Lijden en troostrijk tegenwicht
Regelmatig blijven in de inmiddels bekende Reformatie-Reeks nieuwe deeltjes verschijnen: een verheugend blijk van studiezin in de kring van de gereformeerde theologie. Dat de boekjes ook goed verkocht worden, doet blijken dat geïnteresseerde gemeenteleden (de doelgroep van de serie) zich willen bezinnen over allerlei actuele thema's van dogmatische en ethische aard. Drs. J. Westland schreef het zeventiende deel in de serie, over de vragen rond God en het lijden. Dit deeltje is zondermeer een aanwinst te noemen.
Luisteren naar hedendaagse theologen
Vele hedendaagse theologen hebben zich beziggehouden met het klemmende en schrijnende probleem van het lijden. Westland geeft de gedachten weer van de Duitse theoloog Jürgen Moltmann, diens landgenote, de radikaal vrijzinnige Dorothee Sölle en uit het Nederlandse taalgebied Herman Wiersinga en de Leidse hoogleraar A. van de Beek. Tegen de gedachtengangen van de eerste drie en toch ook, zij het in mindere mate, tegen de opvatting van de laatstgenoemde brengt Westland op grond van Schrift en belijdenis zwaarwegende kritiek naar voren. Dat hij niettemin met vrucht heeft kennis genomen van hun beschouwingen, blijkt niet alleen uit de knappe weergave die hij ervan geeft. Het zou ook beslist te weinig zijn als het daarbij bleef. Actuele gereformeerde theologie moet méér doen dan alleen kritisch kennis nemen van allerlei eigentijdse theologische ontwerpen. Zij mag niet blijven steken in oriëntatie, zonder dat deze uitloopt op actualisering van de eigen positie. Met dat laatste bedoel ik dat de waarheidselementen uit hedendaagse theologische visies worden verwerkt. Dat kan er toe leiden dat in de gereformeerde theologie bepaalde accenten anders worden gelegd dan gisteren en eergisteren het geval was, dat bepaalde vergeten gezichtspunten weer de nodige aandacht ontvangen en dat bepaalde lijnen worden doorgetrokken en vroeger gegeven aanzetten verder worden uitgewerkt. Op deze wijze zal de 'continuïteit én actualiteit van de gereformeerde theologie' (C. Graafland) worden gewaarborgd. Het hier besproken boekje is een voorbeeld van die continuïteit én actualiteit.
De Godsleer centraal
Op blz. 47 van zijn boek haalt de auteur een uitspraak aan van wijlen ds. G. Boer: 'Ten diepste vallen de beslissingen in de Godsleer' (uit diens in 1968 verschenen boekje over de verzoening). Bij het luisteren naar de stemmen van Moltmann en de andere bovengenoemde theologen, wordt duidelijk 'hoe geweldig belangrijk voor de manier waarop we met het lijden omgaan, de vraag naar God is'. Het hart van Westlands studie betreft dan ook de vraag 'Wie is God?'.
Na een fundamentele uiteenzetting over de kennis van God, gegrond op de algemene en bijzondere openbaring, neemt hij een aantal belijdende uitspraken over God onder de loupe: God is de Almachtige, de Onveranderlijke, de Bewogene, de Heilige, de alleen Wijze.
Gods almacht is geen blinde of lege almacht, maar gevulde almacht — de almacht van de Heere, de God van het verbond die Zich in de Schriften openbaart. Gods almacht is echter wél souverein: 'Tenslotte staat alles te trillen op het vrijmachtig welbehagen van God', (blz. 67).
Evenals voor de almacht Gods, wil Westland het — tegen de trend van de huidige theologie in — ook opnemen voor de onveranderlijkheid Gods. Maar dan wel in bijbelse zin opgevat! 'Wij zullen inderdaad moeten oppassen van God slechts een levenloos beginsel te maken, een oergrond, een onbewogen beweger zoals Aristoteles het goddelijke heeft aangeduid. Hij is geen monotone, kleurloze eenheid, maar de levende God. Hij is bij de geschiedenis van mens en wereld volop betrokken.' (blz. 73.) Gods onveranderlijkheid staat echter in het kader van Zijn verbondstrouw. Gods reakties liggen uiteindelijk in de eeuwigheid verankerd. Bij het spreken over de veranderlijkheid Gods wordt God vermenselijkt.
Een rijke troost ligt ook in de bewogenheid Gods. Als hemelse Vader kan God het niet onverschilhg aanzien dat Zijn kinderen het moeilijk hebben. 'Bij wijze van spreken: Hij houdt er geen droge ogen bij, ook al weet Hij in zijn wijsheid, dat het alzo geschieden moet.' (blz. 82.)
De heiligheid Gods mag niet eenzijdig verbonden worden met toorn, straf en gerechtigheid. Dat is zeker één kant van de zaak. Maar Gods heiligheid komt ook uit in Zijn wonderlijke liefde voor Zijn volk. De eisende gerechtigheid en de schenkende gerechtigheid vallen in Jezus Christus samen. God geeft in Hem zelf wat Hij eist.
Het aspekt van de wijsheid Gods heeft Westland bij de behandelde auteurs node gemist. Dit hangt samen met een eenzijdige nadruk op Gods liefde ten koste van Zijn recht. Gods wijsheid vervult een brugfunktie tussen recht en liefde. In de gave van Christus blijkt op wonderlijke wijze de eenheid van Gods recht en liefde, Zijn toorn over de zonde en Zijn ontferming over zondaren. 'Als God in Hem zo'n hoge weg is gegaan, dan mogen we vertrouwen dat diezelfde wijsheid ook het beleid in ons leven bepaalt.' (blz. 91.) In het algemeen ontbreekt het wijsheidsaspekt in het moderne leven. Waar de vreze des Heeren gaat ontbreken voelt het verstand de teugel van het hart niet meer.
In het bovenstaande gaf ik enkele citaten en samenvattende passages weer uit de ruim veertig bladzijden die aan de Godsleer in eigenlijke zin zijn gewijd — met de bedoeling uit te lokken om het geheel te lezen en te overdenken.
Het vierde hoofdstuk gaat over de werken Gods: schepping en voorzienigheid, Gods werk in Jezus Christus, de Heilige Geest, het geloof en universalisme. Dit loopt uit op een (te) korte paragraaf over de drieëenheid Gods. De laatste zinnen van blz. 117 maken heel duidelijk hoe Westland (ook) taalkundig door de dogmaticus A. A. van Ruler beïnvloed is.
Pastorale oogst
Het boek loopt uit op een hoofdstuk waarin de pastorale oogst wordt binnengehaald ten aanzien van de beleving en verwerking van het lijden. De beschrijving van de weg van het geloof wordt ondernomen vanuit twee denkrichtingen: God de Vader en Zijn kinderen — Gods kinderen en hun Vader. De verdienste van dit hoofdstuk is dat stil wordt gestaan bij verschillende aspecten van Gods vaderlijke leiding in het leven van Zijn kinderen en vervolgens bij verschillende wijzen waarop mensen — ook in geloof — het lijden ervaren en er op reageren. Maar al te vaak wordt er eenzijdig gesproken over het lijden en de waaroms die dit oproept. Deze eenzijdigheid brengt dan in pastoraal opzicht allerlei kortsluitingen teweeg. Een bijbels geschakeerde en gevarieerde benadering van de vragen rond het lijden is heilzaam voor mensen die daar zelf mee worstelen of ook anderen de helpende hand willen bieden. Bij mij rees wel de vraag of de houding van Eli op blz. 134 niet te positief wordt gewaardeerd. Is zijn reaktie niet op een verkeerde wijze berustend geweest?
De titel van het boekje had beter kunnen luiden: 'Onze troost in noden'. De cover had mijns inziens niet in rood, maar in blauw moeten worden uitgevoerd (die kleur is immers in de Reformatie Reeks voor dogmatische onderwerpen gereserveerd, terwijl de rode bandjes voor ethiek zijn bestemd).
Het is inmiddels de lezer van dit artikel duidelijk: aanschaf en bestudering van dit werk wordt hartelijk aanbevolen.
Drs. J. Westland, God onze troost in noden, een gesprek met hedendaagse theologen over de vragen rond God en het lijden, (Reformatie-Reeks 17), uitg. Kok-Kampen 1986, 145 blz., ƒ 22, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's