De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gezin als pijler

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gezin als pijler

10 minuten leestijd

Het lezen van boeken, waarin oude gewoonten of gebruiken aan de orde komen, ontlokt vaak een glimlaeh. Hoe is het mogelijk dat mensen toen zó leefden, dat dat hun gewoonten waren. Zo vergaat het ons menigmaal wanneer we het in 1903 uitgegeven curieuzze boek van prof. dr. G. D. J. Schotel 'HHet Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw' ter hand nemen. We komen daarin de sfeer tegen van oud-hollandse knusheid en huiselijkheid.

Bij de beschrijving van de huizen uit die tijd zegt Schotel dat de mensen hun ganse leven in huis doorbrachten. 'Uitgenomen het studentenreisje en dat voor kantoorzaken werd ondernomen, bezocht men slechts zo nu en dan vrienden en magen in naburige steden en verbleef men verder te huis. Geen wonder dat het huis "hun wereld, hun speelpop, hun afgod" was, dat zij het verfraaiden en versierden, het gaarne op doek of paneel zagen weergegeven, ja dat sommigen het geheel in al zijn afdelingen, zo gemeubeld als het was, in hout en zilver lieten nabootsen.'

Bij al het curieuze dat ons treft bij het lezen van zo'n boek moet evenwel ook gezegd worden dat veel erin tot nadenken stemt. Wat is er van het goede van het gezinsleven van die tijd bewaard gebleven? In de tweede druk van het boek, dat 35 jaar na de eerste uitgave verscheen (uitgave Strengholt. Amsterdam), schrijft prof. dr. H. C. Rogge dat Schotel de eerste was, die het onderwerp van het oud-hollandse gezin zo breedvoerig behandelde: 'zelfs de beste schrijvers over onze staatkundige geschiedenis hadden tot dusverre weinig of geen kennis genomen van het huiselijk en maatschappelijk leven onzer voorvaderen in de zeventiende eeuw, als of dit niet evenzeer tot de geschiedenis van een volk behoorde'.

Inderdaad, de geschiedenis van het gezin behoort tot de geschiedenis van het volk. Immers gold tijdenlang de stelling dat het gezin de pijler van de samenleving is. Zeg me hoe het er met het gezin voorstaat en ik zal u zeggen hoe het met de samenleving als geheel is gesteld.

Kinderen van de rekening

Het gaat met onze samenleving intussen niet goed. Dat blijkt met name uit de hand over hand toenemende criminaliteit en het om zich heengrijpende vandalisme. In de kring van de overheid ontwaakt in dit verband het besef dat naar de achtergronden daarvan moet worden gepeild. De regering heeft een criminaliteitsplan opgesteld aan de hand van een rapport, geschreven door een commissie, waarvan voorzitter is het oud PvdA-kamerlid Roethof. Daarin staat dat als één van de belangrijkste tendensen van de toenemende criminaliteit moet worden gezien dat sinds 1960 'veel traditionele samenlevingsvormen, waarbinnen het gedrag van individuen effectief wordt genormeerd, zoals het gezin, het verenigingsleven, de kerk en ­ de school aan invloed hebben ingeboet. De samenleving is individualistischer geworden. Bij sommigen leidt dit individualisme tot de neiging om de bevrediging van eigen behoeften ten koste van anderen of van de gemeenschap door te zetten. Ook het toenemende gebruik van alcohol en drugs past in het patroon van toenemend individualisme. Hier komt bij dat de bereidheid om zich aan door de overheid of andere autoriteiten vastgestelde spelregels te conformeren minder vanzelfsprekend is geworden'.

Messcherp, en wel van onverdachte zijde, wordt hier de wond opengelegd. De traditionele samenlevingsvormen, waaronder het gezin, zijn van minder invloed geworden. Dat heeft grote uitwerking gehad op de samenleving. Want binnen een goed functionerend gezin staat het gedrag van het individu inderdaad onder een effectieve norm. Een goed gezin is daarom pijler van de samenleving.

In de zestiger jaren zette de grote revolutie in, waarmee het gezin onder zware druk kwam te staan. Natuurlijk hadden allerlei uiterlijke omstandigheden er al toe bijgedragen dat de huiselijkheid, waarvan in het genoemde boek van Schotel sprake is, snel afnam.

Er was sprake van een grote bevolkingsgroei. Woonblokken werden gebouwd waarvan het opperste tot de hemel reikte.

We werden bovendien uitermate mobiel. Wie herinnert zich niet dat in de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog kinderen langs de rijkswegen autonummers opschreven en deze inzonden naar de ANWB. Af en toe passeerde een auto. En nu, een wagenpark van tussen één en twee miljoen motorvoertuigen! De mogelijkheden van verplaatsing werden groter. Het reizen nam toe, de uithuizigheid eveneens.

Het dynamische arbeidsproces zorgde verder voor wisselende en verschillende werktijden; ook niet bevorderlijk voor de huiselijkheid en de saamhorigheid van het gezin.

De welvaart vroeg een eigen tol. Welvaart en vrijheid waren de grondslag van de revolutie van de zestiger jaren. In Elseviers Weekblad las ik dat de bioloog B. Wezeman, vormgever van het Emmens dierenpark, gezegd heeft dat op de apenrots in een dierentuin de grootste en sterkste apen des te luider grommen naarmate ze over meer bananen beschikken. Zo spreekt hij ook over een 'menselijke oerdrang' om, naarmate de bezittingen toenemen, harder te grommen. Maar Wezeman zegt méér. Hij zegt dat de invloed van de ouders is afgenomen. En dat heeft te maken met genoemde revolutie in de zestiger jaren. Anders dan de dieren werden de kinderen niet meer of steeds minder met regels geconfronteerd. De kinderlijke behoefte aan regels wordt onvoldoende be­vredigd. Gezien het gebrek aan nestwarmte — aldus nog steeds Wezeman — en de terughoudendheid van ouders om regelend op te treden, alsook vanwege de 'consumptiegerichtheid' mag het nog een wonder heten dat slechts een minderheid van de jongeren zich tot 'kleine crimineel' heeft ontwikkeld.

Overigens ligt in de uitdrukking 'kleine criminaliteit' op zich al een symptoom van de decadentie van onze samenleving. Kleine diefstallen zijn al lang geen diefstallen meer. Ze worden niet meer bestraft. De politie komt ze niet meer op het spoor. We zijn er zelfs grapjes over gaan maken door te gaan spreken over 'proletarisch winkelen'.

Wil onze samenleving niet in de complete chaos terecht komen dan móét er wel een kentering komen. Het is verheugend dat in regeringskringen beseft wordt dat het zó niet langer mag doorgaan. De uitdrukking kleine criminaliteit moet worden afgeschaft en maatregelen tegen de kleine vergrijpen zullen opnieuw ter hand worden genomen.

Intussen zei de commissaris van de rotterdamse politie, J. A. Blaauw, dat men de mentaliteit van een volk niet verandert met een kabinetsbesluit. Pessimistisch voegde hij er aan toe: 'de sociale controle van dertig jaar geleden, geworteld in de autoriteit van het gezinsleven, komt nooit meer terug'. En ook: 'de tijd dat een diender het gepeupel met zijn fietsbel tot de orde riep is voorgoed voorbij. Herstel van het normbesef is een zaak van zeer lange adem'.

Wie zou hier niet het pessimisme van de rotterdamse commissaris onderschrijven? De huidige generatie bestaat uit kinderen van de rekening. We moeten niet denken dat een revolutie, die zo diep het gezinsleven raakte, en die een geslacht kweekte van jongeren, die de 'vrijheid' met de paplepel kregen ingegoten, zomaar weer in een korte spanne tijds te elimineren is. Dat vraagt om een nieuwe voorbeeldwerking, die een totale bekering veroorzaakt, als dat nog mogelijk is.

Ontwrichting

Het is alleen al hierom onmogelijk om in korte tijd tot en totale mentaliteitsverandering te komen, omdat onze samenleving gekenmerkt is door tienduizenden ontwrichte gezinnen. Honderdduizenden kinderen groeien op in gezinnen die, wat het huwelijk betreft, gehalveerd zijn. Welk een funeste invloed daarvan op kinderen en jongeren uitgaat is moeilijk onder woorden te brengen. Af en toe leest men een levensecht relaas van jongeren, die uit gezinnen komen, waar vader aan het zoveelste huwelijk bezig is, of waar moeder de verantwoordelijkheid voor huwelijk en gezin prijs gaf. De gevolgen zijn vaak eenzaamheid, grote stress, die soms uitloopt op pogingen tot zelfmoord, criminaliteit of vandalisme. Maar ook waar zich niet zulke excessieve verschijnselen voordoen is er sprake van een diep manco. Waar nestwarmte, dus gezinswarmte, ontbreekt komt uiteindelijk de regelgeving, naar normen die alleen in liefde eil harmonie kunnen worden overgedragen, ook op de tocht te staan. Waar ouders niet samen meer kunnen leven valt een stukje gezag weg als het om regelgeving naar de kinderen toe gaat.

In onze samenleving is scheiden steeds eenvoudiger geworden en zijn de mogelijkheden van alternatieven voor het huwelijk breed uitgemeten. Intussen worden in sommige gemeenten in ons goede vaderland jaarlijks meer huwelijken ontbonden dan gesloten.

Het gezin is de hoeksteen van de samenleving. Dat geldt ook vandaag. Maar als het gezinsleven zo breed en diep ontwricht is dan is ontwrichting van de samenleving daarmee onherroepelijk verbonden.

Het gezin is pijler van de samenleving. Het is net zo goed een peiler, een peilglas, waarin de situatie in de samenleving is te meten.

Er komt een kentering, zeggen sommigen. De jongeren worden weer 'burgerlijker'. Maar wat zou die burgerlijkheid inhouden als het gezin niet werd hersteld en weer een deugdelijk fundament kreeg. Nee, het Oudhollands huisgezin van het boek van Schotel, met de knusheid en de huiselijkheid, die ook vaak huisbakkenheid was, komt niet meer terug. Daarvoor is onze samenleving te dynamisch geworden. Maar als het gezin niet meer functioneert naar de regels van de Schrift dan zal ook de belofte, verbonden met een bijbels leven, in gezin en samenleving krachteloos worden.

Gemeenschap

Opmerkelijk — of juist ook niet — is dat in de rapporten, die vandaag verschijnen, enerzijds gewezen wordt op het verlies van de functie van het gezin, terwijl anderzijds het gemis aan gemeenschap wordt gesignaleerd. Allerwegen tiert het individualisme. Nu is het loutere bestaan van een gezin nog geen voorwaarde voor echte gemeenschap. Het gezin zal ook als samenleving moeten fungeren. En dat kan naar onze diepste overtuiging alleen als er sprake is van een ferment, een samenbindend element. Nergens zal die saambinding sterker zijn dan waar sprake is van geestelijke eenheid, in alle verscheidenheid, die voor gezinsleden kenmerkend is en zijn mag.

Het is gemeenschap, die als het goed is ook in de gemeente wordt beleefd.

Het is gemeenschap, waarvan ook iets tot uitdrukking kan worden wanneer een gezelschap, bestaande uit mensen met grosso modo dezelfde geestelijke basis, samen reist; in korte tijd wordt het een familie.

Alleen vanuit een gemeensschappelijke fundament, in een geestelijke eenheid, valt te vieren, te zingen, te gedenken samen echt te leren. Alleen zo kan het individualisme en daarmee de onvermijdelijke eenzaamheid worden doorbroken.

In de Schrift wegen en tellen de geslachten. Maar dan ook zo dat van geslacht tot geslacht de woorden Gods worden doorgegeven. Daarvoor is dan ook tijd aanwezig. Daarvoor wordt tijd vrijgemaakt. Door God geschonken tijd wordt bestede tijd in de dienst des Heeren. Als kinderen vragen 'Wat hebt ge daar voor een dienst?', dan luidde het antwoord van de vader in het Oude Testament 'dat is de Heere een paasoffer'.

Zo staan ouders en kinderen in de estafetteloop der geslachten. Zo worden regels doorgegeven. Wanneer ouders zo regelend bezig zijn en ze doen dat in het besef te dienen en niet te heersen, dan zal de zegen daarvan niet uitblijven.

Zo zijn er, God zij de dank, ook vandaag nog duizenden gezinnen, waar iets van de bijbelse godsvrucht doorstraalt, die gemeenschap tussen ouders en kinderen in de gezinnen onderling schept. Maar het wordt tijd, dat ook vanuit de kerken weer krachtig het gezin, als pijler, als hoeksteen van de samenleving, naar bijbels patroon wordt gesteld en benadrukt; en niet voet wordt gegeven aan de gedachte "t kan zo, 't kan ook anders'. Ook al valt dan de hele meute van de revolutionairen van de zestiger jaren over ons, we zullen frank en vrij mogen zeggen dat het welzijn van de samenleving gelegen is in het onderhouden van Gods geboden en daar heeft het (voort)bestaan van het gezin alles mee te maken.

Een kabinetsbesluit geeft nog geen mentaliteitsverandering. De situatie in ons volk geeft ook geen aanleiding te denken dat er op korte termijn veel veranderen zal. God geve echter dat er voorbeeldwerking mag uitgaan van het christelijk gezin, met name als en omdat daar de gemeenschap met de Heere en zo ook met elkaar een diepe realiteit is. De samenleving zal er wel bij varen. Er zou weer een geslacht kunnen opgroeien van kinderen voor Gods rekening.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het gezin als pijler

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's