De catechese van de Reformatie en de Nadere Reformatie (1)
LEZING OP DE PREDIKANTENCONTIO VAN DE GER. BOND OP 7 JANUARI 1987
Geachte aanwezigen,
In deze lezing zal ik trachten in kort bestek een weergave te geven van mijn studie over de catechese van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Het geheel valt uitéén in twee hoofddelen.
1. Een historische beschrijving van de catechese.
2. Een theologisch-didactische analyse van de catechese.
De historische beschrijving betreft de catechese van de Reformatie van de zestiende eeuw in zes catechetische centra en de catechese van de Gereformeerde Kerk in Nederland tot het eind van de achttiende eeuw. De theologisch-didactische analyse geeft een dwarsdoorsnee van de catechese van de Reformatie en daarna van de catechese van de Nadere Reformatie.
Historische gegevens
We bespreken nu eerst de historische gegevens, waardoor we het catechetisch materiaal goed in het vizier krijgen.
Wat betreft de catechese van de Reformatie kunnen we beginnen met te zeggen dat er een eerherstel van de catechese plaats vindt. Melanchthon heeft de catechetische situatie van de Oude Middeleeuwse Kerk raak getypeerd als hij zegt: 'Bey den widdersachern ist kein Catechismus' (Apologie). Daarmee is in één zin de ingezonken toestand getekend. Er heerst onder het volk een ontstellende onkunde. Dit blijkt vooral tijdens de visitatiereizen van Luther en Melanchthon in 1526 en 1527 in Saksen. Als men aan een priester vraagt of hij de 12 artikelen kan opzeggen, antwoordt deze dat hij daar nog nooit van gehoord heeft. De achtergrond van deze onkunde wordt met name gevormd door de fides implicita, het ingewikkeld geloof: men gelooft met de kerk mee, zonder zelf de geloofskennis te bezitten.
De Reformatie stelt tegenover dat ingewikkeld geloof het door ieder persoonlijk beleden en beleefde geloof. Ieder gemeentelid dient zich bewust te zijn van zijn of haar persoonlijke relatie met God. Deze bewustwording moet men leren en kan men leren. Men dient dan bij de kinderen te beginnen. De lutherse catechese heeft daarbij vooral de deelname aan het sacrament in het oog. De persoonlijke mondigheid wordt zichtbaar in het weten wat het sacrament inhoudt.
De gereformeerde catechese richt zich op de openbare geloofsbelijdenis van de kinderen. Mede als reaktie op de kritiek van de wederdopers die de onwetendheid van de kinderen herleiden tot de kinderdoop. Jongeren leggen bij Calvijn op ongeveer 12-jarige leeftijd deze belijdenis af. Elders op 14-15-jarige leeftijd. Overigens is de geloofsbelijdenis geen eindpunt. Catechese duurt een leven lang en raakt de hele gemeente. In onze studie hebben we de catechetische situatie bekeken in zes centra: namelijk Wittenberg, Zurich en omgeving, Straatsburg, Geneve, Heidelberg en de vluchtelingengemeente te Londen. In al deze centra zien we een catechetische driehoek oplichten, namelijk die van de kerk, de school en het gezin. Tussen deze drie is een principiële samenwerking. Daarbij participeren zowel de overheid als de kerk, met een daarbij passende taak.
De gezinscatechese stoelt op de verbondsgedachte. Ouders hebben hun kinderen laten dopen. De kinderen zijn daardoor verbondskinderen, die behoren bij de verbondsgemeente. De ouders dienen hun kinderen kennis van dit verbond bij te brengen. Behalve ouders of in plaats van ouders kunnen ook zgn. getuigen dit doen.
Op de scholen wordt de catechese een apart vak. De schooljeugd, zowel die op de latijnse scholen als die op de volksscholen, wordt onderwezen in de leer van de kerk, de Bijbelse geschiedenis, de pericopen die in de kerkdienst gelezen worden, 'Sprüche' (bijbelteksten) en ook het lied.
In de kerk kent men lange tijd de catechesewerken. Enkele malen in het jaar wordt de jeugd van de gemeente gedurende twee weken op bijzondere wijze onderwezen. Daarnaast ontstaat de catechismusdienst op zondag. Daar is de hele gemeente bij betrokken, maar de kinderen nemen een aparte plaats in. Zij zeggen de catechismusvragen en - antwoorden op. Later komt een splitsing tot stand tussen deze catechismusdiensten en speciale kindercatechisaties.
Leerboekjes
Voor al deze vormen van catechese verschijnt een stroom leerboekjes. De Kleine Catechismus van Luther van 1529 is daarbij een lichtend voorbeeld en een stimulerende bron geweest.
Enkele bijzondere vormen van catechese uit de tijd van de Reformatie zijn: de biechtcatechese in Wittenberg. Verder de zgn. profetie in Zurich, een vorm van bijbelonderzoek voor studenten en gemeenteleden. In deze profetie krijgt de dialoog een plaats. Ook in de Londense vluchtelingengemeente treffen we de profetie aan. Een variant hierop is de congregatie die in Geneve voorkomt.
Wanneer we nu vervolgens de ontwikkelingen van de catechese in ons eigen land in kaart brengen, zien we meteen dat de inzet voortbouwt op de principia van de catechese van de Reformatie.
We laten nu de verschillende vormen van catechese de revue passeren. Allereerst is er de gezinscatechese, die van meet af aan een belangrijke plaats in de gereformeerde kerk in ons land heeft ingenomen. Ook hier wortelt de taak van de ouders in het genadeverbond, waarin zijzelf en hun kinderen zijn opgenomen. Vanuit de doopbelofte dragen de ouders de verantwoordelijkheid om hun kinderen de verbondsmatig gestructureerde geloofsinhoud bij te brengen. Vooral in de begintijd weerspiegelt deze kennis een harmonie van leer en leven. Dit onderricht van de ouders staat overigens niet op zichzelf. Het is opgenomen in de bekende catechetische driehoek van gezin, kerk en school. In alle nuchterheid moeten we vast stellen, dat de gezinscatechese nooit optimaal gefunctioneerd heeft. Talloos zijn de klachten op kerkelijke vergaderingen i.v.m. het verzuim van de ouders in deze.
Wat de schoolcatechese betreft het volgende. De catechese op de scholen, met name de volksscholen, is een belangrijk middel van de kerk geweest om de beginselen van de gereformeerde religie onder het volk te verbreiden. Hoewel de overheid probeert om de nodige zeggingskracht te houden over de scholen, tracht de kerk eveneens veel invloed te houden. Mede via schoolorden pleit de kerk voortdurend voor goede, gereformeerde schoolmeesters. Sinds de besluiten van de Nat. Synode te Dordrecht (1618-1619) wordt er op veel scholen naar gestreefd om twee dagen per week te catechiseren. In de praktijk is het beeld ongunstiger. De band tussen school en kerk wordt onder andere bewaard door de inspectie van de school door de kerk en het reciteren van de catechismusvragen door scholieren in de catechismusdienst, die zij onder leiding van de meester bijwonen.
De kerk zelf
Wenden we ons nu tot de catechese van de kerk zelf. Van meet af aan heeft de kerk ernst gemaakt met deze opdracht. De oudste vorm van catechese in de kerk is hier de catechismuspreek geweest. Deze heeft het ererecht in ons land. In het begin is ze vooral gericht op de kinderen van de gemeente. Het zo juist genoemde opzeggen van de vragen en antwoorden van de catechismus door de kinderen past in dit beeld. De catechismuspreek zelf wordt gezien als bediening van het Woord. Deze hoge waardering van de catechismuspreek correspondeert met de frekwente aandacht die zij op de diverse synodale vergaderingen heeft gehad. Sinds Den Haag (1586) is er sprake van verplichting. Toch is het instituut van de middagdienst als catechismusdienst maar heel moeizaam op gang gekomen. Bepalingen spreken er over dat de catechismusdienst gehouden moet worden al zouden alleen maar de kinderen van de predikant en die van de schoolmeester in de kerk zijn. We kunnen stellen dat deze diensten in de tweede helft van de zeventiende eeuw ingeburgerd raken.
Een afzonderlijke catechisatie aan kinderen bestaat in het begin niet. Waar deze heel schuchter op gang komt, gebeurt dat vaak als alternatief voor de catechese op school. Niet alle kinderen gaan immers naar school. De belangrijkste reden waarom steeds meer vraag naar afzonderlijke kindercatechisaties gehoord wordt is het feit, dat de catechismusdienst te weinig afgestemd blijkt te zijn op kinderen. Aan het eind van de zeventiende eeuw zien we op de meeste plaatsen dat de kindercatechese een plaats heeft gekregen. Meestal wordt ze op de zondagmiddag gehouden. Later bestaat de neiging om ze op een tijdstip door de week te houden. Over het algemeen is het de predikant, c.q. de catechisatiemeester, die ze houdt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's