Prediking en geloof (2)
Er is een duidelijk verband tussen prediking en geloof. Het geloof kan niet zonder het Woord. De apostel schrijft: 'Hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods'. Duidelijker kon de Heere het ons niet aanwijzen. Het geloof komt ons mensen niet aangewaaid, maar wordt door de Heilige Geest in ons hart gewerkt door middel van de prediking. De Heere is de sprekende God, Die van Zich laat horen.
We leven echter in een tijd, waarin het gesproken woord aandacht verliest. Het visuele valt ons op. Beelden en muziek boeien ons. Moderne mensen willen kort en bondig geïnformeerd worden. Wie zal nog naar lange betogen luisteren, waarin moeilijke zaken als bekering en wedergeboorte aan de orde komen? De preek heeft voor velen afgedaan of is een bijzaak geworden. Pakkende alternatieven moeten mensen van onze tijd boeien. Helaas blijken allerlei nieuwe zaken slechts voor korte tijd aantrekkingskracht te hebben en haast men zich naar iets anders om toch vooral de aandacht vast te houden.
Intussen wordt het woord van de profeet vervuld: 'Mijn volk gaat verloren, omdat er geen kennis is'. Daarmee wordt geen formele, feitelijke kennis van het Woord bedoeld, maar geloofskennis, een hartelijk Ieven bij het Woord van God in de verborgen omgang met de Heere. Dat houdt ook in een geestelijk betrokken zijn op de prediking. Juist wanneer we graag opkomen voor de waarde van de prediking in de eredienst mogen we deze tekst ter harte nemen. Zijn wij wel met liefde betrokken op de verkondiging van het Woord? Of komen we vaak vol kritiek uit de kerk? We hebben wat gemist, het boeide ons niet. 'Het was weer niets vanmorgen.' Zo'n uitdrukking verraadt veel. Meestal betekent het, dat we niet met een begerig hart geluisterd hebben naar wat de Heere ons te zeggen had. Waren we wel biddend bezig onder het Woord? 'Ik zal horen wat de Heere spreken zal', zegt de Psalm.
'Vaak luisteren we naar wat we graag horen willen. Het past in het denken van onze tijd, waardoor iedereen wordt beïnvloed, om onszelf als maat te nemen bij het beoordelen van de prediking. We komen wel onder het Woord, maar zijn we er al echt ónder gekomen? Zolang we nog hoog van onszelf opgeven, vinden we niet van belang wat God ons te zeggen heeft, maar wachten we op de antwoorden, die wij horen willen. Wanneer de prediking niet aansluit bij wat ik voel of beleef, bij mijn denkwereld of mijn verwachtingspatroon, deugt ze niet. Het gevolg is, dat sommigen ware zwerftochten maken op zoek naar wat hun hart bevredigt en anderen wekelijks de preek thuis van hun commentaar voorzien. Zo wordt in het gezin weinig liefde gekweekt voor de dienst van de Heere en zeker geen eerbied voor de ambtelijke verkondiging van het Woord. Dan beseffen we niet, waar het in de prediking eigenlijk om gaat. Geestelijke dorheid en toenemende onkerkelijkheid zijn dikwijls de vruchten van zo'n houding.
Goddelijk Woord
Soms lezen we achter de naam van een predikant de letters v.d.m., verbi divini minister, dienaar van het goddelijke Woord. Achter de predikant, die het Woord verkondigt, staat immers de zendende God. 'Hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden?' Deze zending geeft de volmacht aan de prediking. In het Oude Testament is dat vooral bij de profeten duidelijk. Ze brengen geen eigen woord, maar zeggen: 'Zo spreekt de Heere'. Ze weten zich boden van God, die Zijn Woord tot het volk spreken. Verschillende woorden, die met de prediking verband houden, duiden in het Nieuwe Testament hetzelfde aan. Preken is als een heraut de grote daden van de Heere uitroepen, het evangelie als een boodschapper doorgeven, leren en vermanen, bidden zich met God te laten verzoenen. De apostel schrijft bij het laatste woord: alsof God door ons bade. De Heere neemt daarin dus Zelf het woord. Zo lezen we het ook in de vermaning aan de gemeente uit het formulier voor de bevestiging van een dienaar des Woords: 'Gedenkt, dat God Zelf ulieden door hem aanspreekt en bidt. Neemt dan het Woord aan, hetwelk hij u, volgens de Heilige Schrift, zal verkondigen, niet als der mensen woord, maar (gelijk het in waarheid is) als Gods Woord'.
Calvijn
Met name Calvijn heeft dit goddelijk karakter van de prediking telkens weer onderstreept. Als onvermoeibaar prediker heeft hij zelf de heilgeheimen van Gods Koninkrijk dagelijks verkondigd. Terwijl hij bezig was met het Woord van God heeft hij daarin telkens weer de aanwezigheid van de Heere bemerkt. Daarom spreekt hij bij herhaling over het wonder van de prediking. Waar het Woord wordt gebracht, daar is God tegenwoordig. "t Is alsof Christus persoonlijk uit de hemel is nedergedaald tot ons en van aangezicht tot aangezicht ons verschijnt. Het eigen aangezicht Gods straalt ons nu tegen. Hij strekt Zijn handen naar ons uit. Hij reikt ons Zijn scepter toe.' Waar het Woord verkondigd wordt, horen we de stem van de Vader, Die ons naar Christus wijst: 'Deze is Mijn geliefde Zoon in Welke Ik Mijn welbehagen heb, hoort Hem'. Met de prediking van het Woord schenkt de Heere ons ook de Heilige Geest. Hij hecht het Woord aan ons hart. Die werking van de Heilige Geest is nauw verbonden met de prediking. Daarom schrijft Calvijn, dat de Schrift als het ware niet met inkt, maar met het bloed van de Zoon van God geschreven is en dat 'als het evangelie gepredikt wordt, het heilige bloed als met de stem afdrupt'. Ergens anders schrijft hij: 'Christus richt in de prediking Zijn koninklijke troon onder ons op en roept ons om Zijn volk te zijn'.
In tere beelden tekent Calvijn de opzoekende zondaarsliefde van de Heere, zoals die in de prediking tot uiting komt: 'Nooit wordt het Woord van God tot ons gebracht, of God opent met moederlijke tederheid Zijn schoot voor ons. Ja, alsof dat nog niet voldoende was, buigt God Zich in de prediking laag tot ons neer om ons te koesteren, even zorgvuldig als een kloek dat haar kuikens doet'. Wij horen in de prediking Gods stem. Zijn woorden hebben scheppende kracht. Het hebreeuwse woord dabar betekent zowel woord als daad. Zijn die twee bij mensen een tegenstelling ('Geen woorden, maar daden'); bij de Heere vallen ze samen. Zijn Woorden zijn daden. Waar Hij spreekt gebeurt wat. 'Doden zullen horen de stem van de Zoon des Mensen en die ze gehoord zullen hebben, zullen leven'. Terwijl het Woord wordt gepredikt werkt de Heilige Geest op een verborgen wijze in ons hart. Hij verlicht ons verstand en opent ons hart. Om met Calvijn te spreken: 'God grift door Zijn Geest krachtdadig in het hart van de mensen in, wat Hij niet voor, noch na, maar tegelijk in hun oren spreekt'. Die eenheid van Geest en Woord krijgt bij Calvijn sterke nadruk. Wie rekent met deze bijbelse noties, kan niet gemakkelijk over de prediking spreken. Daar betreden we heilige grond. Jakob beleed al in Bethel, wat wij na mogen zeggen, ziende op de verkondiging van het Woord: 'Gewis, de Heere is aan deze plaats'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's