Globaal bekeken
Bij uitgeverij Lannoo te Tielt (België) verscheen een boekje onder de titel 'Seneca voor managers'. Daarin zijn uitspraken bijeen gebracht van de oude schrijver, dat wil zeggen schrijver uit de Oudheid, Seneca. Deze deed in zijn 'brieven aan Lucilius' kernachtige uitspraken, die iemand, die in Duitsland betrokken is bij een 'managersclub' zo aanspraken dat hij ze vanwege hun politieke of economische actualiteit bijeenbracht en uitgaf. Hier volgen enkele uitspraken.
• 'Bij veel mensen blijven sommige gebreken alleen maar verborgen omdat zij machteloos zijn. Indien zij echter over machtsmiddelen zouden beschikken, zouden die gebreken behagen scheppen in hun macht. Zij zouden evenzeer op de voorgrond treden als die, welke het succes direct aan het licht had gebracht. Aan zulke mensen ontbreken alleen de werktuigen om geheel hun kwaadaardigheid tot ontplooiing te brengen. Zo kan men zelfs de giftigste slang zonder gevaar betasten, zolang zij door de koude is verstijfd.'
• 'Wilde dieren vluchten voor de gevaren die zij zien. Zodra die uit het zicht verdwenen zijn, voelen zij zich veilig. Maar wij piekeren zowel over wat nog moet komen als over wat voorbij is.'
• 'Om één dankbaar mens te vinden, loont het de moeite ook iets met ondankbaren te proberen.'
• 'Waartoe al die slaapkamers? Je kan toch maar in één ervan slapen.'
• 'Overdreven luxe bij maaltijden en in kleding zijn kenmerken van een verziekte samenleving. Evenzo wijst de verloedering van het taalgebruik, althans wanneer zij een ruime verspreiding vindt, erop dat de geesten die de taal bederven, zelf reeds bedorven zijn. Om zulk een verloedering ingang te doen vinden, volstaat één invloedrijke spraakmaker. Anderen volgen zijn stijl na, en de een neemt hem over van de ander.'
***
Dezer dagen gleed in onze brievenbus een folder van het Internationale Fonds voor Welzijn van het Dier.
Dierenmishandeling komt helaas maar al te vaak voor. Uit de folder de volgende schrijnende passages.
De foto's laten zien hoe een hond (eigenlijk nog maar een pup) door haar gezin voor een uitstapje wordt meegenomen. Net als ontelbare andere honden zal ze worden opgegeten tijdens een 'traditionele' Zuid-Koreaanse hondevlees-barbecue.
Voor de niets vermoedende hond... wordt het een picknick van de dood.
Tot het laatste moment denkt ze dat ze meegenomen is om plezier te maken... om in de zon rond te rennen.
Haar instinctief vertrouwen in mensen betekent dat ze niet tegenspartelt wanneer ze naar een boomtak wordt getild.
En ze realiseert zich nog steeds niet dat ze in gevaar is wanneer ze een strop om haar nek krijgt... ze kan niet geloven dat mensen iets anders kunnen - zijn dan vrienden
Helaas is dit niet waar. Bikkelhard laat de man haar los. Zijn zoon trekt aan de andere kant van het touw en het kleine hondje bengelt aan het touw en stikt langzaam door de meest geliefde methode om deze dieren te doden.
Uiteindelijk wordt ze geroosterd en door de familie gegeten... die zonder spijtgevoelens op deze zonnige dag in Zuid-Korea aan het water zit.
***
In opbouw, het orgaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken, schrijft D. W. L Milo over 'de meest geliefde psalm', namelijk psalm 23. In Edinburg verscheen in 1978 een boekje van Kathleen Strange en R. G. E. Sandbach, waarin 87 berijmingen, parafrases en vertalingen van deze psalm zijn weergegeven. In 1969 werd een boekje uitgegeven met 26 parafrases, maar eerstgenoemde schrijfster kreeg uit de lezerskring zo veel aanvullingen dat het geheel uitgroeide tot 87. Uit dit boekje twee (kennelijk vertaalde) persoonlijke parafrases.
Eerst een van kapitein Roberts uit 1874:
De Heere is mijn piloot, ik zal niet afdrijven. Hij geeft mij een kustlicht als ik door donkere wateren vaar. Hij stuurt mijn schip door diepe geulen. Hij houdt mijn bestek bij Terwille van zijn naam geeft Hij mij een poolster
Ja al vaar ik door onweer en storm, ik ben niet bang want gij zijt bij mij Uw liefde en zorg beschermen mij
U hebt een haven in het thuisland voor mij U giet olie op de golven, mijn schip vaart rustig. Zeker, het licht van zon en sterren begunstigen mijn reis en ik zal voorgoed nkeren
in de haven van mijn God.
Een Indiaan schreef de psalm op zijn eigen manier (1938):
De Grote Geest boven is de Opperherder. Ik ben van hem en met Hem blijft er niets te wensen over. Hij gooit me een lijn toe, waarvan de naam liefde is; en Hij trekt me voorzichtig omhoog naar goede graasgronden, waar het water betrouwbaar is, waar ik kan eten en neerliggen.
Soms is mijn hart zwak en val ik neer. Maar Hij tilt me op en brengt me op de goede weg,
want zijn naam is Wonderlijk.
Een enkele maal, misschien morgen al of misschien duurt het nog wel even, brengt Hij me in een nauwe bergkloof, waar het donker is. Maar ik zal niet weglopen en niet bang zijn, want juist daar wil de Opperherder mij ontmoeten. Dan zal Hij alle honger, die mijn hart levenslang gevoelt, verzadigen.
Soms is zijn lijn een zweep — maar daarna geeft Hij me troost. Hij zet me overvloedig voedsel voor. Hij legt zijn hand op mijn hoofd en alle vermoeidheid is over. Hij vult mijn drinkbak tot die overloopt. Het is waar wat ik zeg, er is geen leugen bij. Deze weg, die voor me ligt, wil ik blijven volgen. Daarna zal ik leven in het Grote Kamp en zitten bij de Opperherder, voor altijd.
***
Op D.V. 19 maart a.s. hoopt aan de Rijks Universiteit te Utrecht te promoveren drs. F. G. Immink, hervormd predikant te Hoogeveen, op een in het Engels geschreven proefschrift getiteld 'De eenvoud Gods'. Promotoren zijn prof. dr. V. Brummer en prof. dr. A. Plantinga (USA). We feliciteren op deze plaats drs. Immink van harte met de voltooiing van deze studie en wensen hem een goede promotie toe. Wij hopen van harte dat zijn wetenschappelijke arbeid mede dienstbaar mag zijn in zijn nieuwe functie t.b.v. de aanstaande dienares des Woords, namelijk als hij zijn werk in het rectorium van het Theologisch Seminarium Hydepark te Driebergen mag aanvangen.
Van de stellingen bij het proefschrift noemen we de volgende.
'De uitdrukking "om onze zonden" in Rom. 4:25 moeten we verstaan tegen de achtergrond van Jesaja 53, en zij geeft voldoende steun om Christus' dood te zien als een plaatsvervangend en verzoenend sterven.'
'Voor de beoefening van de dogmatiek is een grondige wijsgerige training onmisbaar'
'Aangezien de deelname aan een theologisch dispuut gedurende de universitaire opleiding van predikanten van essentieel belang is voor de theologische en praktische vorming, verdient het aanbeveling dat studenten met een deeltijdopleiding deze lacune in hun opleiding compenseren door extra evaluatiegesprekken in groepsverband gedurende hun stageperiode.'
'J. Waterink stelt terecht dat in het land der Saksers de Luthersche Reformatie gemakkelijker wordt geaccepteerd dan de Gereformeerde Reformatie.'
'Het wekelijks voorbereiden van één of meer kerkdiensten vereist meer creativiteit en doorzettingsvermogen dan het schrijven van een proefschrift. '
'De boterberg en het fosfaatoverschot zijn het resultaat van politiek bevordere monocultures, kunstmatig in stand gehouden door geknechte boeren.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's