Globaal bekeken
Dezer dagen verscheen bij uitgeverij De Vuurbaak te Barneveld een vertaling in hedendaags Nederlands van de Westminster Confessie en de bijbehorende Grote en Kleine Catechismus. Uit deze 'presbyteriaanse confessie' (opgesteld in 1647) nemen we het volgende over:
• 'De Zoon van God, de tweede Persoon in de Drieëenheid, die waarachtig en eeuwig God is, van hetzelfde wezen met de Vader en aan Hem gelijk, heeft, toen de volheid des tijds was aangebroken, de menselijke natuur aangenomen, met al de echte eigenschappen en gemeenschappelijke zwakheden ervan, maar zonder zonde. Hij werd ontvangen door de kracht van de Heilige Geest in de moederschoot van de maagd Maria, en is van haar wezen. Zodat twee volledige, volmaakte en onderscheiden naturen, de Goddelijke en de menselijke, onafscheidelijk werden samengevoegd in één Persoon, zonder verwisseling, samensmelting of vermenging. Deze Persoon is waarachtig God en waarachtig mens, toch één Christus, de enige Middelaar tussen God en mens.'
• 'De Here Jezus, die in zijn menselijke natuur zo met de Goddelijke verenigd werd, is geheiligd en met de Heilige Geest gezalfd niet met mate. Hij heeft in Zich al de schatten van wijsheid en kennis. Het behaagde de Vader dat in Hem de ganse volheid woning zou maken. En dit opdat Hij, heilig zonder schuld, zonder smet en vol van genade en waarheid, grondig toegerust zou zijn om het ambt van een Middelaar en Borg uit te oefenen. Hij matigde Zich dat ambt niet aan, maar werd daartoe geroepen door zijn Vader, die alle macht en rechtspraak in zijn hand legde en Hem het gebod gaf om het uit te oefenen.'
En uit de Grote Catechismus:
• 'Vraag: Wat was de staat van Christus' vernedering?
Antwoord: De staat van Christus vernedering was die nederige toestand waarin Hij Zich om onzentwil ontledigd heeft van zijn heerlijkheid, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, in zijn ontvangenis en geboorte, leven , sterven, en na zijn sterven tot aan zijn opstanding.
• Vraag: Hoe heeft Christus Zich vernederd in ontvangenis en geboorte?
Antwoord: Christus heeft Zich vernederd in zijn ontvangenis en geboorte hierin dat, hoewel Hij van alle eeuwigheid af de zoon van God is, in de boezem van de Vader, het Hem behaagde om in de volheid des tijds de Zoon des mensen te worden, geworden uit een vrouw van lage rang, en om uit haar geboren te worden. En dit terwijl er verscheidene omstandigheden waren van een meer dan normaal vernederend karakter.
Vraag: Hoe heeft Christus Zich in zijn leven vernederd?
Antwoord: Christus vernederde Zich in Zijn leven door Zich aan de wet te onderwerpen, die Hij volkomen vervulde, en door in pijnlijke aanraking te komen met een onwaardige behandeling van de kant van de wereld, de verzoekingen van Satan, en de zwakheden van zijn vlees, hetzij deze aan de natuur van de mens eigen zijn dan wel dat ze in het bijzonder zijn nederige toestand vergezelden.'
***
De 'Unie School en Evangelie' en de 'Vereniging voor christelijk wetenschappelijk ondenwijs' publiceerden een 'onderzoekonder VU-studenten', waaruit blijkt dat de direkte omgeving een grote rol speelt in de 'geloofsbeleving'. Uit deze publicatie het volgende:
'Uit het onderzoek blijkt dat een grote meerderheid van de 662 studenten, namelijk 81 procent, betekenis hecht aan het geloof. Daarentegen rekent een minderheid, 44 procent, zich tot een kerk, al hoeft dit niet de kerk te zijn waarin men is opgegroeid. Velen zijn op zoek naar een eigen, individuele vormgeving van geloven, waarbij elementen uit de christelijk traditie een rol spelen, maar ook andere elementen zoals een algemene religiositeit, een humanistische levensvisie, politieke en filosofische stromingen. Of, zoals een student schreef: "ik maak zelf wel uit wat ik wel en niet geloof. Daar heb ik de kerk niet bij nodig".
Geloven lijkt iets te zijn wat moet aansluiten bij "gevoel" en "ervaring" en relevant moet zijn voor het eigen leven.
De kerk als gezaghebbend instituut speelt een ondergeschikte rol. ''Geloven'' ontwerp je zelf, al dan niet in relatie met enige anderen in je omgeving, zoals ouders en vrienden. Daar staat tegenover dat één op de drie studenten in de onderzochte groep een tamelijk sterke betrokkenheid heeft zowel bij de kerk als het christelijk geloof. Dat komt ondermeer tot uiting in regelmatig kerkbezoek, deelname aan kerkelijke aktiviteiten en de uitspraak dat het geloof voor de betrokken student van betekenis is. (...)
Bij het onderzoek naar de factoren die een rol hebben gespeeld in deze ontwikkeling, bleek het ouderlijk milieu van groot belang te zijn. Hoe groter de betrokkenheid van de ouders en hoe intenser de godsdienstige opvoeding, des te groter de kans dat student bij kerk en geloof betrokken blijven.
Ter illustratie: van de studenten met sterk betrokken ouders is 62 procent zelf ook betrokken; van studenten wier ouders in het geheel niet zijn betrokken, is dit maar bij 9 procent het geval.
Binnen dat kader speelt een bijzondere rol het accent op persoonlijke geloofsbeleving in de vorm van zelf bidden en zelf bijbellezen, dat in sommige milieus wordt gelegd. Daar gaat een stimulans van uit op betrokkenheid van studenten.
Van een zich afzetten tegen godsdienstige opvoeding van thuis, is weinig gebleken. Eerder wordt de lijn van die opvoeding in radicaler geest doorgetrokken.
Van school en universiteit gaat weinig zelfstandige invloed uit op de betrokkenheid bij kerk en geloof. Het al dan niet christelijke karakter van de bezochte scholen maakt daarvoor te weinig verschil uit, en hetzelfde geldt voor de hoeveelheid aandacht voor geloof en kerk. Zowel voor de school als de universiteit is de betekenis van docenten en medescholieren, studenten geen belangrijke factor gebleken met betrekking tot de betrokkenheid bij kerk en geloof. De gedachte dat het deelnemen aan het universitair leven op dit punt belangrijke veranderingen mee brengt, is ook niet bevestigd.
Als er veranderingen zijn, zijn die vóór het 18e levensjaar ingezet. Wel neemt de betrokkenheid verder iets af naarmate men langer van huis is. (...)
De invloed van de vriendenkring (vooral de huidige) is groot. Hoe meer betrokken de vriendenkring bij kerk en geloof, hoe meer ook de student zelf. Volgens de studenten is de invloed van vrienden en vriendinnen momenteel groter dan die van hun ouders.
Aanzienlijke zelfstandige invloed van de media op de godsdienstige ontwikkeling van studenten is volgens het onderzoek bespeurbaar. Het lezen van een en christelijke krant heeft positieve invloed op de betrokkenheid bij kerk en geloof. Wat radio en televisie betreft, is sterkere invloed vastgesteld bij studenten van wie de betrokkenheid is afgenomen dan bij studenten die betrokken zijn gebleven bij kerk en geloof'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1986
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1986
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's