Hier wordt dé rust geboden.
En Hij zeide tot de mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden... Strek uw hand uit. (Marcus 3 vers 3 en 5m)
Een onrustige rustdag. Stijgende spanning in de synagoge.
Hoe zal Jezus reageren op de gehandicapte man?
De lippen van de leidslieden prevelen. Hun hart bonst. Mokerslagen der wet: gedenk de sabbatdag dat gij die heilige. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende... geen werk.
Zal Jezus dat geval genezen? Wordt dan niet overduidelijk dat deze Jezus zich niets gelegen laat liggen aan God en Zijn gebod! De evangelist zegt: Let op Jezus.
De Heilige Geest openbaart Hem ons. Hij verheerlijkt Hem als profeet: Jezus kenner der gedachten en der overleggingen van het hart.
Hij verheerlijkt Hem als priester: medelijdend met de dwazen en schuldige onwetenden, met ellendigen.
Hij verheerlijkt Hem als koning: leiding hebbend, initiatief nemend. Jezus doorbreekt de onaangename stilte.
Zijn ogen rusten op de mens met de verdorde hand.
Zijn oog slaat mij in liefde gade... Alhoewel... Het is me alles nog te vreemd en te ver. Ik kan er niet bij. Zo dor, zo ellendig.
Sta op. Bevel is bevel. Uit de drom van mensen roept Jezus de man. In het midden. Zichtbaar voor een ieder. Jezus én de mens. Koninklijk. Vindt u niet?
Hij gaat de orthodoxe farizeeën niet uit de weg. Hij doet niet of ze er niet zijn. Doelbewust stuurt Hij aan op een regelrechte confrontatie.
Moet dat nu zo? Jezus vindt van wel. Is dat niet provocerend? Jezus vindt van niet.
Sta op in het midden. Allen moeten getuige zijn van hetgeen hier gebeuren gaat. Ook u en ik. We staan er omheen.
Wij mogen zien wat Jezus doet. Al wat Hij doet, doet Hij in het openbaar. Zijn werken zijn niet 'boos'. Hij doet geen 'kwaad'. Hij doet de waarheid (vgl. Joh. 3, 20v). Zijn woorden en werken kunnen het daglicht verdragen. Ook wat dat betreft is Hij ontdekkend.
Met het evangelie van Jezus Christus mag je voor de dag komen. Het is uit-nodigend: Sta op in het midden. Kom voor de dag. Kom tot het Licht.
Ik zeg: ja, maar m'n handicap, mijn ellende, daar loop ik niet mee te koop! Hij zegt: wil je er dan niet totaal van verlost worden? Ik wil het bedekken, zeg ik. Mijn aard is: zonden-bedekker. Jezus beveelt: Sta op in het midden. Hij spreekt en de mens is er. Hij gebiedt en de mens staat daar. In het midden.
Het evangelie is ook uit-dagend. De ogen van de farizeeën, het veelzeggende zwijgen van de eerwaarde mannen doen Jezus een vraag stellen: Is het geoorloofd op de sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden of te doden?
Nou? Goed of kwaad? Een leven behouden of doden?
Wat is daarop uw antwoord?
Daar staan ze dan. De farizeeën. Daar staan we dan tegenover een vragende Jezus. O, die vragende Jezus. Op de man af. Wat er in mijn hart leeft komt te voorschijn. Hoe dan ook. De waarheid komt aan het licht in de ontmoeting met Hem die de Waarheid zelf is.
De vraag is gesteld. Nadenken is echt niet nodig. Elke vrome jood weet dat God Zijn wet gegeven heeft ten leven! Het leven van mens en dier moet beschermd worden. Overal en altijd. Dus: ook op de sabbat. Is het geoorloofd op de sabbat...
Deze vraag te stellen in de synagoge is haar beantwoorden.
Wat is hierop uw antwoord?
Doodse stilte. En zij zwegen stil.
We begeren ontdekkende prediking. Maar als er werkelijk ontdekt wordt? ? En zij zwegen stil.
In de grond van de zaak kunnen ze alleen maar toestemmen, maar dat willen ze kennelijk niet.
Hoe hard is de mens, de godsdienstige mens.
Hoe vijandig is de mens, de godsdienstige mens.
De wet verhard en doet de vijandschap toenemen. Het kookpunt in deze doet ons het ergste vrezen.
Paulus heeft daar kennis aan als hij zegt: Ik ellendig mens. Vleselijk, verkocht onder de zonde. Wie zal mij verlossen?
Voor velen een angstige vraag.
Voor Paulus niet. In al zijn klachten heeft hij gegronde verwachting van Jezus Christus.
U zegt: had ik dat maar.
De evangelist zegt: Zie op Jezus. Hoort Hem!
Hier wordt de rust geschonken, geboden. Het zwijgen van Zijn critici beantwoordt Hij met een alles zeggende blik. Alle omstanders staan een ogenblik oog in oog met Jezus. Jezus ziet de omstanders met toorn aan, meteen bedroefd over de verharding van hun hart.
Grote emotie bij Jezus. Zichtbaar in Zijn ogen.
Toornende blik van Jezus. Dat is beangstigend, benauwend. De sfeer in de synagoge is al benauwd en dan nog die ogen van Jezus, de rechter. Ogen gelijk een vlam vuurs. Ik krijg het te benauwd en zoek een uitweg. De evangelist staat bij de uitgang. Wat is er aan de hand?
Ik zeg: vraag eerder 'wat is er in het hart? '... ik heb geen rust! Zie op Jezus. Kijk eens beter. Kijk eens dieper. Het evangelie openbaart ons niet alleen een toornende Jezus.. . bovenal een bedroefde Jezus. En achter die droefheid proef ik de liefde.
Farizeeën waarom? Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Jezus kijkt ook mij aan.
De evangelist zegt: toorn... Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid.
Toorn... droefheid. Zo ziet Hij ons aan. Zo Jezus zien. Dat houdt toch niemand op de been?
Toen ik Hem zag, , viel ik als dood aan Zijn voeten.
En Hij zeide tot de mens: Strek uw hand uit. Daar staat de man. Je zal die man maar wezen. In het midden.
Maar Jezus' woorden hebben geklonken. Heeft Hij niet gesproken over 'goed doen' over 'behouden'? Jezus is Zijn Naam. Veelbelovend! Strek uw hand uit. Dat is het bevel.
Wat zegt u daarvan? Is het geen dwaas bevel?
Zijn hand is juist verlamd. Krachteloos. Wat kan nu een 'dode' hand doen?
Ons verstand zegt: dat bevel van Jezus is absurd. Ergernis welt in ons op. Dat bevel is de dwaasheid gekroond.
Maar het woord van de levende God luidt: het dwaze Gods is wijzer dan de mensen. Is het niet de hoogste tijd om dat eens te gaan geloven? Dat is geloven. Al is er niets voorhanden dan een dorre 'dode' hand om dan nochtans te zeggen: Heere Jezus op Uw Woord zal ik het doen. Bouwen op de rots is volgens Jezus: Zijn woorden horen en ze doen.
Het Woord van Jezus, het evangelie een kracht Gods tot zaligheid een ieder, die gelooft.
Voor dat evangelie, voor dat Woord van de Vader schaamt de Zoon zich niet. Laten wij ons er ook niet voor schamen.
Strek uw hand uit! Al is er niets voorhanden dan een dorre hand. Het is een bevel... maar niet van de wet, maar van de genade. En wie genade zegt, zegt: niets is onmogelijk meer!
Rustdag. Dag rust! Een ogenblik in Zijn toorn...
Dit weet ik vast: hier, bij Jezus, onder Zijn spreken wordt de rust geboden. Dat is ook: geschonken. Ja, dat vooral.
Strek uw hand uit! Zijn genade-bevel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's