De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tussen leuren en leren (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tussen leuren en leren (I)

8 minuten leestijd

Gronings godsdienstonderwijs

Onder de tilel Tussen leuren en leren is een provocerend en informerend boek verschenen. Schrijvers zijn Groningse theologen en pedagogen, J. D. Imelman, W. A. J. Meijer, P. A. van der Ploeg en R. H. Wissink. Het provoceert vanwege de kritiek die het boek levert op het bestaande godsdienstonderwijs in het voortgezet onderwijs, het informeert uitvoerig over elf methodes die worden ondervraagd. Het uitgangspunt van de schrijvers is de triadische pedagogiek, dat is de opvoedkunde waarin drie componenten worden onderscheiden: 1. de opvoeder/leraar, 2. het kind/de leerling, 3. de leerstof. Hel is een belangwekkend boek voor iedereen die met godsdienstonderwijs te maken heeft. Onder hen zijn ook vele lezers van De Waarheidsvriend en daarom wagen we ons hier aan een bespreking in de vorm van een artikel. Een van de elf methodes is Het blijvende woord dat op vele scholen voor voortgezet onderwijs op reformatorische grondslag wordt gebruikt. Daarom zullen we uitvoerig stilslaan bij wat over deze methode wordt gezegd.

We willen een overzicht geven van de opzet en inhoud om daarna met een aantal kritische opmerkingen af te sluiten.

Vooronderstellingen

'Als alle onderwijs is ook godsdienstonderwijs primair een pedagogische aangelegenheid. Al zullen de inhouden van het godsdienstonderwijs godsdienstwetenschappelijk en — wijsgerig verantwoord moeten kunnen worden, de keuze voor de leerslof en de bepaling van de wijze waarop die wordt aangeboden slaan primair onder een pedagogische norm — en niet onder een theologische.' Vanuit deze stelling wordt gewerkt. Het gaat om onderwijs en opvoeding en niet om catechese en geloofsverkondiging.

Godsdienst en godsdienstonderwijs zijn niet identiek, maar zijn van een andere orde. Preken nu hoort tot het domein van de godsdienst, en niet tot het domein van (godsdienst-)onderwijs.

De schrijvers willen konsekwente onderscheiding, willen zuiver kennisoverdracht en geen geloofsoverdracht in het onderwijs. Dit houdt voor hen ook in dat niet slechts één godsdienst aan de orde komt.

De wereld van godsdiensten en religies is veelkleurig. Aan deze veelkleurigheid moet worden recht gedaan.

Om geloof te laten begrijpen kan aan religie in al haar verscheidenheid aandacht worden besteed. In tegenstelling tot kerkelijke catechese behoort hel schoolse godsdienstonderwijs onpartijdig te zijn. De leraar moet als vakman kennis verschaffen over en inzicht verschaffen in religie(s). 'Dit — laten we zeggen — pedagogische gebod geldt alle leraren godsdienstonderwijs, ongeacht hun persoonlijke religieuze overtuiging.'

Een volgend onderscheid van belang is wat het kind onwillekeurig van thuis en omgeving leert en doelgerichte opvoe­ding. In hel eerste geval spreekt men van socialisatie, het kind gaat 'gewoon' meedoen, er wordt niet te veel over nagedacht, het is een vanzelflopend proces waarin ouders en kinderen zijn opgenomen. Bij opvoeding wordt dat anders. Een goede opvoeding wordt doelbewust en doelgericht gegeven. De opvoeder weet waarom het gaal. Dat geldt ook het kind, willen de schrijvers. 'Het kind moet weten dat, wat en waarom het leert: het dient het subject van zijn eigen leeractiviteiten te zijn.'

Opvoeding moet ook worden afgeschermd voor indoctrinatie. Dat kan door verantwoord les te geven. Wat geleerd wordt moet tot op zekere hoogte beoordeeld kunnen worden en tot op zekere hoogte met redenen verantwoord kunnen worden. Op die verantwoordingssfeer valt veel nadruk. 'De opvoeder moet in staat zijn goede redenen te geven voor wat hij het kind vertelt en het kind moet in staat zijn die redenen te begrijpen en/of er naar te vragen en door te vragen.' De kritische discussie is het hart van de opvoeding. Ontbreekt deze in de opvoeding dan vervalt men snel in indoctrinatie. Geloof het en vraag niet waarom.

'Mensen — en dus ook onze leerlingen — zijn vrij om te geloven of niet.'.

Het godsdienstonderwijs heeft de taak hun begrip bij te brengen voor wat ze geloven of afwijzen.

De Groningse pedagogische opvatting staat haaks op de Nederlandse praktijk van het godsdienstonderwijs dat confessioneel gebonden is. Dat willen ze terugdringen naar catechisatiekamer van de kerk en vervangen door godsdienstonderwijs met leerinhouden die rationeel, door kritische toetsing te beoordelen zijn. Aan zo'n pedagogische methode wordt gewerkt.

De geïnteresseerde lezer wordt duidelijk op de hoogte gesteld van de richtlijnen die in het onderzoek van de methodes zijn gevolgd.

Men wil de auteurs zo goed mogelijk begrijpen. De richtlijnen leiden tot bepaalde tekstkritische vragen. Ik geef enkele voorbeelden. In hoeverre oriënteert de auteur zich op gangbare theologische disciplines? Blijkt hoe de verhouding school/kerk respectievelijk godsdienstonderwijs/catechese is? Wordt uitgegegaan van de waarheid van één geloof? zo ja, welk? Van welke geloofsvooronderstellingen gaan de auteurs uil? Speelt het doen van religieuze handelingen door de leerlingen een rol in de methode? Kent de tekst persuatieve elementen wat vorm, inhoud en betekenis betreft? Enz. enz. Zo komen elf methodes aan bod, een groep rooms katholieke, een groep protestantschristelijke en een methode die op zich een groep representeert, nl. Spoorzoeken.

Theologische concepties

In de katholieke methodes blijkt men zich uitsluitend te richten op de katholieke theologie van na het tweede Vaticaanse concilie. Het werk van prof. J. A. van der Ven speelt een belangrijke rol. De theologie is inhoud van de schoolcatechese. In de proteslantse methoden kan men minder gemakkelijk spreken van een bepaalde theologie. Wel is eenvoudig waar te nemen dal de bijbel grote aandacht krijgt. Men spreekt dan over een theologie van het Woord. Zo komt ook Het blijvende woord aan de orde. "In de vijf delen van deze methode wordt de bijbel als het Woord van God opgevat. De bijbel is het boek van God, het geïnspireerde Woord van God, en naar wat God zegt, moeten we luisteren." "De methode is een getrouwe weerspiegeling van een strak calvinistisch systeem van denken dat alle leerinhouden voor het godsdienstonderwijs rechtstreeks ontleent aan of in directe samenhang brengt met of onder het oordeel plaatst van de bijbel als het geinspireerde, feilloze Woord van God. Het gaat dan steeds over de bijbel zoals die letterlijk voor ons ligt. De geopenbaarde waarheden van God zijn voorhanden, leerbaar. In zo'n bestek is het grote vertrouwen in het bieden van veel informatie begrijpelijk. Het kennisaspect van het geloof ontvangt op deze manier een zwaar accent.

... Het geloof gaat niet op in het leren kennen van geloofswaarheden... Het aspect van vertrouwen is de andere kant van geloofsmedaille. Hierover kan men niet zo maar beschikken... Hiervoor is nodig hel gebed, de leiding van de Heilige Geest, en ook het deel hebben aan de gemeente van hel verbond. ... De Geest waait waarheen Hij wil... het geloof is een gave van God... Theologie van het Woord is het kloppend hart van deze methode. Alles wordt er door bepaald." Nagegaan wordt hoe de verhouding is tussen godsdienstonderwijs en catechese. Die is er niet vanzelfsprekend, daar in de protestants-christelijke sector het volle accent kwam te liggen op de zelfstandigheid van de school ten opzichte van de kerk. Geconstateerd wordt dat Het blijvende woord het dichtst staat bij de catechese van de kerk. Er wordt ook steeds naar de Heidelberger verwezen en een korte gereformeerde geloofsleer is opgenomen.

Wal is de plaats van de bijbel in de methodes? is een volgende vraag. Vijf ontvouwen zich vanuit de bijbel als uitgangspunt. Waaronder Het blijvende woord. Aan de gang die God door de geschiedenis met zijn uitverkorenen maakt, wordt veel aandacht besteed. Tweederde deel van het boek wordt besteed aan het Oude Verbond, een typisch calvinistisch trekje, volgens de schrijvers. Ze missen de joodse uitleg van dit joodse boek. Ook in het Nieuwe Testament is de aandacht vooral op geschiedenis gericht. De Brieven en Openbaringen (ja, inderdaad, er staat Openbaringen, L.Z.) ontbreken in de leerstof vrijwel geheel. Uit het hoog waarderen van de Bijbel als Woord van God vloeit voort een hoge waardering van het leren.

De opbouw van de methoden wordt ook vergeleken met de opbouw van de godgeleerdheid. In het algemeen hebben de schrijvers van de methodes zich aan de theologie te weinig gestoord. Met andere woorden, ze zijn niet wetenschappelijk verantwoord. Van een spanning tussen geloof en wetenschap is in Het blijvende Woord niets te merken. De bijbelwetenschap komt niet aan het woord. En dat lijkt minder juist. Wel is de dogmatiek dé oriëntatiewetenschap voor deel 4, het is een systematische uiteenzetting van de calvinistische leer over de drieënige God en de ontvouwing van zijn heil. Wat de ethiek betreft komt Het blijvende Woord nergens los van de traditionele benadering van de ethische vragen, het is meer moraal dan ethiek.

In hoeverre is er plaats voor andere christelijke overtuigingen, andere religies en voor niet religieuze wereldbeschouwingen? Hier wordt onderscheiden tussen onpartijdig, partijdig en (on)partijdig met een vraagteken. Dat Het blijvende Woord feitelijke beschrijvingen van andere religies en beschouwingen verweeft met waarde oordelen op grond van eigen geloof, valt niet goed. 'Er worden steeds gegevens verstrekt die gelardeerd zijn met oordelen van de auteurs zodat de leerlingen nauwelijks de weg kunnen vinden om eigen oordelen te vormen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tussen leuren en leren (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's