Uit de pers
Doelen in de evangelisatie
In de theologische aetherleergang Rondom het Woord had Yko van der Goot enkele gesprekken met dr. J. B. J. Jonkers, een socioloog die vorig jaar promoveerde op een proefschrift getiteld 'Doelen in de evangelisatie'. In dit proefschrift wijst hij er op — en dat komt ook in de gesprekken naar voren — dat er binnen de Gereformeerde Kerken verschillende doelen gesteld worden. Voor velen gaat het bij evangelisatie om het brengen van het evangelie aan mensen die van het Evangelie vervreemd zijn, opdat zij tot geloof komen en lid worden van de kerk. Anderen zien evangelisatie als een vorm van sociale aktie, gericht op maatschappelijk welzijn. Jonkers signaleert in het gesprek met Van der Goot spanningen tussen de verschillende kerken en groepen die zich bezig houden met evangelisatie.
'Zijn er in dit veld dan geen bepaalde spanningen bijvoorbeeld tussen die groepen en de kerken?
Ja. Er zijn bepaalde spanningen, zeker tussen de groepen en de gevestigde kerk, omdat in de groepen vrij vaak kritiek op de kerken wordt geuit. Maar ook wel tussen de groepen onderling. In het algemeen kun je van nogal wat van die vrije groepen zeggen dat zij gekenmerkt worden door een nogal Amerikaanse inslag met marketing- en reclame-methoden. Men ziet een zekere fundamentalistische benadering, vooral in het letterlijk nemen van de Bijbel. Bijbelgetrouw noemen zij zich dan ook.
Je kunt ook zeggen dat zij in micro-ethische kwesties zoals abortus, euthanasie e. d. een nogal rechts standpunt innemen, maar in macro-ethische kwesties nogal onverschillig zijn. Ik denk hierbij aan kernbewapening, aan Derde Wereld-problematiek, aan inkomensverdeling en werkloosheid.
Zij houden zich dus bezig met individueel zieleheil?
Ja, en dat is dan ook één van de spanningspunten in de discussie. Gaat het in de evangelisatie om individuele verlossing of gaat het ook om meer? Heeft het ook iets te maken met het vestigen van het Koninkrijk, waarbij gerechtigheid, maatschappelijke verhoudingen en politieke kwesties eveneens een rol spelen? Dat is één van de spanningspunten. Daaraan vastgekoppeld is een ander spanningspunt: Gaat het alléén om het hiernamaals of gaat het óók om het hiernumaals? Gaat het alleen om het eeuwige leven, waarvoor mensen zich moeten bekeren, of is dit leven en wat er nu plaatsvindt ook van belang? Daaraan haakt weer het spanningspunt vast: Gaat het alleen om het woord of ook om de daad, de levenshouding, het aanvaarden van maatschappelijke en politieke consequenties? Gaat het alleen om het doorgeven van het evangelie, of mag je het evangelie ook vertalen naar deze tijd? Of nog een stapje verder: mag je ook vertolken, in de zin van dat de situatie waarin wij nu leven, meebepaalt welk bevrijdend woord gesproken moet worden, dus wat thans evangelie is.'
Samenhang met andere verschillen
De verschuivingen binnen de Gereformeerde kerken hebben de visie op evangelisatie niet onberoerd gelaten. De hierboven genoemde verschillen inzake de doelen, die men stelt in de evangelisatie, hangen samen met andere verschillen inzake geloofsbeleving en geloofsinzichten, b.v. het Godsbeeld.
Traditioneel geloven, zegt Jonkers, gaat uit van een sterk afhankelijkheidsbesef van God, terwijl de geëngageerden God meer zien als partner en bondgenoot, met wie Je kunt samenwerken. Ook het kerkbeeld verschilt.
'De ledenwervers hebben een statisch kerkbeeld; leer en organisatie van de kerk mogen in principe niet veranderen. De geëngageerden staan juist een dynamisch kerkbeeld voor, waar de leer en organisatie van de kerk op gezette tijden moeten worden aangepast aan de eigen tijd. Tenslotte hebben de ledenwervers een vrij gesloten houding tegenover de samenleving in het algemeen, terwijl de geëngageerden een opener houding hebben en de eigen wetmatigheid van de samenleving serieus nemen.
Verder kun je zeggen dat de ledenwervers de normen die de kerk stelt, van groot belang achten. De geëngageerden volgen meer hun eigen oordeel en geweten; zij stellen zich dus wat zelfstandiger op. Ook een heel belangrijk verschil is dat de ledenwervers in meerderheid vrijwilligers zijn, terwijl bijna alle professionele krachten tot de geëngageerden gerekend moeten worden. Dat lijkt mij een heel opvallend gegeven. Je kunt ook zeggen dat qua opleidingsniveau de ledenwervers aan de lage kant zitten, terwijl de geëngageerden juist de hoger opgeleiden zijn. Verder zijn de ledenwervers nogal behoudend, terwijl de geëngageerden juist sterk veranderingsgezind zijn.
Er is dus een duidelijke discrepantie tussen deze twee groepen binnen dezelfde kerk.
Ja. Maar andere opmerkelijke gegevens zijn, dat een aantal zaken, zoals leeftijd, geslacht en woonplaats, niets uitmaakt. Uit andere onderzoeken blijkt dat zulke zaken meestal wél wat uitmaken, maar in dit geval niet. Het gaat er om dat deze twee groepen vanuit een verschillend geloof werken, vanuit verschillende grondhoudingen met verschillende doelstellingen terwijl zij zich ook in verschillende culturele lagen bevinden. De ledenwervers zitten in de culturele onderlaag en de geëngageerden in de culturele bovenlaag.
Deze tweedeling heeft nogal wat consequenties. De professionals — en dat zijn niet alleen beroepsmensen in de evangelisatie, maar ook plaatselijke predikanten — kiezen duidelijk voor het geëngageerde type en dat betekent dat de vrijwilligers zich op dit punt weinig gesteund voelen, terwijl zij de hoeders van de erfenis zijn. Zij kunnen zich ten aanzien van hun geloofsgoed weleens onterfd gaan voelen.
Dat kan merkwaardige situaties opleveren wanneer een plaatselijke predikant en andere leidinggevenden in een gemeente een geheel andere lijn voorstaan dan hun eigen gemeenteleden.
Het ligt natuurlijk altijd genuanceerd, maar het geeft inderdaad spanningen en problemen. Je hoort ook wel van predikanten, in het bijzonder evangelisatiepredikanten, dat zij het daar heel erg moeilijk mee hebben. Zij worden in hun bedoelingen niet herkend en erkend. Zij moeten dan omzichtig te werk gaan. Zij kunnen niet al te hard stelling nemen, maar komen met hun eigen geweten in de problemen. Omgekeerd hebben deze vrijwilligers ook het gevoel dat zij niet worden gesteund door de kerk. De professiooals hebben de touwtjes in handen en men gaat zich wat unheimisch voelen. Dat geeft naar weerskanten spanningen en problemen.
In hoeverre gaat het hier om een specifiek gereformeerde aangelegenheid? Strekt een dergelijke tweedeling zich ook uit tot andere kerken?
Dat is op grond van dit onderzoek niet te zeggen, dus je moet het van je Fingerspitzengefühl hebben. Ik denk dat de spanning zoals die nu ligt, vrij oud is. Je hebt in de vorige eeuw in de hervormde kerk deze spanningen ook gehad — daar is de oplossing de modaliteitenkerk geweest. Van de christelijke gereformeerde kerken hoor je ook van dit soort spanningen en de vrijgemaakten hebben al een breuk gehad. Dit soort polarisatielijnen zijn dus niet specifiek voor één kerk, maar lopen dwars door de kerken heen. Ook bij de rooms-katholieken zie je dit soort spanningen.
Kan dat ons tot troost zijn?
De troost gaat nog veel dieper, want dit soort conflicten speelde al op de eerste synode van Jeruzalem, die in Handelingen 15 wordt beschreven. Daar ging het om het conflict tussen Paulus, Petrus en Jacobus over de vraag of heidenen die bekeerd waren, zich aan alle joodse wetten moesten vasthouden. Dat was ook een samenlevingsvraag, maar tevens een vraag voor de kerk: wat moet de kerk voorschrijven en hoe moet je dat godsdienstig duiden? Op zich is er dus niets vreemds aan dat er in de kerk af en toe wordt gevochten.
Zou de conclusie kunnen zijn dat je toch met elkaar in gesprek moet komen over de meest diepe roerselen, wil je kunnen werken op het vlak van de evangelisatie?
Als je stelt dat de kerk een gemeenschap is, dan is de kerk in ieder geval een gemeenschap van mensen en mensen praten met elkaar, móeten met elkaar praten. Dat vind ik één van de essentiële kenmerken van het kerk-zijn. Je bent niet alleen gezellig bij elkaar, maar je bent op leven en dood met het geloof en de leer bezig.'
Terecht wijst Jonkers er op dat genoemde spanningen zich niet alleen tot de Gereformeerde Kerken beperken. Wanneer de interviewer Jonkers vraagt naar een mogelijke oplossing van het conflict tussen ledenwervers zouden meer oog moeten krijgen voor de maatschappelijke werkelijkheid, en de maatschappelijk geëngageerden, krijg je de indruk dat Jonkers van mening is, dat het conflict op te lossen is door een wederzijdse correctie. De ledenwervers en geëngageerden zouden hun opdracht in een geloof skader moeten zetten.
Een oplossing?
Ik vraag me af of je er daarmee helemaal komt. Ik geef graag toe, dat men over en weer elkaars eenzijdigheden kan corrigeren. En het gevaar van een eenzijdige opstelling is altijd aanwezig, alsmede ook het gevaar van onbijbelse tegenstellingen. Zo kan men mijns inziens de individuele verlossing en de komst van het Koninkrijk niet als twee zaken tegenover elkaar stellen. Het Evangelie dat we in woord en daad mogen brengen is de verkondiging van het komende Koninkrijk, het goede nieuws voor de totale mens. Maar de kern van dat goede nieuws is toch de vergeving der zonden, de verzoening met God. Hoe vaak spreekt het N.T. niet van de noodzaak om het Koninkrijk binnen te gaan in de weg van bekering en geloof. Zeker is het waar, dat het geloof in de Koning van dit Rijk ons op de weg van de navolging brengt, en dat de komst van Gods Koninkrijk alles te maken heeft met de vragen van gerechtigheid ook in het sociale en politieke leven. Maar er is wel een prioriteit. Wie inzet bij het geloofsaspect: het herstel van de relatie met God door het geloof en het betrokken raken bij de kerk als lichaam van Christus moet in een bijbelse visie op het geloof wel uitkomen bij de maatschappelijke vragen.
Maar wie alle nadruk legt op maatschappelijk engagement als het eerste in de evangelisatie zou zich wel eens de weg kunnen versperren tot die geloofsdimensie. Ten diepste gaat het hier om de verhouding tussen geloof en werken, heil en heiliging.
Visie op de kerk
Ook is in het geding de vraag: wat is de kerk? Dr. Jonkers zegt: 'De kerk is in mijn beleving geen doel in zichzelf, maar een middel om de samenleving in een heilzame richting te beïnvloeden. Dat blijft de primaire functie'. Dat lijkt me bijbels-reformatorisch moeilijk vol te houden. Kun je zo nog ontkomen aan een vermaatschappelijking van de kerk? Dreigt de kerk dan niet te worden tot instituut voor samenlevingsopbouw, die terwille van haar maatschappelijk belang leden nodig heeft?
Evangelisatie heeft alles te maken met de geloofsopbouw binnen de gemeenschap van de gemeente rondom Woord en sacrament. Daaraan ontspringen dienstbetoon en betekenis voor de samenleving.
Doelen in de evangelisatie: het is een vraagstuk dat ons in het hart van de theologische discussie brengt. De analyse die Jonkers in zijn boek geeft en waarvan enkele resultaten in de gesprekken worden weergegeven, is van betekenis. Hij signaleert een kloof tussen beroepskrachten (predikanten, theologen, werkers die beroepsmatig in de evangelisatie kunnen werken) en vrijwilligers, leden van de plaatselijke gemeente. Kunnen beide groepen elkaar nog vinden? Ben je er door te zeggen: Laten de ledenwervers zich voor de maatschappij interesseren en de geëngageerden voor bijbelstudie.
Dat lijkt me toch iets te gemakkelijk. Wat versta je onder maatschappelijke betrokkenheid? Ik zou me kunnen indenken dat die er ook is bij de groep die Jonkers aanduidt als ledenwervers, maar anders dan bij de door hem genoemde geëngageerden. En wat bedoel je met bijbelstudie? In welk perspectief lezen we de Schrift. Ik denk, dat beide groepen voortdurend weer zich moeten stellen onder het gezag van het bijbels getuigenis. Waarbij het goed is om ook de traditie, concreet gezegd de belijdenis van de kerk er in te betrekken, als een stem vork om op toonhoogte te blijven. De gesignaleerde tegenstelling in het boek van dr. Jonkers speelt zich immers af in één van de grote reformatorische kerken. 'k Meen dat juist de gereformeerde Reformatie een evenwichtige visie biedt op de eenheid van rechtvaardiging en heiliging in het totale leven, de samenhang van woord en daad, persoonlijk geloof en sociale betrokkenheid, evangelisatie en dienstbetoon. Zou een doordenking van deze confessionele erfenis met het zicht op de vragen van onze tijd niet zeer winstgevend kunnen zijn? Of valt dat zonder meer onder het type van het 'traditionele geloven', waarmee geëngageerden in hun verlangen naar het volgen van alternatieve sporen op geloofsgebied, weinig of niets kunnen beginnen? Als dat het geval is, zie ik het gesprek tussen beide groepen somber in. Maar dat hoeft niet. Het is toch min of meer vanzelfsprekend een reformatorische kerk te herinneren aan de waarde van haar eigen traditie. Ook voor de vragen rondom de doelen in de evangelisatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's