Isolement of openheid
Vele kerkelijke overpeinzingen werden rondom de jaarwisseling aan het papier toevertrouwd. Opvallend was hoe vele malen de kerkelijke verdeeldheid daarbij aan de orde kwam, met name de verdeeldheid van de gereformeerde belijders.
In de oudejaarseditie van 'Variant' — bijlage bij het Nederlands Dagblad — laat prof. dr. W. van 't Spijker (Chr. Geref.) zich sceptisch uit over de staat van hereniging, waarin de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken zich verklaarden. 'Deze status is mogelijk geworden vanwege een gemeenschappelijkheid in het relativeren van de belijdenis der kerken', zo zegt hij. Maar hij sluit af met te zeggen: 'Er dient vóór het einde van deze eeuw een Samen op Weg tot stand te komen van allen, die werkelijk gereformeerd willen zijn'. Hij noemt dit niet allereerst een uitdaging maar een opdracht.
In De Saambinder (Geref. Gemeenten) klaagt ds. A. Moerkerken over 'jammerlijk diepe kloven' in de kringen van hen, die 'belijden de waarheid lief te hebben' en dat terwijl we elkaar zo hard nodig hebben, zeker in de toekomst nu er een anti-discriminatiewet aankomt.
In het Reformatorisch Dagblad 'was een boeiend vraaggesprek te lezen mef ds. M. C. Tanis (Chr. Geref) onder de titel: 'Nood gescheidenheid leeft niet echt in geref. gezindte'. In het kader van een ingehouden, sympathiek commentaar op de problematiek, waarin hervormd gereformeerden verkeren vanwege Samen op Weg, zegt hij dat de hervormd gereformeerden zouden moeiten trachten te voorkomen dat het van twaalf keer naar veertien keer gereformeerd gaat. Dan liever hereniging met andere gereformeerden zegt hij. Maar intussen zegt hij óók dat de wezenlijke nood ontbreekt in de Gereformeerde Gezindte. 'Het weegt ons eigenlijk niet zo zwaar, vandaar dat het dringende gebed tot God om eenheid ontbreekt'. Verder zegt hij: 'ik ben bang van het hautaine driedubbele onderstrepen van het eigene van een kerkgenootschap. Dat is een trieste zaak. Wij kunnen nog wel eens spreken over de "nood" van de gescheidenheid maar leeft ze ook?'
Het Nederlands Dagblad zegt, in een commentaar op dit RD-interview, onder de titel 'Verantwoorde verdeeldheid?', dat er kennelijk nog tal van struikelblokken liggen op de weg naar eenheid van allen, die amen zeggen op de inhoud van de Drie Formulieren van Enigheid. Ds. Tanis had namelijk ook gesproken over het ontbreken van 'het geestelijk element in de bediening van het Woord' in kerken als de Geref. Kerken (vrijg.) en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Hij bedoelde hiermee kennelijk het bevindelijke element.
In De Wachter Sions herdacht L. M. P. Scholten verder het feit dat op 29 december 1966 dr. C. Steenblok, de grondlegger van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, overleed. Scholten merkt op dat Steenblok 'ter rechter tijd' aan de Gereformeerde Gemeenten gegeven werd, om daar leiding te geven maar zo uiteindelijk de strijd te ontketenen, die tot de scheuring van 1953 leiden zou. Intussen — aldus Scholten — is het zo dat ook vandaag te bemerken is 'dat, wanneer de geest van partijschap en kerkisme, die de gedachten gevangen kan nemen, eens wegwijkt, er velen ook in andere kerkverbanden zeggen: ja, dat (de leer van dr. Steenblok, v. d. G.) is inderdaad de leer de Schriften en de praktijk der zaligheid'. De heer Scholten zal nog gaan aantonen dat er 'velen in andere kerken' zijn die Steenblok zijn gaan volgen in diens 'katholiek gereformeerde leer der Schriften'. Ook hier dus zicht op eenheid, maar dan rondom de theologie van dr. Steenblok.
En tenslotte nog de stem van ds. J. B. van Mechelen in 'Waarherd en Eenheid', orgaan van 'Schrift en Getuigenis'. Nadat ds. Van Mechelen de Gereformeerde Bond nog eens kritisch heeft toegesproken omtrent diens kerkelijke weg vervolgt hij met te zeggen: 'hebben wij recht van verwijt? Noch de Chr. Gereformeerden, noch de (vrijg.) Gereformeerden, noch de Ned. Gereformeerden, noch enig andere flank van de gereformeerdheid hebben iets bijgedragen tot eenheid'.
Tot zover deze stemmen uit verschillende kerken. Stemmen, die iets van verlangen naar meer eenheid maar ook van machteloosheid om te komen tót meer eenheid tot uitdrukking brengen. Het is nu niet mijn bedoeling al deze kerkelijke stemmen te analyseren, bij te vallen ofte weerspreken. Er zou slechts een machteloze stem aan het geheel toegevoegd worden. Maar wel is er een ander punt dat me de vraag te binnen brengt: hoe verder? Die vraag is gelegen in de titel van dit artikel 'Isolement of openheid'.
Noodgedwongen apart
'Noodgedwongen komen we steeds meer apart te staan'. Onder die titel schreef dr. C. S. L. Janse, eindredacteur van het Reformatorisch Dagblad een terugblik over 1986. Hij schrijft dan in verband met christelijke organisaties dat de meeste daarvan die naam eigenlijk niet meer verdienen en vervolgt dan met te zeggen: 'de kloof tussen ons en de brede maatschappij wordt steeds groter. Steeds moeilijker wordt het voor onze mensen om in die maatschappij te participeren'. Er komt steeds meer 'apartheid', bijvoorbeeld ten aanzien van de zondag, de medisch ethische vragen en op het gebied van het onderwijs.
Janse merkt dan verder op dat van geval tot geval bekeken moet worden met welke groepen christenen een samenwerkingsverband of althans een 'gelegenheidscoalitie' mogelijk is. Verder citeer ik tenslotte letterlijk: 'die terugtocht in het eigen bolwerk is geen onverdeelde vreugde. Hij is noodgedwongen. Het mag ons er nooit om gaan om ons apart te organiseren terwille van de apartheid; terwille van de verdere uitbouw en de meerdere glorie van de eigen zuil. Maar de nood dringt.'
Dr. Janse geeft leiding aan een dagblad, dat een grote plaats heeft gekregen in de Gereformeerde Gezindte. Daarom alléén al is zijn visie belangrijk. Want die visie kan breed doorwerken. Ik leg er daarom naast wat dr. Janse heeft gezegd in een vraaggesprek, opgenomen in de bundel 'Vragenderwijs of sprakeloos', uitgegeven bij het 35-jarig bestaan van de studentenvereniging CSFR uit de Gereformeerde Gezindte. In dat interview spreekt dr. Janse b. v. over 'een wezenlijke kloof' tussen 'de bevindelijk gereformeerde kring' en (b.v.) het Internationaal Christelijk Studiecentrum, het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte en het blad Wapenveld, weliswaar reünistenorgaan van de CSFR, maar 'gevaarlijk voor onze richting', te identificeren 'een beetje met de linkervleugel van de Gereformeerde Bond of daar nog voorbij'.
Maar dan komt een passage, die de kern raakt. Janse zegt: 'In de huidige situatie moet je zeggen dat alleen die organisaties zich handhaven, die zich in het isolement begeven hebben, terwijl van bijvoorbeeld het streven van de Hervormde Kerk — om te staan in niet-verzuilde organisaties en daarin iets te betekenen (tactiek van de infiltratie) — niets terecht gekomen is.' Hij sluit af met te zeggen: 'ik zelf kies dus duidelijk voor het isolement', ook al is er een averechts effect aan het isolement, namelijk dat de contacten met de buitenwereld minder worden.
Wezenlijk
Ik meen dat het hier om wezenlijke dingen gaat. Wie zal ontkennen dat zij, die in het beginsel van Schrift en belijdenis willen staan en naar de religie der belijdenis willen leven, steeds vreemder in de samenleving komen te staan. De kloof wordt inderdaad groter. En de voluit christelijke inbreng in allerlei samenlevingsverbanden en (ook christelijke) organisaties wordt steeds moeilijker. Dat er derhalve allerlei nieuwe organisaties ontstonden is begrijpelijk, en in vele gevallen toe te juichen.
Ik beaam ook direct dat het streven van de Hervormde Kerk naar een ontzuilde samenleving mislukt is, ik moet zelfs zeggen een averechts effect heeft gehad. De ontkerstening is er meer door bevorderd dan gekeerd.
Toch moet de vraag gesteld worden welk isolement we bedoelen en hoe we dit beleven. Van Groen van Prinsterer is het bekende gezegde: 'in het isolement ligt onze kracht'. Maar hij bedoelde daarmee niet het isolement van de organisatie maar van het beginsel. Omwille van het beginsel is het zo dat we als christen niet slechts alleen kunnen komen te staan in de wereld maar staan we in feite alleen in de wereld. Er is nu eenmaal een kloof tussen hen, die God dienen, en hen, die God niet dienen. En de laatsten zijn in het geheel van de wereld nog altijd meer en altijd meer geweest dan de eersten. In bepaalde situaties en tijden kan dat ook als practische consequentie hebben dat de eigen organisatie een opgedrongen isolement betekent.
Toen dr. Ph. J. Hoedemaker echter met dr. A. Kuyper de degens kruiste over diens gereformeerd organisatiestreven onderscheidde hij in dat verband al drie verschillende kringen, waarbinnen samenwerking plaats vond, namelijk de algemeen christelijke (t.w. de rooms-protestantse coalitie), de protestantse en de gereformeerde, zeg de calvinistische, waarbij hij (uiteraard) opmerkte dat de laatst genoemde kring ook de meest nauw begrensde is. Toch heeft dr. Janse nu nog een vierde onderscheiding aangebracht, namelijk de bevindelijke. We wisten dat al uit zijn proefschrift. Het komt nu ook weer tot uitdrukking in het interview in de CSFR bundel, waarin hij dan ook — zoals we zagen — spreekt over de kloof tussen de bevindelijk gereformeerden en anderen, met name genoemd. Nu behoeft het geen betoog dat het bevindelijke mij lief is en wil ik zelfs zeggen dat de gereformeerde religie bevindelijk van aard is. Ik weet ook best dat er in dat verband toch onderscheid is tussen gereformeerde belijders. Maar moeten we juist de gereformeerde confessie niet als een groot goed achten waarmee we, om des beginsels wil geïsoleerd maar in de praktijk samen verbonden staan in de ontkerstenende samenleving vandaag, met open vizier, niet alleen naar binnen gericht, maar met het diepe verlangen om het geheel van het volk te bereiken? Mag dat ideaal worden opgegeven?
Hoe moeilijk is het intussen niet om het bevindelijke te definiëren en te localiseren, tenzij men — wat dr. Janse in zijn proefschrift deed — de bevindelijkheid aan uiterlijke kenmerken illustreert. Maar er is bovendien sprake van een elkaar bestrijden van bevindelijke groeperingen, zelfs op het punt van de bevinding zélf. Ligt daarin ook niet de klacht, die ds. A. Moerkerken (hierboven aangehaald) uit als hij het heeft over de 'jammerlijk diepe kloven' in kringen waar men de waarheid lief heeft? Ik kan niet anders aannemen dan dat ds. Moerkerken hier óók de bevindelijke kringen bedoelt.
De vraag is wat vandaag de gereformeerde confessie en de gereformeerde religie nog te betekenen hebben in kerk en samenleving en hoe bindend die werken. Dan zijn we er nl., niet mee om het isolement van een bevindelijke kring, of een bepaalde bevindelijke kring, of nog weer een kring binnen die kring te kiezen. Zodra dat in organisaties uitkristalliseert lopen we het gevaar, dat de christelijke organisaties in het verleden bedreigde en op den duur sloopte. Als dan namelijk de uitholling van binnenuit begint is het einde erger dan het begin. Dr. Janse heeft zelf terecht opgemerkt dat het 'bolwerk' ook van binnenuit kan worden uitgehold. Wat is dan intussen op langere termijn bereikt? Of is dan het laatste bolwerk gevallen?
Maar ik stel toch liever nog een andere vraag. Wat moet een (gezamenlijk) isolement van elkaar kerkelijk bestrijdende groeperingen betekenen en voor (werf)kracht hebben? Dat is een vraag, die mij bezig en wakker houdt. Want we zien inderdaad dat velen het isolement van bepaalde organisaties zoeken. Daarvan kan intussen zelfs een aanzuigende of frustrerende werking uitgaan op hen, die altijd meer open in het geheel van kerk en samenleving stonden of moesten staan. Maar in ieder geval is het onmogelijk voor hen, die bijvoorbeeld dienen willen in een kerk als de Nederlandse Hervormde Kerk, om daarin zich terug te trekken in het isolement. Isolement als beginsel zou betekenen niet meer kunnen dienen op diverse posten, in diverse gemeenten, niet meer participeren in de ambtelijke vergaderingen, en als uiterste consequentie kiezen voor afscheiding.
Uiteindelijk is de vraag van het isolement toch niet los te zien van de kerkelijke kwestie. Als zodanig moeten we zeggen dat de Geref. Kerken (vrijg.) een probleem hebben 'opgelost' door organisatie en kerk nauw aan elkaar te verbinden. Het initiatief van de Geref. Kerken (vrijg.) en de Gereformeerde Gemeenten om te komen tot een Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis mag in dit verband als eigen-aardig worden aangemerkt, juist omdat men als het gaat om de bevinding zo ver van elkaar staat.
Maar in de beschouwingen van dr. Janse mis ik ten enenmale de kerkelijke component. Het gaat om 'onze kringen', de 'bevindelijke kring'. Maar wat moet het isolement van elkaar kerkelijk bestrijdende groeperingen betekenen en uiteindelijk opleveren? Een isolement met kerkelijke isolementen, afgeslotenheden binnen dat isolement?
Afgeslotenheid naar binnen betekent dan zeker afgeslotenheid naar andere christenen, die de waarheid van Gods Woord belijden, en vruchteloosheid naar buiten. De bevinding zal op den duur het verbindende ferment toch niet blijken te zijn. Integendeel, het zal juist de kiem van de verscheurdheid in zich dragen, naar de kerkelijke geschiedenis hier te lande heeft geleerd.
Ik houd het toch liever nog maar even bij het getob en gekreun van de kerkelijke scribenten, die over de machteloosheid inzake de eenheid spreken maar daar toch naar verlangen, al komt die eenheid geen stap dichterbij. Een machteloos zoeken van eenheid is beter dan een manhaftig zoeken van het isolement. Beter voor de kerk en daarin ook beter voor de samenleving.
Als u mijn conclusie wil weten: voor het isolement op zich kies ik niet. Ik zou niet hervormd kunnen zijn. Het beginsel op zich zal wel in allerlei situaties isolerend kunnen werken, dat wel. Maar dan kies ik zo voor het isolement van Groen van Prinsterer, klassiek-gereformeerd, onbekrompen en ondubbelzinnig gebonden aan Woord en confessie.
En het begrip 'gelegenheidscoalitie' — het woord is van dr. Janse — kunnen we toch maar beter uit ons woordenboek schrappen. Het betekent namelijk dat niemand meer iemand echt kerkelijk serieus neemt, en in vele gevalleen ook geestelijk niet. Dan helen we de breuken niet of op het lichtst. Maar daarin zit dan ook geen wervende reformatorische, nationale kracht meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's