De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

De psalmen en het gebed

Bidden is antwoord geven op Gods openbaring, is het spreken van de geliefde tot de Geliefde, die Zijn liefde getoond heeft. En de taal van de liefde is niet die van de informatie. Aldus prof. dr. A. S. v. d. Woude in een artikel in Evangelisch Commentaar van 6 februari waarin hij ingaat op de vaak gehoorde vraag: Waarom bidden? Heeft God onze informatie nodig? Van der Woude herinnert dan aan de psalmen, het gebedsboek bij uitstek.

'Hoe bidt de oudtestamentische vrome? Zien wij van de voorbede af, die in het Oude Testament als een typische profetische functie naar voren treedt, dan kunnen wij drie vormen van gebed onderscheiden: de lofprijzing, de klacht en het danklied. Opvallend is dat alle drie de vormen hun uitgangspunt vinden in Gods hulp. Dat is zonder meer duidelijk in de lofprijzing, waarin Gods majesteitelijke daden worden geprezen, of het nu gaat om blijvende zorg voor zijn schepping of om een incidentele heilsdaad in de geschiedenis. Ook in het danklied wordt onderstreept dat God het geweest is, die de bidder uit een noodsituatie gered heeft. Daarom komt Hem een dankoffer toe. Maar ook in de klacht wordt uitgegaan van Gods hulp. Het merkwaardige van de klachten die in het boek van de psalmen te vinden zijn, is dat zij "zich op weg bevinden naar de lofprijzing". In de klacht voelt zich de bidder weliswaar bijkans verloren en aan het dodenrijk overgeleverd en beleeft hij Gods verborgenheid op drastische wijze, maar niettemin weet hij zich van Hem afhankelijk en appelleert hij aan Zijn hulp, die hij verwacht. Het vragen om uitredding geschiedt daarom op basis van overtuiging dat God hem niet in de steek zal laten.

Het gebed van de oudtestamentische vromen veronderstelt dus niet alleen dat God er is en dat Hij hoort, maar ook dat men van zijn hulp en heil zeker is. Daarbij wordt altijd van een concrete situatie uitgegaan, ook in de klacht: de dokter wordt te hulp geroepen als daarvoor aanleiding is. Het Godsbeeld dat de bidder heeft, is die van een persoon, een aanspreekbaar Iemand. De God van de bijbel is enkel op mensvormige wijze doelmatig tot uitdrukking te brengen (evenals de mens van de bijbel enkel maar in zijn relatie tot God ter sprake komt). Bidden veronderstelt dat God verandering kan en wil brengen, dat Hij daartoe de macht en de wil en de vrijheid heeft. Met een filosofische, onveranderlijke God, een "oergrond van ons bestaan", een "mysterie" is niet te spreken. Wanneer God zo gedefinieerd wordt, is gebed in bijbelse zin onmogelijk geworden en blijft het steken in meditatie, waarbij de mens geheel op zichzelf is teruggeworpen.

De taal der traditie

Bij alle persoonlijke betrokkenheid die de oudtestamentische gebeden kenmerkt, is het opvallend dat zij in velerlei opzicht sterk traditioneel bepaald zijn. De woorden die gesproken worden, zijn doorgaans niet origineel, maar volgen de overlevering. Dat moge ons op het eerste gezicht als een negatief punt voorkomen, omdat wij geneigd zijn originaliteit en echtheid te identificeren. Maar traditionele taal betekent nog niet een "onecht" geloof. Het is veeleer zo dat de oudtestamentische bidder zich omringd weet door de gemeente, die van nu, die van eertijds en die van de toekomst. Hij die een danklied uitspreekt, doet dat bij het offer dat hij brengt, in aanwezigheid van anderen (niet enkel van zijn gezin en familie). Hij die een loflied aanheft, prijst God om de daden die Hij in heden en verleden gedaan heeft en hij roept anderen op met de lofzang in te stemmen. Constitutief voor het gebed zijn daarom niet enkel God, de bidder en de vijanden (daaronder zijn ook ziekte, armoede etc. te verstaan), maar ook de gemeente en de oudtestamentische gebeden preluderen derhalve op het Onze Vader.'

Terecht wijst Van der Woude dan ook op de waarde van de formuliergebeden. In een tijd waarin het individualisme hoogtij viert is het goed en nodig aandacht te vragen voor het gebed van de gemeente in zijn dragende grond en bronfunctie voor ons persoonlijk gebed. Wij zijn dat besef vaak kwijt geraakt en hebben ons daardoor vaak beroofd van de schatten die in de gebedstraditie van de kerk der eeuwen liggen opgetast. Verbondenheid met de voorgeslachten in eenzelfde geloof geeft herkenning, ook al leefden zij in veelal andere omstandigheden. Daarom is de dienst der gebeden in de eredienst van buitengewone betekenis. Dat de prediking voorbereiding vraagt is gemeengoed en wordt algemeen erkend. Dat de dienst der gebeden minstens evenzeer voorbereiding vraagt, wordt vaak veel minder beseft. Waarom toch?

Aansluiting aan de traditie van de kerk, aan de liturgische formulieren wordt vaak gezien als het doden van de spontaniteit, als teken van steriliteit en gebrek aan persoonlijke beleving. Ik meen dat hier tegenstellingen geschapen worden die er in de Schrift niet liggen, noch in de traditie van de Reformatoren. Voor wat het eerste betreft verwijs ik naar Jona 2, het dankgebed van de profeet waarin we allerlei psalmwoorden tegenkomen. De enkeling leeft in het verband van de gemeente. Mij trof een prachtig woord van Bonhoeffer uit een van zijn eerste werken, waarin hij zegt: 'Het is nodig alles in het werk te stellen dat onze gemeenten weer leren bidden. Juist in het gebed van de gemeente ligt, zoals Luther niet moe wordt te zeggen, een van de hoofdbronnen voor de kracht, de concentratie en de verbondenheid van de gemeenten'.

Festo Kivengere over bevrijding

De anglicaanse bisschop Festo Kivengere is ook in ons land een bekende persoonlijkheid, bekend geworden onder meer door zijn moedige houding tijdens het bewind van Amin in Oeganda. Kivengere noemt het lijden de loutering van het geloof. 'Slecht weer maakt de kerk krachtig' zei hij eens. In Kerknieuws van 13 februari vertelt Teun van der Leer hoe Kivengere aankijkt tegen bevrijdingstheologie en tegen de situatie van de kerk en de zending in Afrika:

'Bisschop Kivengere is een boeiende man, die moeilijk in een vakje te plaatsen is. De bevrijdingstheologie noemt hij niets nieuws: "Die is zo oud als het sociale onrecht dat de profeten in het OT al veroordeelden". Kivengere vindt echter dat alleen sociale en politieke bevrijding niet ver genoeg gaat: "Er is meer nodig, want het gaat om de totale bevrijding van de totale persoon: lichaam, ziel en geest".

Hij spreekt van de tragische scheiding die vaak wordt gemaakt tussen de redding van de verloren zielen van mensen en de zorg om hun sociale noden: "In de Schrift horen dezen bijeen". In een seminar over bevrijdingstheologie in Utrecht spreekt hij er zijn vreugde over uit dat vertegenwoordigers van de verschillende theologische stromingen die of het één of het ander benadrukken, naar elkaar beginnen te luisteren. Over de kerk in Oeganda zegt hij dat deze onder Amin wel vaak profetisch optrad en zich verzette tegen onrecht, maar dat dit onder Obote veel minder gebeurde. Dat kwam omdat het regime Obote sterk pro-kerks was; de meeste ministers zaten zondags in de kerk. Dan wordt het moeilijker om als kerk kritisch te zijn. Een "christelijke" regering is echter geen garantie voor een rechtvaardig optreden. Kijk maar naar Zuid-Afrika: "De regering daar zegt christelijk te zijn. Apartheid wordt in stand gehouden door falende, blinde christenen. De oplossing voor dit land is dan ook in de handen van de christenen". Kivengere ziet die oplossing niet in een economische boycot: "Die oplossing begint waar christenen hun verantwoordelijkheid beseffen en elkaar gaan behandelen als kinderen van God".

Afrika winnen voor Christus?

Ondanks de groei van de kerk in grote delen van Afrika, zijn er nog massa's mensen te bereiken met het evangelie. Wat vindt bisschop Kivengere van mensen als de Amerikaanse evangelist Morris Cerullo en de Westduitser Reinhard Boncke, die menen door God geroepen te zijn Afrika met grote campagnes te winnen voor Christus? Glimlachend merkt Kivengere op dat Afrika al is gewonnen voor Christus. De vele jonge kerken in Afrika zijn trots en zelfbewust: "Wij willen graag samenwerken met westerse zendelingen, maar dan wel in overleg en zodanig dat de bestaande kerken worden versterkt". Dat overleg vindt hij ook belangrijk voor hulpprogramma's: die zijn vaak groot en commercieel opgezet, zonder de plaatselijke mensen in te schakelen. Kivengere pleit voor programma's die erop gericht zijn dat de Afrikanen er zelf mee aan het werk kunnen: "Versterk de handen van anderen om het werk te doen".

Deze zomer sprak Kivengere 15.000 mensen toe tijdens de Jubileum Conventie ter gelegenheid van 50 jaar opwekking in Oost-Afrika. Een opwekking, die aldus Kivengere, wordt gekenmerkt door een diep besef van de ernst van de zonde en een grote vreugde over de vergeving door het kruis van Christus. In een tijd waarin de gedachte van de wederkerigheid in zending en evangelisatie terecht bepleit wordt, is het goed te luisteren naar stemmen als die van Festo Kivengere. Wederkerigheid is overigens niet zo'n simpele zaak. Het gevaar is levensgroot aanwezig dat we alleen maar willen luisteren naar stemmen van christenen uit de ontwikkelingslanden als zij precies zeggen wat ook wij altijd al gedacht hadden. Dan dienen zij hoogstens om ons te bevestigen in ons gelijk. Wederkerigheid bete­kent, dat wij in de verbondenheid van het ene geloof in Christus, in de luisterhouding tegenover de Schrift, onszelf willen laten corrigeren door datgene wat de ander uit het Woord van God opvangt, ook als dat misschien anders is dan wij altijd gedacht hebben.

Wij hebben de ander nodig en zij hebben recht op onze stem als het er om gaat om samen met alle heiligen, zoals Paulus schrijft in Efeze 3, de dimensies van de liefde van Christus te mogen verstaan. Laten we oppassen voor een eenrichtingsverkeer. Laten we ootmoedig en bescheiden attent zijn op de stemmen die vanuit Latijns-Amerika, Afrika en Azië ons inleiden in de rijkdom van de Schrift. Zo wordt de gemeente daar en hier gebouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's