De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontmoeting van rijk en arm

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontmoeting van rijk en arm

11 minuten leestijd

Het is niet voor het eerst dat ik in deze kolommen aandacht vraag voor de problematiek van de armoede in de wereld. In Spreuken 22 lezen we het overbekende woord: 'rijken en armen ontmoeten elkander; de Heere heeft hen allen gemaakt'. Hoe vaak is in de geschiedenis dit woord niet verdraaid en naar die verdraaiing gepraktiseerd! In die zin namelijk dat de Heere nu eenmaal wil dat de één arm en de ander rijk is. Al is het bepaald ook wel zo dat de Schrift soms over beroving van goederen als een straf en over verwerving van goederen als een zegen spreekt, in dit gedeelte van de Schrift staat toch duidelijk centraal dat rijken en armen elkaar ontmoeten. Ze zijn beiden schepselen Gods. De één kan zich niet beroemen boven de ander. In de ontmoeting gaat het om de verantwoordelijkheid. Wanneer het dan om beloning gaat, dan spreekt daar ook hetzelfde hoofdstuk in het Spreukenboek over: 'het loon der nederigheid, met de vreze des Heeren, is rijkdom, en eer en leven' (vs. 4). Nederigheid en vreze des Heeren, dat is iets anders dan verheffing en uitbuiting. In niet mis te verstane woorden wordt dan ook gehekeld de verkeerde bejegening van de arme: 'die de arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en de rijke geeft, komt zeker tot gebrek' (vs. 16). Het is maar niet om het even hoe rijken en armen met elkaar omgaan, hoe het toegaat in de ontmoeting.

Intussen staan we in de wereld van vandaag voor de schrijnende, onoplosbare tegenstelling tussen arm en rijk. Enkele landen in de wereld baden in welvaart. Ook Nederland behoort nog steeds tot de top-tien. Vele landen in de wereld leven daarentegen gemiddeld op een bestaansminimum of eronder. Wereldcongressen worden aan dit nijpende vraagstuk besteed. Indringende studies worden verricht. Maar er schijnt geen weg te zijn om uit de misère te komen. Duizenden sterven in onze wereld dagelijks van honger. En de hulpverlening, die toch wel plaats vindt, op grote schaal zelfs, blijkt niet meer te zijn dan een druppel op een gloeiende plaat.

In de politiek wordt intussen gediscussieerd over tienden van procenten van het nationale inkomen, dat beschikbaar mag komen voor de ontwikkelingslanden. Vaak worden allerlei tegenargumenten gehanteerd om op die hulp te beknibbelen. Komt het geld wel goed terecht? Wordt er niet (indirect) steun mee gegeven aan regimes, die niet betrouwbaar zijn? Op zichzelf wettige vragen, maar ze worden vaak uitgevochten over de hoofden van de armsten der armen heen. Hetzelfde geldt voor de kerkelijke hulpverlening. Uiteraard is het zaak om het geld, dat uit de gemeenten komt, tot de laatste cent goed te besteden. Maar hoe vaak wordt in plaats van het voordeel van de twijfel dan niet gekozen voor het nadeel van de twijfel. Het nadeel voor de armen en het voordeel voor de eigen beurs! Ook vandaag komt nog onverantwoorde kapitaalvorming bij diakonieën voor, omdat men zegt niet te weten hoe het geld verantwoord te besteden. En dat in een wereld waarin de armoede ons uit vele landen tegengrijnst. Hoe vaak stellen we dan niet bepaalde eisen aan hulpverlening met betrekking tot geldbesteding in wereldwijd verband, die bij geldbesteding intern niet worden gehanteerd.

Een ander punt is evenwel dat wij mensen als individu, zodra we met de problemen in de wereld te maken krijgen, een gevoel van machteloosheid hebben. Niemand kan persoonlijk immers iets veranderen aan situaties in de wereld, die gekenmerkt zijn door armoede, onrecht of discriminatie?

Persoonlijk

Toch is er wel terdege sprake van een persoonlijke verantwoordelijkheid. Natuurlijk is het prettiger om te kunnen zien wat er met 'ons' geld gebeurt, zodat kleinschalige hulp (dichtbij of van persoon tot persoon) altijd meer aanspreekt dan grootschalige. Maar in alles gaat het toch om de houding. Hoe geven we gestalte aan de tekst uit Spreuken inzake de ontmoeting van rijken en armen, in het besef dat beiden — wij, rijken en zij, armen — schepselen van God zijn?

Al enige jaren plegen wij een voorjaarsvacantie door te brengen in één van de landen van Noord Afrika, in deze periode van het jaar gekenmerkt door zon en stilte. Zo'n vacantie is betrekkelijk goedkoop, voor een deel omdat er in die landen sprake is van goedkope arbeid. Producten in die landen zijn goedkoop, om de eenvoudige reden dat het arbeidsloon laag is en er vaak ook sprake is van kinderarbeid. Op zich is het best een vraag om te overwegen hoe verantwoord vacanties in zulke landen zijn. Enkele jaren geleden werd dat in de kring van de Generale Diakonale Raad ook terecht als punt ter overweging opgevoerd en men gaf toen een aantal waardevolle 'gedragsregels' voor verblijf in arme landen.

Anderzijds is het zo dat zulke landen weer voor een deel ook bestaan van wat mensen van buiten er brengen als zij daar hun vacantie doorbrengen. Men is om zo te zeggen ook weer op bezoekers gesteld en er daarom op ingesteld. Maar het is op zich bepaald stuitend om te constateren hoe vacantiegangers tijdens hun bezoek aan zulke arme landen erop uit zijn om de arme bevolking nog uit te buiten.

Nu kan men zich afvragen wat echte armoede is. In bepaalde landen in Noordelijk Afrika is het leven voor alle inwoners leefbaar. Men heeft eten en drinken. Het volksvoedsel wordt zeer goedkoop en dus betaalbaar voor ieder gehouden. Honger is er niet. We moeten ons ook niet verkijken op de inrichting van de woningen van de mensen, bijvoorbeeld op het platteland, waar slechts het hoognodige om te wonen en te slapen aanwezig is. Meer begeert men niet. Men zou zich onwennig voelen in een luxueus huis. Het leven is aan de buitenkant gezien armelijk. Men kan echter ook zeggen dat het leven nog niet is aangetast door de hang naar luxe en overdaad zoals bij ons het geval is. Bovendien constateert men grote gastvrijheid bij de arme bevolking, meer dan bij ons nog mogelijk is. Na een goede kennismaking wordt men al snel genodigd en men is niet tevreden dan nadat men meegegeten en gedronken heeft.

Intussen moet men voor echte armoede in Centraal Afrika zijn, in de landen van de Sahel, waar droogte en honger dagelijks hun grote tol vergen.

De vraag is nu echter welke voorbeeldwerking er van de houding van ons westerlingen in zulke landen uitgaat. Begeerte behoeft men de mensen ook daar niet te leren. Die schuilt in ieders hart. Men ziet ook juist in de armere landen de corruptie welig tieren. Sommigen, die wat meer vooruit komen in materieel opzicht, verrijken zich aan hun landgenoten. Tot de vrouw van de president (Bourguiba) toe, die er met de miljoenen van haar armelijke volk tussenuit trok. Maar nogmaals, de vraag is of er voorbeeldwerking van 'rijke' westerlingen uitgaat. In hoeverre is er sprake van mededeelzaamheid en ook van tevredenheid? In vele gevallen is daarvan niet of nauwelijks sprake.

Ontevreden

Wie zijn ogen de kost geeft en zijn oren open zet bij een bezoek aan zo'n land bemerkt hoeveel er gemopperd wordt. Ontevredenheid is troef. Het eten is niet als thuis en hier ontbreekt dit en daar wordt weer iets anders gemist. Het blijkt dat we als westerlingen zo door en door verzadigd zijn van de welvaart dat velen de aanpassing aan armere situaties, die terwille van de vacantiegangers toch nog luxe zijn, niet kunnen meemaken. Dit tot verbazing der bewoners.

In ons vakantieverblijf lazen we in een Nederlandse courant over de terugkeer van een heilssoldate naar 'haar kindertjes' in Bombay. Ze deelde daar haar leven met de armsten der armen. Ze was blij dat ze een voorraad kleding mee kon nemen voor de arme stumperds.

In dezelfde krant lazen we van een hulpverlener in een ingesloten vluchtelingenkamp in Beiroet. De mensen slachtten de ratten om nog aan iets eetbaars te komen. Er zijn mensen, die hun leven met de armsten der armen, met de uitgestotenen delen.

Maar wat dan tevens grof aanspreekt is dat de heilssoldate schreef dat ze bij haar verblijf in Nederland diep getroffen was door de grote ontevredenheid die er heerste, ondanks de grote rijkdom in vergelijking tot de arme landen als India. Als zo iemand, die inderdaad weet wat echte ontmoeting met armen is, dit zegt dan is er wel alle reden dit serieus te nemen.

Nu kan niet ieder het voorbeeld van die heilssoldate volgen. Maar het is wel opvallend dat zovelen, die terugkomen uit arme landen, waar ze een deel van hun leven doorbrachten, getroffen worden door de funeste gevolgen van de welvaart hier. Ik maakte ooit een vrouwelijke arts mee, die in haar ziekenhuis in den vreemde, toen ze de ochtendwijding verzorgde direct na terugkeer uit Nederland, dankte voor het feit dat ze daar nog arm waren. Ze had in Nederland zoveel ontevredenheid ontmoet. Zoveel zucht naar méér. Zou het niet een doem kunnen zijn, die over onze samenleving ligt? Zouden we niet weer opnieuw moeten leren wat het betekent vergenoegd te zijn met ons 'bescheiden deel'? Ik weet dat ik over een situatie spreek, waarin we allen bevangen zijn. Want we kunnen wel de één naar de ander wijden maar zo simpel ligt het niet. Ik denk dat we allen met blinde vlekken leven in dit opzicht en dat inderdaad een mentaliteitsverandering, die ik liever bekering noem, vooraf moet gaan aan werkelijke leniging van nood in de wereld.

Ontevredenheid is kenmerk voor onze samenleving, openlijk of latent. Dat zou wel eens de diepere oorzaak kunnen zijn waarom we op tienden van procenten beknibbelen als het over ontwikkelingssamenwerking gaat, dat we benepen de vraag naar de bestemming der gelden stellen in de kerkelijke hulpverlening; en wat het maatschappelijk leveri betreft oorzaak van de stakingen om een wissewas. We hebben nog niet afgeleerd dat we menen rechten te hebben en we zijn hardleers als het gaat om het bijbels gegeven dat we rechteloos voor God zijn en daarom met de armen delen zullen. Rijken en armen ontmoeten elkaar, de Heere heeft ze allen gemaakt.

Een politieke partij, die niet gekenmerkt is door een goede sociale paragraaf, opkomend uit het besef van ons rentmeesterschap, mist haar roeping. En een kerk, die de Hefde wel preekt maar sociale bewogenheid en daadwerkelijke offerbereidheid mist, is in tegenspraak met zichzelf. Persoonlijke verantwoordelijkheid komt zo ook tot uitdrukking in politieke en kerkelijke beleidskeuzen.

Geestelijke armoede

Het is geen dooddoener als we ter afsluiting stellen dat de mens bij brood alléén niet leven kan. Zonder brood kan de mens ook niet leven en dus ook geen geestelijk brood tot zich nemen. Maar een volk dat van zijn geestelijke wortels losraakt zal uiteindelijk ook niet weten wat het betekent dat rijken en armen elkaar voor Gods aangezicht ontmoeten, omdat de Heere hen beiden gemaakt heeft. De diepste sociale bewogenheid bloeit daar op waar we weet hebben van het feit dat wij mensen, rijk en arm, schepselen Gods zijn en samen rechteloos voor Hem zijn en ook samen geroepen zijn tot het rentmeesterschap, tot het beheren 'en verdelen van wat de Heere ons in Zijn schepping gelaten en gegeven heeft.

Corruptie wordt ook ten diepste het meest effectief bestreden vanuit een ootmoedige gestalte voor God, vanuit het weten dat we allen bedelaars zijn, afhankelijk van Gods genade. Zondaar en bedelaar.

Indrukwekkend is intussen de geestelijke armoede in bepaalde arme landen, zeker ook in noordelijk Afrika. Waar is in die landen nog iets van de kerk van Christus te vinden? Wij zijn er de laatste jaren in ieder geval niet in geslaagd enige sporen te ontdekken. In het land waar Carthago, met zijn rijke verleden ligt, is de kerk van Christus (zo goed als?) verdwenen.

Carthago heeft in de eerste eeuwen van het christendom belangwekkende synoden gehad. Onder leiding van bisschop Aurelius bevestigde er de synode in het jaar 397 de besluiten van de synode van Hippo, waartoe behoort de lijst van de kanonieke boeken van de Bijbel. De gevoelens van Pelagius werden er veroordeeld toen één van diens aanhangers er presbyter wilde worden. De vervloeking werd uitgesproken over allen, die leren dat Adam sterfelijk is geschapen, met alle verdere ketterijen van dien ten aanzien van zonde en genade.

In de eerste eeuwen van het christendom was daar een rijk christelijk leven. En nu, Carthago is met de grond gelijk gemaakt. Indrukwekkende catacomben in Sousse herinneren aan de christenvervolgingen. Er resten nog wat ruïnes van Carthago. Maar de kerk van Christus is verdwenen. De halve maan van de Islam zegeviert er. De volkeren daar verkeren in de duisternis van vreemde godsdiensten.

En daarom, wie als christen kennis neemt van het leven in landen van Noordelijk Afrika wordt vooral bevangen door de gedachte: hoe is daar nog ingang van het Evangelie, mogelijk, hoe is daar nog brood voor het hart te brengen? Of moet hier gelden: men heeft het Evangelie gehad, nu heeft men er de Islam?

Rijken en armen ontmoeten elkander. De Heere heeft hen allen gemaakt. Dat geldt in materieel opzicht. Het geldt niet minder in geestelijk opzicht. Hoe rijk bevoorrecht zijn wij in het welvarende Westen nog, omdat ons de lamp van het Woord Gods nog gelaten is, dit in tegenstelling tot die volkeren die in absolute duisternis ronddolen.

Hoe dan nog wegen te vinden om van onze gaven te delen, stoffelijk en geestelijk? Gaat dan heen onderwijst alle volkeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ontmoeting van rijk en arm

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's