De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat en Welzijnszorg (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoraat en Welzijnszorg (4)

8 minuten leestijd

Met opzet heb ik uit het grote scala van geestelijke stoornissen de depressie gelicht, omdat het een aandoening is die men in het pastorale werk meerdere malen tegenkomt. Er is zelfs gesteld dat het in onze kringen meer voorkomt dan daarbuiten, en dat in onze orthodoxe levensovertuiging een oorzaak zou kunnen liggen.

Natuurlijk kan iemands karakter op zijn geloofsbeleving van invloed zijn. Het vurige karakter van Petrus reageert anders dan het gelijkmatige van Johannes. Ze kan het sombere karakter op de beleving van eigen verdorvenheid en schuld intensiever reageren dan het blijmoedige karakter.

Zo kan ook bij de godsdienstige mens, wanneer hij waanideeën heeft, zijn geloofsbeleving in deze centraal staan. Want een waanidee heeft betrekking op zaken die iemand ten nauwste raken. De één zal denken dat hij al zijn geld verspild heeft, de ander beeldt zich in dat hij ongeneeslijk ziek is en weer een ander, die godsdienstig is, dat hij bijvoorbeeld de zonde tegen de Heilige Geest gedaan heeft. Daardoor wordt er tussen depressie en onze leer een oorzakelijk verband gelegd. Een onjuiste gevolgtrekking!

Zondewaan

Ditzelfde geldt voor de zondewaan. Wanneer men dan ook tussen zondewaan en zondeschuld twijfelt, is het de meest eenvoudige weg om over die kennis van schuld door te vragen.

Zoals ik eens een vrouw ontmoette, die in alle ernst en droefheid sprak over haar hemelhoge schuld. Een schuld, die bij verder doorvragen, bleek te bestaan uit een te geringe zorg voor haar man.

Juist bij depressies wordt intensieve zielszorg gevraagd. Probeer dan de depressie niet te doorbreken met er op te wijzen dat het 'anders' is, er op te wijzen dat de patiënt verkeerd denkt. Dit heeft menselijkerwijs gesproken geen effect. Spurgeon zegt zo mooi: 'als men wil laten zien dat een stok krom is, ga dan niet vertellen, hoe krom hij is, maar leg er een rechte stok naast'. Ik bedoel, wijs zoals bij iedere andere zieke op de barmhartigheid van God in Christus Jezus en de verlossing, die in Hem te vinden is. Dan kan zielszorg van de hoogste therapeutische waarde zijn.

Een opmerking hierbij: depressieve patiënten zijn 's morgens het slechtst te spreken, terwijl ze zich in de loop van de dag relatief beter gaan voelen. Bezoek moet daarom bij voorkeur niet 's morgens plaats vinden.

Benadering

Ik zei u reeds, probeer de geesteszieke te benaderen als elke andere zieke. Er mag geen verschil bestaan in benadering. Daarom zal het goed zijn om met elkaar eens te kijken naar onze houding aan het ziekbed in het algemeen.

— Blijf vóór alles uzelf, doe gewoon, een zieke apprecieert niet een meewarig gezicht en een stem, die overloopt van deernis.

— Probeer uzelf te verplaatsten in de toestand van de zieke, door uzelf de vraag voor te leggen, wat u wilde dat gezegd werd als dit uw ziekbed was of deze ziekte uw ziekte was. Hij, die zo denkt zal de minste fouten maken.

— Neem de tijd als het voor de zieke mogelijk is en geef alle aandacht; want de zieke heeft straks alle tijd om het gesprek bij herhaling door te denken, terwijl u weer opgeslokt wordt door de vele arbeid in uw pastoraat.

— Geef de zieke de gelegenheid te zeggen hoe het gaat en betrek de zieke bij de dingen van het dagelijks leven. Men kan denken 'Is dit dan niet pijnlijk?' Ja, dat kan het zijn, maar het is veel pijnliker om je als zieke een buitenstaander te voelen.

— Ga het gesprek over de ernst van de ziekte niet uit de weg wanneer men merkt dat de zieke er naar vraagt opdat de zieke komt tot een eerlijk verwerken van zijn toestand.

Dit zijn zomaar wat algemene regels, want iedere zieke beleeft uiteindelijk zijn ziekte anders, want hij heeft een eigen verleden en een eigen persoonlijke toestand.

Bezetenheid

Een tweede punt is dat in Gods Woord zo vele malen gesproken wordt over bezetenheid. Christus geeft Zijn discipelen de opdracht om duivelen uit te werpen. Laten we echter oppassen de uitgesproken krankzinnigheid en de bezetenheid gelijk te stellen.

Anderzijds kan men zich soms bij het ontzettende vloeken, lasteren en schelden niet aan de gedachte onttrekken dat satan in deze zieken zijn gruwelijke macht ontplooit; soms ook die heftige aanvallen van woede, waarbij een patiënt plotseling een zware tafel als een veertje opneemt en mij naar het hoofd gooide; of de man, waar je een goede relatie mee hebt, die van het ene op het andere moment met een dolk voor je staat.

Toch zullen we met dit alles meer hebben te letten op het boze hart dan op een speciale werking van de satan. Want hoe kunnen we ook in het gewone leven niet stuiten op allerlei gedachten en handelingen, die een satanisch karakter dragen; denk alleen maar eens aan het zo moeilijk te ontdekken, laat staan te bewijzen terrein van de kindermishandeling. Het mateloos slaan van een kind, bijvoorbeeld na elke keer bedplassen. Dan komt in de herinnering boven een echtpaar, dat één kind had en het, wanneer ze uitgingen — en dat deden ze nogal eens — in de schuur opsloten met een stuk brood. Waarom? Omdat ze bang waren dat het de meubeltjes zou beschadigen.

Waanidee

Ook bij mensen die de waanidee hebben Christus te zijn of vreemde 'goddelijke' boodschappen te hebben ontvangen, kan de werking van de boze zo voelbaar zijn.

We moeten ook dit gedeelte afsluiten. De geestelijke gezondheidszorg is een moeilijk terrein, betreden door de weinige psychiaters en psychologen, die werken vanuit de belijdenis van Gods Woord. Het is een terrein waarop van de pastor extra aandacht verwacht wordt, aandacht naast de gegeven deskundige hulp.

Het is de plicht om te zaaien. Moge het brood dat de pastor ook bij ongewone gelegenheden (bij de demente, bij de gespletene) op het water werpt, gevonden worden na vele dagen.

Welzijnszorg

Tenslotte dan de zorg voor het sociaal maatschappelijk welzijn: de welzijnszorg; het terrein, waar de pastor zo vaak mee geconfronteerd wordt. Het betreft dan de relatieproblematiek (relatie man/vrouw, kind/ouders), de eenzaamheid, de sexuele problematiek, de verslavingen, de kindermishandeling enz.

Het is een problematiek, die hand over hand toeneemt. Waren destijds de predikant en de huisarts de vertrouwensmensen bij uitstek, na de tweede wereldoorlog is het sociaal-maatschappelijk werk meer en meer van de grond gekomen. Psychologen, jongere wetenschappers als agogen en pedagogen, orthopedagogen, sociologen en anderen deden van zich horen. De psychotherapie deed haar intrede, ook wel eens genoemd de geseculariseerde zielszorg. Zo kwam ook de pastorale psychologie van de grond. Door deze ontwikkelingen is ook de plaats van de pastor in het gezin gewijzigd. Alles passend in het begrip verzorgingsstaat.

Praktijk

Misschien is het goed om aan de hand van een voorbeeld eens door de praktijk te wandelen, want al is de inzet in deze, door alle ontwikkelingen heen, veranderd, ze is niet opgeheven. Gelukkig niet.

Het echtpaar Jansen, 12 jaar gehuwd, had geen kinderen. Hij had een klein bedrijfje, werkte hard en kon goed rondkomen. Ze waren achtenswaardige burgers. Tot hij zakelijke spanningen kreeg en thuis aan de borrel begon, eerst één, later twee, geleidelijk aan meer. Hij kreeg de smaak te pakken en op de duur was het avond aan avond raak. Er kwam bij dat hij bij dat drinken agressief werd, een agressie die hij op zijn vrouw afreageerde. Het leven werd voor haar steeds moeilijker. Een dronken man en dan nog slaag op de koop toe. Naar buiten zweeg ze in alle talen en kropte het op. Zo bleven ze hun goede naam behouden, maar thuis werd de toestand steeds meer gespannen. Op een gegeven dag nam ze het niet meer, stapte naar een advocaat en zette een echtscheiding in gang. 's Avonds vertelde zij het haar man en de boot was aan. Na heftige ruzie liep hij de polder in, ten prooi aan zelfverwijt. Hoe moet het nu verder? Wat moet ik doen? En hij neemt het besluit om bij de pastorie aan te bellen!

Even een onderbreking. Dat aanbellen is niet niets! Het is wat voor de persoon in kwestie om zijn falen te gaan vertellen, zijn huiselijk geheim prijs te gaan geven. Hij verzamelt zijn moed en denkt: 'zo kan het ook niet langer'. Hij vraagt zich af: 'bij wie kan ik om raad, wie kan ik mijn vertrouwen geven?' En zo belt hij bij de pastor aan. Dan begint het pastorale werk. Jansen, jó wat is er? En Jansen begint te praten en de pastor luistert, luistert zonder beoordeling, zonder veroordeling. Alleen, met aanvullende vragen, luisterend!

En Jansen vertelt zich leeg, hij legt zijn gehele hart open. Het is er uit; niet alleen de gevolgen, maar ook de oorzaak van zijn gedrag. Hij voelt zich nu reeds opgelucht, terwijl men nog eigenlijk niets gedaan heeft. Men overlegt samen. Hij zal zijn vrouw zeggen dat hij alles bij de pastor verteld heeft en dat deze de volgende dag langs zal komen, want dan weet mevrouw Jansen meteen dat ze in al haar zorg steun krijgt van haar predikant.

En na gebed gaat Jansen naar huis, zijn hart leeggesproken, tot de bodem toe. En op die bodem kan gezaaid worden, 'want wie zijn zonden belijdt en laat...'. Eerst is alleen het kwaad beleden voor de pastor. Hopelijk straks voor de Heere, want het oprecht in de schuld komen is geen zaad van eigen ak­ker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat en Welzijnszorg (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's