Prediking en geloof (3)
Gods Woord is levend en krachtig, het werkt door in mensenharten. Prediker zegt: 'Waar het woord des konings is, daar is heerschappij'. Dat geldt bovenal onder de prediking van het Woord van de grote Koning. De Heere doet daar grote dingen. Maar de vraag is, of wij die ook van Hem verwachten? Gaan we biddend naar de kerk, waar de werkplaats is van de Heilige Geest? Letten we op Gods stem, die in de prediking hoorbaar is? Soms is het wel anders. Velen lijken het zicht op de prediking wat Calvijn had, kwijt te zijn. Er is een zekere vermoeidheid en soms moedeloosheid merkbaar onder de kerkgangers. Ze hebben het al zo vaak gehoord en wat is er veranderd? 'Ik heb een kerkbank versleten en ik ben nog altijd onbekeerd.' Wie hoorde nooit zo'n opmerking? Eén ding staat voor ieder vast: getroffen worden door een pijl van het Woord is een wonder. We weten wel, dat daarvoor het werk van de Heilige Geest nodig is, maar hoe dat precies in verband met de prediking gezien moet worden, is voor velen duister. De uitwendige roeping moet een inwendige worden, zeggen sommigen, anders zal het Woord ons niet baten, al wordt het nog zo ernstig gepreekt. Juist wanneer het geloof ter sprake komt, dat de Heere werkt door Zijn Woord en Geest, blijken de wegen uiteen te gaan.
Intellektualisme
Een groot gevaar bij het spreken over het geloof is, dat het verstand en het eigen hart de boventoon gaan voeren. Dan hebben we altijd een weerwoord op wat de Heere zegt. We misbruiken Gods Woord als een schild om Zijn pijlen te ontgaan. Wanneer de oproep uitgaat: 'Bekeert u en gelooft het Evangelie', komt het antwoord: we kunnen ons niet bekeren en het geloof is een gave van God. Wie zo denkt, is meestal niet erg gesteld op woorden als: geloof, belofte, verbond, bekering e.d. Men maakt zich van de prediking af met algemeenheden als: 'Er wordt tegenwoordig maar over geloof gepreekt, alsof we het allemaal grijpen kunnen'. Doorvragend blijkt men een duidelijke mening te hebben over het geloof en de werkzaamheden van de Heilige Geest. Het is een systeem geworden, waarmee men verstandelijk bezig kan zijn. Hoewel men naar eigen zeggen onbekeerd is, kan men wel oordelen over prediking en de geestelijke staat van anderen. Men kent de heilsweg in alle stadia, die daarop doorlopen worden, verstandelijk en meet daaraan anderen af. Dikwijls ontbreekt daar de liefde tot elkander, om maar te zwijgen van de liefde tot Christus. Tegelijk loopt men het gevaar, ondanks alle bewering van het tegendeel, van eigen vermeende rechtzinnigheid een grond voor de zaligheid te maken. Maar spreken over het geloof is nog wel wat anders dan eruit spreken.
Jaren geleden schreven twee bekende theologen daarover. Van ieder citeer ik een uitspraak, die nog steeds aktueel is. J. G. Woelderink schreef: 'In onze dagen vooral heeft de onbekeerde mens zich meester gemaakt van het terrein der bevinding en gaat nu iedereen met zijn kennis te lijf. Hij werpt zich op als een keurmeester, grijpt naar Gods edelstenen om een ander daarmee te bekogelen, zoals een straatjongen met keistenen gooit'.
Ook prof H. Visscher waarschuwde tegen het gevaar van intellektualisme: 'dat de religieuse levensfeiten tot begrippen maakt en de religie tot een bloot leersysteem. Daar worden de vormen nog wel in stand gehouden, maar ze worden tot mummies, die niet slechts dood, maar ook uitermate taai en tanig schijnen te zijn. De prediking wordt dor en doods, omdat ze de massa niet meer roert'. Al lezend denken we: 'er is niets nieuws onder de zon'.
Stil verwachten
In andere gesprekken met jongeren en ouderen komen dezelfde vragen aan de orde, maar de toon verschilt. Er is een hartelijke begeerte naar wat deHeere geven wil, maar men vreest zich iets toe te eigenen, dat de Heere niet schenkt. Er zijn in vrijwel elke gemeente 'stillen in den lande', die hopend uitzien naar het heil des Heeren, maar worstelen met de vraag, of Gods genade wel voor hen is. Die genade is immers zo groot en ze zijn bang zichzelf te bedriegen. In hun hart leeft het verlangen: 'Dat zich Uw heil aan mij mocht openbaren'. Zo wachten ze onder de prediking op een wonder. Meestal hebben zij ook eigen idee over het geloof en hoe de Heere dat werkt, waarbij de bekering van Paulus het grote voorbeeld is. Soms ontroert het Woord hen en voelen ze zich aangesproken, maar al direkt wordt de twijfel hen de baas. Ze zitten in het donker met de luiken voor de ramen, terwijl in de prediking de Zon der gerechtigheid straalt. Omdat ze uitzien naar het bijzondere, letten ze niet op de gewone weg, die de Heere gaat. Dikwijls voelen ze zich aangetrokken door een prediking, die op dit bijzondere de nadruk legt. Je bent daar geen uitzondering in je gemis, maar wordt er bevestigd in de gedachten van je hart. Intussen blijft alles grauw en duister. Somber is zo'n leven met je rug naar de zon, je ziet enkel schaduw. Het is eindeloos wachten op een wonder, dat misschien nooit gebeuren zal. In de gesprekken beluisteren we angst voor de eeuwigheid, onzekerheid en soms een wanhopig verlangen: 'Wist ik het maar'.
Evangelisten
Bij beide voorgaande groepen is in het algemeen weinig sprake van blijdschap in de Heere. Misschien is daarom de aantrekkingskracht van evangelische groepen op jongeren uit die achtergrond verklaarbaar. Alles is daar veel eenvoudiger. Je moet niet zo tobben, neem Jezus aan, stel je hart voor Hem open, geloof het Evangelie, dan ben je een kind van God. Niet teveel redeneren, geloven is doen! In plaats van lijdelijk af te wachten, word je aan het werk gezet. Sterke nadruk valt op de persoonlijke keuze voor Jezus, die moet uitkomen in een heilig leven. Wie gelooft, wordt uitgezonden om anderen de zaligheid te verkondigen: 'Gij zult mijn getuigen zijn'! Zoals de voorgaande groepen bepaalde kinderen van God tot een voorbeeld stellen (bekeringsgeschiedenissen), kent men ook hier een voorliefde voor de levensgeschiedenis van bekende figuren: Corrie ten Boom, Joni, etc. Het is een leven vol blijdschap en dankbaarheid. We horen spreken over de liefde van Christus en de kracht van de Heilige Geest. Het gevoel speelt een belangrijke rol. Hoe weet ik, dat ik een kind van God ben? Dat voel ik in mijn hart. Terwijl men enerzijds dicht bij het Woord leeft door bijbelstudie en stille tijd, hecht men anderzijds weinig waarde aan het ambt, de kerk en de sacramenten. Vrije groepen hebben meer te zeggen dan de ambtelijke verkondiging van het Woord. De belijdenis wordt als een keurslijf ervaren; God heeft ons tot vrijheid geroepen. Dat onze wil geboden is door de zonde en ons hart van nature dood is voor God, krijgt weinig aandacht.
Automatisme
Tenslotte noemen we nog een reaktie op de prediking: het automatisme. Waarin het geloof als aanwezig verondersteld wordt bij de kerkgangers. De prediking zegt ons het heil aan, we weten van de zaken van Gods Koninkrijk en stemmen ze toe. We leven mee en willen graag in de dienst van de Heere staan. Er is een aktieve deelname aan het kerkelijk leven, maar het geloof is meer een zaak van het hoofd, dan van het hart: we geloven toch? De persoonlijke kennis van Christus en Zijn weldaden door een waar geloof krijgt weinig aandacht.
De prediking moet niet te moeilijk zijn, vooral niet oproepen tot persoonlijke bekering of spreken over de noodzaak van wedergeboorte. Zelfonderzoek is niet nodig, graven in jezelf leidt tot niets. Christus is voor zondaren gestorven, daar mogen we allemaal van leven. Dat het Woord scherp is als een zwaard en onze ellende ontdekt, blijft in het donker, over de verborgen omgang met God wordt niet gesproken. Het derde stuk van de catechismus krijgt alle aandacht.
Misschien komen deze beschrijvingen van verschillende reakties op de prediking wat karikaturaal bij u over. Zo zijn ze niet bedoeld. Ik heb ze wellicht wat extra zwart-wit getekend om de tegenstellingen duidelijk te maken. Zo wordt de noodzaak om verder te denken over het verband tussen prediking en geloof des te duidelijker. Maar daarover een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's