Emancipatie in het onderwijs (1)
Emancipatie in cultuur-historisch perspectief
De titel van deze lezing is erg breed. Het gaat over de relatie van emancipatie en onderwijs. Het is niet mijn bedoeling de vraag te beantwoorden in hoeverre het onderwijs geëmancipeerd is. Het gaat mij erom, te laten zien hoe men het onderwijs gebruikt om de emancipatie in onze samenleving door te zetten. Ik wil dus de aandacht richten op de poging van de overheid en maatschappelijke organisaties om de emancipatie door middel van het onderwijs te bevorderen. Nadat ik de stand van zaken heb geprobeerd te schetsen, wil ik trachten een antwoord op deze problematiek te formuleren.
De term emancipatie is ontleend aan de Romeinse rechtsspraak. Letterlijk betekent het woord: uit de hand nemen. De term wordt gebruikt om de vrijlating van een slaaf uit de hand van zijn heer aan te geven. Emancipatie komt dan neer op ontslaving. Vervolgens krijgt emancipatie de betekenis van de plechtige vrijlating van een volwassen zoon uit het vaderlijk gezag. Soms gaat dit gepaard met het afstaan van landerijen. In deze betekenis staat emancipatie gelijk met ontvoogding.
In latere perioden krijgt emancipatie de betekenis van de zelfbevrijding van maatschappelijk ten achter gestelde groeperingen uit historisch gegroeide machtsstructuren. Met name in de filosofie van de verlichting is deze betekenis naar voren gekomen. Zoals bekend wordt Verlichting door Kant omschreven als het uittreden van de mens uit zijn door hem zelf veroorzaakte en aan eigen schuld te wijten ontmondigheid.
Marx heeft aan het denken over emancipatie een geweldige stoot gegeven en het tegelijk de weg gewezen. De vraag van de verhouding van politieke emancipatie tot religie wordt de vraag van de verhouding van politieke emancipatie tot menselijke emancipatie. Met andere woorden, het gaat er ten diepste om dat de mens geëmancipeerd wordt. Dat zal in en door de maatschappelijke verhoudingen moeten gebeuren. Emancipatie is dan bevrijding uit de vervreemding tot zelfverwerkelijking. Deze zelfverwerkelijking vindt plaats door middel van de arbeid. In dit verband is economische onafhankelijkheid een sleutelbegrip in Marx' gedachten over emancipatie.
Bij dit summiere historische overzicht moet ik het nu laten. Met waardering en instemming verwijs ik naar opmerkingen van prof. J. Klapwijk in zijn in de literatuurlijst genoemde artikel.
Samenvattend mag geconcludeerd worden, dat de mens gewikkeld is in een wereldomvattend proces van autonome, zelfbewerkte bevrijding. De weg van menselijke en maatschappelijke zelfbevrijding is de weg van zelfemancipatie. Met Klapwijk is te zeggen dat het bij deze term niet meer gaat om een sociologische of politicologische categorie. Het gaat om een emancipatiefilosofie, die van ideologische aard is. Het rijk van de vrijheid moet worden verwerkelijkt. Dat is een wereld van redelijke-zedelijke zelfbepaling en eigenmachtige zelfbestemming. We kunnen het huidige emancipatiestreven niet verstaan, als we het niet plaatsen tegen de achtergrond van deze emancipatiefilosofie.
Reaktie
De reaktie op het emancipatiestreven is verschillend geweest. Ik zou hier willen wijzen op de gesprekken die Trudi Klijn heeft gevoerd voor de microfoon van de Ikon met verschillende theologen. Ze zijn gebundeld verschenen onder de titel: 'Voorbij de vanzelfsprekendheid'. In die gesprekken zijn er theologen die de secularisatie toejuichen; er zijn er die haar onvermijdelijk en noodzakelijk achten en er zijn er die de geestelijke strekking van de secularisatie volstrekt afwijzen op grond van de atheïstische wortel waaruit de emancipatie voortkomt.
Prof. H. Berkhof heeft onderscheiden tussen emancipatie binnen geborgenheid en verantwoordelijkheid; en emancipatie van geborgenheid en verantwoordelijkheid. Het onderscheid mag de indruk wekken niet zo groot te zijn. Voor Berkhof is het heel wezenlijk. Het betekent dat emancipatie in de eerste zin mensen niet ontslaat van hun verantwoordelijkheid en de geborgenheid niet aantast. Emancipatie in de tweede zin leidt tot het loslaten van verantwoordelijkheid en het losmaken uit geborgenheid. Dat moet chaos en anarchie meebrengen.
Dr. W. Visser 't Hooft acht de emancipatie een noodzakelijk stadium in de overgang naar een rijkere vorm van cultuur, waarin mensen zonder dwang en tyrannie kunnen leven. De geldigheid ervan kan niet ontkend worden. Anderzijds waarschuwt Visser 't Hooft tegen de gedachte dat de emancipatie een geneesmiddel tegen alle kwalen zou zijn. Ook bij hem vindt men dezelfde dualiteit als bij Berkhof. Enerzijds noodzakelijk en onontkoombaar, maar anderzijds toch kritisch te beschouwen en te benaderen.
Eenzelfde ambivalentie ontmoeten we bij de socioloog uit Wageningen, prof. E. W. Hofstee. Hij typeert de huidige stand van zaken met de drie woorden: vrijheid, gelijkheid en eenzaamheid (dit laatste is een variant op de vroegere trits van broederschap). Hij wijst in zijn afscheidscollege erop dat bepaalde elementen van het Westerse Verlichtingsdenken noodlottig kunnen worden. Hij sprak deze rede uit in 1982 en waarschuwde toen tegen hyperindividualisme. Dat tast de gemeenschap aan, zet het gezin onder zware druk en maakt het kind slachtoffer ervan. Hij wijst met bezorgdheid op de toenemende neiging van velen om de toenemende zorg van de staat te negeren of te ontkennen. De resultaten van zulk een ontwikkeling zijn chaos en anarchie.
Wat is emancipatie?
Zelf zou ik de emancipatie willen omschrijven als het onttrekken van ons leven aan de heerschappij van het Woord van God. Met deze omschrijving neem ik een kritische positie in ten opzichte van de emancipatie. Het is goed zich af te vragen of deze kritische benadering uiteindelijk de enig mogelijke is. Het is een opvallend feit dat ook in protestantse kringen het woord emancipatie dikwijls positief wordt gebruikt. Soms zit er een ietwat spottende ondertoon in: 'ik ben immers geëmancipeerd'; of: 'wij zijn immers geëmancipeerd'. Indien het mogelijk ware zou het te overwegen zijn of men niet moet onderscheiden tussen emancipatie met een hoofdletter en emancipatie met een kleine letter. Onder met hoofdletter geschreven Emancipatie moet dan verstaan worden de beweging die zich sinds de Verlichting in Europa heeft baangebroken. Deze beweging stelt de mens in het middelpunt en wil van een door God gegeven norm of opdracht niet weten. Als samenvattende aanduiding van deze oppvatting van emancipatie citeer ik uit het boek: 'Sekse-ongelijkheid en onderwijs' de volgende definitie: 'Emancipatie is het proces waarin een groep greep probeert te krijgen op de eigen identiteit, zichzelf probeert te verwerkelijken volgens eigen waarden en normen, zich ontworstelt aan opgelegde waarden en normen van dominante groepen en in het besef van de waarde van de eigen identiteit, pogingen doet zich onafhankelijk te maken en te komen tot oordelen en handelen op grond van eigen-waarde' (17).
Onder emancipatie met een kleine letter zou dan verstaan kunnen worden de ontwikkeling die mensen op basis van het evangelie en geleid door de Heilige Geest mogen doormaken om voluit mens te zijn. Dat wil zeggen: mens te zijn in dienst van God en de naaste, met ontplooiing van alle mogelijkheden die God de mens heeft gegeven; met name aan deze individuele mens. Emancipatie is zo gezien geen autonoom proces, geen poging tot zelfverwerkelijking naar eigen normen, zonder zich aan de openbaring van God te storen. Emancipatie is zo gezien het dienstbaar willen zijn met alle gaven en krachten aan de opdrachten die God een ieder geeft.
Spiegel
Het zojuist gemaakte onderscheid tussen emancipatie met hoofdletter en kleine letter is gezien de belasting van de term emancipatie niet wel door te voeren. Ik heb de suggestie van een dergelijk onderscheid gedaan om in denken en discussie spraakverwarring te voorkomen. Wij zullen ook als wij de geestelijke wortel en strekking van het moderne emancipatiedenken afwijzen ons toch moeten bezinnen op de vraag in hoeverre de emancipatiebeweging ons een spiegel voorhoudt waarin het noodzakelijk is te zien. Ik denk nu aan de manier waarop structuren en instituties moeten worden gevuld. Het huwelijk staat naar ik hoop nog hoog genoteerd onder ons. Wordt binnen het huwelijk ook naar de gelijkwaardigheid van man en vrouw en in waarachtige liefde gehandeld? Of is er toch een zodanig hiërarchische verhouding dat de vrouw per definitie de mindere is? Ik denk aan het met elkaar omgaan binnen de werkverbanden. Gezag is binnen zulke verbanden noodzakelijk. Door de Heilige Schrift wordt respect voor en onderwerping aan gezag gevraagd. Toch maakt het nog wel enig verschil, op welke wijze dit gezag geoefend wordt. Is er ruimte voor meedenken, voor het doen van suggesties en een positieve inbreng van de medewerkers? Ik stel deze vragen niet om de gezagsstructuur te ondermijnen of te doorbreken, maar wel om erop te wijzen dat de manier waarop binnen structuren en instituties gedacht en gehandeld wordt voor verbetering of herziening vatbaar is. Het zou kunnen zijn dat juist het emancipatiestreven ons de noodzaak daarvan duidelijk aanwijst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's