Globaal bekeken
Dr. C. Smits (Vrijg. Geref.) heeft zich gezet aan een imposante studie van de Afscheiding (uitgave J. P. van den Tol, Dordrecht), aan de hand van notulen en andere documenten in kerkeraadsarchieven. Thans is het zevende deel verschenen, dat handelt over de classes Rotterdam en Leiden. Uit dit deel nemen we twee interessante passages over, namelijk over Delft en over Ouddorp.
Delft
'In het jaar 1840, als de Afgescheiden gemeente wordt geïnstitueerd, telt Delft ruim 17000 inwoners; er staan 2863 huizen, bewoond door 3636 huisgezinnen. De Hervormde gemeente omvat circa 9800 zielen, de Waalse gemeente 100; er zijn 30 Remonstranten, 500 Evangelisch-Luthersen, 6500 Rooms-Katholieken, 70 Oud-Katholieken en (aan het begin van het jaar) ongeveer 20 Afgescheidenen. Het afscheidings-gebeuren, in de zin van het zich losmaken van de Hervormde kerk in het algemeen, is te Delft van een eigen karakter geweest. In de laatste jaren van de achttiende en in de eerste helft van de negentiende eeuw heeft Delft een merkwaardige afscheidings-beweging gekend, zij het ook dat enige aanhangers ervan oorspronkelijk lid waren van de Waalse gemeente. Deze beweging heeft geleid tot de oprichting van het Genoootschap Christo Sacrum (1797-1838). Als stichter moet in de eerste plaats worden genoemd de rechtsgeleerde en natuurkundige J. H. Onderdewijngaert Canzius. Hij en zijn medestanders gingen er van uit dat "de verdeeldheid onder de Protestanten reeds lang het hart van alle weldenkenden met diepen weemoed had vervuld". Zonder een bepaalde grondslag te hebben aanvaard, stelde men zich ten doel; "het omverhalen der scheidsmuren tusschen de verschillende kerkgenootschappen, dooreen verbeterde godsdienstoefening". In de samenkomsten werd veel gezongen; er werd "een rede of toespraak gehouden overeen onderwerp of een bijbeltekst"; ook werden doop en avondmaal bediend. Op het hoogtepunt van zijn bestaan telde het Genootschap circa 80 leden. Op 5 maart 1802 werd een gebouw "ingewijd": het stond aan het Rietveld.
In 1810 werd Canzius "door de tijdsomstandigheden genoopt Delft te verlaten". Deze welsprekende man werd opgevolgd door Izaak van Haastert, die als "leeraar" wordt gekwalificeerd; hij was "eentonig en droog". Het Genootschap ging kwijnen, er kwamen geen nieuwe leden en op een zondag in 1827 waren er slechts zes à zeven personen in de gehoorzaal. In 1822 was inmiddels het 25-jarig bestaan gevierd, in tegenwoordigheid van onder anderen de secretaris en adviseur van het departement voor de erediensten (J. D. Janssen), de secretaris van de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en onderscheiden predikanten van 's Gravenhage en Rotterdam. "Wel een bewijs, dat er een nieuwe geest in de vaderlandsche kerk begon te ontwaken, en Christo Sacrum als een zuurdeeg weldadig had gewerkt en bijgedragen tot het doen wegvallen dier scheidsmuren, een wegvallen, waarover wij ons zoo hartelijk verheugden!!''
Nadat circa 1828 Canzius te Delft was teruggekeerd, moest hij deze stad opnieuw verlaten. Van Haastert was door ouderdom niet langer in staat zijn werk te verrichten — hij overleed in 1834 — en het Genootschap begon een langzame dood te sterven. Het werd ontbonden in 1838; het "bedehuis" werd in hetzelfde jaar afgebroken.
Het verwondert niet, dat de raad van de Hervormde gemeente te Delft op het standpunt bleef staan — onverminderd het vermelde inzake het 25-jarig jubileum — dat niemand lid kan zijn van twee genootschappen.
Een tweede groep "afgescheidenen", zo zouden we het gezelschap H. van Heumen kunnen noemen. Wij komen op dit conventikel terug in de volgende paragraaf, maar reeds hier vermelden we het volgende. Hermanus van Heumen (1799-1882) in 1836 ''onderwijzer in het fundatie van de Vrouwe van Renswoude", die zich in maart 1835 de facto afscheidde van de Hervormde kerk en die tezamen met Jan van der Feijst — over wie hierna — een conventikel leidde, ging, in tegenstelling met laatstgenoemde niet mee met de Afscheiding. Van Heumen staat bekend als volgeling van H. F. Kohlbrügge. Toen in 1847 te Elberfeld de Niederlandisch-Reformierte Gemeinde werd gesticht en Kohlbrügge in 1848 haar predikant werd, was er sprake van dat deze "kerk te EIberfeld een filiaalkerk in Delft zou krijgen. Of het formeel zo ver gekomen is, is niet geheel duidelijk. De doop- en lidmatenregisters in EIberfeld zijn niet meer compleet aanwezig. Een feit is echter, dat in juli 1848 zestien personen aan de Hervormde Kerkeraad te Delft een brief schreven dat zij zich hadden laten "overtekenen" naar de Nederlandsche Gereformeerde Gemeente binnen EIberfeld. Sommigen verwezen daarbij naar art. 28 van de geloofsbelijdenis en enkelen zeiden tevens, dat zij hun kinderen ongedoopt hadden moeten laten. Ik noem hier ook enkele namen: P. A. Vielaars, P. van Wageningen, H. van Heumen, L. C. van Jol, F. Kouwenhoven, J. E. Kouwenhoven, J. M. van den Brandt, C. van den Dijkgraaff, J. J. de Kok, E. J. van Tol, A. van Dijk." Ongetwijfeld heeft Kohlbrügge met zijn sterk-afwijzende houding tegenover de Afscheiding, de ontplooiing van deze beweging te Delft, evenals te Utrecht geremd.'
Ouddorp
'Deze plaats heeft in 1846 een grotere omvang dan enige hierboven genoemde dorpen. Er zijn ruim 2550 inwoners, die leven van de landbouw. Ruim 2450 behoren tot de Hervormde kerk, er zijn 90 Doopsgezinden en 10 Rooms-Katholieken(...). In de "Handelingen van de Opzieners 1836-1840'' (HO) vinden we dat in 1838 Aren van der Willigen, ouderling van Ouddorp wordt genoemd. Verder: "Wordt medegedeeld dat te Ouddorp insgelijks eene kleine gemeente openbaar is, die een ouderling en een diaken verkoren heeft, dat alles daar ordelijk toegaat. Deze verkorene broeders zullen met de andere kerkeraden in deze classis (Flakkee) door ds. Scholte onderzocht en, zoo er geene bezwaren voorkomen, geordend worden met oplegging der handen".
In 1839 vertegenwoordigt Jan Schaddelee "lidmaat", de gemeente. Er kan worden gerapporteerd, dat de kerkeraad is bevestigd. Ouddorp telt dan twintig zielen, van wie tien tot het avondmaal zijn toegelaten.
Op 28 januari 1840 preekt ds. C. van der Meulen te Ouddorp ten huize van Cornells Mastenbroek, arbeider, oud 46 jaar. Enige marechaussees maken proces-verbaal op en de zaak wordt gebracht voor de rechtbank te Brielle. Maar, als in eerdere gevallen: dit college spreekt zowel Van der Meulen als Mastenbroek vrij, na een eis van f 50, —boete voor eerstgenoemde, en tweemaal f 8, — voor de tweede beklaagde (namelijke f 8, — voor het afstaan van zijn woning èn voor het optreden als bestuurder-collectant). De rechtbank overwoog "... dat alzoo de feiten den beiden beklaagden ten laste gelegd, niet moeten geacht worden te vallen in de termen van Art. 291, 292 en 294 van het Wetboek van Strafrecht en mitsdien noch misdaad noch wanbedrijf noch overtreding opleveren..."
In 1844 zijn er te Ouddorp nog godsdienstoefeningen van de Afgescheidenen gehouden. In de Hervormde notulen van dat jaar vinden we dat Baaltje Molesteeg Fransdochter meent dat zij en ook de predikant, A. G. van Dijkhuizen, van het avondmaal dienen te worden afgehouden; "zij, omdat zij met verzaking van de godsdienstoefening (van de Hervormden), de afgescheidenen, bij welken nog het brood des levens was, naliep". De predikant, omdat "zij hem gezien had, in het verleden jaar, op eenen Zondagavond, bij den Burgemeester, nevens anderen ziftende, rockende en thee drinken — omdat hij... 's Woendag avonds ging schaken, en ook in de Menniste Kerk was geweest''. Voorts had de predikant haar in 1836 in een diaconale zaak afgewezen en zijn deur voor haar gesloten: ''waarom zij had gebeden en nog bad, dat de Hemeldeur voor hem mogt gesloten blijven". Baaltje wordt van het avondmaal gehouden "als in verregaande haat en nijd tegen hare naasten levende...".
Op 7 februari 1844 schrijven Aren van der Willigen en Pleter Simon een brief aan Scholte. Zij tekenen respectievelijk met "ouderling" en "diaken". Wat er verder in en met de kleine gemeente te Ouddorp is gebeurd, is voor ons verborgen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's