De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heinrich Bullinger over de voorbereiding op het Heilig Avondmaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heinrich Bullinger over de voorbereiding op het Heilig Avondmaal

8 minuten leestijd

Leer en leven

Eén van de klachten van de mannen van de Nadere Reformatie is geweest, dat het onder het gereformeerde kerkvolk in ernstige mate ontbrak aan de praktijk der godzaligheid; wij zouden heden zeggen: aan een waar christelijk leven. Zij zullen daarin zeker niet ongelijk hebben gehad. Maar zij hebben wèl ongelijk gehad als zij op dit punt ook de hervormers van de 16e eeuw in gebreke stelden. En helaas hebben zij dat nog al eens gedaan. De hervormers zouden alleen maar de leer hebben hervormd, en zij, de mannen van de Nadere Reformatie, zouden nu de Reformatie voltooien, door ook het leven te hervormen.

Nee, zo simpel hebben de zaken toch niet gelegen. De Reformatie van de 16e eeuw was wel degelijk ook een hervorming van het léven; en dus niet alleen maar van de christelijke leer. Trouwens, leer en leven zijn nimmer van elkaar te scheiden. Het zou veel te ver voeren als wij uitvoerig uiteen wilden gaan zetten, wat de reformatoren allemaal op praktisch gebied gedaan hebben. Het zou zelfs veel te ver voeren als wij wilden aantonen hoezeer zij aandrongen hebben op een heiliging van het leven.

Bullinger

Wij beperken ons in dit artikel tot slechts één ding, wij gaan horen, hoe Heinrich Bullinger, de hervormer van Zurich, geijverd heeft voor een waardige viering van het heiligAvondmaal. Ik zeg: een waardige viering, niet een wettische; dat zou nl. in strijd zijn geweest met heel de geest van de Reformatie.

Niet alleen de leer van het Avondmaal door de roomse kerk de mis genoemd, was geheel bedorven en moest her-vormd worden, maar ook de wijze waarop dit sacrament gevierd werd. Daar heeft al Luther het zijne toe bijgedragen. Maar in Zürich en andere Zwitserse steden heeft men er ook aan gewerkt.

Huysboeck

In zijn Huysboeck heeft Bullinger in een van de laatste Sermoenen (preken) een apart stuk gewijd aan de voorbereiding op het heilig Avondmaal. Daaraan ontlenen wij onze gegevens.

Hij begint met op te merken dat er in de "waardigheid" en in de "onwaardigheid" graden en trappen zijn. In de onwaardigheid is de hoogste trap dat men tot de verborgenheden des geloofs, en dus ook tot het Avondmaal komt, zonder geloof. Daarmee is dan tegelijk ook gezegd waarin onze waardigheid bestaat, te weten in het gelóóf. Ik constateer: op dit punt is er tussen Luther en Bullinger, die helaas juist op het punt van het avondmaal zo ver uit elkaar gingen, niet het minste verschil ooit geweest. Ook Luther zei: het geloof maakt ons waardig. Men ziet: in de praktijk stonden de hervormers niet zo ver van elkaar. Nadrukkelijk zegt Bullinger: Waardig komt men, als men met geloof komt! Wie tot het Avondmaal komt moet geloven dat de dood van Christus tot verzoening van de wereld was, en dat men door die dood van Christus verlost is; en men moet ook Christus daarvoor willen danken. En dan nogmaals: Het belangrijkste is dus het geloof!

1 Corinthe 11

Het belangrijkste, evenwel niet het énige wat vereist is. Bullinger herinnert zich namelijk wat wij lezen in 1 Cor 11. Paulus bestraft dat hoofdstuk de Corinthiërs omdat zij "niet onderscheidende het lichaam des Heeren" (vs. 29) op een onwaardige wijze het Avondmaal vierden. Wat waren die Corinthiërs: gelovigen, ongelovigen? Bullinger gaat er van uit dat er onder hen ook wel degelijk "gelovigen" waren. Maar, hoewel zij niet zonder geloof waren, zegt Bullinger, toch hebben zij zich een oordeel gegeten en gedronken. Dat kan dus, dat ook gelovigen zich een "oordeel" eten en drinken.

Een oordeel

Wat moeten wij dan verstaan onder een "oordeel"? Bullinger zegt: ziekten, misschien wel de pest, dure tijden, kortom 'allerlei ongerief.

Dan — om het oordeel te ontgaan — maar niet aan het Avondmaal gaan? Ik citeer Bullinger: Iemand die niét aan het Avondmaal gaat, zich er geheel van onthoudt, zondigt eveneens, en zondigt zelfs zwaar, tegen de Heere zijn God. Hij houdt geen rekening met Gods gebod. Immers, de Heere zegt: Doet dit tot mijn gedachtenis. Hij versmaadt de dood des Heeren en de gaven die God ons daarin gegeven heeft.

Om het gevaar te ontvlieden, zegt Bullinger, zult ge een andere weg moeten kiezen. De weg van de zelfbeproeving. Paulus heeft gezegd: Maar de mens beproeve zichzelve!

Wil dat zeggen dat wij naar een biechtvader moeten lopen, zoals de roomsen doen, om van die biechtvader absolutie te ontvangen? O neen, de Heere stuurt niemand naar een ander. Tot onszelf zullen wij moe­ten gaan. Wij moeten inkeren tot onszelf.

Zelfonderzoek

Hoe dan? Bullinger zegt: in geloof! "Dit onderzoek kan niet geschieden zonder geloof en zonder het licht van Gods Woord". En dan somt Bullinger op de punten waarop wij — in geloof — onszelf hebben te beproeven. Het is een hele reeks. Belijd ik, als gelovig mens, al mijn zonden, die zo menigvuldig zijn, aan Hem, de Heere mijn God? Heb ik leedwezen over die zonden? Geloof ik met een oprecht en hartelijk vertrouwen dat Christus al mijn zonden vergeven en afgewassen heeft? Belijd ik met mijn mond, gelijk ik met mijn hart geloof, dat de zaligheid en het leven in geen ander is dan in Christus alleen? Heb ik het heilig voornemen om in die belijdenis ook te volharden tot aan mijn dood toe? Streef ik naarstig naar heiligheid van het leven? Ben ik bereid om alle leden van het lichaam van Christus, waarvan ik er ook één ben, lief te hebben en te helpen? Ben ik bereid God te danken voor het lijden van Christus en de verlossing die mij daarin geschonken is? Zie, zo is volgens Bullinger de avondmaalganger, die zich voorbereidt bezig. In geloof! Dit is, zegt hij, de beproeving die in overeenstemming is met heilig Avondmaal zelf. Waar zulk een beproeving heeft plaatsgevonden, mag men, in de vreze des Heeren tot het Avondmaal gaan.

Niet volmaakt

Bullinger zegt: met vrezen en beven. Waarom? De gelovigen weten van hun zwakheid en onvolmaaktheid. Al wat wij zojuist opgesomd hebben is nooit in ons volmaakt, altijd onvolmaakt. En als er één is die dat ook weet, dan is het wel de duivel. Hij gooit wat een belemmeringen voor onze voeten, om ons maar van het Avondmaal af te houden.

Bullinger was een ware pastor. Hij wist bemoedigende woorden te vinden. Stel eens, zegt hij, dat wij geheel zonder zonde en zwakheid zouden moeten zijn om tot het Avondmaal te mogen komen. Waar zouden wij zo'n christen ooit vinden? Niemand kon dan aangaan; niemand! En daarom: ook de zelfbeproeving heeft haar grenzen. De Heere kent de verdorvenheid van ons hart, en heeft medelijden met onze zwakheden. De 'waardigheid' die in het Avondmaal geëist wordt, is nooit een volmaakte.

Eén ding

Uiteindelijk, zegt Bullinger, komt het maar op één ding aan: Een hart dat ootmoedig eigen onwaardigheid belijdt en alle volmaaktheid in Christus zoekt, en begeert dat geloof en liefde worden vermenigvuldigd. En dan verwijst Bullinger naar wat Calvijn hierover eens schreef, namelijk in zijn Avondmaalstractaat van 1541: Het Avondmaal moet gezien als een medicijn. Wie gebruiken medicijnen? Zieke mensen, niet gezonden. Dwaasheid is het, zegt Calvijn, en Bullinger zei het hem na, als ge eerst gezond wilt zijn vóórdat ge het medicijn wilt innemen.

Wij bemerken, er bestond een hartelijke overeenstemming tussen Calvijn en Bullinger. Bullinger noemt Calvijn 'mijn mededienaar en zeer geliefde broeder'. Jammer is het dat Luther buiten het gezichts­veld bleef. Hoewel, Bullinger heeft wel aan hem gedacht, met... pijn in zijn hart. Aan het slot van de preek zegt hij: De duivel heeft helaas van het Avondmaal een twistappel gemaakt. De duivel...

Wordt het Avondmaal een 'twistappel', dan moeten wij, net als Bullinger, denken aan de duivel. Luther kende de duivel, maar Bullinger kende hem ook.

Conclusies

Als ik een paar conclusies mag trekken, dan zijn het deze. De eigenlijke, enige en ware voorbereiding op het Avondmaal is het geloof. Dat geloof richt zich geheel op Christus, zijn Woord en zijn belofte. Het is het ongeloof, zegt Bullinger dat ons scheidt van Christus en zijn weldaden. Ook ten aanzien van het Avondmaal geldt het sola fide, door het geloof alleen. Maar dat geloof is nooit alleen. Er is ook boetvaardigheid, leedwezen over de zonde, een heilig voornemen om God te dienen en de begeerte om de naasten lief te hebben. Op al die punten onderzoeken wij onszelf als het Avondmaal zal gevierd worden. Maar ook dat onderzoek dient een 'gelovige' bezigheid te zijn, in het licht van 's Heeren Woord. En zij heeft ook haar grenzen. Noch Luther, noch Calvijn, noch Bullinger hebben gewild dat de mens zich zou blindstaren op zichzelf Alle zelfonderzoek had bij hen uiteindelijk maar één doel: het gezicht op Christus vrij te maken! Overal waar het tegenovergestelde plaatsvindt, is de duivel aan het werk. Tweemaal noemt Bullinger in zijn stuk de duivel. Hij sloeg een bres tussen de hervormers, waardoor de Avondsmaaltafel in twee stukken uiteenviel. Dat betrof de leer. Maar ook in het geloofsleven is de duivel actief. Bergen van belemmeringen weet hij op te werpen om maar Christus aan onze ogen te onttrekken. Bullinger wist daarvan, de andere hervormers ook. Mag ik zeggen, dat zij allen één waren, misschien meer dan zij zelf wisten? Zij waren één in de praktijk, de praktijk der godzaligheid. En dat is heel wat!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heinrich Bullinger over de voorbereiding op het Heilig Avondmaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's