie, ik verkondig u grote blijdschap. Lucas 2. Hij vertelt ook de verhalen van Jezus over de blijdschap die er is in de hemel als weer een verlorene weerkeert. Lucas 15. In het slot van zijn evange-He onderstreept hij opnieuw de blijdschap van het evangelie van vergeving en bekering. Het moet onder alle volken gepredikt worden. Jezus verlaat zijn discipelen, zijn getuigen, zegenend en zij keerden naar Jeruzalem terug met grote blijdschap. Zij loofden en dankten God. Zo hebben we ons kerstverhaal gekregen. Als we nu door Gods trouw als mensen van de twintigste eeuw deel hebben gekregen aan deze grote blijdschap, vieren we diep dankbaar ook dit jaar kerstfeest. En dat nu des te meer omdat we het nu ook vieren met Izak-die-niet-mee-kan-komen, en met Bea-die-achteraan-komt en met zovele laatsten die in de wereld nooit meetellen. Ze zijn in onze tijd gevonden, laten we het opmerken. Velen vervreemden en verlaten de kerk, dat moeten we ons aantrekken. Maar juist deze gebrekkigen ontdekken de Heere Jezus en verheugen zich. Hoevelen zullen ingaan in de vreugde van hun Heere. Het is Zijn vreugde Zijn huis voor hen open te stellen. Ze vinden bij Hem een veilige schuilplaats. Ze beleven een stuk geborgenheid in dienst die tot jaloersheid kan wekken. Hun handen raken vol vreugde, ze klappen van blijdschap. Ik denk aan woorden van de eerste evangelist: Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en ze aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U... Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt mijn juk op u, en leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht. Mat. 11. Tot slot. Iemand vertelt een droom. De rollen zijn omgekeerd. Niet de grote leert de kleine, maar andersom, het kind onderwijst en gaat voor. De vraag is: Hoe krijg ik het bloed van Christus dat reinigt van zonde? Het kind van zes staat op en loopt eenvoudigweg naar het kruis van Jezus. Op haar voorhoofd drupt het bloed! Het ontwaken was in grote vrede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1986

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Handen vol vreugde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1986

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's