Globaal bekeken
Het Koninklijk Verbond voor Grafische Ondernemingen geeft jaarlijks een geïllustreerd werk uit, gewijd aan een bepaald thema. Dit jaar is het thema Mensenwereld Dierenwereld. Vele fraaie foto's in kleur verluchten het geheel. Ons trof in deze uitgave een recept 'gemarineerde lijsters', 'uit de recepten van Valeria'. In een kookboek is een dergelijk recept 'normaal'. Hoe abnormaal we echter met het dier omgaan komt op ons af wanneer we zo'n recept in een boek, waarin het dier als schepsel Gods ons tegemoet komt, wordt afgedrukt. Hier volgt het:
Gemarineerde lijsters
Ingrediënten: 12 lijsters, een halve liter droge witte wijn, 3 laurierblaadjes, 12 plakjes spek, 200 gram ontpitte zwarte olijven, klein bosje peterselie, 75 gram boter, 4 eetlepels olie, een halve liter bouillon, zout en peper.
Bereiding: De lijsters plukken en boven een gasvlam houden. De ingewanden eruit halen, pootjes en koppen eraf snijden, wassen en afdrogen. In elke lijster een beetje zout strooien en ze enkele uren in een marinade van wijn zetten, waaraan de laurier is toegevoegd. Als ze uit de marinade komen in elke vogel een klontje boter stoppen en ze omwikkelen met een plakje spek. Met een tandenstoker vastzetten en ze met de rest van de boter en de olie in een pan leggen. De lijsters aan alle kanten laten braden en af en toe nat maken met de marinade. Ook de olijven toevoegen. De lijsters als ze gaar zijn uit de pan nemen en warm houden. Nu de bouillon in de pan gieten en al roerend het aanbaksel losmaken, de saus laten inkoken en voor het opdienen over de lijsters gieten.
***
Mr. M. W. Schakel — oud burgemeester van Noordeloos en ex-parlementarier — vult kennelijk zijn 'vrije' tijd met schrijven. Hij publiceerde namelijk een boek, getiteld '25 eeuwen Alblasserwaard en de Vijf herenlanden'. In dit boek, uitgegeven bij Sponsor Sport Publiciteit, Groeneweg 1 -j te Hoornaar, komt de geboortegrond van Schakel helemaal tot leven. Daaraan dragen zeker ook de vele foto's bij. Wij komen nader op dit boek terug. In deze rubriek nu een markante passage, waarin Schakel een doorkijkje geeft van kleine machtsgebieden naar grote.
'Wij doen er goed aan, nu wij op de weg zijn naar een Verenigd Europa, nog eens te bedenken, dat in het grijze verleden zelfs de Alblasserwaard uit een groot aantal zelfstandige 'staatjes' was samen gesteld. Daar waren het baljuwschap van Zuid-Holland, de baronie van Liesveld, het drosambt van Arkel, alle weer bestaande uit een aantal ambachtsheerlijkheden of schoutambten. Daartussen lagen dan de "steden" en de vrije en hoge heerlijkheden. En iedere Heer was baas in eigen huis. Eigen wetten, eigen rechtspraak, eigen belastingsysteem, en niet te vergeten... een eigen dijk. "Wie het water deert, die het water keert" dat is de oude zinspreuk. In de Alblasserwaard voegde men er aan toe: "leder voor zich en God voor ons allen". Het waren dijkjes van zeer lichte samenstelling, die in het allergunstigste geval een aantal dorpen gemeenschappelijk omvatten. Er was 'n krachtig figuur nodig om in deze warwinkel meer lijn en ruggegraat te brengen. Die figuur trad naar voren. Fockema Andrae, heeft ons in zijn knappe studie over "Willem I en de Hollandse Hoogheemraadschappen" de rol van de graven van Holland in de strijd op het waterfront doen zien. In de Alblasserwaard trad ook een Hollandse graaf op. Floris V. "Der Keerlen God". Hij bracht een groot aantal van die eigenzinnige Heren aan één tafel bijeen, sloeg bij wijze van spreken met zijn vuist op die tafel en wist te bereiken dat om een groot deel van de Alblasserwaard voor gezamenlijke rekening en onder gezamenlijk beheer één doorlopende ringdijk kwam.'
***
Prof. dr. H. Jonker is weer zover hersteld van een hartinfarct, dat hij zijn altijd zeer lezenswaardige reflexen voor Theologia Reformata — het driemaandelijks theologisch tijdschrift van de Gereformeerde Bond — weer kon verzorgen. Hier volgt een voor zichzelf sprekende passage uit genoemde kroniek getiteld 'Leersumse lessen'.
'Het was wel even wennen. De ene dag kwam ik in het revalidatie-centrum ''De Hoogstraat'' in Leersum aan en de volgende dag ging ik meteen mee met mijn afdeling B1 op een uitstapje naar het openlucht museum in Arnhem. Ik zat in de bus aan het raam en keek naar buiten naar het voorbijsnellend landschap. Voordat we wegreden had ik het gezelschap eens geobserveerd. Mensen, die met rolstoel en al op een lift-platform de bus in werden getransporteerd. Allen omringd door broeders en zusters. "We nemen voor u ook een rolstoel mee, mijnheer Jonker", had een verpleegkundigde gezegd. "Dat is niet nodig", zei ik, "Ik loop wel met de stok". "Dat redt u niet, want de afstanden zijn veel te groot en u krijgt ook een begeleider mee, broeder Rob." En zo was ik ingedeeld in afdeling B1 met een persoonlijke begeleider, evenals de anderen. Een innerlijk verzet rees in mij. Ik, die gemeentes en studenten had geleid en begeleid moest nu zelf geleid en begeleid worden. Ik, die altijd gezond was geweest, behoorde nu tot de groep der gehandicapten. Ik had ook weinig contact met mijn mede-revalidanten. Ik was ander gezelschap gewend. In Arnhem in het openluchtmuseum nam ik plaats in de rolstoel met broeder Rob achter mij. En voort ging de groep over de paden van het openluchtmuseum met de broeders en zusters in hun witte jasjes. Gezonde toeristen liepen met een boog om ons heen en keken ons soms meewarig aan. Langzamerhand bewonderde ik de helpers en helpsters om hun toewijding, geduld en opgewektheid. Stond iemand uit zijn rolstoel op om een klein eindje te lopen met zijn stok en wankelde hij, dan vlogen drie, vier verpleegkundigen op hem af om hem vast te houden en hem bij te staan. Het leek wel of de zorg voor de ander in de habitus van deze jonge mensen was ingebakken. Om twaalf uur waren we weer terug bij de bus. En ook het inladen begon weer: rolstoel voor rolstoel en mens voor mens. De bus reed nu naar de haven van de Rijn. We zouden ook nog een bootreisje maken. En tijdens die tocht naar de Rijnkade was het alsof een innerlijke stem tot mij ging spreken. "Mijnheer de theoloog, mijnheer de theoloog, met wie ging de Here Jezus om? Toch met lammen en kreupelen en blinden en doven, niet? Mensen, die zonder verzorging en zonder rolstoelen over de aarde moesten kruipen, grote stumpers. En met wie had de Here Jezus de grootste ruzie? Met hooggeleerde schriftgeleerden en hoogeerwaarde farizeeën, niet?"
Plotseling was mijn innerlijk verzet gebroken en ik keek de groep met al de verzorgers met andere ogen aan. Bij het inschepen aan de Rijnkade hielp ik mee, want ik ben maar een "licht geval". En ik vond het een eer, een voorrecht, een rolstoel met zijn "rolstoelrijder" over de planken voort te mogen duwen het schip op in de Naam des Heren, die hemel en aarde en rolstoelen gemaakt heeft...
"Dat is hier gewoon", zei de fysio-therapeut. Wij waren aan het oefenen, loopoefeningen. Mijn linkerbeen sleepte wat en was zo zwaar als lood, maar ik kon weer lopen en dat is een geweldig voorrecht. Niet in de rolstoel en niet met een stok, gewoon lopen, maar het was nog geen honderd procent. De therapeut gaf mij een tamboerijn en ik moest na drie passen telkens een tik geven op de tamboerijn. En zo liepen wij door de gangen heen, waar we iedereen tegen kwamen, de therapeut achter mij aan, om mijn houding te corrigeren. Ik aarzelde, dat is toch een maf gezicht, een "senior" van boven de vijfenzestig met een rinkeltrom marcherend door de gangen. De therapeut voelde mijn aarzeling. "Geneer je niet, dat is hier gewoon", zei hij. Het vreemde is gewoon. Je ziet het leven vanuit de tegengestelde hoek. Je ziet hele vreemde dingen, ik zal ze hier niet beschrijven. De dokter heeft zwijgplicht, ook een inrichting en ook mede-revalidanten, ik zal niet tegemoet komen aan ongezonde nieuwsgierigheid. Er zijn trieste, schrijnende gevallen, waarmee je moet leren leven. Het vreemde wordt gewoon. Eén aandoening zal ik nooit gewoon vinden en dat is afasie, het verlies van het vermogen tot spreken ten gevolge van linker hersenletsel. Je kunt nog beter je beide benen verliezen dan afasie krijgen: wel denken en horen maar niet te denken in taal, in de spraak tot uitdrukking kunnen brengen. Toch wordt het vreemde langzamerhand gewoon, maar ook omgekeerd: het gewone wordt het vreemde, het ongewone. Ook dat leert Leersum. Hoe is het mogelijk dat je in staat bent te denken, te spreken, begrippen te vormen, voorstellingen te maken. Wat is geheugen? Wat herinnering? Wat ontroering? De hersenen zijn een handvol grauwe massa. Een centrum krijgt op een gegeven ogenblik te weinig zuurstof door aanslibbing of anderszins. Een functie valt uit, of een geestelijke activiteit weigert. Wat is de band tussen een hersenkwab met een stoffelijke factor als zuurstof en de geest? De geest van de mens is één wonder. Op een avond zat ik naar de televisie te kijken, naar "jong talent". Een Braziliaanse jonge violist gaf een prachtig concert. Een machtig wonder van de menselijke geest. De hersenen werken — die grauwe massa! — door zenuwimpulsen in de coördinatie van de bewegingen, de beheersing der spieren. Sommige activiteiten kunnen in de hersenschors gelokaliseerd worden. Maar het gevoel, het esthetisch genot, de ontroering, bij de speler en de hoorder, waar moeten wij dat lokaliseren? En hoe is de relatie tussen de materie, de stof en de geest? Het blijft het eeuwige grondprobleem van Descartes: cogitatio en extensie, denking en uitgebreidheid. Hoe is het verband? Hoe werkt de menselijke geest? En waar moet ik ontroering lokaliseren? En hoe is het denkvermogen te vatten met al zijn begrippen, ideeën en voorstellingen? En hoe komt het oordeel tot stand? Het gewone is het ongewone, het vreemde, het wonderbaarlijke.
"Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken, mijn ziel weet dat zeer wel" (Psalm 139:14). Schepping is niet iets in de oertijd. Het lijkt wel of God providentieel ieder concreet mens naar lichaam, ziel en geest afzonderlijk creëert en in zijn werkzaamheden blijft creëren.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's