De Bond als uitdaging en als vraagteken
De Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde kerk is goed 80 jaar geleden opgericht om te streven naar de oprichting van de Nederlandse Hervormde Kerk uit haar diep verval door die kerk als fundament opnieuw te geven de Schrift en de Gereformeerde confessie, zijnde de Drie Formulieren van Enigheid. Dat doel hield in, dat Bonders, veelal afkomstig van de Veluwe, uit het Overijsselse, van de eilanden onder Rotterdam, uit Katwijk enz. in de hervormde synode dit geluid naar voren brachten en tegen elke beslissing stemden, die in hun ogen daarmee in strijd was. Om de een of andere organisatorische reden hadden ze minder vertegenwoordigers in de Generale Synode dan hun aantal op het geheel van de kerk was. Bonders waren in de vijftiger jaren zo mensen, die meestal tegen waren en ik zou bijna zeggen het meest hervormd van alle hervormden, omdat het hun roeping was om van de hervormde kerk weer een voluit reformatorische kerk te maken. Tussen haakjes Bonders noemen zichzelf graag hervormd-gereformeerd, omdat ze in de hervormde kerk de klassieke gereformeerde beginselen nastreven. Ik gebruik die term hier verder niet, om practische redenen, omdat ik vrees, dat de lezer dan het spoor bijster raakt tussen hervormden, gereformeerden en hervormd-gereformeerden. Dus de term Bonders alleen maar om de redenering helder te houden.
Terwijl de gereformeerden en de katholieken in dit land hun emancipatie voltooiden, kwamen de Gereformeerde Bonders en met hen meer christenen uit de zgn. gereformeerde gezindte ook in beweging.
Om te beginnen gingen ze studeren: doctor in de theologie, maar ook in andere vakken. Voor de bevindelijke omgang met de Heer was genade en geloof nodig, maar geen wetenschap. Toch zijn er nu veel meer Bonders, die doctoraal hebben gedaan en die promoveren. In het kielzog van die verandering is de hervormd-gereformeerde studentenbeweging belangrijker geworden en is men gaan studeren op de samenleving. Zo kon er in de kringen van de gereformeerde gezindte een christelijke sociale akademie ontstaan: de Vijverberg in Ede. Zo kon er een serie publicaties komen op ethisch en maatschappelijk terrein, naast de preekbundels, die tot dan een grote rol speelden. De Bonders gingen ook hun uiterste best doen om de jonge generatie vast te houden door het eigen jeugdwerk te versterken en te moderniseren en door zo hier en daar mee te doen aan het oprichten van gereformeerde gezindte-scholen. In de evangelisatie onderstreepten de Bonders de oproep tot verkondiging en bekering. Zij wilden en willen meer dan sociologische analyses over de terugloop van de kerken. Op het terrein van de evangelisatie kregen ze werkrelaties met evangelikale groepen. Datzelfde gebeurde in de zending. Daar speelt hun ds. Bouw een centrale rol in de ESA de koepel van evangelikale zendingen. De eigen zending van de Bond, de GZB, begon naast Torajaland in Indonesië nieuw werk in Kenya en Peru. Uit het zendingswerk van de GZB zijn zelfstandige kerken gegroeid, die zoeken naar een Torajase christelijke weg en een Kenyase. En het zendingsblad van de GZB, 'Alle den Volcke', getroost zich veel moeite om deze ontwikkelingen uit te leggen aan de achterban in Nederland.
Op het terrein van het Werelddiakonaat draaien de Bonders mee in het ene Hervormde Werelddiakonaat. De Bonds-leden van de GDR doen hun best om de dienst en de barmhartigheid en gerechtigheid aan de orde te krijgen zonder te vervallen in horizontaal activisme. Zo hebben ze een rol gespeeld in het tot stand komen van een evenwichtige formulering van het Zuid-Afrika beleid. Wat dat Zuid-Afrika betreft staat ook de Bond zeer kritisch tegenover de broeders daarginds. Verder hebben de Bonders eigen relaties opgebouwd met gereformeerde kerken in Oost-Europa en zat er in de delegatie van de Hervormde Kerk naar de Wereldraadsvergadering in Vancouver ook een Bonder, die met een zeer kritisch maar positief verhaal terugkwam. Tenslotte kunnen nog twee aspecten genoemd worden, namelijk dat secretaris-generaal Jan van der Graaf ervoor zorgt dat in de kerk en in de media de stem van de Bond luid en duidelijk klinkt. Zo goed als ook het blad 'De Waarheidsvriend' vrijwel geen onderwerp meer schuwt.
Dat met dit alles de emancipatie van de Bonders al een heel eind voortgeschreden is, wordt bewezen door het feit dat er in de Bond ook pluriformiteit gegroeid is. Aan de rechterkant zijn er de mannenbroeders van 'Het Gekrookte Riet' en aan de linkerkant zijn er de 'vagebonders', die van het zingen van gezangen al geen punt meer maken en de vrouw in het ambt accepteren.
Met consequent
Waarom ik dit allemaal vertel?
Omdat dit alles wat netter gezegd en soms wat verhuld uitgedrukt in de brochure van de Bond ook voorkomt. En ik acht deze nieuwe openheid een zegen, omdat christenen nooit achteruitkijkers moeten zijn, maar vooruitkijkers mogen zijn. Mijn probleem ligt echter in het feit dat de Bond niet consequent is en dus het gevaar loopt om ongeloofwaardig te worden.
De Bond wil haar verstaan van het geloof uitdragen in deze tijd. Dus wordt er samengewerkt in de evangelisatie en de zending en de EO met evangelikalen. Daar zit een risico in, immers Bonders hechten zeer aan de persoonlijke bevindelijke omgang van de mens met zijn Heer. Die mens is altijd de 'bedelaar, die afhangt van de vrijmachtige genade Gods'. De evangelikalen daarentegen verkondigen meestal: 'Geef je over aan Jezus en Hij komt in je hart'. In de brochure van de Bond wordt wel gewaarschuwd tegen het heil als menselijke keuze, maar toch wordt de samenwerking met de evangelikalen niet afgewezen. Echter sinds de invoering van de nieuwe kerkorde in 1951 is het nog nooit in een Hervormde gemeente gelukt om een open samenwerking tot stand te brengen tussen Bonders en niet-Bonders. Het maximum was meestal een zgn. buitengewone wijkgemeente naast de 'gewone'. En met de gereformeerden willen de Bonders ook vrijwel nergens in zee. Wat de Bonders dus in de evangelisatie bereid zijn te doen, weigeren ze binnen hun eigen kerk. Wanneer de GZB een zendeling uitzendt naar de Toraja-kerk dan moet die man de belijdenis en de tucht en de hele stijl van die kerk aanvaarden. Maar wanneer een Bonder in een confessionele gemeente in Friesland wordt beroepen, dan mag hij wel de concessie doen om een gezang te laten zingen, maar de vrouw in het ambt is eigenlijk onaanvaardbaar. Hier geldt dus een andere maat voor overzee dan thuis.
Hoe werkt trouwens dat fonds van de Gereformeerde Bond, waaruit gemeenten steun kunnen krijgen bij het beroepen van een predikant? Is dat bedoeld om kleine Bondsgemeenten met te weinig inkomsten toch aan een dominee te helpen, of is het bedoeld om meer arbeidsplaatsen voor jonge predikanten te creeëren of gaat het erom om door middel van financiële steun niet-bondsgemeenten te voorzien van een Bondsdominee. Dit soort vragen dient rechtuit gesteld te worden. Immers wanneer in Friesland een zgn. rechts-confessionele gemeente een Bonder beroept al dan niet met steun van het fonds, dan gaat het die gemeente niet om de Bond maar om er zeker van te zijn dat men een predikant krijgt en één, die niet allerlei modieuze toestanden op de kansel brengt en misschien zijn kind niet naar de christelijke school stuurt.
En wat die Torajakerk betreft. In de brochure wordt het probleem van samenwerking met evangelikalen en met andere zendingen genoemd. Alleen als het over zending gaat zijn dat gepasseerde stations. De eerste vraag voor de GZB is niet die van samenwerking met Nederlandse zendingen, zelfs met 'Oegstgeest' of 'Leusden', maar de vraag van de samenwerking met de kerken ginds waarin GZB zendingsarbeiders werken. Immers die werken ginds onder verantwoording van die kerken. En wanneer er in de brochure van de Bond staat, dat er teveel theologie-kandidaten zijn, maar te weinig zendingsarbeiders, dan is de reden daarvan naar mijn smaak heel simpel.
Samen op Weg
De Bond voelt weinig voor Samen op Weg, want de gereformeerden betekenen geen versterking voor het streven naar een belijdende vaderlandse kerk. Dat klopt, maar geldt van de rest van de hervormden ook. Is het geen unieke uitdaging om de oproep om weer belijdende reformatorische kerk te worden straks in de veel bredere kring van hervormden en gereformeerden te laten horen? Het streven naar zuiver belijden heeft de gereformeerden drie afsplitsingen gekost, maar ook onder hen zijn velen, die bidden om een belijdende kerk.
De gereformeerden moeten eerst erkennen, dat de Afscheiding fout was, want het doel van Samen op Weg mag geen nieuwe kerk zijn; het moet gaan om een volop reformatorische Nederlandse Hervormde kerk. Trouwens Kuyper heeft allerlei menselijke spelletjes gespeeld om zijn doel te bereiken en Scholte van de Afscheiding was ook een vreemde man. Aldus zegslieden van de Bond. Van dit soort redeneringen begrijp ik niets. Dat menselijke zwakheden een rol gespeeld hebben bij de Afscheiding en de Doleantie is helemaal waar. Men leefde ook toen tussen de tijden. Alleen de kerk der vaderen waar de Bond op teruggrijpt bestond net zo hard uit zondaren, die de genade bitter nodig hadden. Maar wanneer ik Algra's 'Wonder der 19e eeuw' lees, dan vind ik dat een fascinerend mengsel van geschiedenis en getuigenis, waar ik in elk geval uit geleerd heb dat bij Afscheiding en ook bij Doleantie er een heleboel mensen op basis van een diepe overtuiging en ten koste van grote offers huilend de Hervormde kerk uitgelopen zijn. Zo goed als de confessionelen en de latere Bonders er biddend en strijdend ingebleven zijn. En naar mijn oordeel is het ongepast om honderd jaren later hierover nog oordelen uit te spreken. Het maximum wat we kunnen is proberen oprecht de motieven van beide kanten van toen te begrijpen.
Waar het de Bond om gaat is de vaderlandse kerk, die 'een planting Gods' in dit land is geweest. Ik zal dat niet ontstrijden, maar moeten we vandaag niet heel voorzichtig zijn met een speciale verbinding tussen God en een nationale kerk, wanneer we zien waar dat toe geleid heeft in de blanke boerenkerken van Zuid-Afrika? Er stond ook 'Gott mit uns' op de riemen van de Duitsers die de bevolking van Putten opgehaald hebben. Hoe zit het dan met God en vaderland? Niet alleen is in dit land op het ogenblik de helft van de bevolking geen christen meer, maar er zijn ook 30 procent katholieken, die zich net ontworsteld hebben aan enige eeuwen kolonisatie door onze calvinistische vaderen. Is het niet verstandiger om ten aanzien van de kerk als planting Gods in onze dagen bescheiden te zijn? Ik heb laatst Van der Graaf zijn visie in dezen horen geven voor de KRO radio. Dat kan toch helemaal niet meer wanneer wij als christenen geloven een Woord ook voor deze wereld te hebben? En de jonge generatie, ook de christelijke, zegt het allemaal niets, want die hebben geen boodschap aan de geschiedenis der vaderen.
En dat geldt niet alleen voor de speciale band tussen God en de vaderlandse kerk, maar ook voor die volkomen achterhaalde pretentie, waar niet alleen de Bonders nog mee werken van de hervormde kerk als volkskerk. Practisch is dat niet meer waar en oecumenisch is het hoogmoedig. Zo goed als de oude gereformeerde pretentie van het zuivere belijden niet waar is gebleken in een gebroken wereld!
Daar komt nog een belangrijk punt bij. De Bond wil de belijdenissen der vaderen en de kerk der vaderen. De visie van de Bond is Reformatorisch, maar ook ontleend aan de Nadere Reformatie. En bij de knelpunten in de brochure komen de zonden van de Nadere Reformatie vrijwel niet aan de orde. Bevindelijkheid is Bijbels en daar vraagt deze tijd om, maar niet de conventikel-geest van kleine groepjes uitverkorenen, waar het vaak op uitgelopen is. Een profetisch oordeel over optimistisch menselijk horizontaal activisme is Bijbels, maar niet het sombere fatalisme van permanent onder het oordeel te leven, zodat een mens zelfs niet naar het avondmaal durft, wat er in bepaalde Bondskringen van wordt gemaakt. Evangelie betekent nog altijd 'Blijde Boodschap'.
De Bond heeft een Boodschap, die de beide kerken hard nodig hebben en ook een Boodschap voor de wereld, waarin christenen een minderheid zijn geworden.
Alleen ik vrees dat, zoals de Bond zich nu opstelt, er in de kerk gezegd wordt dat de Bond gewoon bezig is met ordinaire machtspolitiek en dat de wereld alleen maar de schouders ophaalt over dat rare gedoe van die christenen onder elkaar. De Bond heeft een actuele inbreng te bieden als het gaat om het evangelie in dit land maar is bezig een historische kans of moet ik zeggen roeping te missen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's