De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

Ouderenzorg — nieuwe taak voor de diakonie?

In het Centraal Weekblad van 12 december gaat W. La Roy in op de gevolgen van de overheveling van de financiering van de verzorgingstehuizen van het rijk naar de provincie. Zijn er nu in een bepaalde provincie teveel tehuizen en in andere delen te weinig, dan vindt een zgn. vereveningskorting plaats naast een algemene bezuinigingskorting van de kant van het rijk. Allerlei sluitingen dreigen, alsmede problemen voor de bewoners van deze tehuizen. De schrijver van het artikel wijst er op dat de huidige drastische maatregelen overigens niet uit de lucht komen vallen.

Het toekomstig beleid van indicatie-commissies etc. is er op gericht de ouder wordende mens zo lang mogelijk zelfstandig te laten worden, liefst in eigen omgeving. Gezinsverzorging en kruisverenigingen moeten een deel van de zorg in de vorm van allerlei dienstverleningen gaan overnemen. De vraag is: wat is meer kostenbesparend? Is er voor die nieuwe vormen van zorg wel voldoende geld?

'Er wordt in dit verband gesproken over een "dubbele vergrijzing" in ons land. Niet alleen worden de mensen ouder, rond het jaar 2010 komt er een groot aantal 65-plussers bij als gevolg van de na-oorlogse geboortegolf. Ds. Ype Schaaf, hoofdredacteur van het "Friesch Dagblad" is niet de enige, als hij aan het slot van een commentaar over de sluiting van de tehuizen opmerkt: "Het beste is de te sluiten tehuizen maar in de motteballen te doen net als oorlogsschepen, want overmorgen hebben we ze weer nodig".

In het verleden hebben de kerken zich op het terrein van de ouderenzorg niet onbetuigd gelaten, integendeel. En dat is meer dan het pannetje soep, dat zo vaak en zo hatelijk wordt aangehaald als het gaat om de rol, die kerken op dit terrein hebben gespeeld. En het is heel wrang, dat b.v. juist die tehuizen in Sneek en Bolsward, beide van gereformeerde signatuur, en indertijd in het leven geroepen door de samenwerkende kerken in die classes, als eerste gedwongen worden te sluiten. Dat betekent tevens, dat in de hele Zuidwesthoek van Friesland, straks geen enkel gereformeerd verzorgingstehuis meer is te vinden. In hoeverre hierin de politiek heeft gefaald kan in dit bestek buiten beschouwing blijven, het feit is er niet minder erg om.

Het zal duidelijk zijn, dat ondanks deze ontwikkeling, of misschien juist door deze ontwikkeling, de rol van de kerken nog lang niet is uitgespeeld. Juist in die thuiszorg (want wie komt daar dan regelmatig over de vloer?) zou met name de diakonie kunnen inspelen. Het uitzicht van de ouder wordende mens zal in de toekomst, zo las ik ergens, hierin bestaan, dat hij alleen in zijn huisje voor het raam zit om uit te kijken, welke hulpverlener er nu weer langs komt. Waar blijft het sociale contact, dat in die verzorgingstehuizen in zo ruime mate voorhanden was? Zullen mensen in de toekomst niet meer en meer gaan vereenzamen?

Wat op dit moment het belangrijkste is, is de verhuizing van de mensen in de tehuizen, die moeten gaan sluiten. Het verdriet, dat hiermee gepaard gaat, laat zich niet beschrijven. Van directie en personeel van deze instellingen wordt wel het uiterste gevergd om een goede verzorging te kunnen blijven geven. In het eerder ge­noemde commentaar van ds. Schaaf gebruikt hij het woord liefdeloos. Hier pas dan ook wel extra pastorale begeleiding. In dit verband is het ook wrang om een uitspraak te lezen van één van de bewoners van het in Sneek te sluiten tehuis: "Gedeputeerde Staten hebben vergeten bij hun berichten een spuitje mee te sturen". Onze samenleving kan blijkbaar niet meer het benodigde geld opbrengen voor een goede verzorging van die groep mensen, die er hard voor heeft gewerkt om ons nu van de welvaart te laten profiteren. Maar misschien leggen we onze prioriteiten ook wel verkeerd. In ieder geval mag het de kerken niet onberoerd laten, integendeel. Het gaat om het welzijn van mensen, al zijn ze dan oud. Hebben ze daardoor dan afgedaan? Worden ze ons tot last?'

Het zijn indringende vragen die de schrijver ons voorlegt. De vergrijzing van de samenleving brengt allerlei problemen met zich mee, deels op materieel vlak, deels ook op sociaal-psychisch vlak. Men kan op allerlei wijze hierop inspelen in een waakzaam diakonaat. Daartoe zal van geval tot geval bezien moeten worden a) wat er gedaan wordt door diakonieën en gemeenteleden, b) waar de concrete problemen liggen en c) wat mogelijk is. Juist hierin kunnen diakenen ook een stimulerende rol vervullen door gemeenten bewust te maken van de diakonale roeping ten opzichte van elkaar. En aangezien de gemeente niet losstaat van de samenleving blijft de vraag waar de diakonale taak ten aanzien van overheid en samenleving begint. Als er gesproken wordt over een zorgzame samenleving dan kan men dit toejuichen, maar tegelijk dient gezegd te worden, dat op dit punt een grondige vernieuwing en verandering van denken nodig is. Hebben wij ook als samenleving het woord 'zorg' in vele gevallen niet verleerd? Wellicht ligt hier voor de christelijke gemeente vanuit 1 Korinthe 12: de verbondenheid van de leden in het lichaam, een grote uitdaging.

De zorgzame samenleving

Prof. dr. F. O. v. Gennep gaat in een artikel in In de Waagschaal op dit begrip nader in. Hij acht het op zich redelijk en juist een appèl te doen op de samenleving om zelf de handen uit de mouwen te steken en niet alles aan staatsinitiatief over te laten. Maar zijn vraag is of je een geneesmiddel — i.e. de zorgzame samenleving — kunt aanbevelen zonder grondig gepeild te hebben waar de kwaal zit.

'Het is immers zo gegaan in onze na-oorlogse samenleving, dat wij een geweldige toename hebben gezien van de macht van de makrostructuren. Dat had allereerst betrekking op economisch gebied: de groei van de internationals, de fusies tussen bedrijven, de supermarkten en vooral niet te vergeten de directe samenhang van de nationale met de mondiale economie (energievraagstukken etc). Daarnaast vond er een bureaukratisering van het openbare leven plaats, waarbij de staat zeggenschap kreeg op praktisch ieder terrein van het leven en met name het privé-leven. Er waren de collectieve arbeids-overeenkomsten, er was de gezondheidszorg, de bejaardenzorg, kinderopvang, scholing en onderwijs, cultuur en ontspanning etc.

Met deze toename van de betekenis van de makrostructuur zagen we de opkomst van de mikrostructuur parallel lopen: een steeds sterker wordend individualisme , dat narcistische en anarchistische trekken heeft aangenomen. Je zou kunnen zeggen: de makrostructuur in economische en bureaukratisch opzicht vrat de mesostructuur op en door het wegvallen van de mesostructuur kreeg het individualisme zijn kans. Wat vroeger nog verband in de samenleving bracht: de kerkelijke gemeente, de parochie, het dorp, de buurt, de school, de jeugdbeweging, de vakbond (op plaatselijk niveau) is geleidelijk aan geheel of gedeeltelijk verdwenen. Alleen de kerken weten — het mag best eens een keer gezegd worden — tot nu toe taaie weerstand te leveren, dankzij hun van ouds opgebouwde infrastructuur van kerkeraden, parochieraden, en een redelijk geoefende vrijwilligersorganisatie.

We zullen goed moeten weten, dat we zonder mesostructuur niet kunnen voortbestaan.

Onder mesostructuur verstaan we een overzichtelijke gemeenschap van 100 tot 300 mensen, waarin het bestuur controleerbaar is, waarbinnen de mensen elkaar kunnen kennen en verantwoordelijkheid voor elkaar kunnen dragen en die een overdracht van traditie mogelijk maakt. Het is die traditie, die bijdraagt tot de vorming van persoonlijkheid. Velen van ons zullen nu nog wel eens lachen om de oude jongelingsverenigingen, maar het is natuurlijk buiten kijf, dat die een grote rol hebben gespeeld bij de vorming van een persoonlijke overtuiging, al zal die lang niet altijd in overeenstemming zijn geweest met het oorspronkelijke doel van die jongelingsverenigingen.

Waar die structuren wegvallen, zal het individu steeds conformistischer worden, steeds massaler. Er duikt het perspectief van een chaotische samenleving op, waarin terrorisme en voetbalvandalisme slechts voortekenen zijn van een veel groter tumult. Welke weg staat mensen open, die niet hebben geleerd verantwoordelijkheid te dragen en voor wie de middelen van de open discussies niet toegankelijk zijn? Er is voor hun emoties geen andere uitweg dan die van het geweld. Is het zo overdreven, als sommige sociologen vrezen, dat een samenleving zonder middenstructuur uitloopt op een dictatuur? Zou de russische samenleving niet een teken aan de wand kunnen zijn, waar de revolutie de dragende middenstructuur van de agrarische samenleving heeft vernietigd en daarmee de cultuur voor een groot deel heeft ontworteld?

Het zijn misschien wat grote woorden, die ik hier gebruik, maar ik vind het wel een punt van zeer grote zorg. In een samenleving als de onze heeft de slogan van "de zorgzame samenleving" alleen dan zin, indien men zich er tegelijkertijd voor inzet om nieuwe middenstructuren te creëren of oude, nog levende te ondersteunen. Alleen binnen een overzichtelijke gemeenschap kunnen we ertoe gebracht worden om naar elkaar om te zien, maar wat kan er van "de zorgzame samenleving" terecht komen, als de minister die dit programma lanceert tegelijkertijd de subsidies aan het buurt- en clubhuiswerk drastisch besnoeit? Ik vind het bestoken van een overheid altijd wat infantiel en betweterig, maar ik bespeur zo'n grote tegenstelling tussen de officiële theorie van de minister en zijn financiële praxis, dat ik er toch maar eens over geschreven heb.'

Terecht wijst Van Gennep op de structuurkant van dit vraagstuk. Tegelijk is er de verwevenheid van mens en structuur. Verantwoordelijkheid leren dragen heeft te maken met visies op normen en waarden, je mensbeschouwing en levensvisie. De kerken zullen, zonder betweterig te zijn — want ook binnen de kerken is verantwoordelijkheidsbesef vaak ver te zoeken — vanuit het hart van het Evangehe mogen en moeten laten zien wat verantwoordelijkheid inhoudt.

Wij hebben er op allerlei terrein mee te maken. Niet alleen ten opzichte van de zorg voor elkaar, met name de zwakken, maar ook met betrekking tot het omgaan met de schepping, het milieu, de medische macht, de nieuwe technische mogelijkheden. Hier liggen geweldige vragen en uitdagingen. Het blad Wapenveld heeft in het sept./okt. nr. zijn kolommen aan deze thematiek gewijd. Graag wijs ik u op dit themanummer 'Schepping en verantwoordelijkheid' waarin naast andere aspecten ook dit aspect van de verantwoordelijkheid voor de samenleving naar voren komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's