De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prediking en geloof (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prediking en geloof (1)

6 minuten leestijd

Ieder die in de gemeente van Christus meeleeft, is op zijn of haar wijze betrokken bij de prediking van het Woord van God. De verkondiging is immers het hart van de eredienst. In de dienst des Woords gaat het evangelie tot iedereen uit. Wie het hoort, wordt geroepen er acht op te geven als op een licht, schijnend in een duistere plaats. Het is werkzaam en wil mensenharten verlichten tot de kennis van de Heere Jezus Christus. Maar velen zijn van dat licht niet gediend. Van hen geldt: het Woord der prediking doet hen geen nut, omdat het in hen niet met het geloof gemengd is. Toch horen ze het evangelie niet vrijblijvend. Ook al gaan we eraan voorbij, het blijft van kracht, zowel in zijn éis als in zijn belofte. Daarom zijn we verantwoordelijk voor wat we gehoord hebben. De Heere komt immers terug op wat Hij gezegd heeft. Dan zal gelden: wie niet heeft, van die zal genomen worden ook wat hij heeft.

In de dienst des Woords hebben de ouderlingen een dubbele taak. Zij luisteren niet alleen met het oog op eigen geestelijk leven, maar zijn van Godswege geroepen om acht te geven op het Woord en de leer, die verkondigd wordt. Van hen mag bijzondere zorg verwacht worden voor de inhoud van de prediking. Het gaat daarbij immers om het welzijn van de gemeente. Een eenzijdige prediking kan leiden tot allerlei geloofsmoeilijkheden in de gemeente en de mensen het juiste zicht op God en Zijn Woord benemen. Een kerkeraad, die ernst maakt met zijn roeping, is biddend bezig Gods Woord te onderzoeken. De broeders uit Berea zijn ons daarin een voorbeeld: zij onderzochten in de Schrift of de prediking van Paulus overeenstemde met Gods openbaring.

Wanneer het goed is, zijn we als kerkeraad en predikant voortdurend in gesprek over de prediking, niet kritisch afbrekend, maar meelevend en opbouwend, in het besef als ambtsdragers samen zorg te hebben voor de verkondiging van het evangelie. Zo hebben gelovige ambtsdragers in de loop van de tijd veel betekend voor Gods Koninkrijk. Menig predikant denkt dankbaar terug aan ambtsdragers, die met een warm hart meeleefden in de worsteling om het Woord van God te verkondigen.

Opgave en gave

Terwijl de gemeente en de kerkeraad rondom hem zitten, staat elke zondag toch weer die éne man op de kansel, die de roeping heeft het Woord te verkondigen. Hij is de zaaier, die het zaad van het evangelie uitstrooit. Daarbij mag hij ook zijn eigen hart niet vergeten. Het Woord moet door hem heengaan om zo aan anderen verkondigd te worden. De predikant is geen postbode, die een brief brengt, waarvan de inhoud hem niet aangaat. Integendeel, het Woord raakt ook hemzelf tot in het diepst van zijn hart. Toch mag zijn eigen geloofsbeleving met alle ups en downs die daarin mogelijk zijn geen maatstaf zijn voor zijn prediking. Hij moet het volle Woord van God verkondigen en daarbij de gehele gemeente op het oog hebben. Dat vraagt studie en voorbereiding. Een schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, brengt uit zijn schat nieuwe en oude dingen voort. Hij is dienaar in het, ambt, dat volgens het bevestigingsformulier 'gans noodzakelijk is om mensen tot zaligheid te brengen'. Zo staat hij op de kansel, 'het gevaarlijkste plekje van de hele wereld', in het brandpunt van de werking van de Heilige Geest.

De verkondiging van het Heilig Evangelie, zegt de Heidelbergse Catechismus, is één van de twee sleutels van het hemelrijk, waarmee het voor de gelovigen wordt opengedaan en voor de ongelovigen wordt toegesloten. Het gaat dus om een zaak van leven en dood. Wie daar ernstig mee bezig is, komt hoe langer hoe meer uit bij de vraag van de apostel: 'Wie is tot deze dingen bekwaam?'. Dat besef houdt ons klein voor God. Het leert ons om afhankelijk te zijn van de Heere Jezus Christus, Die wandelt tussen de gouden kandelaren en de sterren in Zijn hand houdt. Alleen zo kan een predikant tot zegen zijn voor de gemeente. Dan merken we, dat de Heere al Zijn welbehagen doet met Zijn Woord. Hij doet grote kracht in onze zwakheid. De Heilige Geest werkt het geloof in zondaarsharten en versterkt het door de prediking. Daarom is preken niet alleen een opgave, maar ook een gave. Het is een zegen om met blijdschap het evangelie aan zondaren te mogen brengen en er zelf in te mogen delen. Dan beroemen we ons niet op eigen kwaliteiten, maar ontdekken we steeds meer, dat onze bekwaamheid uit God is.

Vragen

Toch leven er allerlei vragen rond de prediking. Ze raken de inhoud van de verkondiging en het ontvangen van de boodschap. Wanneer we vragen: 'Hoe vindt u, dat er gepreekt moet worden?', maken we heel wat los. Ieder heeft daar zo zijn eigen mening over. De dominee moet aktueel preken, eenvoudig zijn en geen oude termen gebruiken. Er moet meer blijdschap zijn in de verkondiging en de praktijk van het leven moet alle aandacht krijgen. Anderen missen de bevinding in de prediking, er wordt te weinig over de zonde gesproken en oproep tot bekering en de waarschuwing tegen zelfbedrog ontbreekt te vaak, zeggen ze. Er zijn nog tientallen andere opmerkingen te maken, die alle tot een oeverloze discussie kunnen leiden. Waar het ons om gaat, is de plaats van het geloof in de prediking.

Welke betekenis heeft de verkondiging van het Woord voor het geloof, hoe werkt de Heilige Geest met het Woord en hoe wordt het evangelie in het geloof ontvangen? Hoe kan de prediking raad geven in geloofsvragen en leiden tot de zekerheid van het geloof? Het Woord werkt immers door. Het is een zuurdesem, dat het meel doortrekt en omzet. Dat gaat met stille kracht gepaard. De Heilige Geest werkt met het Woord in mensenharten en maakt hen werkzaam met de diepste vragen van het leven. God laat ons niet ongemoeid in de verkondiging, maar raakt ons levenwekkend aan door Zijn Woord en Geest. Daar komen vragen boven als: hoe word ik met God verzoend; hoe kom ik aan het ware geloof; hoe weet ik of mijn geloof echt is en hoe kan ik leven tot Gods eer? De vragen, die het Woord oproept, dienen ook in de prediking beantwoord te worden. We mogen de mensen niet in het onzekere laten. We leven in het ik-tijdperk, waarin de mens steeds meer op zichzelf teruggeworpen wordt. Hij dreigt bitter eenzaam te worden met de noden van zijn hart. Twijfel en onzekerheid vieren hoogtij. Men zoekt houvast in allerlei gevoelens en maakt daarmee zichzelf tot een maatstaf. Daarom is het zaak de vastheid van Gods Woord en werk te verkondigen. De apostel zegt: 'Ons Woord is niet geweest ja en neen, maar ja in Hem; want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons'. Juist in onze tijd heeft de gemeente van Christus deze verkondiging nodig. Alleen in de vastheid van Gods Woord ligt de grond voor het geloof. Terwijl allerlei andere stemmen ons in verwarring kunnen brengen, khnkt daar de betrouwbare stem van de Heere. Daarvan geldt: 'Wie oren heeft om te horen, die hore!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking en geloof (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's