Boekbespreking
C. Houtman, Exodus, dl. I, 504 blz., form. 17.5 x 24, geb. F 99, —, uitg. J. ij H. Kok, Kampen, 1986.
Dit deel van de Commentaar op het Oude Testament bevat vertaling en verklaring van Ex. 1 : 1 - 7 : 13. Het is een wetenschappelijk werk dat; respect afdwingt door zijn systematische opzet en zijn nauwgezette uitwerking van de exegese. Deze uitgave is in de eerste plaats bestemd voor wie het vele Hebreeuws dat in de tekst voorkomt: een bezwaar is. Maar ook wie niet met Hebr. bekend is zal hier een studiewerk vinden, dat hem de tekst dichter bij zal brengen en in het algemeen hem of haar dieper zal inleiden in de kennis van dit belangrijke stuk van Israels historie.
De Inleiding (210 blz.) is daarom zo uitgebreid omdat hier onderwerpen en uitdrukkingen worden toegelicht die meer dan eens, hier en daar in de tekst voorkomen. Het woordonderzoek zoals dat in onze tijd beoefend wordt is van grote betekenis voor de verklaring van de Schrift. Vele malen wordt gewezen op een nuancering in de betekenis. Dit gedeelte heeft iets van een supplementair woordenboek.
Voor wie de vraag stelt: Wat betekende voor de mens van de oudheid een berg of bergketen komt het antwoord: en berg is een streek vol gevaren, onherbergzaam, met huiver en ontzag beschouwd. In Exodus is het de berg Gods, plaats der openbaring (ps. 68 : 16, Ez. 28 : 14). In de uiteenzetting van de betekenis der verharding van Farao: hij is onvermurwbaar, ontoegankelijk voor invloeden van buiten af. Maar de Heere leidt souverein het gebeuren. Voor ontkenning van schuld en verontschuldiging is geen plaats. Farao heeft een hart van steen en betuigt daarmede dat hij een onbekwaam vorst is.
In een paragraaf over de telwoorden in Exodus wijst de auteur erop, dat getallen in de Bijbel vaak, een 'meerwaarde' hebben, bijv. het getal drie: drie duidt een maximum aan, vier gaat daar boven uit en betekent zeker onheil (Am. 1 : 3v). Over het getal zeven: en heilig getal, het spreekt van volheid en volmaaktheid. Aandacht wordt gegeven aan de moeilijkheden van de soms zeer hoge getallen (h. 12 : 37).
Bij de persoonsnamen in Exodus komen vele theofore namen ter sprake, maar — zegt de auteur — de naam heeft alleen betekenis voor de uitleg, als de Schrift zelf daarop ingaat — een stelling om over na te denken — In zijn algemeenheid is het niet juist om te zeggen, dat de Hebreeuwse namen een karakteristiek gaven van de drager van die naam. Een gewoonte om de zoon naar de vader te noemen kende Israël niet. Een rij van namen is opgenomen en besproken. Een belangrijke plaats neemt Abraham in. Bij Aäron wordt de vraag gesteld: Was hij slechts wereldlijke leider? Over Jozua: De historische waarde van de bijbelse traditie wordt dikwijls laag aangeslagen. Over Mozes zegt de auteur in de Inleiding: Een min of meer nauwkeurig beeld van persoon en werk van Mozes kan niet gegeven worden; in de commentaar gaat de schrijver hier breder op in. Mozes was openbaringsmiddelaar. Meer dan eens blijkt de kritische visie van de auteur. Anderzijds waarschuwt hij voor een al te snel afwijzen van het beeld dat het Oude Testament van de godsdienst van Israël geeft, waarin de verering van andere goden naast Jahwe als een uiting van religieus verval beschouwd wordt. De paragraaf over de Godsnamen in Exodus is een voorbereiding op de exegese in h. 3 e.a.
Tot in bijzonderheden wordt gesproken over volkeren, landen en plaatsen. Over de ligging van vele plaatsen is veel onzekerheid, bijv. over Gosen (Wadi Tumilat?), de Jam Soef (Golf van Aqaba? ) enz. Ook over de ligging van de Sinai is weinig informatie. Gebel Musa? (dit is het getuigenis van de 4e eruit, het oudste). Ook over de weg naar de Sinai: Er zijn verschillende mogelijkheden aanwezig.
Interessant zijn de paragrafen over de fauna en de flora. Er is veel onzekerheid wat betreft de juiste betekenis van menige dierennaam. De Israëlitische boer kende een gedragscode over ten opzichte van zijn vee. Zalfolie en reukwerk namen een grote plaats in in het leven, o.a. de mirre.
In een ampele uiteenzetting worden de vragen over de duur van het verblijf in Egypte en de tijd van de uittocht besproken (vroege of late uittocht): men doet het beste uit de bijbelse getallen hier geen conclusie te trekken. Dat geldt ook de archeologische gegevens: het is niet goed mogelijk met deze resultaten de datum van de uittocht vast te stellen.
De paragrafen over het boek Exodus en het Oude Testament en het boek Exodus en het Nieuwe Testament zijn getuigen van de grondige wijze waarop het geheel van de geschiedenis overwogen wordt. De Inleiding — ik ben er met grote stappen doorheen gegaan — geeft een voorbereiding op de nadere exegese en meer dan eens zal de lezer van de uitleg op de Inleiding teruggrijpen.
In zeven onderdelen wordt h. 1 : 1 - 7-13 besproken. Enige hoofdlijnen worden getrokken en daarna volgt vers voor vers de exegese, afgesloten met beschouwing en overweging: naar aanleiding van Farao wordt getekend als de grote wederstrever van de plannen die de Heere met Israël heeft. Uiteindelijk is Farao des Heeren werktuig, hij levert een bijdrage aan de realiseringen van Gods beloften. Het politieke klimaat voor Israël in Egypte verslechterde; hiervoor had men allerlei soms tegenstrijdige motieven Q.a. bij een uitbrekende oorlog zouden misschien de Israëlieten hun dapperheid in dienst van de vijand stellen. De schrijver maakt hierbij de aantekening: gewaardeerde gasten zijn rechteloos gemaakt. In de wetten wordt Israël er telkens aan herinnerd: enkt er aan in de omgang met vreemdelingen, dat gij slaven waart... h. 1 : 16. De vroedvrouwen verwierven zich een goede naam, Ruth 4:11. Opgenomen worden zij als stammoeders. Zij vreesden God. Waardering bij de Farao was er niet, maar God deed de vrouwen wel: De realisering van de belofte van het grote volk van Abraham valt niet ongedaan te maken'.
De schrijver wijst erop, dat het in h. 2 weer een vrouw is, die Farao's plannen doorkruist. Farao's dochter is ook instrument in Gods hand. Waarom ging zij baden in de rivier? (De Nijl heilig? , water als levenswekkend beschouwd? ) Waarom geen Egyptische vrouw als voedster voor het kind? In de rabbijnse literatuur heeft men een antwoord: De mond die eens met God zal spreken, kan niet uit de borst van een onreine drinken.
Mozes moest vluchten voor Farao. Mozes' volksgenoten waren van hem niet gediend: zijn optreden kreeg geen Goddelijke sanctie: van Hem alleen is de uitredding. H. 2 : 12, 15. Hoe moet de daad van Mozes beoordeeld worden? Het was Gods tijd nog niet. De schrijver wijst o. a. op de jaren van Midian als een tijd van voorbereiding voor Mozes op zijn missie. Mozes wordt geen midianiet, zoals wel blijkt uit de naam aan zijn kind Gersom. In aansluiting op h. 2 : 17 wordt gewezen op een trek in Mozes' karakter; als onbaatzuchtig en hulpvaardig mens komt hij op voor de zwakkeren.
Aangrijpend is het verhaal van de ontmoeting van de God der beloften met Mozes die vele tegenwerpingen heeft op Gods opdracht. In dit gedeelte staan we voor het onbegrijpelijke geduld Gods en de onverdiende genade des Heeren tegenover de onwillige dienstknecht met zijn antwoord: laat de Heere maar iemand anders sturen. Hier tornt Mozes niet aan Gods macht en voornemens, maar hij twijfelt aan eigen kracht. En toch, het is alsof de Vader tegen zijn zoon zegt: jij gaat en Ik ga met je mede. Het is niet aan menselijk initiatief en bereidwilligheid te danken, dat de bevrijding van Israël ter hand wordt genomen, maar aan het ingrijpen van God. Centraal staat: wat komt er terecht van Gods belofte? h. 2 : 24. Gods plannen gaan door: straks zal Mozes tot Farao zeggen: Mijn Zoon, Mij eerstgeborene is Israël, h. 4 : 22. Door het Woord des Heeren weet Mozes bij voorbaat, dat Farao niet dan door zware druk Israël zal laten trekken, maar de Heere zal een vernietigende kracht aanwenden.
Meer dan eens blijkt de kritische visie van de schrijver, zoals deze uiteengezet is in schr. werk over de Pentateuch (1980): 'Men kan aan de resultaten van het literair-kritische onderzoek niet voorbijgaan'. In dat licht lees ik o.a. een aantekening als: 'De vrije omgang (van de schrijver) met de tradities stond in dienst van de actualisering van de geschiedenis. Men schrok er niet voor terug om soms een uiterst eenzijdig beeld van het verleden te geven'. Het zal onze lezers duidelijk zijn, dat ik hier slechts enige stukken uit dit lijvige werk kan aanwijzen, maar genoeg, dunkt mij, om tot bestudering van het geheel te prikkelen. Het is een belangrijk studiewerk, dat zeer goed is uitgevoerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's