Boekbespreking
C. Westermann, Genesis I, h. 1-25, 220 blz., ƒ 33, 60. C. Westermann, Genesis II, h. 25 : 19 - 50 : 26, / 29, 50, uitg.mij. J.H.Kok, . Kampen 1986.
Deze verklaring van het boek Genesis berust op het grote driedelig commentaar in de serie Bibl. Kommentar, Neukirchen. Voor de reeks, tekst en uitleg is het aangepast om een breder publiek te kunnen bereiken. In het nederlands werd het vertaald door L. F. Stolk. De auteur wijst er op, dat de lijnen-(in de Bijbel) vanaf het begin van de wereld en de mensheid door het centrum — Christus — lopen naar het einde: 'Ik ben de eerste en de laatste'.
Wat het ontstaan van het boek Genesis betreft wijst de schrijver op afzonderlijke mondelinge verhalen en daarnaast schriftelijke bronnen. De zgn. klassieke bronnensplitsingstheorie is in onze tijd dubieus geworden. In beginsel houdt de schrijver zich aan deze gecompliceerde beschouwing, bijv. het verhaal over Jozef is een op zichzelf staand verhaal van een onbekend schrijver uit de vroege koningstijd. Van de hoofdstukken 1-11, de bijbelse prehistorie — het voorspel van de historie — wordt gezegd: dit is ontstaan in een lang groeiproces. De thema's hiervan hebben een universeel karakter: het gaat over de wereld in haar totaliteit. De schepping van de mens sluit in menselijke waardigheid en verantwoordelijkheid. Het zeer goed zijn van de schepping moeten we onderstrepen. De aarde wordt aan de mens toevertrouwd en daarmede wordt iets van hem verwacht: de arbeid heeft een positieve betekenis. De heiliging van de sabbath mag niet worden vergeten. Bij de mens behoort het creatuurlijke begrensd te zijn door dood en falen, daarom is er schuld en straf. 'De mens wil als God zijn'. Over de vrouw naast de man: zij is een hulp: het gaat om wederkerig elkaar begrijpen, in woord en antwoord, in zwijgen en klaarstaan voor elkander (Pred. 4 : 9v).
De verleiding is er plotseling, als iets onverklaarbaars binnen de goede schepping, maar de verantwoordelijkheid blijft. De schrijver meent dat in Gen. 3 niet van een val kan worden gesproken; evenzeer wijst hij voortplanting van zonde door overerving af. Kaïn wordt vervloekt, hij is een uitgestotene. Hij klaagt over de zwaarte van het vonnis.
De geschiedenis van de zondvloed spreekt van het verbond met Noach: de opdracht aan Noach sluit een toezegging in 6 : 18, h. 8 : 22, 9 : 9. Hier is sprake van alle dagen der aarde 8 : 22 God bewaart de totaliteit: Hij heeft het einde in handen evenals het begin! Wat wordt daarbij weinig geleefd! En dat terwijl Hij een verbondsteken gaf.
In Genesis is een weg waarin God meegaat van generatie op generatie: het leven van de mens kan niet verder gaan, wanneer het niet door de zegen des Heeren, die het leven in stand houdt, wordt gedragen.
Over h. 22: Men kan slechts met Abraham meelijden in hulpeloos zwijgen (Rom. 8 : 32). 'In Hebr. 11 en Jac. 2 : 21 wordt het verhaal op totaal verschillende wijze uitgelegd.'
Daar ik me wel beperking moet opleggen, breek ik hier met deel 1 af en geef enige voorbeelden van de verklarende toelichting in deel II, dat aanvangt met de geschiedenis van Jakob en Ezau. Ook hier wordt de lezer voor kritische beschouwingen gesteld, bijv. h. 25 : 23, dat volgens de schrijver een vaticinium ex eventur (een voorzegging achteraf) is. De zegenspreuken zouden uit latere tijd zijn, h. 27 : 27 e.a. De verhaaltrant wordt geprezen: uiterste intensiteit en tegelijkertijd uiterste terughoudendheid. De conflicten in Labans' huis zijn onvermijdelijk; getwist tussen mannen en twist tussen vrouwen (H. 21 : 26, 36, 42). In alles komt toch Jacobs geloof boven h. 31 : 42, 32 : 10; verzoenen met een geschenk bij mensen ook in Spr. 16 : 17. Ook wordt herinnerd aan Ps. 124 e.a. De schrijver spreekt bij h. 32 : 23v van de overval op Jacob (achter het verhaal zou een vijandelijke demon staan). Jacob heeft de zegen teruggegeven; nu is zijn weg geen vlucht meer.
Ezau zegt: ik heb genoeg; Jacob: ik heb in overvloed (hier begenadigd hanan, in plaats van zegenen : barak; verwijzing naar Ps. 103). Bij enige slotopmerkingen bij h. 12 en 36 wordt gewezen op de betekenis van het gebed en de lofprijzing.
De geschiedenis van Jozef wordt als een verhaal met een Egyptische achtergrond getekend. Onderstreept wordt de werkzaamheid Gods in de historie, h. 38. Gods genegenheid wendt zich tot de gevangen Jozef, h. 39 : 2, 21v. Hij wendt Jozefs lot, h. 21 : 25, 41 : 37, dit betekent herstel van de breuk in Jozefs familie. De zegenende invloed Gods is het die door Jozefs raad het Egyptische volk bij het leven bewaart. De les van de broers was, dat zij de samenhang van schuld en straf hebben onderkend, h. 42 : 21, 28. De naam van Jozef betekent: 'God spreekt en het leeft'. God heeft de schuld van de broers gevonden h. 44 : 16. Hoofdstuk 44 : 16 spreekt van plaatsvervangend lijden (Juda) — wijst naar de Knecht des Heeren. Gods wegen zijn wonderlijke wegen, h. 45 : 7v.
Over Jakobs wilsbeschikking: de zegen van de vader strekt zich uit van de ene generatie naar de andere. Het blijft een aangrijpende geschiedenis: het slot is een bevestiging van de verzoening Gods gedachten hebben het door de broers geplande kwaad ten goede gedacht.
Hoofdstuk 49 : 18 wordt vertaald met uw hulp verbeid ik, Jahwe (bovendien staat het tussen haken). Kon dat woord (jesjua) in dit verband niet weergegeven worden met heil of ook zaligheid?
Ik meen met recht — en dat op vele plaatsen — afstand te kunnen nemen van het kritische standpunt van de schrijver. Hier ligt een onderscheiding der geesten. Voor de 'leken' geeft dat moeilijkheden. Anderzijds kan uit dit werk veel lering — waarschuwing en bemoediging — geput worden, zoals m.i. uit het bovenstaande blijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's