De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heinrich Bullingers 'Domineesspiegel'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heinrich Bullingers 'Domineesspiegel'

8 minuten leestijd

Alle eeuwen door is er in de Christelijk kerk bijzondere aandacht besteed aan de opleiding van de dienaren des Woords. Er vormden zich al vroeg scholen, er kwamen leraren , er werd theologisch onderwijs gegeven. Het belang hiervan werd ingezien. Men was in de kerk niet tevreden met lekepredikers; men begeerde geschoolde krachten.

Opleiding

Ook in de tijd van de Reformatie, dus in de 16e eeuw, was dat zo. Voor Luther was het niet eens een probleem. Toen hij tot zijn reformatorisch inzicht kwam en zijn hervormingswerk begon, was hij zelf reeds hoogleraar aan een Universiteit, nl. die van Wittenberg; een Universiteit die in 1502 door Frederik de Wijze gesticht was.

In Zurich, waar Zwingli werkte, was het aanvankelijk een heel andere situatie. Toch werd ook daar al vrij spoedig de theologiestudie ter hand genomen. In de Grossmünster, de hoofdkerk van Zurich, werden de 'profetieën' gehouden, wetenschappelijke besprekingen over teksten uit het Oude en Nieuwe Testament. Daarin werd gebruik gemaakt van de grondtalen. Viermaal per week vonden deze 'profetieën' plaats, en alle predikanten, ook die uit de omgeving van de stad waren verplicht ze bij te wonen. Ook jonge mannen waren er die ze bijwoonden. Zij hebben later in hun ambtsbediening er veel profijt van gehad. In een nog later stadium werd in Zurich het theologisch onderwijs aan een Hogeschool gedoceerd. Van Calvijn weten wij dat hij in 1559 het genoegen smaakte dat de school te Geneve werd omgezet in een Academie. Hoofddoel van die Academie was het vormen van studenten tot dienaren van de kerk.

Spiegel

Behalve al deze aktiviteiten van de hervormers hebben zij zich ook meer dan eens uitgesproken over de kwaliteiten waarover de toekomstige dienaren des Woords volgens hen moesten beschikken. Zij ontwierpen een theologisch beeld van de pastor. Bij tijden ontwierpen zij een 'vorstenspiegel', maar daarnaast ook wat men zou kunnen noemen een 'domineesspiegel'. Hoe een christenvorst er diende uit te zien lieten zij niet in het onzekere, maar zij lieten evenmin in het onzekere hoe een goede predikant er moest uitzien.

Bullinger

Over theologische studenten en predikanten kwam ik onlangs het een en ander tegen in het bekende Huysboeck van Heinrich Bullinger, een der (voornaamste) hervormers van Zürich, de man die Zwingli opvolgde nadat deze in 1531 op het slagveld te Kappel was gesneuveld.

Men kan het vinden in de laatste Sermoen (preek) van zijn boek. Het Huysboeck bestaat nl. uit 50 preken. Wij vonden het dus in de 50ste preek.

Bullinger heeft hier — dunkt ons — een aantal waardevolle dingen gezegd. Wij nemen dan ook de vrijmoedigheid daaruit het een en ander te citeren.

Scholen

Hij begint zijn preek met op te merken dat er scholen moeten zijn. Hij zegt: christelijke scholen. Vooral ten behoeve van een opleiding tot dienaar des Woords. Men bedenke: daaraan was in die tijd schreeuwende behoefte!

Reeds onder de heidenvolken, zegt Bullinger, waren er scholen. In Egypte en in Babylonië. En hadden de Grieken niet hun beroemde Academie te Athene? Maar ook onder Israël waren er opleidingscentra. Spreekt de Schrift niet hier en daar over 'profetenscholen'? Ook aan de synagogen werd onderwijs gegeven. Bullinger wil ook denken aan het onderwijs dat door de Heere Jezus Christus zelf aan zijn discipelen, de latere apostelen, gegeven is. De apostelen hebben een hele 'schoUng' ondergaan. Zo hebben zij later hun kerkopbouwend werk kunnen verrichten.

Wetenschappen

Later, zo vervolgt Bullinger, zijn de kloosterscholen ontstaan, en nog weer later de universiteiten. Al deze vormen van (theologisch) onderwijs worden door Bullinger positief gewaardeerd. Scholen zijn nodig, zegt hij; zij dienen het welzijn van de gemeente. Allerlei goede 'Letterconsten' worden daarin geleerd, en daarmee doelt Bullinger op de talenstudie. De leer die naar de godzaligheid is wordt daardoor bevorderd. Bullinger noemt echter ook nog enkele andere vakken als de retorica (welsprekendheid), en de fysica (natuurkunde) en de mathematica (wiskunde). De studie der talen kan zeer nuttig zijn. Door talenkennis is de dienaar des Woords beter in staat om dat Woord uit te leggen. Dat alles klinkt zeer positief en zo is het ook bedoeld. Evenwel, ook toen al waren er onder studenten en predikanten allerlei dingen die men bepaald niet positief kón beoordelen.

Gevaren

Ook in de studie en het beoefenen van de wetenschap sluimeren gevaren. Bullinger heeft ze aangewezen. Bullinger noemt een aantal van die gevaren. Hij zegt: helaas zijn er die bij al hun studie toch nooit toekomen aan de 'heilige leer des geloofs'. Zij blijven steken in de fysica of in de mathematica of in een andere wetenschap. Zij worden daarin oud, zegt Bullinger, en — krasse uitspraak — zij verrotten daarin. Nieniand heeft wat aan hun studie. Tot kennis der zaligheid komen zij niet. De studie kan zelfs verwaand maken. Er zijn, zegt Bullinger, 'ongoddelijke mensen', die zo geleerd worden dat ze voor de heilige leer niet anders dan minachting over hebben.

Ook theologen kan het overkomen dat zij de wetenschap misbruiken. Hen heeft Bullinger op het oog als hij zegt dat zij alles zijn behalve ware herders en regeerders der gemeente. Zij zijn meesters in de wiskunde; zij weten precies hoe huizen gebouwd moeten worden, maar hoe zij de gemeente moeten dienen weten zij niet. Of zij hebben zich in het bijzonder verdiept in de wetenschap van de astronomie; zozeer dat de hemel als de woonstede der zaligen hen niet schijnt te interesseren. Weer anderen hebben zich extra verdiept in de dialectica, de kunst om te disputeren, en zijn daardoor zozeer bedorven dat zij twistzieke disputeerders en hoogmoedige kritikasters zijn geworden. Zij willen altijd disputeren, of het nodig is of niet.

Nog nooit, zegt Bullinger is het de kerk tot een zegen geweest, wanneer geleerde mannen de eenvoud en de zuiverheid van het Woord Gods verheten en de ogen sloegen op andere dingen.

Filosofie

Bullinger geeft er blijk van in het bijzonder beducht te zijn geweest voor een vermenging van theologie en filosofie. Hij verwijt het de scholastieke theologen uit de middeleeuwen als Albertus Magnus en Thomas van Aquino dat zij de theologie bedorven hebben door de filosofie. Het resultaat daarvan? Ik gebruik de eigen woorden van Bullinger: Een hele menigte secten, vele poelen vol kikvorsen, allemaal sofisten (drogredenaars). Neen, nooit zullen wij de Heilige Schrift mogen brengen onder het juk van de filosofie. Daarmee bederven wij de leer der apostelen, alle onderwijs en de kerk.

Christelijk leven

In de scholen zal het er anders aan toe moeten gaan. Daar zal men de zuivere leer moeten onderwijzen, en ook de godzaligheid. De godzaligheid zal zelfs het kenmerk en het doel van alle onderwijs moeten zijn. Komen er studenten op de school, men moet beginnen met hen de hoofdzaken van de christelijke religie bij te brengen. Die zullen zij allereerst zich eigen moeten maken en zelfs moeten indrinken. En er zal hen ook gewezen moeten worden op wat het ware christelijke léven is. De Bijbel moet in het onderwijs een vaste plaats innemen. En vervolgens ook de 'letterconsten', de talen en de andere vakken.

Het ging ook in de 16e eeuw onder de studenten er soms ruw en onbehoorlijk aan toe. Alle overdaad en onkuisheid zal onder de studenten geweerd moeten worden, zegt Bullinger. Er zal strenge tucht moeten zijn. Want als de jonge mannen in de school al bedorven worden, wat heeft men dan verder van hen nog te verwachten? Wat voor predikanten moeten dat worden?

Geld

Maar geld was ook toen al een kwestie. Studie kost geld. En docenten moeten ook leven. Bullinger weet raad. Er bestaan talloze kerkelijke goederen met inkomsten; laat men de behoeftige studenten eruit voorzien. Trouwens, niet alleen studenten, maar ook weduwen, wezen, vondelingen, bejaarden, zieken, gehandicapten, mensen die getroffen zijn door rampen. De kerk was in Bullingers dagen rijk. De Reformatie bevorderde dat de 'goederen' en 'fondsen' vrijkwamen. De overheid zou alles besteden moeten aan armlastigen.

Maar moeten de kerkgebouwen niet worden onderhouden, en kost dat niet schatten gelds? Bullinger weet raad. Hij zegt: Waarom die 'onwijze gebouwen'? Is een kerk groot genoeg om de mensen die het Woord willen horen te bevatten, wat wil men dan nog meer? Al die overdaad, die zoveel geld kost. God houdt er niet van. De kerkgebouwen zijn er niet voor God, maar voor de mensen! Denk niet dat een kerkgebouw in zichzelf heilig is, heilig is het alleen vanwege de heilige dingen die erin geschieden. Het Woord Gods wordt erin gebracht en de sacrementen worden erin bediend. Het gebruik maakt het kerkgebouw heilig. Dat gebruik moet men voor ogen houden. Dan zal men er niet onnodig geld aan verspillen. En dan zal er geld vrijkomen voor de armen, en ook voor arme studenten.

Godzaligheid

Het is nu wel duidelijk, welk beeld van theologische studenten en predikanten Bullinger voor ogen heeft gehad. Eenzelfde beeld als wij later terugvinden bij Voetius wanneer hij zijn inaugerele rede houdt te Utrecht bij de aanvaarding van zijn ambt als hoogleraar aan de Illustre School, in 1634. Voetius sprak van 'wetenschap' verbonden met 'godzaligheid'. Bullinger bepleitte goede scholen, en hijzelf heeft een niet onbelangrijk deel van zijn krachten aan het theologisch onderwijs gegeven. Maar de theologie moet nuttig zijn! Zij moet de gemeente dienen. Zij moet ook zuiver zijn.

En een dienaar des Woords moet niet alleen 'geleerd', maar ook 'godzalig' zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heinrich Bullingers 'Domineesspiegel'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's