De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe ver reikt het heil (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe ver reikt het heil (4)

9 minuten leestijd

De franse geleerde Henri Blocher wees in een referaat over het spreken inzake verlossing in de moderne theologie op het feit, dat de moderne mens een bijzondere gevoeligheid heeft voor het lijden en emotioneel niets meer kan beginnen met begrippen als vergelding, een eeuwig straflijden. Is het niet volstrekt in strijd met de gedachte van de solidariteit te denken dat er mensen voor eeuwig verloren gaan? Anderen hebben gepoogd aan de gedachte van een eeuwig straflijden te ontkomen door de mogelijkheid te opperen van een bekering na het sterven. De hel wordt dan gezien als een louteringsproces. We verkeren hier in een veld van vragen waar voorzichtigheid en wijsheid geboden is. Stellig biedt de Schrift geen aanleiding tot wat wel eens genoemd is een 'hel en verdoemenis prediking'. Evangelieverkondigers zijn medewerkers aan de blijdschap, lezen we in 2 Kor. 1 : 24. En als de liefde van Christus ons dringt zullen we niet dan met de grootste ernst en bewogenheid over het oordeel kunnen spreken.

Universalistische teksten?

Zij die een algemene verzoening voorstaan en menen dat allen gered worden, beroepen zich gaarne op die Schriftplaatsen die een universalistische strekking lijken te hebben. Dr. Peter Jones ging daar in zijn referaat 'To Save and to Destroy' uitvoerig op in. Jones citeerde een groot aantal teksten: 2 Kor. 5 : 19 (God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende), Kolossenzen 1 : 20 (het heeft God behaagd door Christus alle dingen weer met zich te verzoenen), Titus 2:11 (de genade van God is verschenen, heilbrengend voor alle mensen), Hebreeën 2 : 9 (Christus heeft de dood voor iedereen gesmaakt), 1 Joh. 2 : 2 (een verzoening voor de zonden van de gehele wereld), 1 Timotheus 2 : 4 (God wil dat alle mensen behouden worden), 2 Petrus 3 : 9 (God wil dat allen tot bekering komen), Handelingen 3 : 21 (tijden van de wederoprichting aller dingen). Voorts kan nog gewezen worden op Johannes 12 : 32; Rom. 5 : 18; 11 : 29vv; Filp. 2 : 11; Ef. 1 : 10.

We zullen het gewicht van deze teksten niet mogen ontkrachten, of verzwakken. Toch wees Jones er terecht op, dat we op moeten passen voor te haastige gevolgtrekkingen. We zullen ook deze teksten moeten lezen in de bredere context van het bijbels getuigenis. Dan blijkt dat een interpretatie in de richting van een alverzoening of een algemene verzoening toch wel zeer aanvechtbaar is. Want de Schrift kan over Gods wereldwijde liefde spreken in een verband waarin tegelijk de noodzaak van het geloof in Christus beklemtoond wordt. We zullen bijv. 2 Kor. 5 : 19 niet mogen losmaken van vs. 11 waarin sprake is van 'bewegen tot geloof' en van het appèl: Laat u met God verzoenen (vs. 20). In Filippenzen 2 : 11 wordt wel gesproken van de universele overwinning van Christus, maar in Filippenzen 3 spreekt de apostel onder tranen over hen die als vijanden van het kruis van Christus wandelen en verloren gaan. Handelingen 3 : 21 moet gelezen worden naast vs. 23 waar Petrus zegt dat elke ziel die niet naar de door Mozes aangekondigde profeet zal horen uit het volk zal worden uitgeroeid. De wederoprichting aller dingen is dus, gelet op het verband, iets anders dan een universele verzoening, waarin allen delen ongeacht geloof of bekering.

Ook de woorden uit Kolossenzen 1 staan m.i. in een context die duidelijk laat zien, hoe alleen het geloof deel geeft aan Christus en zijn weldaden (1 : 23; 2 : 6-7). En Romeinen 5 : 18 kan niet losgezien worden van Rom. 1 : 16 en 3 : 21vv. Jones wijst er dan op hoe universalistische theologen zoals J. A. T. Robinson en John Hick de spanning in het bijbels getuigenis wel zien, nl. het feit dat enerzijds gesproken wordt over 'allen' en anderzijds gezegd wordt dat er alleen behoud is, voor wie in Christus zijn, maar men lost deze spanning op door voor een van beide reeksen te kiezen. Zo meent Robinson dat de Schrift twee gedachtengangen kent, die uiteindelijk opgelost worden omdat God in het einde definitief de hel zal vernietigen in zijn universum van liefde. En John Hick is van mening dat Jezus zelf nooit over de hel gesproken heeft, maar dat de latere gemeente Hem deze woorden in de mond gelegd heeft. Op deze wijze kan men zich natuurlijk snel van lastige teksten ontdoen.

Geen bindende uitspraken?

Heeft Hick zelf aangevoeld dat deze manier van omgaan met teksten toch niet kan? In ieder geval, hij heeft ook nog een tweede verklaring gegeven. Jezus zou z.i. wel over de hel gesproken hebben, maar dan alleen in de vorm van een waarschuwing om zijn hoorders tot beslissing te brengen. Zijn woorden moeten, aldus Hick, niet gezien worden als bindende uitspraken over het al of niet bestaan van een hel. Definitieve, bindende theologische uitspraken vinden we z.i. bij Paulus die duidelijk zou spreken van een algemene, universele verlossing voor de gehele mensheid.

Terecht is Jones van mening dat we op deze wijze toch de laatste ernst aan Jezus' spreken ontnemen als we Zijn woorden slechts opvatten als verkondigende uitspraken waaraan geen realiteitsgehalte is vast te knopen. Ook de wijze waarop Hick Paulus leest is toch wel zeer eenzijdig. Plaatsen als 1 Thess. 1 : 9-10, Rom 2 : 5-10 vallen bij Hick's visie weg. Men kan verkondiging en theologie zo niet tegen elkaar uitspelen. Bij John Hick wint, zoals naast Jones ook Cameron aangaf, een willekeurig en selectief lezen van de Schrift het van een grondig luisteren naar de totale bijbelse boodschap. Theologische speculatie komt in de plaats van gehoorzaam luisteren.

Ook de door sommigen aangehangen gedachte van bekering na de dood vindt, aldus Jones, geen steun in de teksten. Een beroep op 1 Petrus 3 : 19 en 4 : 6 acht hij dan ook onjuist.

Redden en verderven

Jones liet niet alleen zien hoe weinig steekhoudend de argumenten van universalistische theologen waren, in een tweede deel van zijn referaat onderzocht hij de woordparen redden/behouden en verderven/verloren gaan in het Oude en Nieuwe Testament, waarbij hij uitging van de tegenstelling in 2 Kor. 2 : 15. Niet alleen het Nieuwe Testament kent, zoals 1 Kor. 1 en 2 Kor. 2 laten zien, de tegenstelling tussen hen die gered worden en hen die verloren gaan, maar ook in het Oude Testament vinden we die tegenstelling (bijv. Deut. 33 : 7-8; Jes. 25 : 6-11; 31 : 3vv; Ezech. 34). Het Oude Testament predikt op indrukwekkende wijze God als Redder en Verlosser, maar de keerzijde van deze prediking is de boodschap van Zijn gericht over al Zijn vijanden. In het Nieuwe Testament vinden we dezelfde lijn. De prediking van het heil in Christus heeft als donkere keerzijde de aankondiging van het oordeel over hen die zich blijven verzetten in ongeloof. En deze gerichtswoorden hebben een definitieve betekenis. Het gaat dan maar niet om een of twee losse uitspraken, nee, zo zegt deze in Aix docerende engelse Nieuwtestamenticus, het spreken over redding en verderf behoort tot de structuur van de bijbelse boodschap. We moeten Oud en Nieuw Testament ook niet tegenover elkaar plaatsen. Jezus' spreken bijv. in Lucas 19 : 10 grijpt terug op Ezechiël 34. Paulus zinspeelt in 1 Kor. 10 : 9-10 op Numeri 17 : 2 en 20 : 3.

In Romeinen 10 : 4 noemt Paulus Christus het einde, of zoals we ook mogen vertalen het doel van de Tora, d.w.z. het Oude Testament. Dat betekent dat wat in het Oude Testament gezegd wordt over heil en verderf zijn diepste ontvouwing vindt in de verkondiging van Christus en de apostelen. Jezus Christus Die dieper dan iemand anders de betekenis van Gods liefde verstond, heeft ook indringender dan wie ook gesproken van zijn toorn.

En Jones herinnert dan in het slot van zijn referaat aan de kritiek die destijds door Berkouwer in zijn grote studie over Barth is uitgebracht op de Barthiaanse theologie, waarin volgens Berkouwer te kort gedaan werd aan de ernst van de verkondiging die oproept tot geloof en de levensgevaarlijkheid van het ongeloof onvoldoende doorklinkt. De verkondiging wordt te zeer een mededeling van een bepaalde stand-van-zaken.

Missionaire aktiviteit

Het zal duidelijk zijn dat we hier voor beslissende vragen staan, juist als we recht willen doen aan het wereldwijde en universele van de bijbelse boodschap en tegelijk niets willen afdoen van de noodzaak van geloof en bekering. Ons denken en spreken komt dan onder een sterke spanning te staan. In de dogmatische bezinning is er de eeuwen door mee geworsteld.

Ook op de FEET-conferentie zijn niet alle vragen opgelost. Dat kan ook niet. Er zijn en blijven vragen die openblijven; juist als we nadenken over deze diepingrijpende zaken. Hoe kunnen we de ernst van het beslissingskarakter van de prediking, d.w.z. dat de beslissing ten overstaan van Jezus beslissend is voor de eeuwige toekomst van de mens, laten gelden en tegelijk de volstrekte triomf van de genade over weerbarstige mensen laten doorklinken?

Een ding werd op deze conferentie duidelijk. Ons spreken over redding en verderf mag nooit impliceren dat de missionaire aktiviteit stagneert. In de traditie van de christelijke kerk heeft met name het spreken over verkiezing en verwerping menig­ maal diepgaande schaduwen geworpen over de missionaire roeping van de gemeente, waaraan men eigenlijk nauwelijks toekwam en waarop men vanwege de inperking van het heilsaanbod ook geen zicht had.

Evangelicals zouden geen evangelicals zijn als deze missionaire roeping niet krachtig naar voren werd gebracht. Het gebeurde op de conferentie in een boeiend en bewogen referaat van de engelse zendingstheoloog Martin Goldsmith. Goldsmith, van joodse afkomst, liet op indrukwekkende wijze zien hoe reeds het Oude Testament vol is van het visioen van het heil voor de volkeren. Ook hij onderstreepte dat het universele karakter van het Evangelie niet betekent dat iedereen dus behouden is. Het heil wordt allen aangeboden en toegezegd, maar het gaat vergezeld met de oproep tot geloof. 'Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult behouden worden' (Hand. 16 : 31).

Uit zijn referaat wil ik u een ding niet onthouden. Het betreft de slotpassage waarin hij wijst op de betekenis van de universele en wereldwijde prediking van Gods liefde, het visioen van Psalm 87, Jes. 2 en 49 voor theologie en praktijk. Wij zijn, zegt Golds­mith, geroepen tot zending wereldwijd. En dogmatische handboeken die deze missionaire dimensie buiten beschouwing laten, verwijderen zich van de fundamentele boodschap van de Schrift.

'k Meen dat dit een opmerking is die waard is onderstreept te worden. Het missionaire is maar een aanhangseltje in theologie, prediking en kerk-zijn, maar behoort tot het wezen en het hart van de boodschap.

Dat was voor mij persoonlijk een van de belangrijkste elementen van deze boeiende conferentie, die door I.H. Marshall, hoogleraar Nieuwe Testament in Aberdeen, op donderdagavond besloten werd met een overdenking over 1 Tim. 2 : 4: God wil dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen. Nogmaals klonk daarin de teneur van de conferentie door en werd onderstreept datgene waarin de deelnemers zich gezamenlijk herkenden bij alle verschil in accent en beleving: een heilsuniversalisme in de zin van een alverzoening, maar wel de universele, wereldwijde, verkondiging van Gods liefde in Jezus Christus tot redding voor ieder die gelooft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe ver reikt het heil (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's