Een rasecht herderlijk schrijven
Ambt en avondmaalsmijding
Gevarieerd
In 1960, maar het zou ook in veel en veel vroeger stadium geschreven kunnen zijn, constateerde de synode van onze kerk dat de avondmaalspraktijk in onze kerk een zeer gevarieerd beeld vertoont. 'Terwijl in de ene gemeente vele lidmaten zich bezwaard voelen om deel te nemen en ondanks de herhaalde en hartelijke uitnodiging, zeer gemakkelijk terugvallen in een van de vaderen geërfde gewoonte zich te onthouden, zijn er ook gemeenten waar wordt deelgenomen met een grote vanzelfsprekendheid, alsof men krachtens het lidmaatschap der Nederlandse Hervormde Kerk als zodanig gerechtigd is deel te nemen. De gesteldheid waarin de gemeente het avondmaal viert loopt uiteen van huivering voor een geheimenis waaraan men vreest zich te bezondigen, tot een nuchterheid die zelfs wel eens bedenkelijk gaat gelijken op slordigheid.'
Deze woorden, die niet maar van observatievermogen maar impliciet ook van pastoraal invoelingsvermogen getuigen, worden geciteerd in het Herderlijk schrijven van de Generale Synode der N.H. Kerk t.a.v. avondmaalsmijding door gemeenteleden en ambtsdragers (Den Haag, 1986, 53 blz., voor het luttele bedrag van ƒ 8, 50 te verkrijgen). De commissie die tot dit schrijven de opdracht ontving bestond uit dr. S. Gerssen, G. de Klerk, dr. C. F. van Andel, ds. F. v.d. Heuvel, ds. A. Kool en ds. G. J. Wisgerhof. Het werk dat dit zestal heeft verricht wordt gekenmerkt door diezelfde heilzame combinatie van signaleren en stimuleren, diagnose en therapie. Op iedere bladzij proeft men vastberadenheid van inzicht, die doortrokken is van lankmoedigheid en zachtmoedigheid. Hier wordt naar het apostolisch vermaan 'de waarheid betracht in liefde'! Een kostbaar goed, waar de kerk zuinig op moet zijn...
De avondmaalsmijding die dit geschrift beoogt is die mijding die veroorzaakt wordt door schroom en gebrek aan vrijmoedigheid, dus niet die verwaarlozing van het sacrament die voortkomt uit laksheid of oppervlakkigheid.
Herderlijk
Er vallen in deze waardevolle studie veel rake woorden, maar geen harde klappen. Heel typerend voor de geest waarin geschreven is acht ik de wijze waarop hier veel begrip wordt gevraagd voor echte avondmaalsschroom, die de eeuwen door telkens is voorgekomen en dan zeker niet alleen binnen één bepaalde sector van de kerk. Deze schroom wuive men niet luchthartig en hooghartig weg! Men ga er beter liefdevol en herderlijk op in.
'Men oordele over de kleinen in de vrijmoedigheid niet uit de hoogte... In het pastoraat over deze mensen wiede men heel voorzichtig het onkruid, opdat niet de tere plant van het geloof beschadigd worde'. Begripvol ook wordt gesproken over incidentele avondmaals-absentie bij ernstige conflicten of persoonlijke twijfel. Heel het geschrift lang klinkt deze grondtoon door: de avondmaalsgang staat niet onder het dictaat van een wettisch commando, maar onder het mandaat van een genadig verlof en de belofte van een evangelisch 'mogen'.
Enige elementen uit dit waardige en waardevolle geschriftje licht ik er nu uit, als spoorslag voor u om het in zijn geheel eens te lezen, wellicht in kerkeraadsverband (als punt 2 van de agenda tijdens een aantal kerkeraadsvergaderingen) .
Waardigheid
Behartigenswaardige gedachten troffen we aan over de heiligheid van het sacrament en de (on-)waardigheid van de disgenoot. De heiligheid van de tafel is er niet één die afschrikt van het heil en de genade Gods in Christus, maar die er juist toe heenstuwt. Zij boezemt wel schrik in, maar dan zó, dat zij wil terug doen schrikken van de ongehoorzaamheid! En — zouden wij juist in dit verband gezegd willen hebben — kan avondmaalsmijding geen verkapte, maar ernstige vorm van ongehoorzaamheid zijn? Is het afslaan van Christus' welgemeende' nodiging geen onheilige weigering? Is Zijn lokstem daar niet te heilig voor? Terecht attenderen de schrijvers erop dat Avondmaalsbediening zichtbare bediening van het Heilig Evangelie is.
De heiligheid van het avondmaal is geen andere dan de heiligheid van die God Die in Zijn Evangelie nederdaalt tot zondaren! Wat de Farizeeërs schamper opmerkten, is voor de tollenaar de som van het Evangelie: 'Hij eet en drinkt met zondaren'. Waardig ten avondmaal gaan zal dan ook niets anders kunnen betekenen dan gaan als onwaardigen in onszelf. De onwaardige die zich in diepe deemoed verwondert over de waarde van Christus' gebroken lichaam en vergoten bloed, die juist zal op waardige wijze brood en beker genieten. Paulus roept op tot zelfbeproeving, maar dit is geen pleidooi voor een gepast gevoel van eigenwaarde op grond van een optelsom van vereiste kenmerken, maar opwekking tot een ootmoedig vertrouwen op Hem Die rijk is in genade en tot een leven in liefde onder elkander. Wie zichzelf beproeft voor het aangezicht Gods, die zal het leven zoeken buiten zichzelf in Christus — Zijn dood verkondigend! — en daarmee bekennen midden in de dood te liggen. Paulus beveelt dan ook niet zichzelf te beproeven of men wel zal eten..., maar: zichzelf te beproeven en alzo te eten!
Calvijn
Om nooit te vergeten is het woord van Calvijn dat in dit verband wordt geciteerd: 'Als het erom gaat dat wij onze waardigheid in onszelf moeten hebben, dan is het met ons gedaan; slechts wanhoop en verderf wacht ons. Want wat zien wij? Wanneer wij ons het meest inspannen om de waardigheid te zoeken, dan bereiken wij niets anders, dan dat wij juist het alleronwaardigst zullen zijn. Laat ons dus bedenken dat deze heilige maaltijd de zieken een geneesmiddel, de zondaren een troost, de armen een groot geschenk is en dat zij de gezonden, rechtvaardigen en rijken — indien zij gevonden kunnen worden — niets zou toebrengen van enige betekenis. De enige en beste waardigheid, die wij Gode kunnen aanbrengen is deze, dat wij Hem onze geringheid en om zo te zeggen onze onwaardigheid aanbieden, opdat Hij door Zijn barmhartigheid ons Zijner waardig make; dat wij in onszelf de moed opgeven, opdat wij ons in Hém mogen troosten; dat wij ons vernederen, opdat wij door Hem worden opgericht; dat wij onszelf aanklagen opdat wij door Hem rechtvaardig gemaakt worden'. Taal om in het hart te koesteren!
Wie zijn het dan die op onwaardige wijze aangaan volgens Calvijn? Dat zijn die mensen 'die zonder een vonkje geloof en zonder enige ijver der liefde' aan de tafel deelnemen: de brutalen en de zorgelozen. Niet de kleinen en de zwakken in het geloof. Voor hen is het juist bedoeld! Samenvattend zeggen de schrijvers: 'Zelfs de meest bevestigde gelovigen kunnen aan het avondmaal slechts nederig als onwaardigen aangaan. Wij etaleren niet ons geloof. Als er van etaleren gesproken zou moeten worden, dan is het dit: God etaleert Zijn beloften in Christus'!
Ambtsdragers
Met bijbelse, kerkhistorische, kerkordelijke en praktische argumenten wordt terecht de onlosmakelijke verbinding hooggehouden van ambt en avondmaal. Wie als ambtsdrager 'ja' zegt op de vraag of hij ervan overtuigd is in het hart, wettig door Gods gemeente en mitsdien door God Zelf tot Zijn heilige dienst geroepen te zijn, kan toch niet tegelijk een wezenlijk onderdeel van zijn ambtelijke dienst uitsluiten. En een wezenlijk onderdeel is de avondmaalsviering onmiskenbaar. Voor diakenen, ouderlingen en predikanten!
Een suggestieve, maar schone vraag is deze: 'Hoe zou de ambtsdrager zonder het voedsel kunnen, om op de weg van en naar Gods Koninkrijk staande en gaande te blijven?' Liefdevol en wijs zijn de citaten uit de geschriften van Reformatie en Nadere Reformatie die in dit kader worden te berde gebracht. Uiteraard een kleine selectie. Maar ze spreken duidelijke taal. Tegen het eind van de studie treft ons nóg eens genoemde combinatie van stelligheid en voorzichtigheid. Loskoppeling van ambt en avondmaalsviering noemt het geschrift 'door het beschikbare materiaal krachtig weersproken en veroordeeld'. Maar de therapie wordt gezocht in prediking, pastoraat, catechese, zelfonderzoek en gebed. 'Dan zou er door het werk van de Heilige Geest vrijmoedigheid voor het avondmaal en voor het ambt kunnen ontstaan bij mensen van wie men dat helemaal niet verwacht had'. Met praktische 'aanwijzingen voor het beleid' wordt het geschrift afgesloten.
Waar en waardig
Wij verwachten dat velen dit 'herderlijk schrijven' met vreugde en met vrucht zullen ontvangen. Want er staat zoveel waars in en het wordt op zo waardige wijze gezegd. Daarom wil ik ook niet te nadrukkelijk ingaan op de vragen die het bij me achter liet. Drie wil ik er slechts noemen, als in een terzijde.
Verdient bij uitstek rond onderhavige thematiek de kwestie van de boetvaardigheid (van het geloof) niet uitdrukkelijker aandacht? En zou verhelderende informatie over de 'objectieve' grondbetekenis van het nieuwtestamentische woord vrijmoedigheid (parrèsia — verlof, toestemming tot spreken) niet op zijn plaats geweest zijn? Tenslotte — heel iets anders —, rekenden de schrijvers voldoende met die avondmaalsmijding die in 't geheel niet gemotiveerd is door onvrijmoedigheid en schroom, maar opkomt uit het zeer vrijmoedige en onbeschroomde superioriteitsgevoel van hen die van de nood een hyper-orthodoxe deugd hebben gemaakt, zoals de blzz. 43, 45 en 47 even aanstippen?
Overigens doen deze vragen niets aan m'n waardering af. Het is een rasecht herderlijk geschrift, omdat hand en hart van de Herder erin te bespeuren zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's